Kennismaken en over de leraar praten | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: Before a language lesson, two adults meet, ask whether one person has been to class before, and talk about the teacher..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Kennismaken en over de leraar praten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Rart at møde dig.

raat uh meu-dhuh dai Leuk je te ontmoeten.
B

Er det din første lektion her?

eah dee den feur-stuh leg-sjoon heah Is dit je eerste les hier?
A

Jeg har været her før.

yai haa vair-uh heah feu-uh Ik ben hier al eerder geweest.
B

Jeg har været her et stykke tid.

yai haa vair-uh heah e stuh-guh tiid Ik ben hier al een tijdje.
A

Hvordan er læreren?

vohn-an eah leah-uhn Hoe is de leraar?
B

Læreren er meget venlig.

leah-uhn eah mee ween-lee De leraar is heel aardig.

Woord voor woord

Rart “Rart” betekent hier “leuk” of “fijn” in de begroetingsuitdrukking “Rart at møde dig.” Het staat voor de hele infinitiefconstructie “at møde dig”. In een kennismaking kun je “Rart at ...” gebruiken om te zeggen dat iets prettig is.
at “at” is hier het woord dat de infinitief in “at møde dig” inleidt, vergelijkbaar met “om te”. De betekenis ontstaat samen met “møde dig”, niet met “at” alleen. Gebruik “at” vóór een werkwoord in een infinitiefconstructie, bijvoorbeeld na “Rart”.
møde “møde” betekent hier “ontmoeten” in “Rart at møde dig.” Het is de handeling die prettig wordt gevonden. In een kennismaking kun je “møde” gebruiken met de persoon die je ontmoet.
dig “dig” betekent hier “jou” en is de persoon die in “at møde dig” wordt ontmoet. Het staat na “møde” als degene op wie de handeling gericht is. Gebruik “møde dig” wanneer je rechtstreeks tegen iemand zegt dat je die persoon ontmoet.
Er “Er” betekent hier “is” en opent de vraag “Er det din første lektion her?” De plaats vóór “det” maakt de zin tot een vraag. Gebruik “Er det ...?” om te vragen of iets het geval is.
det “det” verwijst hier naar de les of de situatie waarover wordt gevraagd in “Er det din første lektion her?” Samen met “Er” vormt het de vraag “Is het ...?” Het patroon “Er det ...?” is bruikbaar om naar een situatie of kenmerk te vragen.
din “din” betekent hier “jouw” en geeft in “din første lektion” aan dat de les bij de aangesproken persoon hoort. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “første lektion”. Gebruik “din” vóór iets dat aan de aangesproken persoon toebehoort.
første “første” betekent hier “eerste” in “din første lektion”. Het geeft aan dat het om les nummer één of de eerste keer gaat. Gebruik “første” vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in “første lektion”.
lektion “lektion” betekent hier “les” in “din første lektion her”. Het verwijst naar de taalles waar de gesprekspartners elkaar ontmoeten. Gebruik “lektion” wanneer je over een les of onderwijsbijeenkomst praat.
her “her” betekent hier “hier” en geeft in “første lektion her” de plaats van de les aan. Het maakt duidelijk dat de vraag over deze locatie gaat. Gebruik “her” om naar de plaats van de spreker of de besproken activiteit te verwijzen.
Jeg “Jeg” betekent “ik” en is de persoon die spreekt in “Jeg har været her før.” Het staat aan het begin van de mededeling als onderwerp. Gebruik “Jeg” wanneer je iets over jezelf vertelt.
har “har” betekent hier “heb” en werkt samen met “været” in “Jeg har været her før.” De volledige constructie drukt uit dat de spreker hier eerder is geweest. Gebruik “Jeg har ...” als begin van een mededeling over iets dat je hebt gedaan of meegemaakt.
været “været” betekent hier “geweest” in “Jeg har været her før.” Het is de vorm van “være” die samen met “har” aangeeft dat de spreker hier eerder is geweest. Gebruik “har været” met een plaats om te zeggen dat je ergens bent geweest.
før “før” betekent hier “eerder” of “voorheen” in “har været her før”. Het geeft aan dat het bezoek vóór het huidige moment heeft plaatsgevonden. Je kunt “før” achteraan gebruiken om eerdere ervaring of aanwezigheid aan te geven.
al “al” komt niet voor in de aangeleverde Deense dialoog; de vorm staat niet in een van de gegeven doelzinnen. Daarom kan de betekenis of het gebruik van “al” in deze les niet betrouwbaar uit de dialoog worden afgeleid.
et “et” is hier het onbepaalde lidwoord in “et stykke tid” en hoort bij “stykke”. Samen betekent de uitdrukking “een tijdje”. Gebruik “et” vóór een zelfstandig naamwoord zoals in “et stykke tid”.
stykke “stykke” betekent letterlijk “stuk”, maar is in “et stykke tid” onderdeel van de vaste uitdrukking “een tijdje”. De volledige uitdrukking beschrijft een bepaalde tijdsduur. Gebruik “et stykke tid” wanneer je wilt zeggen dat iets een tijdje duurt of al een tijdje zo is.
tid “tid” betekent hier “tijd” in “et stykke tid”. Samen met “et stykke” vormt het de uitdrukking “een tijdje”, niet alleen een los stukje tijd. Gebruik “et stykke tid” om een niet precies bepaalde duur aan te geven.
Hvordan “Hvordan” betekent hier “hoe” in de vraag “Hvordan er læreren?” De vraag gaat daardoor over de eigenschappen of manier waarop de leraar is, vergelijkbaar met “Hoe is de leraar?” Gebruik “Hvordan er ...?” om naar iemands eigenschappen of een indruk te vragen.
læreren “læreren” betekent hier “de leraar” in “Hvordan er læreren?” en “Læreren er meget venlig.” Het is de bepaalde vorm van “lærer”, dus de leraar die in deze situatie bekend is. Gebruik “læreren er ...” om iets over die leraar te beschrijven.
meget “meget” betekent hier “heel” of “zeer” en versterkt “venlig” in “Læreren er meget venlig.” Het maakt de beschrijving sterker. Gebruik “meget” vóór een bijvoeglijk naamwoord om de intensiteit te verhogen.
venlig “venlig” betekent hier “vriendelijk” of “aardig” in “Læreren er meget venlig.” Het beschrijft een positieve eigenschap van de leraar. Gebruik “er venlig” om iemand als vriendelijk te beschrijven; in deze zin versterkt “meget” die beschrijving.

