Dagelijkse routines en familie | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic routines and family..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Dagelijkse routines en familie oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg går i seng.

Jai koo ie seng. Ik ga naar bed.
B

Jeg vågner tidligt.

Jai voo-ner tiel-li. Ik word vroeg wakker.
A

Jeg går på arbejde.

Jai koo poh aa-bai-de. Ik ga naar mijn werk.
B

Jeg går i skole.

Jai koo ie sgoole. Ik ga naar school.
A

Jeg er sammen med min familie.

Jai è(r) sa-men mee men fa-mie-lie. Ik ben bij mijn familie.
B

Det her er min ven.

Dee hè(r) è(r) men ween. Dit is mijn vriend.

Uitleg van de zinnen

  1. Jeg går i seng.

    Ik ga naar bed.

    Jeg
    ik
    går
    ga
    i
    in
    seng
    bed
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier ik: het is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Deze vorm verandert niet naar geslacht; voor meerdere personen gebruikt het Deens vi (wij). går is de tegenwoordige tijd van gå (gaan/lopen). Hier betekent het, samen met i seng, dat de spreker naar bed gaat. Gå kan ook letterlijk lopen betekenen; de context bepaalt de betekenis. Voorbeeld: Jeg går hjem. — Ik ga naar huis. i is hier een voorzetsel dat samen met seng in de vaste combinatie gå i seng voorkomt. De hele combinatie betekent naar bed gaan; vertaal i in deze uitdrukking dus niet los als het Nederlandse naar. seng betekent bed. Het is hier een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; de bepaalde vorm is sengen (het bed) en een meervoudsvorm is senge (bedden). In de vaste combinatie gå i seng staat het zonder lidwoord en betekent de hele combinatie naar bed gaan. Samen vormen Jeg går i seng. de betekenis Ik ga naar bed. De volgorde is onderwerp (Jeg) + werkwoord (går) + de combinatie i seng, die het doel van het gaan uitdrukt. Dit is een eenvoudige zin in de tegenwoordige tijd.

  2. Jeg vågner tidligt.

    Ik word vroeg wakker.

    Jeg
    ik
    vågner
    word wakker
    tidligt
    vroeg
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: het is de eerste persoon enkelvoud. Het Deense persoonlijke voornaamwoord verandert dus niet naar een aparte vorm voor een vrouw of man. Vergelijk: du = “jij/je” en vi = “wij/we”. vågner betekent hier “word wakker”. De basisvorm is at vågne (“wakker worden”); vågner is de tegenwoordige tijd. De uitgang -r markeert hier de tegenwoordige tijd, zonder een aparte persoonsuitgang voor jeg. Voorbeeld: Jeg vågner sent. = “Ik word laat wakker.” tidligt betekent “vroeg” en geeft aan wanneer het wakker worden plaatsvindt. Het is de vorm die hier als tijdsbepaling wordt gebruikt. Het tegengestelde is sent (“laat”): Jeg vågner sent. = “Ik word laat wakker.” Samen vormen Jeg vågner tidligt. de betekenis “Ik word vroeg wakker.” De volgorde is onderwerp (Jeg), werkwoord (vågner) en tijdsbepaling (tidligt).

  3. Jeg går på arbejde.

    Ik ga naar mijn werk.

    Jeg
    ik
    går
    ga
    på arbejde
    naar mijn werk
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: de spreker is het onderwerp van de zin. De vorm is de Deense eerste persoon enkelvoud; voor een andere persoon gebruik je bijvoorbeeld du voor “jij” of han voor “hij”. går is hier de tegenwoordige vorm van gå, “gaan”. De vorm kan zowel een beweging als een vaste dagelijkse activiteit uitdrukken. Voorbeelden: Jeg går hjem. — “Ik ga naar huis.” Vi går betekent “wij gaan”; het werkwoord verandert dus niet naar persoon in deze tegenwoordige vorm. på arbejde is de vaste Deense uitdrukking voor “naar het werk” in deze context. arbejde betekent “werk”; het voorzetsel på hoort bij deze uitdrukking. Vergelijk het voorbeeld uit de context Jeg går i skole. — “Ik ga naar school.” De uitdrukking voor school gebruikt daar i, niet på. Samen vormen de delen Jeg + går + på arbejde de betekenis: “Ik ga naar mijn werk.” Het onderwerp is de spreker, går geeft de beweging in de tegenwoordige tijd aan, en på arbejde noemt de bestemming of activiteit: het werk. De hele zin is een gewone, neutrale formulering voor naar het werk gaan.

