Prijs, weer en ontdekkingen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic price, weather, and discoveries..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Prijs, weer en ontdekkingen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvor meget koster det?

voo-uh meed kostuh deh Hoeveel kost dit?
B

Hvor bor du?

voo-uh boor doeh Waar woon je?
A

Vejret er dejligt.

wai-uhd eh dai-ligt Het weer is mooi.
B

Det regner nu.

deh rau-nuh noo Het regent nu.
A

Jeg glemte min telefon.

yai glem-duh min tele-foon Ik ben mijn telefoon vergeten.
B

Jeg fandt den.

yai fent den Ik heb hem gevonden.

Uitleg van de zinnen

  1. Hvor meget koster det?

    Hoeveel kost dit?

    Hvor meget
    hoeveel
    koster
    kost
    det
    dit
    Uitgebreide uitleg

    Hvor meget betekent hier “hoeveel” en vraagt naar een hoeveelheid, in deze zin naar een bedrag. Het is een vaste vraagcombinatie: Hvor meget koster ...? = “Hoeveel kost ...?”. Vergelijk voor een plaatsvraag het afzonderlijke vraagwoord Hvor in Hvor bor du? (“Waar woon je?”). koster is de tegenwoordige tijd van koste (“kosten”). De vorm is hier derde persoon enkelvoud, maar Deense werkwoorden veranderen niet mee naar persoon of getal: jeg koster, du koster en det koster hebben dezelfde werkwoordsvorm. In dit soort vragen staat het werkwoord vóór het onderwerp. det is hier het onzijdige enkelvoudige voornaamwoord voor “dit”. Het verwijst in de vaste vertaling naar het bedoelde voorwerp waarnaar naar de prijs wordt gevraagd; de zin specificeert niet welk voorwerp dat is. Het voornaamwoord staat na koster, omdat de vraag een omgekeerde woordvolgorde heeft. Samen vormen de delen Hvor meget + koster + det de vraag “Hoeveel kost dit?”. De vraag vraagt dus naar de prijs van het bedoelde voorwerp, zonder die prijs zelf te noemen.

  2. Hvor bor du?

    Waar woon je?

    Hvor
    waar
    bor
    woont
    du
    je / jij
    Uitgebreide uitleg

    Hvor betekent hier ‘waar’ en vraagt naar een plaats. Het is een vraagwoord; in dezelfde functie staat bijvoorbeeld hvor meget in de eerdere vraag ‘Hoeveel kost dit?’. Hvor zelf geeft dus de plaatsvraag aan, niet de handeling. bor betekent hier ‘woont’. De basisvorm is bo (‘wonen’); bor is de tegenwoordige tijd voor deze zin. Voorbeeld: Jeg bor i Aarhus. — ‘Ik woon in Aarhus.’ du betekent ‘je’ of ‘jij’ en verwijst hier naar de aangesproken persoon. Het is de tweede persoon enkelvoud. Het Deense voornaamwoord blijft in deze vorm gelijk ongeacht het geslacht van de aangesproken persoon; het drukt hier vooral de persoon en het enkelvoud uit. Samen vormen de delen de vraag Hvor + bor + du?: ‘Waar woon je?’ De vraag vraagt naar de woonplaats van de aangesproken persoon. De volgorde is kenmerkend voor deze vraag: het vraagwoord staat vooraan, gevolgd door de persoonsvorm en daarna du.

  3. Vejret er dejligt.

    Het weer is mooi.

    Vejret
    het weer
    er
    is
    dejligt
    mooi
    Uitgebreide uitleg

    Vejret betekent hier “het weer”. Het is de bepaalde vorm van vejr (“weer”): et vejr → vejret. Het achtervoegsel -et markeert bij dit onzijdige zelfstandig naamwoord de bepaaldheid; het betekent hier dus niet zelfstandig “het”. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). Deze vorm blijft in het Deens hetzelfde bij verschillende personen en aantallen: jeg er (“ik ben”), du er (“jij bent”) en de er (“zij zijn”). dejligt betekent hier “mooi” of “heerlijk”. De basisvorm is dejlig. De vorm dejligt is de onzijdige enkelvoudsvorm en stemt af op vejret, dat onzijdig is. Vergelijk: en dejlig dag (“een mooie dag”), maar et dejligt vejr (“mooi weer”). In het meervoud of bij bepaalde vormen komt vaak dejlige voor, bijvoorbeeld dejlige dage (“mooie dagen”). Samen vormen de delen: Vejret + er + dejligt = “Het weer is mooi.” De zin beschrijft de toestand van het weer met het werkwoord “zijn” en een bijvoeglijk naamwoord.

  4. Det regner nu.

    Het regent nu.

    Det regner
    het regent
    nu
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Det regner betekent hier letterlijk dat er regen valt: “het regent”. In het Deens is det hier een onpersoonlijk onderwerp bij weeruitdrukkingen; het verwijst niet naar een genoemd ding. regner is de tegenwoordige tijd van regne (“regenen”). Voorbeelden: Det sner. — “Het sneeuwt.” Det regnede i går. — “Het regende gisteren.” nu betekent “nu” en plaatst de gebeurtenis in het huidige moment. Het kan ook elders in een Deense zin staan, maar hier staat het na de weersuitdrukking. Samen vormt Det regner nu. de eenvoudige mededeling: “Het regent nu.”