Grammatica

meget + adjektiv

meget venlig

mee ween-lee

heel aardig

meget staat vóór het bijvoeglijk naamwoord venlig en versterkt de betekenis: ‘heel aardig’.

et stykke tid

et stykke tid

e stuh-guh tiid

een tijdje

Dit is een vaste Deense uitdrukking voor een korte, niet precies bepaalde periode.

Deens woordenschat

dig voornaamwoord
dai jou

Rart at møde dig.

et stykke tid uitdrukking
e stuh-guh tiid een tijdje

Jeg har været her et stykke tid.

før bijwoord
feu-uh eerder

Jeg har været her før.

første telwoord
feur-stuh eerste

Er det din første lektion her?

her bijwoord
heah hier

Er det din første lektion her?

hvordan bijwoord
vohn-an hoe

Hvordan er læreren?

lektion zelfstandig naamwoord
leg-sjoon les

Er det din første lektion her?

læreren zelfstandig naamwoord
leah-uhn de leraar
Bepaald
true

Hvordan er læreren?

meget bijwoord
mee heel

Læreren er meget venlig.

møde werkwoord
meu-dhuh ontmoeten

Rart at møde dig.

rart bijvoeglijk naamwoord
raat leuk

Rart at møde dig.

været werkwoord
vair-uh geweest

Jeg har været her før.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Leuk je te ontmoeten.

Antwoord tonenRart at møde dig.

Is dit je eerste les hier?

Antwoord tonenEr det din første lektion her?

Ik ben hier al eerder geweest.

Antwoord tonenJeg har været her før.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

les

Antwoord tonenlektion

geweest

Antwoord tonenværet

ontmoeten

Antwoord tonenmøde

leuk

Antwoord tonenrart