Hebben en kunnen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic possession and ability..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Hebben en kunnen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg har denne.

jai haa denuh Ik heb deze.
B

Jeg har den ikke.

jai haa deen eguh Ik heb het niet.
A

Jeg kan gøre det.

jai ken keuruh dee Ik kan het doen.
B

Jeg kan ikke gøre det.

jai ken eguh keuruh dee Ik kan het niet doen.
A

Kan du hjælpe mig?

ken doe jelbuh mai? Kun je me helpen?
B

Kan du gøre dette?

ken doe keuruh deduh? Kun je dit doen?

Woord voor woord

Jeg «Jeg» betekent «ik» en verwijst in deze zinnen naar de spreker, zoals in «Jeg har denne». Het staat hier aan het begin als onderwerp van de zin.
har «har» betekent hier «heb» en drukt bezit uit in «Jeg har denne» en «Jeg har den ikke». Een bruikbaar patroon is «Jeg har ...», gevolgd door wat iemand heeft of bezit.
denne «denne» betekent hier «deze» of «deze ene» en verwijst in «Jeg har denne» naar één aangewezen ding. Je kunt deze vorm gebruiken wanneer je uit verschillende dingen één optie aanwijst.
den «den» betekent hier «het» of «datgene» en verwijst in «Jeg har den ikke» naar iets dat al bekend is. Het staat daar als het ding dat iemand niet heeft.
ikke «ikke» betekent «niet» en maakt de uitspraak negatief in «Jeg har den ikke» en «Jeg kan ikke gøre det». In deze zinnen staat het na «har» of na «kan».
kan «kan» betekent hier «kan» en geeft aan dat iets mogelijk is of dat iemand iets kan doen, zoals in «Jeg kan gøre det». Na «kan» volgt hier de handeling, bijvoorbeeld «gøre» of «hjælpe».
gøre «gøre» betekent hier «doen» en noemt de handeling in «Jeg kan gøre det» en «Kan du gøre dette?». Na «kan» staat «gøre» in deze zinnen als de handeling die mogelijk is.
det «det» betekent hier «het» of «datgene» en verwijst in «Jeg kan gøre det» naar de taak of handeling waarover al wordt gesproken. Samen met «gøre» vormt het de herbruikbare combinatie «gøre det».
du «du» betekent «jij» of «u» en verwijst in «Kan du hjælpe mig?» en «Kan du gøre dette?» naar de aangesproken persoon. Het staat hier als onderwerp na «Kan» in een vraag.
hjælpe «hjælpe» betekent «helpen» en noemt in «Kan du hjælpe mig?» de handeling die aan de ander wordt gevraagd. Een bruikbaar patroon is «hjælpe» gevolgd door de persoon die hulp krijgt, zoals in «hjælpe mig».
mig «mig» betekent «mij» en verwijst in «Kan du hjælpe mig?» naar de spreker als degene die hulp nodig heeft. Het staat na «hjælpe» als de persoon op wie de handeling gericht is.
dette «dette» betekent hier «dit» en verwijst in «Kan du gøre dette?» naar de zaak of taak die wordt aangewezen of besproken. De combinatie «gøre dette» gebruik je wanneer je vraagt of iemand dit specifieke ding kan doen.

Grammatica

ikke na het vervoegde werkwoord

Jeg har det ikke.

jai haa dee eguh

Ik heb het niet.

In een gewone hoofdzin staat ikke na het vervoegde werkwoord en vóór de rest van de zin.

denne / dette

Jeg har denne. Jeg har dette.

jai haa denuh. jai haa deduh

Ik heb deze. Ik heb dit.

Gebruik denne bij gemeenschappelijk geslacht en dette bij onzijdig geslacht.

Deens woordenschat

den voornaamwoord
deen het, hem
Geslacht
common
denne voornaamwoord
denuh deze
det voornaamwoord
dee het, dat
Geslacht
neuter
dette voornaamwoord
deduh dit, deze
Geslacht
neuter
du voornaamwoord
doe jij, je
gøre werkwoord
keuruh doen
have werkwoord
hèè-vuh hebben har
hjælpe werkwoord
jelbuh helpen
ikke bijwoord
eguh niet
jeg voornaamwoord
jai ik Jeg
mig voornaamwoord
mai mij

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb deze.

Antwoord tonenJeg har denne.

Ik heb het niet.

Antwoord tonenJeg har den ikke.

Ik kan het doen.

Antwoord tonenJeg kan gøre det.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

deze

Antwoord tonendenne

helpen

Antwoord tonenhjælpe

niet

Antwoord tonenikke

doen

Antwoord tonengøre