  5. Jeg glemte min telefon.

    Ik ben mijn telefoon vergeten.

    Jeg
    ik
    glemte
    vergat
    min
    mijn
    telefon
    telefoon
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”. Het is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Een bruikbaar contrast is jeg tegenover du (“jij”): Jeg fandt den. betekent bijvoorbeeld “Ik heb hem gevonden.” glemte is de verleden tijd van glemme (“vergeten”). De vorm zegt hier dat het vergeten in het verleden plaatsvond. De verleden tijd verandert in het Deens niet mee met de persoon: jeg glemte betekent “ik vergat”, en du glemte kan “jij vergat” betekenen. De tegenwoordige tijd van glemme is glemmer. min geeft bezit aan: “mijn”. In het Deens past deze vorm zich aan het bezeten zelfstandig naamwoord aan: min bij een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord, mit bij een enkelvoudig onzijdig woord en mine bij meervoud. In min telefon is telefon een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord. telefon betekent “telefoon”. Het zelfstandig naamwoord staat hier in de onbepaalde vorm: en telefon betekent “een telefoon”, terwijl telefonen “de telefoon” betekent. In min telefon maakt het bezittelijk woord de uitdrukking echter bepaald in betekenis: “mijn telefoon”. Het is dus nauwkeuriger om de vorm telefon onbepaald te noemen, niet de bedoelde referent. Het bezittelijk woord staat vóór het zelfstandig naamwoord. Samen vormen Jeg glemte (“ik vergat”) en min telefon (“mijn telefoon”) de hele uiting. De vaste vertaling geeft die betekenis weer als “Ik ben mijn telefoon vergeten.” De verleden tijd ligt in glemte, en min maakt duidelijk dat de telefoon van de spreker is.

  6. Jeg fandt den.

    Ik heb hem gevonden.

    Jeg
    ik
    fandt
    vond
    den
    hem
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”. Dit is de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. De vorm blijft in het Deens hetzelfde als onderwerp bij tegenwoordige en verleden tijd; de werkwoordsvorm draagt de tijd. Voorbeeld: Jeg ser ham. — “Ik zie hem.” fandt betekent hier “vond” en is de verleden tijd van finde (“vinden”). De verleden tijd beschrijft het vinden als een gebeurtenis in het verleden. De vaste Nederlandse vertaling gebruikt “heb gevonden”; die geeft dezelfde bedoelde gebeurtenis weer, maar kiest in het Nederlands een andere tijdsvorm. Voorbeeld: Jeg fandt mine nøgler. — “Ik vond mijn sleutels.” den is hier het Deense enkelvoudige objectvoornaamwoord met de betekenis “hem”, overeenkomstig de vaste vertaling. De vorm den wordt gebruikt bij een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht; in deze zin staat het zelfstandig naamwoord zelf niet opnieuw genoemd. Het voornaamwoord is lijdend voorwerp van fandt. Voorbeeld: Jeg så den. — “Ik zag hem.” Samen vormen de delen Jeg fandt den.: “Ik vond hem.” Het onderwerp is “ik”, fandt plaatst het vinden in het verleden, en den geeft aan wie of wat gevonden werd. In de gegeven vaste vertaling is dat bedoeld als een mannelijke persoon: “Ik heb hem gevonden.”

Grammatica

Hvor meget koster det?

Hvor meget koster det?

voo-uh meed kostuh deh

Hoeveel kost het?

In een Deense vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: koster det.

Neutrum bijvoeglijk naamwoord op -t

Vejret er dejligt.

wai-uhd eh dai-ligt

Het weer is heerlijk.

Bij een onzijdig zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord vaak -t: vejret → dejligt.

Deens woordenschat

bor werkwoord
boor woont
dejligt bijvoeglijk naamwoord
dai-ligt mooi; heerlijk
Geslacht
neuter
det voornaamwoord
deh dit; het

Dit in 'Hvor meget koster det?' en het in 'Det regner nu.'

er werkwoord
eh is
glemte werkwoord
glem-duh vergat
hvor bijwoord
voo-uh waar
hvor meget uitdrukking
voo-uh meed hoeveel

Hvor meget koster det?

jeg voornaamwoord
yai ik
koster werkwoord
kostuh kost
nu bijwoord
noo nu
regner werkwoord
rau-nuh regent
vejret zelfstandig naamwoord
wai-uhd het weer
Geslacht
neuter

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Hoeveel kost dit?

Antwoord tonenHvor meget koster det?

Waar woon je?

Antwoord tonenHvor bor du?

Het weer is mooi.

Antwoord tonenVejret er dejligt.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

het weer

Antwoord tonenvejret

waar

Antwoord tonenhvor

mooi; heerlijk

Antwoord tonendejligt

kost

Antwoord tonenkoster