Samen de les herhalen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: After a language lesson, two adults talk about staying in the classroom and reviewing together..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Samen de les herhalen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvad gør du efter undervisningen?

vè geua doe efda onwiesneng-en? Wat doe je na de les?
B

Jeg bliver her og repeterer lektionen.

jaj bliewa hea oh reepe-tea-a legsjoen-en. Ik blijf hier en herhaal de les.
A

Kan vi bruge dette lokale lidt længere?

kèn wie broe-e dèd-eh lo-kè-leh led leng-a? Kunnen we deze ruimte nog wat langer gebruiken?
B

Vi kan blive her efter lektionen.

wie ken bliewa hea efda legsjoen-en. We kunnen hier na de les blijven.
A

Det er godt at vide.

dee ea got te wie-e. Dat is handig om te weten.
B

Så repeterer vi her sammen.

soo reepe-tea-a wie hea sèmen. Dan herhalen we hier samen.

Uitleg van de zinnen

  1. Hvad gør du efter undervisningen?

    Wat doe je na de les?

    Hvad
    wat
    gør
    doet
    du
    je
    efter
    na
    undervisningen
    de les
    Uitgebreide uitleg

    Hvad betekent hier “wat” en vraagt naar wat iemand doet. Het is een vraagwoord; vergelijk bijvoorbeeld Hvem gør det? — “Wie doet dat?” Het verschil zit in het soort informatie: hvad vraagt naar een zaak, handeling of inhoud, terwijl hvem naar een persoon vraagt. gør is de tegenwoordige vorm van gøre, “doen” of “maken”. In deze zin betekent het “doe/doet” in de vraag naar een handeling. De tegenwoordige tijd heeft bij dit werkwoord dezelfde vorm voor verschillende personen: jeg gør (“ik doe”) en du gør (“jij doet”). Andere nuttige vormen zijn gjorde (verleden tijd) en gjort (voltooid deelwoord), zoals in Jeg gjorde det — “Ik deed het.” du is de tweede persoon enkelvoud: “jij/je”. Het verwijst hier naar de aangesprokene, maar de zin geeft geen verdere informatie over die persoon. In een mededeling staat dit onderwerp vaak vóór het werkwoord, zoals in Du gør det — “Je doet het.” In deze vraag staat het vervoegde werkwoord vóór du. efter betekent “na” en geeft hier een tijdsrelatie aan. Het verbindt de handeling met een moment dat later komt: efter arbejdet betekent “na het werk”. Het is dus niet zelf de handeling “doen”; het vormt samen met het volgende naamwoord een tijdsbepaling. undervisningen betekent hier “de les”. De vorm is gebaseerd op undervisning en heeft de bepaalde uitgang -en: undervisning is “onderwijs/les” en undervisningen is “het onderwijs/de les” als bepaalde eenheid. De uitgang hoort bij het naamwoord; -en is hier geen los woord. Het verwante lektion betekent ook “les”, maar de vaste vertaling en de context geven hier de betekenis van undervisningen als “de les”. De vraag volgt het patroon Hvad + vervoegd werkwoord + onderwerp + efter + bepaalde tijdsbepaling. Hvad gør du betekent letterlijk ongeveer “Wat doe je?”, en efter undervisningen voegt het tijdstip “na de les” toe. Samen betekent de volledige uiting: “Wat doe je na de les?”

  2. Jeg bliver her og repeterer lektionen.

    Ik blijf hier en herhaal de les.

