Iets controleren en naar de status vragen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic checking and asking about status..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Iets controleren en naar de status vragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Er det okay?

èa de oo-kè? Is dit goed?
B

Er det din taske?

èa de dien tesguh? Is dit jouw tas?
A

Sidder der nogen her?

sedde de noo-en hèa? Zit hier iemand?
B

Har du travlt nu?

hà doe trawlt noe? Ben je nu druk?
A

Er du klar nu?

èa doe klaa noe? Ben je nu klaar?
B

Har du brug for hjælp?

hà doe broe fo jelp? Heb je hulp nodig?

Woord voor woord

Er Er betekent hier is of are en opent de vragen Er det okay?, Er det din taske? en Er du klar nu?. Het staat vooraan in een ja-neevraag, vóór het onderwerp. Je kunt het patroon Er det ...? gebruiken om naar iets te vragen.
det Det verwijst hier naar iets dat wordt beoordeeld of geïdentificeerd: in Er det okay? is het ongeveer het, en in Er det din taske? verwijst het naar de taske. Het staat direct na Er in deze vragen. Het patroon Er det ...? is bruikbaar om te vragen of iets een bepaalde eigenschap heeft of ergens bij hoort.
okay Okay betekent hier goed of in orde en komt voor in Er det okay?. Het geeft aan dat je wilt controleren of een situatie of handeling aanvaardbaar is. Je gebruikt het in dezelfde vraag om iemands goedkeuring of bevestiging te vragen.
din Din betekent jouw en geeft aan dat iets bij de aangesprokene hoort, zoals in din taske. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft. In Er det din taske? vraag je rechtstreeks of de tas van de ander is.
taske Taske betekent tas in Er det din taske?. Het is het voorwerp waarnaar je vraagt en staat na din. Je gebruikt taske wanneer je een tas wilt aanwijzen, herkennen of aan iemand wilt toeschrijven.
Sidder Sidder betekent hier zit of is aan het zitten, in de vraag Sidder der nogen her?. Het staat vooraan omdat de zin een vraag is. Je gebruikt het om te vragen of iemand op een bepaalde plaats zit.
der Der helpt in Sidder der nogen her? om de aanwezigheid van iemand op die plaats te introduceren. Het staat tussen Sidder en nogen en krijgt in het Nederlands niet altijd een afzonderlijk woord. De combinatie der nogen kan gebruikt worden wanneer je vraagt of er iemand is.
nogen Nogen betekent hier iemand in de vraag Sidder der nogen her?. Het verwijst naar een onbekende persoon van wie je niet weet of die aanwezig is. Het staat na der en vóór her in deze vraag naar aanwezigheid.
her Her betekent hier. In Sidder der nogen her? beperkt het de vraag naar de plaats: je vraagt of iemand op deze plek zit. Je kunt her gebruiken om naar de huidige of aangewezen plaats te verwijzen.
Har Har betekent hier hebben of ervaren, zoals in Har du travlt nu? en Har du brug for hjælp?. Het staat vooraan in deze vragen, vóór du. Het patroon Har du ...? gebruik je om naar iemands toestand of behoefte te vragen.
du Du betekent jij of je en verwijst naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. In Har du travlt nu? en Har du brug for hjælp? staat het direct na Har. Je gebruikt du wanneer je één gesprekspartner rechtstreeks aanspreekt.
travlt Travlt betekent druk in Har du travlt nu?. Het vormt daar samen met Har de manier om te vragen of iemand het druk heeft. Je gebruikt Har du travlt ...? wanneer je wilt weten of iemand tijd heeft om iets te doen.
nu Nu betekent nu en geeft het huidige moment aan in Har du travlt nu? en Er du klar nu?. Het staat in beide vragen aan het einde. Je gebruikt nu om te vragen naar een toestand op dit moment.
klar Klar betekent klaar of gereed in Er du klar nu?. Het beschrijft of de ander klaar is om iets te beginnen of te doen. Je kunt het patroon Er du klar ...? gebruiken om naar iemands gereedheid te vragen.
brug Brug draagt in de vaste uitdrukking brug for bij aan de betekenis nodig hebben, zoals in brug for hjælp. Het staat vóór for; samen vormen ze de uitdrukking Har du brug for hjælp?. Je gebruikt deze combinatie om naar een behoefte aan iets of iemand te vragen.
for For is in brug for onderdeel van de uitdrukking die nodig hebben betekent. Het staat direct na brug en vóór datgene wat nodig is, hier hulp in brug for hjælp. De volledige combinatie Har du brug for ...? is bruikbaar om te vragen wat iemand nodig heeft.
hjælp Hjælp betekent hulp en is in brug for hjælp datgene wat iemand nodig kan hebben. Het staat na for als het gevraagde of benodigde onderdeel. Je gebruikt Har du brug for hjælp? wanneer je wilt vragen of iemand ondersteuning nodig heeft.

Grammatica

din + zelfstandig naamwoord

din taske

dien tesguh

jouw tas

Het bezittelijk woord din staat vóór het zelfstandig naamwoord en betekent ‘jouw’.

brug for + zelfstandig naamwoord

brug for hjælp

broe fo jelp

hulp nodig hebben

Brug for is een vaste uitdrukking voor iets nodig hebben; het volgende woord benoemt wat nodig is.

Deens woordenschat

brug for uitdrukking
broe fo nodig hebben; behoefte hebben aan
der bijwoord
de er; daar
det voornaamwoord
de het; dit
din bepaler
dien jouw
Geslacht
common
her bijwoord
hèa hier
klar bijvoeglijk naamwoord
klaa klaar
nogen voornaamwoord
noo-en iemand
nu bijwoord
noe nu
okay bijvoeglijk naamwoord
oo-kè goed; oké
sidde werkwoord
sedde zitten Sidder
taske zelfstandig naamwoord
tesguh tas
Geslacht
common
travlt bijvoeglijk naamwoord
trawlt druk

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is dit goed?

Antwoord tonenEr det okay?

Is dit jouw tas?

Antwoord tonenEr det din taske?

Zit hier iemand?

Antwoord tonenSidder der nogen her?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

druk

Antwoord tonentravlt

tas

Antwoord tonentaske

iemand

Antwoord tonennogen

zitten

Antwoord tonenSidder