Basisgezondheid en temperatuur | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic health and temperature..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Basisgezondheid en temperatuur oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Det er for varmt.

Deh èa foa wamd. Het is te warm.
B

Det er for koldt.

Deh èa foa kold. Het is te koud.
A

Jeg er meget træt.

Yai èa mai-uh trèd. Ik ben erg moe.
B

Jeg er meget sulten.

Yai èa mai-uh soel-den. Ik heb erg veel honger.
A

Jeg er meget tørstig.

Yai èa mai-uh teur-stai. Ik heb erg veel dorst.
B

Jeg føler mig syg.

Yai feu-la mai suu. Ik voel me ziek.

Uitleg van de zinnen

  1. Det er for varmt.

    Het is te warm.

    Det er
    het is
    for
    te
    varmt
    warm
    Uitgebreide uitleg

    Det er betekent hier ‘het is’. Dit is een veelgebruikte Deense combinatie om een toestand of eigenschap uit te drukken. In deze zin verwijst Det niet naar een concreet genoemd zelfstandig naamwoord; samen met er vormt het de onpersoonlijke constructie ‘het is’. er is de vorm van at være (‘zijn’) die bij deze constructie hoort. for betekent hier ‘te’ in de betekenis ‘overmatig’. Het geeft aan dat de warmte een ongewenst of te hoog niveau bereikt: for varm = ‘te warm’. Dit is niet hetzelfde als meget varm (‘erg warm’): meget versterkt alleen, terwijl for een grens overschrijdt. varmt betekent hier ‘warm’. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is varm; varmt is de vorm die in Det er varmt bij det wordt gebruikt. In de context staat het contrasterende voorbeeld Det er for koldt: daar is koldt de vorm van kold (‘koud’) in dezelfde constructie. Een eenvoudig herbruikbaar patroon is: Det er + bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld Det er koldt — ‘Het is koud’. Samen vormen de delen Det er + for + varmt: ‘Het is te warm.’ De zin beschrijft dus de temperatuur als hoger dan gewenst of geschikt, zonder verdere informatie over een oorzaak of een specifieke persoon.

  2. Det er for koldt.

    Het is te koud.

    Det er
    het is
    for
    te
    koldt
    koud
    Uitgebreide uitleg

    Det er betekent hier letterlijk de onpersoonlijke constructie “het is”. Det verwijst in deze zin niet naar een genoemd zelfstandig naamwoord; het is het formele onderwerp bij een beoordeling van de temperatuur. Er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”) en heeft in het Deens dezelfde vorm bij verschillende personen en aantallen. Voorbeeld: Det er varmt. — “Het is warm.” for staat vóór het bijvoeglijk naamwoord en betekent hier “te”, in de betekenis dat een grens wordt overschreden. Het is dus niet het voorzetsel “voor”. De herbruikbare combinatie is for + bijvoeglijk naamwoord: for træt betekent “te moe”. koldt is hier de vorm van het bijvoeglijk naamwoord kold (“koud”). De vorm is kold bij een gemeenkundig zelfstandig naamwoord, koldt bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord of bij het onpersoonlijke det in deze constructie, en kolde in bepaalde meervouds- en bepaalde-enkelvoudscontexten. In de vaste zin beschrijft koldt de temperatuur. Het tegenovergestelde is varm; in de voorafgaande zin staat de overeenkomstige vorm varmt (“warm”). Samen vormen de delen Det er + for + koldt: “Het is te koud.” De zin beoordeelt de temperatuur als lager dan wenselijk of geschikt, zonder een specifiek voorwerp als onderwerp te noemen.

  3. Jeg er meget træt.

    Ik ben erg moe.

    Jeg er
    ik ben
    meget
    erg
    træt
    moe
    Uitgebreide uitleg

    Jeg er betekent hier “ik ben”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud; er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). In het Deens blijft er in de tegenwoordige tijd hetzelfde bij verschillende personen: jeg er (“ik ben”) en du er (“jij bent”). meget betekent hier “erg” en versterkt het bijvoeglijk naamwoord dat erop volgt. Het staat dus vóór træt. Vergelijk: meget træt = “erg moe”. træt betekent hier “moe”. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord træt na er. In deze zin is de vorm enkelvoud; trætte is bijvoorbeeld de meervoudsvorm: De er trætte. = “Ze zijn moe.” De vorm træt zelf geeft in deze zin niet aan of de spreker mannelijk of vrouwelijk is. Samen vormen de delen Jeg er + meget + træt de volledige betekenis: “Ik ben erg moe.”

  4. Jeg er meget sulten.

    Ik heb erg veel honger.

    Jeg er
    ik ben
    meget
    erg
    sulten
    hongerig
    Uitgebreide uitleg

    Jeg er betekent hier “ik ben”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. Er is de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”): jeg er, du er, han/hun er. Deze vorm verandert dus niet omdat het onderwerp jeg enkelvoud is; de persoon blijkt uit het voornaamwoord. Voorbeeld: Jeg er træt. — “Ik ben moe.” Dit laat hetzelfde patroon zien: Jeg er + een toestand of eigenschap. meget betekent hier “erg” en versterkt het bijvoeglijk naamwoord dat erop volgt. Als het een hoeveelheid aanduidt, kan meget ook “veel” betekenen, maar in deze zin geeft het een hoge graad aan. sulten betekent hier “hongerig”. Het is het bijvoeglijk naamwoord sulten in de vorm voor een enkelvoudig woord van het Deense gemeenschappelijke geslacht. De overeenkomst hangt hier dus niet af van het feit dat de spreker mannelijk of vrouwelijk is. Vergelijk de vormketen sulten (gemeenschappelijk enkelvoud), sultent (onzijdig enkelvoud) en sultne (meervoud en bepaalde vormen, afhankelijk van de constructie). Voorbeeld: Hun er sulten. — “Zij heeft honger.” Ook bij hun staat de vorm sulten; hun maakt het bijvoeglijk naamwoord niet tot een aparte vrouwelijke vorm. Samen vormen Jeg er + meget + sulten de betekenis “ik ben erg hongerig”. Het Nederlands drukt dezelfde bedoelde betekenis idiomatisch uit als “Ik heb erg veel honger”, hoewel het Deens hier letterlijk een constructie met “zijn” gebruikt.