    Jeg
    ik
    bliver
    blijf
    her
    hier
    og
    en
    repeterer
    herhaal
    lektionen
    de les
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk in een eenvoudig voorbeeld: Jeg læser. — “Ik lees.” bliver is de tegenwoordige tijd van blive. In deze zin betekent het “blijven” of “blijven ergens zijn”, niet “worden”. De vorm is hetzelfde bij verschillende personen in de tegenwoordige tijd: jeg bliver — “ik blijf”, vi bliver — “wij blijven”. Voorbeeld: Hun bliver hjemme. — “Zij blijft thuis.” her betekent “hier” en duidt de plaats aan waar de spreker blijft. Het is een bijwoord en verandert niet mee met de persoon of het aantal. Voorbeeld: Vi arbejder her. — “Wij werken hier.” og verbindt twee gelijkwaardige delen: “en”. Hier verbindt het bliver her met repeterer lektionen, zodat beide handelingen bij dezelfde spreker horen. Voorbeeld: Jeg læser og skriver. — “Ik lees en schrijf.” repeterer is de tegenwoordige tijd van repetere: “herhalen”, hier in de betekenis “de les opnieuw doornemen”. De vorm eindigt op -er, een veelvoorkomende vorm voor de tegenwoordige tijd van werkwoorden op -ere. Voorbeeld: Vi repeterer ordene. — “Wij herhalen de woorden.” lektionen betekent “de les”. Het basiswoord is lektion; de uitgang -en markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm: en lektion — “een les”, lektionen — “de les”. Het zelfstandig naamwoord draagt dus de bepaalde vorm, niet het werkwoord repeterer. Voorbeeld: Lektionen begynder nu. — “De les begint nu.” Samen vormen de delen: Jeg bliver her = “Ik blijf hier”, en og repeterer lektionen = “en herhaal de les”. De volledige zin betekent daarom: “Ik blijf hier en herhaal de les.” De tegenwoordige tijd presenteert beide handelingen als wat de spreker nu doet.

  3. Kan vi bruge dette lokale lidt længere?

    Kunnen we deze ruimte nog wat langer gebruiken?

    Kan vi
    kunnen we
    bruge
    gebruiken
    dette
    deze/dit
    lokale
    ruimte
    lidt
    een beetje
    længere
    langer
    Uitgebreide uitleg

    Kan vi is een vraagpatroon met het modale werkwoord kan en het onderwerp vi. kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”); bij vi heeft het dezelfde vorm als bij andere personen. In een vraag staat het modale werkwoord vóór het onderwerp: Kan vi ...? Het volgende werkwoord blijft na een modaal werkwoord in de infinitief staan. bruge betekent hier “gebruiken”. Dit is de infinitief, passend na kan: vi kan bruge = “we kunnen gebruiken”. Voorbeelden: Jeg bruger rummet. = “Ik gebruik de ruimte.” Vi kan bruge rummet. = “We kunnen de ruimte gebruiken.” dette betekent hier “deze/dit” en verwijst in deze zin naar lokale. Het is de vorm voor een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord. De keuze wordt dus niet alleen door enkelvoud bepaald: lokale is het onzijdige woord met het lidwoord et, zoals in et lokale. Bij een gemeenschappelijk woord staat bijvoorbeeld denne; het meervoud gebruikt disse. lokale is hier het zelfstandig naamwoord “ruimte” of “lokaal”, niet een bijvoeglijk naamwoord. Het woord kan bijvoorbeeld een kamer of andere afgebakende ruimte aanduiden. De vorm is in et lokale een onzijdig enkelvoud; een meervoudsvorm is lokaler. lidt betekent “een beetje” en maakt de daaropvolgende vergelijking klein of gematigd. In deze zin hoort het bij længere, zodat het niet de hoeveelheid van de ruimte beschrijft, maar de extra duur van het gebruik. længere is de vergrotende trap van lang: lang – længere – længst (“lang” – “langer” – “langst”). Hier gaat het door bruge om tijdsduur: de ruimte nog langer gebruiken. Dezelfde vorm kan in een andere context ook “verder” betekenen, maar dat is hier niet de bedoelde betekenis. Samen vormen de delen de vraag Kan vi bruge dette lokale lidt længere?: “Kunnen we deze ruimte nog wat langer gebruiken?” Kan vi maakt er een vraag over mogelijkheid of toestemming van, bruge dette lokale benoemt wat men wil gebruiken, en lidt længere voegt een beperkte verlenging van de gebruiksduur toe. De verwijzing naar dette lokale blijft gekoppeld aan de ruimte die in de vertaling als “deze ruimte” is aangeduid.