  4. Jeg går i skole.

    Ik ga naar school.

    Jeg
    ik
    går
    ga
    skole
    school
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”. Het is de Deense persoonlijke voornaamwoordsvorm voor de eerste persoon enkelvoud. Voorbeelden: Jeg læser. = “Ik lees.” en Jeg arbejder. = “Ik werk.” går is de tegenwoordige tijd van gå. Gå betekent “gaan” en kan afhankelijk van de context ook “lopen” betekenen. Hier krijgt het samen met i skole de betekenis “naar school gaan”. Voorbeeld: Jeg går hjem. = “Ik ga naar huis.” skole betekent “school”. Het is hier het zelfstandige naamwoord in de uitdrukking i skole. Het kan ook andere vormen hebben: en skole = “een school”, skolen = “de school” en skoler = “scholen”. i skole is een herbruikbare Deense uitdrukking voor “naar school”, vooral bij naar school gaan of daar als leerling onderwijs volgen. De combinatie heeft hier die vaste betekenis; vertaal i daarom niet los als het Nederlandse “in”. Samen vormen Jeg + går + i skole de betekenis “Ik ga naar school.” Jeg is degene die gaat, går staat in de tegenwoordige tijd en i skole geeft de school als bestemming of schoolactiviteit aan.

  5. Jeg er sammen med min familie.

    Ik ben bij mijn familie.

    Jeg
    ik
    er
    ben
    sammen med
    samen met
    min
    mijn
    familie
    familie
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de Deense persoonlijke vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm voor de spreker; vergelijk in een ander voorbeeld du (“jij”) voor de aangesprokene. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). De combinatie Jeg er betekent dus “ik ben”. De tegenwoordige tijd kan in het Deens ook een toestand in het huidige moment uitdrukken. sammen med is een vaste, herbruikbare combinatie met de betekenis “samen met” of “bij”. Het drukt hier gezelschap uit: de spreker bevindt zich samen met iemand of een groep. Voorbeeld: Jeg er sammen med min ven. — “Ik ben samen met mijn vriend.” min betekent hier “mijn” en staat vóór familie. Deze bezittelijke vorm hoort bij één bezitter, de spreker, en bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het type dat in het Deens met en wordt gecombineerd: en familie. Bij een onzijdig enkelvoud staat mit, en bij meervoud mine; bijvoorbeeld mit hus (“mijn huis”) en mine venner (“mijn vrienden”). familie betekent “familie”. Het is hier enkelvoud: en familie. Het woord kan in andere zinnen de familie als geheel aanduiden; de vorm zelf zegt niet hoeveel afzonderlijke familieleden aanwezig zijn. Samen vormen de delen Jeg er + sammen med + min familie de zin “Ik ben samen met mijn familie” / “Ik ben bij mijn familie.” De zin beschrijft de huidige situatie van de spreker en gebruikt min om de familie aan de spreker te koppelen.

  6. Det her er min ven.

    Dit is mijn vriend.

