Rart
“Rart” betekent hier “leuk” of “fijn” in de begroetingsuitdrukking “Rart at møde dig.” Het staat voor de hele infinitiefconstructie “at møde dig”. In een kennismaking kun je “Rart at ...” gebruiken om te zeggen dat iets prettig is.
at
“at” is hier het woord dat de infinitief in “at møde dig” inleidt, vergelijkbaar met “om te”. De betekenis ontstaat samen met “møde dig”, niet met “at” alleen. Gebruik “at” vóór een werkwoord in een infinitiefconstructie, bijvoorbeeld na “Rart”.
møde
“møde” betekent hier “ontmoeten” in “Rart at møde dig.” Het is de handeling die prettig wordt gevonden. In een kennismaking kun je “møde” gebruiken met de persoon die je ontmoet.
dig
“dig” betekent hier “jou” en is de persoon die in “at møde dig” wordt ontmoet. Het staat na “møde” als degene op wie de handeling gericht is. Gebruik “møde dig” wanneer je rechtstreeks tegen iemand zegt dat je die persoon ontmoet.
Er
“Er” betekent hier “is” en opent de vraag “Er det din første lektion her?” De plaats vóór “det” maakt de zin tot een vraag. Gebruik “Er det ...?” om te vragen of iets het geval is.
det
“det” verwijst hier naar de les of de situatie waarover wordt gevraagd in “Er det din første lektion her?” Samen met “Er” vormt het de vraag “Is het ...?” Het patroon “Er det ...?” is bruikbaar om naar een situatie of kenmerk te vragen.
din
“din” betekent hier “jouw” en geeft in “din første lektion” aan dat de les bij de aangesproken persoon hoort. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “første lektion”. Gebruik “din” vóór iets dat aan de aangesproken persoon toebehoort.
første
“første” betekent hier “eerste” in “din første lektion”. Het geeft aan dat het om les nummer één of de eerste keer gaat. Gebruik “første” vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in “første lektion”.
lektion
“lektion” betekent hier “les” in “din første lektion her”. Het verwijst naar de taalles waar de gesprekspartners elkaar ontmoeten. Gebruik “lektion” wanneer je over een les of onderwijsbijeenkomst praat.
her
“her” betekent hier “hier” en geeft in “første lektion her” de plaats van de les aan. Het maakt duidelijk dat de vraag over deze locatie gaat. Gebruik “her” om naar de plaats van de spreker of de besproken activiteit te verwijzen.
Jeg
“Jeg” betekent “ik” en is de persoon die spreekt in “Jeg har været her før.” Het staat aan het begin van de mededeling als onderwerp. Gebruik “Jeg” wanneer je iets over jezelf vertelt.
har
“har” betekent hier “heb” en werkt samen met “været” in “Jeg har været her før.” De volledige constructie drukt uit dat de spreker hier eerder is geweest. Gebruik “Jeg har ...” als begin van een mededeling over iets dat je hebt gedaan of meegemaakt.
været
“været” betekent hier “geweest” in “Jeg har været her før.” Het is de vorm van “være” die samen met “har” aangeeft dat de spreker hier eerder is geweest. Gebruik “har været” met een plaats om te zeggen dat je ergens bent geweest.
før
“før” betekent hier “eerder” of “voorheen” in “har været her før”. Het geeft aan dat het bezoek vóór het huidige moment heeft plaatsgevonden. Je kunt “før” achteraan gebruiken om eerdere ervaring of aanwezigheid aan te geven.
al
“al” komt niet voor in de aangeleverde Deense dialoog; de vorm staat niet in een van de gegeven doelzinnen. Daarom kan de betekenis of het gebruik van “al” in deze les niet betrouwbaar uit de dialoog worden afgeleid.
et
“et” is hier het onbepaalde lidwoord in “et stykke tid” en hoort bij “stykke”. Samen betekent de uitdrukking “een tijdje”. Gebruik “et” vóór een zelfstandig naamwoord zoals in “et stykke tid”.
stykke
“stykke” betekent letterlijk “stuk”, maar is in “et stykke tid” onderdeel van de vaste uitdrukking “een tijdje”. De volledige uitdrukking beschrijft een bepaalde tijdsduur. Gebruik “et stykke tid” wanneer je wilt zeggen dat iets een tijdje duurt of al een tijdje zo is.
tid
“tid” betekent hier “tijd” in “et stykke tid”. Samen met “et stykke” vormt het de uitdrukking “een tijdje”, niet alleen een los stukje tijd. Gebruik “et stykke tid” om een niet precies bepaalde duur aan te geven.
Hvordan
“Hvordan” betekent hier “hoe” in de vraag “Hvordan er læreren?” De vraag gaat daardoor over de eigenschappen of manier waarop de leraar is, vergelijkbaar met “Hoe is de leraar?” Gebruik “Hvordan er ...?” om naar iemands eigenschappen of een indruk te vragen.
læreren
“læreren” betekent hier “de leraar” in “Hvordan er læreren?” en “Læreren er meget venlig.” Het is de bepaalde vorm van “lærer”, dus de leraar die in deze situatie bekend is. Gebruik “læreren er ...” om iets over die leraar te beschrijven.
meget
“meget” betekent hier “heel” of “zeer” en versterkt “venlig” in “Læreren er meget venlig.” Het maakt de beschrijving sterker. Gebruik “meget” vóór een bijvoeglijk naamwoord om de intensiteit te verhogen.
venlig
“venlig” betekent hier “vriendelijk” of “aardig” in “Læreren er meget venlig.” Het beschrijft een positieve eigenschap van de leraar. Gebruik “er venlig” om iemand als vriendelijk te beschrijven; in deze zin versterkt “meget” die beschrijving.