  4. Vi kan blive her efter lektionen.

    We kunnen hier na de les blijven.

    Vi kan
    wij kunnen
    blive
    blijven
    her
    hier
    efter
    na
    lektionen
    de les
    Uitgebreide uitleg

    Vi kan betekent hier dat de spreker samen met anderen de mogelijkheid heeft om iets te doen: “wij kunnen”. Vi is de eerste persoon meervoud (“wij”); kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”). In het Deens staat na kan een infinitief zonder at: Vi kan blive = “Wij kunnen blijven”. blive is de infinitief en betekent hier “blijven”, dus op dezelfde plaats blijven. Het kan in andere contexten ook “worden” betekenen; de combinatie met her en de vaste vertaling maakt hier de betekenis “blijven” duidelijk. Voorbeeld: Jeg vil blive. — “Ik wil blijven.” Na vil staat eveneens een infinitief zonder at. her betekent “hier” en verwijst naar de plaats waar de betrokkenen zich bevinden. Het woord verandert niet naar persoon of aantal. Voorbeeld: Vi arbejder her. — “Wij werken hier.” efter is een voorzetsel met de betekenis “na”. Het geeft hier de tijdsrelatie aan: eerst is de les afgelopen, daarna kan het blijven plaatsvinden. Voorbeeld: efter mødet — “na de vergadering”. lektionen betekent “de les”. De basisvorm is lektion; de uitgang -en markeert in deze vorm het bepaalde enkelvoud: “de les”. Het is dus niet lektion zelf die “de” afzonderlijk uitdrukt. Het onbepaalde enkelvoud is en lektion — “een les”; het bepaalde enkelvoud is lektionen — “de les”. Samen vormen de delen: Vi kan + blive = “wij kunnen blijven”, gevolgd door her = “hier”, en efter lektionen = “na de les”. De volledige betekenis is daarom: “We kunnen hier na de les blijven.”

  5. Det er godt at vide.

    Dat is handig om te weten.

    Det er
    dat is
    godt
    goed; handig
    at vide
    weten
    Uitgebreide uitleg

    Det er vormt hier de kern van de zin: letterlijk ongeveer “dat is” of “het is”. Det is een onzijdige vorm; in deze vaste constructie verwijst het naar de inhoud die daarna volgt, namelijk at vide (“weten”). Er is de vorm van være (“zijn”) voor de tegenwoordige tijd. Een bruikbaar patroon is Det er + bijvoeglijk naamwoord + at ..., bijvoorbeeld: Det er svært at forstå. — “Het is moeilijk om het te begrijpen.” godt betekent hier “goed” in de beoordeling “goed/nuttig om te weten”. Het is de onzijdige vorm van god: god bij enkelvoudige woorden van het gemeenschappelijk geslacht, godt bij onzijdig enkelvoud, en gode in meervoud of bij bepaalde vormen. Hier staat godt als naamwoordelijk deel bij het onzijdige det. Het woord betekent in deze zin niet noodzakelijk “handig” in de fysieke betekenis; de vaste Nederlandse vertaling maakt de bedoelde betekenis “handig/nuttig” duidelijk. at vide is “weten”. At markeert hier het infinitief, vergelijkbaar met Nederlands “te” in “te weten”. Vide is de basisvorm; belangrijke vormen zijn ved (“weet”/“weet het”), vidste (“wist”) en vidst (“geweten”). Voorbeeld: Jeg vil vide det. — “Ik wil het weten.” Samen betekent Det er godt at vide: “Dat is handig om te weten.” De constructie beoordeelt dus de informatie uit de infinitiefgroep als nuttig. In de gegeven situatie kan dezelfde basiszin zelfstandig worden gebruikt wanneer iemand wil aangeven dat bepaalde informatie nuttig is om te kennen.