    Det her
    dit
    er
    is
    min
    mijn
    ven
    vriend
    Uitgebreide uitleg

    Det her betekent hier “dit” of “dit hier”. Het is een aanwijzende uitdrukking om iets of iemand aan te wijzen of te introduceren. In deze zin staat er geen zelfstandig naamwoord direct na; de bedoelde persoon wordt benoemd door min ven. Wanneer een aanwijzende vorm direct vóór een zelfstandig naamwoord staat, kunnen vormkeuzes afhangen van het grammaticale getal en geslacht van dat zelfstandig naamwoord. In deze zelfstandige uitdrukking is det her de vorm die in de vaste zin wordt gebruikt. Er is de tegenwoordige tijd van het werkwoord at være (“zijn”). De vorm er blijft in het Deens hetzelfde bij verschillende personen: jeg er (“ik ben”), du er (“jij bent”) en de er (“zij zijn”). In deze zin verbindt er de aanwijzing met de benoeming van de persoon. Min betekent hier “mijn” en hoort bij het daaropvolgende zelfstandig naamwoord. Het verwijst naar één bezeten zaak of persoon met een common-gender-zelfstandig naamwoord, zoals ven. De relevante vormen zijn min bij common gender enkelvoud, mit bij neutrum enkelvoud en mine bij meervoud. Voorbeelden: min ven — “mijn vriend” en mit hus — “mijn huis”. Common gender is hier een grammaticale categorie van het Deens, niet een uitspraak over het geslacht van de persoon. Deze vorm geeft de bezitter aan; de hele bezittelijke woordgroep min ven heeft in deze zin de betekenis “mijn vriend”. Ven betekent hier “vriend”. Het is een common-gender-zelfstandig naamwoord: en ven (“een vriend”), vennen (“de vriend”) en venner (“vrienden”). In de vaste zin staat het enkelvoud; min sluit daarbij aan. Samen vormen de delen het patroon Det her er + bezittelijk woord + zelfstandig naamwoord: “Dit is mijn vriend.” Det her wijst de persoon aan, er koppelt de aanwijzing aan een identificatie, en min ven benoemt die persoon als de vriend van de spreker. De vaste vertaling maakt duidelijk dat ven hier “vriend” betekent en dat min bij de spreker hoort.

Grammatica

i + bestemming: i seng, i skole

Jeg går i seng. Jeg går i skole.

Jai koo ie seng. Jai koo ie sgoole.

Ik ga naar bed. Ik ga naar school.

In het Deens gebruik je i bij deze bestemmingen; de vaste combinaties zijn i seng en i skole.

på + plaats: på arbejde

Jeg går på arbejde.

Jai koo poh aa-bai-de.

Ik ga naar het werk.

Bij werk gebruikt het Deens de vaste combinatie på arbejde, niet i arbejde.

Deens woordenschat

arbejde zelfstandig naamwoord
aa-bai-de werk
Geslacht
neuter

Jeg går på arbejde.

er werkwoord
è(r) ben

Jeg er sammen med min familie.

går werkwoord
koo ga

Jeg går på arbejde.

i seng uitdrukking
ie seng naar bed

Jeg går i seng.

i skole uitdrukking
ie sgoole naar school

Jeg går i skole.

Jeg voornaamwoord
jai ik

Jeg går i seng.

på arbejde uitdrukking
poh aa-bai-de naar het werk

Jeg går på arbejde.

sammen med uitdrukking
sa-men mee samen met

Jeg er sammen med min familie.

seng zelfstandig naamwoord
seng bed
Geslacht
common

Jeg går i seng.

skole zelfstandig naamwoord
sgoole school
Geslacht
common

Jeg går i skole.

tidligt bijwoord
tiel-li vroeg

Jeg vågner tidligt.

vågner werkwoord
voo-ner word wakker

Jeg vågner tidligt.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ga naar bed.

Antwoord tonenJeg går i seng.

Ik word vroeg wakker.

Antwoord tonenJeg vågner tidligt.

Ik ga naar mijn werk.

Antwoord tonenJeg går på arbejde.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

word wakker

Antwoord tonenvågner

vroeg

Antwoord tonentidligt

werk

Antwoord tonenarbejde

bed

Antwoord tonenseng