Beoordeling en grootte | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic evaluation, size, and difficulty..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Beoordeling en grootte oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Det er meget godt.

dee èa mee-uh gohth Dit is heel goed.
B

Det er ikke godt.

dee èa egge gohth Dat is niet goed.
A

Det er for stort.

dee èa foh stoa Dit is te groot.
B

Det er for lille.

dee èa foh lel-luh Dit is te klein.
A

Det er meget nemt.

dee èa mee-uh nemd Het is heel makkelijk.
B

Det er meget svært.

dee èa mee-uh svèad Het is heel moeilijk.

Uitleg van de zinnen

  1. Det er meget godt.

    Dit is heel goed.

    Det
    dit
    er
    is
    meget
    heel
    godt
    goed
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “dit” en verwijst naar iets dat als onderwerp wordt aangewezen; de vaste vertaling ondersteunt precies die lezing. In het Deens is det ook de onzijdige enkelvoudsvorm van het persoonlijke of aanwijzende voornaamwoord. De vorm zegt op zichzelf niet welk concreet ding wordt bedoeld. Voorbeeld: Det er en bog. — “Dit is een boek.” er is de tegenwoordige tijd van at være, “zijn”. Dezelfde vorm wordt gebruikt bij verschillende onderwerpen: Jeg er klar. — “Ik ben klaar.”; Det er klart. — “Het is duidelijk.” meget is hier een bijwoord dat het daaropvolgende positieve oordeel versterkt: “heel”. Het staat vóór godt. Dit is iets anders dan het zelfstandig gebruikte meget, dat “veel” kan betekenen. godt is hier de vorm van het bijvoeglijk naamwoord god, “goed”, bij det. De onzijdige vorm is godt; de overeenkomst hoort dus bij godt, niet bij det. Vergelijk en god idé — “een goed idee” — met et godt forslag — “een goed voorstel”. In de vaste zin beschrijft godt de toestand of kwaliteit waarnaar det verwijst. Samen vormen Det er meget godt de betekenis “Dit is heel goed”: det wijst het onderwerp aan, er zegt dat het onderwerp die eigenschap heeft, en meget godt versterkt de positieve beoordeling. In de aansluitende zin wordt dezelfde basisstructuur ontkend met ikke: Det er ikke godt. — “Dat is niet goed.”

  2. Det er ikke godt.

    Dat is niet goed.

    Det er
    Dat is
    ikke
    niet
    godt
    goed
    Uitgebreide uitleg

    Det er betekent hier “dat is”. Det is een Deens voornaamwoord dat in deze zin als onderwerp dient; de vaste vertaling identificeert het als “dat”. Er is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”). Samen vormen ze een veelgebruikte patroonzin: Det er + .... Ikke betekent “niet” en maakt de daaropvolgende beoordeling negatief. Het staat in deze zin vóór godt. Voorbeeld: Det er ikke stort. — “Dat is niet groot.” Godt betekent hier “goed”. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord god die bij het onzijdige det past. De basisvorm is god; vergelijk godt (“goed”, bij een onzijdig woord) met gode in bepaalde andere grammaticale omgevingen, bijvoorbeeld bij meervoud of bepaaldheid. In de voorafgaande context staat positief Det er meget godt (“Dat is heel goed”); hier maakt ikke dezelfde beoordeling negatief. Samen vormt Det er ikke godt. de betekenis “Dat is niet goed.” De structuur is Det er + ikke + bijvoeglijk naamwoord: eerst wordt iets aangewezen, daarna wordt het beoordeeld, en ikke ontkent die beoordeling. De zin is een eenvoudige, neutrale manier om te zeggen dat iets niet goed is.

  3. Det er for stort.

    Dit is te groot.

    Det er
    dit is
    for stort
    te groot
    Uitgebreide uitleg

    Det er betekent hier “dit is”. Det is een Deens voornaamwoord in de onzijdige enkelvoudsvorm; in deze zin verwijst de vaste vertaling naar “dit”. Er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). Het patroon Det er + bijvoeglijk naamwoord is bruikbaar om iets te beschrijven. Voorbeeld: Det er godt. — “Dat/dit is goed.” for stort betekent hier “te groot”. For staat vóór een bijvoeglijk naamwoord en geeft in deze combinatie een overmaat aan: “te …”, niet het voorzetsel “voor”. Stort is de onzijdige enkelvoudsvorm van stor (“groot”); de vorm sluit aan bij het onzijdige det. Een nuttige reeks is stor — større — størst (“groot” — “groter” — “grootst”). Voorbeeld: Det er for lille. — “Dit is te klein.” Samen vormt Det er + for stort de betekenis “Dit is te groot.” De zin zegt dat het beschrevene groot is boven de gewenste of passende maat.

  4. Det er for lille.

    Dit is te klein.