  6. Så repeterer vi her sammen.

    Dan herhalen we hier samen.

    Så
    dan
    repeterer
    herhalen
    vi
    we
    her
    hier
    sammen
    samen
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier dan en verwijst naar de volgende stap in de situatie: “Dan herhalen we …”. Het is niet hetzelfde als het Nederlandse voegwoord dus in elke context. Voorbeeld: Så går vi. — “Dan gaan we.” repeterer betekent hier herhalen. De basisvorm is at repetere; repeterer is de tegenwoordige tijd. In het Deens verandert de tegenwoordige tijd hier niet mee met het onderwerp: jeg repeterer betekent “ik herhaal” en vi repeterer “we herhalen”. Voorbeeld: Vi repeterer ordet. — “We herhalen het woord.” vi is het persoonlijke voornaamwoord voor we, dus de spreker samen met minstens één andere persoon. Het is de vorm voor het onderwerp; de objectsvorm is os, zoals in De hjælper os — “Zij helpen ons.” her betekent hier en duidt een plaats aan. Het is een bijwoord en krijgt geen vorm voor enkelvoud of meervoud. Voorbeeld: Bogen er her. — “Het boek is hier.” sammen betekent samen: de handeling gebeurt gezamenlijk. Het is hier geen onderdeel van het werkwoord repeterer, maar geeft aan hoe vi de handeling uitvoeren. Voorbeeld: Vi læser sammen. — “We lezen samen.” Samen vormen de delen: Så + repeterer vi + her + sammen → “Dan herhalen we hier samen.” Så markeert de volgende stap, vi is degene die de handeling uitvoert, repeterer noemt de handeling, en her sammen geeft respectievelijk de plaats en de gezamenlijke manier aan.

Grammatica

Hvad + verbum + subjekt?

Hvad gør du?

vè geua doe?

Wat doe je?

In een Deense vraag staat het werkwoord vaak vóór het onderwerp na een vraagwoord.

Det er godt

Det er godt.

dee ea got.

Dat is goed.

Na het onzijdige det krijgt god de vorm godt: het bijvoeglijk naamwoord past zich aan.

Deens woordenschat

blive werkwoord
blieweh blijven bliver

Jeg bliver her og repeterer lektionen.

du voornaamwoord
doe jij

Hvad gør du efter undervisningen?

efter voorzetsel
efda na

Hvad gør du efter undervisningen?

gøre werkwoord
geua doen gør

Hvad gør du efter undervisningen?

her bijwoord
hea hier

Jeg bliver her og repeterer lektionen.

hvad voornaamwoord
vè wat

Hvad gør du efter undervisningen?

jeg voornaamwoord
jaj ik

Jeg bliver her og repeterer lektionen.

lektion zelfstandig naamwoord
legsjoen les lektionen
Geslacht
common

repeterer lektionen

og voegwoord
oh en

Jeg bliver her og repeterer lektionen.

repetere werkwoord
reepe-tee-eh herhalen repeterer

Jeg bliver her og repeterer lektionen.

undervisning zelfstandig naamwoord
onwiesneng les undervisningen
Geslacht
common

efter undervisningen

vi voornaamwoord
wie wij

Kan vi bruge dette lokale lidt længere?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat doe je na de les?

Antwoord tonenHvad gør du efter undervisningen?

Ik blijf hier en herhaal de les.

Antwoord tonenJeg bliver her og repeterer lektionen.

We kunnen hier na de les blijven.

Antwoord tonenVi kan blive her efter lektionen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wat

Antwoord tonenhvad

blijven

Antwoord tonenbliver

na

Antwoord tonenefter

herhalen

Antwoord tonenrepeterer