Eenvoudige handelingen en keuzes thuis | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic home actions and choices..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Eenvoudige handelingen en keuzes thuis oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Åbn døren, tak.

Oon deur-en, teg. Doe de deur alsjeblieft open.
B

Luk vinduet, tak.

Loeg ven-oe-et, teg. Doe het raam alsjeblieft dicht.
A

Tænd det, tak.

Ten dee, teg. Zet het alsjeblieft aan.
B

Sluk det, tak.

Sloeg dee, teg. Zet het alsjeblieft uit.
A

Giv mig det her, tak.

Kie mai dee hea, teg. Geef me dit alsjeblieft.
B

Jeg tager det her.

Jai tee-a dee hea. Ik neem dit.

Woord voor woord

Åbn „Åbn“ betekent hier „open“ en is de vorm die in dit verzoek voor de deur wordt gebruikt. Het is de gebiedende vorm van „åbne“. Je kunt „Åbn“ gebruiken wanneer je iemand rechtstreeks vraagt iets te openen, bijvoorbeeld in „Åbn døren“.
døren „døren“ betekent hier „de deur“. Het is de bepaalde vorm van „dør“ en verwijst naar een specifieke deur. Gebruik „døren“ wanneer de gesprekspartners weten over welke deur het gaat, zoals in „Åbn døren“.
tak „tak“ maakt „Åbn døren, tak“ tot een beleefd verzoek en betekent hier „alsjeblieft“. Het staat in deze zin aan het einde van het verzoek. In een andere context kan „tak“ ook „dank je“ betekenen.
Luk „Luk“ betekent hier „sluit“ en wordt gebruikt om iemand te vragen het raam te sluiten. Het is de gebiedende vorm van „lukke“. Je kunt „Luk“ rechtstreeks voor een object gebruiken, zoals in „Luk vinduet“.
vinduet „vinduet“ betekent hier „het raam“. Het is de bepaalde vorm van „vindue“ en verwijst naar een specifiek raam. In „Luk vinduet“ staat het als het object van de handeling.
Tænd „Tænd“ betekent hier „zet aan“ of „doe aan“. Het is de gebiedende vorm van „tænde“ en wordt in deze zin gebruikt voor een object dat met „det“ wordt aangeduid. Een veelgebruikt patroon is „Tænd det“ wanneer je iemand vraagt iets aan te zetten.
det „det“ verwijst hier naar „het“ of „dat object“ dat aangezet moet worden. In „Tænd det“ is het het object van de handeling. Gebruik „det“ wanneer je naar een eerder genoemd of duidelijk aangewezen ding verwijst.
Sluk „Sluk“ betekent hier „zet uit“ of „doe uit“. Het is de gebiedende vorm van „slukke“ en wordt gebruikt om iemand te vragen een object uit te zetten. Het patroon „Sluk det“ bevat zowel de handeling als het object.
Giv „Giv“ betekent hier „geef“ en staat in een rechtstreeks verzoek om iets aan de spreker te geven. Het is de gebiedende vorm van „give“. Een bruikbaar patroon is „Giv mig ...“ voor „geef mij ...“.
mig „mig“ betekent hier „mij“ of „me“ en geeft aan wie iets moet krijgen. In „Giv mig det her“ staat „mig“ direct na het werkwoord en vóór wat gegeven wordt. Gebruik „mig“ na een werkwoord wanneer de handeling op de spreker gericht is.
her „her“ betekent letterlijk „hier“ en draagt in „det her“ bij aan de betekenis „dit“, dus iets dat hier is of wordt aangewezen. De volledige uitdrukking „det her“ verwijst naar het concrete object dat gegeven of genomen wordt. Gebruik „det her“ wanneer je iets dichtbij aanwijst of selecteert.
Jeg „Jeg“ betekent „ik“ en noemt de persoon die de handeling uitvoert. In „Jeg tager det her“ is „Jeg“ het onderwerp van de zin. Gebruik „Jeg“ aan het begin van een zin om te zeggen wat je zelf doet of kiest.
tager „tager“ betekent hier „neem“ in „Jeg tager det her“, waarmee de spreker aangeeft dat hij of zij dit object neemt. Het is de vorm van „tage“ die hier bij „Jeg“ staat. Een bruikbaar patroon is „Jeg tager ...“ gevolgd door het object dat je neemt.

Grammatica

Imperativ: verbets stamme uden -e

Åbn døren.

Oon deur.

Open de deur.

De Deense imperativ dannes ofte ved at fjerne -e fra verbets infinitiv: åbne → Åbn.

Bepaalde vorm: -en of -et achter het zelfstandig naamwoord

Luk vinduet.

Loeg ven-oe-et.

Sluit het raam.

Het bepaalde lidwoord staat vaak als suffix achter het zelfstandig naamwoord: vindue → vinduet.

Deens woordenschat

det voornaamwoord
dee het

Tænd det, tak.

dør zelfstandig naamwoord
deur deur døren
Geslacht
common

Åbn døren, tak.

give werkwoord
kie-vuh geven Giv

Giv mig det her, tak.

her bijwoord
hea hier

Giv mig det her, tak.

jeg voornaamwoord
jai ik

Jeg tager det her.

lukke werkwoord
loeg-uh sluiten Luk

Luk vinduet, tak.

mig voornaamwoord
mai mij

Giv mig det her, tak.

slukke werkwoord
sloeg-uh uitzetten Sluk

Sluk det, tak.

tak tussenwerpsel
teg alsjeblieft

Åbn døren, tak.

tænde werkwoord
ten-uh aanzetten Tænd

Tænd det, tak.

vindue zelfstandig naamwoord
ven-oe-uh raam vinduet
Geslacht
neuter

Luk vinduet, tak.

åbne werkwoord
oon-uh openen Åbn

Åbn døren, tak.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Doe de deur alsjeblieft open.

Antwoord tonenÅbn døren, tak.

Doe het raam alsjeblieft dicht.

Antwoord tonenLuk vinduet, tak.

Zet het alsjeblieft aan.

Antwoord tonenTænd det, tak.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

aanzetten

Antwoord tonenTænd

raam

Antwoord tonenvinduet

deur

Antwoord tonendøren

uitzetten

Antwoord tonenSluk