Basisgezondheid en temperatuur | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic health and temperature..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Basisgezondheid en temperatuur oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Det er for varmt.

Deh èa foa wamd. Het is te warm.
B

Det er for koldt.

Deh èa foa kold. Het is te koud.
A

Jeg er meget træt.

Yai èa mai-uh trèd. Ik ben erg moe.
B

Jeg er meget sulten.

Yai èa mai-uh soel-den. Ik heb erg veel honger.
A

Jeg er meget tørstig.

Yai èa mai-uh teur-stai. Ik heb erg veel dorst.
B

Jeg føler mig syg.

Yai feu-la mai suu. Ik voel me ziek.

Woord voor woord

Det In “Det er for varmt” en “Det er for koldt” is “Det” het onpersoonlijke onderwerp bij een uitspraak over de temperatuur. Het staat hier vooraan in de zin, vóór “er”. Gebruik dezelfde structuur voor een eenvoudige uitspraak over het weer of de temperatuur.
er In “Det er for varmt” en “Det er for koldt” betekent “er” is. Het is hier de vorm die samen met “Det” een uitspraak over de temperatuur vormt. Een nieuwe, vergelijkbare zin is “Det er koldt.”
for In “Det er for varmt” en “Det er for koldt” geeft “for” aan dat de temperatuur een te hoge of te lage mate heeft. Het staat direct vóór “varmt” of “koldt”. Je gebruikt “for” ook vóór een andere eigenschap wanneer iets boven of onder de gewenste mate is.
varmt “varmt” betekent in “Det er for varmt” dat de temperatuur warm is, hier met de betekenis “te warm”. Deze vorm staat na “er” en wordt versterkt door “for”. Je kunt de structuur “Det er ... varmt” gebruiken wanneer je de temperatuur beschrijft.
koldt “koldt” betekent in “Det er for koldt” dat de temperatuur koud is, hier met de betekenis “te koud”. Deze vorm staat na “er” en wordt versterkt door “for”. Je gebruikt de zin om bijvoorbeeld tegen iemand in een kamer of buiten te zeggen dat de temperatuur onaangenaam laag is.
Jeg “Jeg” betekent in “Jeg er meget træt”, “Jeg er meget sulten”, “Jeg er meget tørstig” en “Jeg føler mig syg” ik. Het staat aan het begin van deze zinnen en geeft aan wie de toestand ervaart. Gebruik “Jeg” vóór een beschrijving van je eigen toestand of gevoel.
meget “meget” versterkt in “Jeg er meget træt”, “Jeg er meget sulten” en “Jeg er meget tørstig” de daaropvolgende beschrijving: erg of zeer. Het staat direct vóór “træt”, “sulten” of “tørstig”. Je kunt “meget” vóór een eigenschap gebruiken om een sterke mate aan te geven.
træt “træt” betekent in “Jeg er meget træt” moe. Het staat na “er” en wordt hier versterkt door “meget”. Gebruik “Jeg er træt” of “Jeg er meget træt” wanneer je je vermoeidheid aan iemand wilt vertellen.
sulten “sulten” betekent in “Jeg er meget sulten” hongerig. Het staat na “er” en wordt hier versterkt door “meget”. Gebruik deze zin bijvoorbeeld wanneer iemand vraagt hoe je je voelt voordat je gaat eten.
tørstig “tørstig” betekent in “Jeg er meget tørstig” dorstig. Het staat na “er” en wordt hier versterkt door “meget”. Gebruik “Jeg er tørstig” of “Jeg er meget tørstig” wanneer je wilt aangeven dat je iets wilt drinken.
føler “føler” betekent in “Jeg føler mig syg” voel. Samen met “Jeg” drukt het uit dat de spreker zich ziek voelt. De vorm “føler” staat vóór “mig”; een nieuwe, vergelijkbare structuur is “Jeg føler mig ...” gevolgd door een beschrijving van de toestand.
mig In “Jeg føler mig syg” verwijst “mig” naar de spreker zelf en maakt het samen met “føler” de betekenis “ik voel me”. Het staat direct na “føler”, vóór “syg”. Gebruik de structuur “Jeg føler mig ...” om je eigen toestand of gevoel te beschrijven.
syg “syg” betekent in “Jeg føler mig syg” ziek. Het staat na de structuur “Jeg føler mig” en beschrijft de toestand van de spreker. Gebruik deze zin wanneer je iemand wilt vertellen dat je je ziek voelt.

Grammatica

det er + bijvoeglijk naamwoord op -t

Det er varmt. Det er koldt.

Deh èa wamd. Deh èa kold.

Het is warm. Het is koud.

Na det krijgt het bijvoeglijk naamwoord vaak de onzijdige uitgang -t: varmt en koldt.

jeg føler mig + bijvoeglijk naamwoord

Jeg føler mig træt.

Yai feu-la mai trèd.

Ik voel me moe.

Na føler gebruik je mig voor ‘me’. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft hoe je je voelt.

Deens woordenschat

det voornaamwoord
deh het
er werkwoord
èa is; ben
for bijwoord
foa te
føler werkwoord
feu-la voel
jeg voornaamwoord
yai ik
koldt bijvoeglijk naamwoord
kold koud
meget bijwoord
mai-uh erg; zeer
mig voornaamwoord
mai me
sulten bijvoeglijk naamwoord
soel-den hongerig
træt bijvoeglijk naamwoord
trèd moe
tørstig bijvoeglijk naamwoord
teur-stai dorstig
varmt bijvoeglijk naamwoord
wamd warm

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het is te warm.

Antwoord tonenDet er for varmt.

Het is te koud.

Antwoord tonenDet er for koldt.

Ik ben erg moe.

Antwoord tonenJeg er meget træt.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

koud

Antwoord tonenkoldt

moe

Antwoord tonentræt

hongerig

Antwoord tonensulten

warm

Antwoord tonenvarmt