    Det
    dit
    er
    is
    for
    te
    lille
    klein
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “dit” en is het Deense enkelvoudige onzijdige voornaamwoord. De vorm zegt iets over de grammaticale vorm, maar de zin zelf identificeert niet waarnaar het verwijst. In een herbruikbaar patroon staat bijvoorbeeld Det er ... voor “Dit/het is ...”. er is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”). Het verschijnt bij verschillende onderwerpen; de vorm verandert hier dus niet omdat het onderwerp enkelvoudig is. Det er stort betekent “Dit is groot”. for betekent hier “te”, in de betekenis dat iets een ongewenste of ongeschikte mate heeft. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord in het patroon for + bijvoeglijk naamwoord: for lille = “te klein”. Dit verschilt van meget (“heel/erg”), zoals in de context: Det er meget nemt = “Het is heel makkelijk”. lille betekent hier “klein”. Dit is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; de vergelijkende vormen zijn mindre (“kleiner”) en mindst (“kleinst”). In deze zin beschrijft lille de mate van kleinheid na for, niet een vergelijking met iets anders. Voorbeeld: Tasken er lille. — “De tas is klein.” Samen vormt Det er for lille het patroon Det er + for + bijvoeglijk naamwoord: “Dit is te klein.” De zin zegt dat het bedoelde object of de bedoelde zaak een kleinere omvang heeft dan passend is.

  5. Det er meget nemt.

    Het is heel makkelijk.

    Det
    het
    er
    is
    meget
    heel; erg
    nemt
    makkelijk
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “het” en is een Deens onzijdig enkelvoudig voornaamwoord. In deze zin verwijst het naar een niet nader genoemd onderwerp of een situatie; de exacte referent wordt niet door de gegeven zin bepaald. Dezelfde vorm kan in andere contexten ook “dat” betekenen. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). De vorm er blijft hetzelfde bij verschillende personen en enkelvoud of meervoud. Bijvoorbeeld: De er klar betekent “Ze zijn klaar”. meget betekent hier “heel” of “erg” en versterkt het bijvoeglijk naamwoord nemt. Het staat vóór het woord dat het versterkt. Bijvoorbeeld: meget svært betekent “heel moeilijk”. nemt is de onzijdige vorm van het bijvoeglijk naamwoord nem (“makkelijk”). De vorm hangt hier samen met het onzijdige det: nem is de basisvorm, nemt de onzijdige vorm en nemme de meervouds- of bepaalde vorm. Bijvoorbeeld: Det er nemt betekent “Het is makkelijk”, terwijl en nem opgave “een makkelijke opgave” betekent. Samen vormen de delen Det er + meget nemt de betekenis “Het is heel makkelijk.” De zin beschrijft de moeilijkheidsgraad van de bedoelde zaak of situatie; meget maakt de beoordeling sterker dan alleen nemt.

  6. Det er meget svært.

    Het is heel moeilijk.

    Det er
    Het is
    meget
    heel; erg
    svært
    moeilijk
    Uitgebreide uitleg

    Det er betekent hier “het is”. Dit is de vaste Deense combinatie van det en er, de vorm van at være (“zijn”). Hier is det een onpersoonlijk onderwerp: de zin geeft een algemene beoordeling zonder een specifiek genoemd onderwerp. meget betekent hier “heel” of “erg” en versterkt het bijvoeglijk naamwoord dat erop volgt. Het is een bijwoord en krijgt daarom zelf geen uitgang. Bijvoorbeeld: Det er meget godt. — “Het is heel goed.” svært betekent hier “moeilijk”. Het hoort bij het bijvoeglijk naamwoord svær. De vormen zijn svær (gemeenschappelijk enkelvoud), svært (onzijdig enkelvoud) en svære (meervoud en bepaalde vormen). In Det er svært staat de onzijdige vorm als naamwoordelijk deel bij het onpersoonlijke det; dat is niet de enige omgeving waarin svært voorkomt. Het tegenovergestelde in de gegeven context is nemt (“makkelijk”), zoals in Det er meget nemt. — “Het is heel makkelijk.” Samen betekenen Det er + meget + svært: “Het is heel moeilijk.” De zin drukt dus een sterke algemene beoordeling van moeilijkheid uit, zonder te zeggen wat precies moeilijk is.

Grammatica

Det er + adjektiv

Det er meget godt.

dee èa mee-uh gohth

Dat is heel goed.

Det is de vaste Deense structuur om te zeggen hoe iets is: det er + bijvoeglijk naamwoord.

for + adjektiv

Det er for stort.

dee èa foh stoa

Dat is te groot.

Voor een bijvoeglijk naamwoord betekent for ‘te’, niet ‘voor’.

Deens woordenschat

det voornaamwoord
dee dit; het

Det er meget godt.

er werkwoord
èa is

Det er meget godt.

for bijwoord
foh te

Det er for stort.

godt bijvoeglijk naamwoord
gohth goed
Geslacht
neuter

Det er meget godt.

ikke bijwoord
egge niet

Det er ikke godt.

lille bijvoeglijk naamwoord
lel-luh klein

Det er for lille.

meget bijwoord
mee-uh heel; zeer

Det er meget godt.

nemt bijvoeglijk naamwoord
nemd makkelijk; gemakkelijk
Geslacht
neuter

Det er meget nemt.

stort bijvoeglijk naamwoord
stoa groot
Geslacht
neuter

Det er for stort.

svært bijvoeglijk naamwoord
svèad moeilijk
Geslacht
neuter

Det er meget svært.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dit is heel goed.

Antwoord tonenDet er meget godt.

Dat is niet goed.

Antwoord tonenDet er ikke godt.

Dit is te groot.

Antwoord tonenDet er for stort.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

groot

Antwoord tonenstort

heel; zeer

Antwoord tonenmeget

goed

Antwoord tonengodt

klein

Antwoord tonenlille