  5. Jeg er meget tørstig.

    Ik heb erg veel dorst.

    Jeg er
    ik ben
    meget
    erg
    tørstig
    dorstig
    Uitgebreide uitleg

    Jeg er betekent hier “ik ben”. Jeg is de eerste-persoonsvorm van het persoonlijke voornaamwoord: de spreker verwijst naar zichzelf. er is de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”); in het Deens verandert deze vorm niet mee met de persoon: jeg er = “ik ben”, du er = “jij bent”. meget betekent hier “erg” en versterkt het daaropvolgende bijvoeglijke naamwoord. Het staat vóór tørstig. Voorbeeld: Hun er meget træt. — “Zij is erg moe.” tørstig betekent “dorstig”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat een toestand van de persoon beschrijft. In deze zin staat het na er als naamwoordelijk deel van het gezegde. Het verandert hier niet van vorm voor jeg; bij een ander onderwerp kan dezelfde vorm bijvoorbeeld voorkomen in Han er tørstig. — “Hij is dorstig.” Het Deense tørstig correspondeert in deze vaste vertaling natuurlijk met het Nederlandse “dorst hebben”, hoewel de Deense vorm letterlijk een toestand met “dorstig zijn” uitdrukt. Samen vormen de delen Jeg er meget tørstig. de betekenis “Ik heb erg veel dorst.” De Deense zin gebruikt dus er (“ben”) met het bijvoeglijke naamwoord tørstig (“dorstig”); in het Nederlands wordt dezelfde toestand idiomatisch weergegeven met heb ... dorst.

  6. Jeg føler mig syg.

    Ik voel me ziek.

    Jeg
    ik
    føler
    voel
    mig
    me / mij
    syg
    ziek
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: de onderwerpsvorm voor de spreker. De bijbehorende objectsvorm is mig (“me/mij”), bijvoorbeeld na een werkwoord of voorzetsel. Voorbeeld: Jeg er tørstig. — “Ik heb dorst.” føler is de tegenwoordige tijd van føle, “voelen”. In de tegenwoordige tijd blijft deze werkwoordsvorm bij verschillende personen gelijk: jeg føler betekent “ik voel” en du føler betekent “jij voelt”. Samen met mig vormt het hier føler mig, een constructie waarmee de spreker zijn of haar eigen toestand beschrijft. Voorbeeld: Jeg føler mig træt. — “Ik voel me moe.” mig is de objectsvorm van het persoonlijke voornaamwoord in de eerste persoon enkelvoud. In føler mig verwijst het naar dezelfde persoon als Jeg; dit is een wederkerend gebruik. Bij een derde persoon staat in een vergelijkbare constructie vaak sig, bijvoorbeeld: Han føler sig syg. — “Hij voelt zich ziek.” syg is een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “ziek”. Hier staat de enkelvoudige vorm voor een woordgroep met een onderwerp van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht. De vorm verandert niet omdat de spreker mannelijk of vrouwelijk is. Andere relevante vormen zijn sygt voor onzijdig enkelvoud en syge onder andere voor meervoud of bepaalde woordgroepen. Voorbeeld: Barnet er sygt. — “Het kind is ziek.” Samen vormen Jeg føler mig syg de herbruikbare structuur Jeg føler mig + bijvoeglijk naamwoord: “Ik voel me + toestand”. De volledige betekenis is: “Ik voel me ziek.”

Grammatica

det er + bijvoeglijk naamwoord op -t

Det er varmt. Det er koldt.

Deh èa wamd. Deh èa kold.

Het is warm. Het is koud.

Na det krijgt het bijvoeglijk naamwoord vaak de onzijdige uitgang -t: varmt en koldt.

jeg føler mig + bijvoeglijk naamwoord

Jeg føler mig træt.

Yai feu-la mai trèd.

Ik voel me moe.

Na føler gebruik je mig voor ‘me’. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft hoe je je voelt.

Deens woordenschat

det voornaamwoord
deh het
er werkwoord
èa is; ben
for bijwoord
foa te
føler werkwoord
feu-la voel
jeg voornaamwoord
yai ik
koldt bijvoeglijk naamwoord
kold koud
meget bijwoord
mai-uh erg; zeer
mig voornaamwoord
mai me
sulten bijvoeglijk naamwoord
soel-den hongerig
træt bijvoeglijk naamwoord
trèd moe
tørstig bijvoeglijk naamwoord
teur-stai dorstig
varmt bijvoeglijk naamwoord
wamd warm

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het is te warm.

Antwoord tonenDet er for varmt.

Het is te koud.

Antwoord tonenDet er for koldt.

Ik ben erg moe.

Antwoord tonenJeg er meget træt.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

koud

Antwoord tonenkoldt

moe

Antwoord tonentræt

hongerig

Antwoord tonensulten

warm

Antwoord tonenvarmt