Thuis en in de buurt bewegen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic movement, home, and neighborhood..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Thuis en in de buurt bewegen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg kommer nu.

jai komma noe. Ik kom nu.
B

Jeg går hjem.

jai koor jem. Ik ga naar huis.
A

Jeg er hjemme.

jai èa jemme. Ik ben thuis.
B

Jeg er ude nu.

jai èa oe-the noe. Ik ben nu buiten.
A

Jeg kommer tilbage.

jai komma te-lai-ye. Ik kom terug.
B

Jeg bor lige i nærheden.

jai boor lie-ye ie nèa-hee-the-en. Ik woon hier vlakbij.

Woord voor woord

Jeg ‘Jeg’ betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de spreker in zinnen zoals ‘Jeg kommer nu.’ Het staat als onderwerp voor het werkwoord. Gebruik het wanneer je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld om te zeggen dat je eraan komt of thuis bent.
kommer ‘kommer’ betekent hier ‘kom’ of ‘kom eraan’, zoals in ‘Jeg kommer nu.’ Het wordt gebruikt voor een beweging naar de gesprekspartner toe en staat ook in ‘Jeg kommer tilbage.’ Gebruik het wanneer je meldt dat je nu komt of terugkomt.
nu ‘nu’ betekent ‘nu’ in ‘Jeg kommer nu.’ Het geeft aan dat iets op dit moment gebeurt. Je kunt het achteraan in een korte mededeling plaatsen om het tijdstip te verduidelijken.
går ‘går’ betekent hier ‘ga’ in ‘Jeg går hjem.’ Het beschrijft beweging richting huis en staat vóór ‘hjem’. Gebruik deze combinatie wanneer je zegt dat je naar huis gaat.
hjem ‘hjem’ geeft in ‘Jeg går hjem.’ de bestemming ‘naar huis’ aan. Het staat direct na ‘går’ om de richting van de beweging te benoemen. Gebruik het na een werkwoord van beweging wanneer huis de bestemming is.
er ‘er’ geeft hier aan waar iemand zich bevindt, zoals in ‘Jeg er hjemme.’ en ‘Jeg er ude nu.’ Het wordt gebruikt tussen ‘Jeg’ en een plaats- of toestandsaanduiding. Gebruik het wanneer je vertelt waar je bent.
hjemme ‘hjemme’ betekent ‘thuis’ in ‘Jeg er hjemme.’ en beschrijft de plaats waar iemand zich bevindt. Het hoort hier bij ‘er’, niet bij een beweging naar huis. Gebruik het wanneer je iemand laat weten dat je thuis bent.
ude ‘ude’ betekent ‘buiten’ in ‘Jeg er ude nu.’ Het geeft aan dat de spreker zich niet binnen of thuis bevindt en staat bij ‘er’. Gebruik het wanneer je vertelt dat je buiten bent.
tilbage ‘tilbage’ betekent ‘terug’ in ‘Jeg kommer tilbage.’ Het geeft aan dat de spreker opnieuw naar een eerdere plaats of situatie komt. Gebruik het na ‘kommer’ wanneer je meldt of belooft dat je terugkomt.
bor ‘bor’ betekent hier ‘woon’ in ‘Jeg bor lige i nærheden.’ Het beschrijft waar iemand woont en wordt gevolgd door een plaatsaanduiding. Gebruik het wanneer je je woonplaats of de ligging van je woning beschrijft.
lige In ‘Jeg bor lige i nærheden’ versterkt ‘lige’ de betekenis van nabijheid: de spreker woont vlakbij. Het vormt hier samen met ‘i nærheden’ een plaatsaanduiding. Gebruik ‘lige’ vóór een plaatsuitdrukking wanneer je wilt benadrukken dat iets direct of heel dichtbij is.
i ‘i’ betekent hier ‘in’ en staat in de uitdrukking ‘i nærheden’. Samen verwijst ‘i nærheden’ naar de nabije omgeving; ‘i’ draagt daarin de betekenis van ‘in’. Gebruik ‘i’ direct vóór een zelfstandig naamwoord of een vaste plaatsuitdrukking.
nærheden ‘nærheden’ verwijst hier naar ‘de nabijheid’ of ‘de buurt’ in ‘lige i nærheden.’ Het staat samen met ‘i’ in de plaatsuitdrukking ‘i nærheden’. Gebruik deze uitdrukking wanneer je zegt dat een persoon of plaats vlakbij is.

Grammatica

gå hjem / være hjemme

Jeg går hjem nu. Jeg er hjemme.

jai koor jem noe. jai èa jemme.

Ik ga nu naar huis. Ik ben thuis.

hjem geeft een richting aan; hjemme geeft een plaats aan.

lige i nærheden

Jeg bor lige i nærheden.

jai boor lie-ye ie nèa-hee-the-en.

Ik woon vlakbij.

lige versterkt de nabijheid in deze vaste uitdrukking.

Deens woordenschat

bor werkwoord
boor woon

Jeg bor lige i nærheden.

er werkwoord
èa ben

Jeg er hjemme.

går werkwoord
koor ga

Jeg går hjem.

hjem bijwoord
jem naar huis

Jeg går hjem.

hjemme bijwoord
jemme thuis

Jeg er hjemme.

i voorzetsel
ie in

Jeg bor lige i nærheden.

jeg voornaamwoord
jai ik

Jeg kommer nu.

kommer werkwoord
komma kom

Jeg kommer nu.

lige bijwoord
lie-ye vlak

Jeg bor lige i nærheden.

nu bijwoord
noe nu

Jeg kommer nu.

tilbage bijwoord
te-lai-ye terug

Jeg kommer tilbage.

ude bijwoord
oe-the buiten

Jeg er ude nu.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik kom nu.

Antwoord tonenJeg kommer nu.

Ik ga naar huis.

Antwoord tonenJeg går hjem.

Ik ben thuis.

Antwoord tonenJeg er hjemme.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kom

Antwoord tonenkommer

terug

Antwoord tonentilbage

naar huis

Antwoord tonenhjem

thuis

Antwoord tonenhjemme