Samen de les herhalen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: After a language lesson, two adults talk about staying in the classroom and reviewing together..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Samen de les herhalen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvad gør du efter undervisningen?

vè geua doe efda onwiesneng-en? Wat doe je na de les?
B

Jeg bliver her og repeterer lektionen.

jaj bliewa hea oh reepe-tea-a legsjoen-en. Ik blijf hier en herhaal de les.
A

Kan vi bruge dette lokale lidt længere?

kèn wie broe-e dèd-eh lo-kè-leh led leng-a? Kunnen we deze ruimte nog wat langer gebruiken?
B

Vi kan blive her efter lektionen.

wie ken bliewa hea efda legsjoen-en. We kunnen hier na de les blijven.
A

Det er godt at vide.

dee ea got te wie-e. Dat is handig om te weten.
B

Så repeterer vi her sammen.

soo reepe-tea-a wie hea sèmen. Dan herhalen we hier samen.

Woord voor woord

Hvad “Hvad” betekent hier “wat” en vraagt naar de handeling in “Hvad gør du efter undervisningen?”. Het staat aan het begin van een vraag naar wat iemand doet; je gebruikt het bijvoorbeeld om naar een handeling of informatie te vragen.
gør “gør” betekent hier “doet” in “Hvad gør du efter undervisningen?”. Dit is de vorm van “gøre” die bij “du” in deze vraag hoort. De vraag “Hvad gør du ...?” is een veelgebruikt patroon om te vragen wat iemand doet.
du “du” betekent “je” en verwijst in “Hvad gør du efter undervisningen?” naar de persoon aan wie A iets vraagt. Het staat hier als degene die de handeling uitvoert. Je gebruikt “du” wanneer je één persoon rechtstreeks aanspreekt.
efter “efter” betekent hier “na” en geeft aan dat iets volgt op “undervisningen”. In “Hvad gør du efter undervisningen?” bepaalt het samen met de daaropvolgende woordgroep wanneer de handeling plaatsvindt. Je gebruikt “efter” voor een tijdstip of gebeurtenis die al voorbij is.
undervisningen “undervisningen” verwijst hier naar de les of het onderwijs waar de gesprekspartners net aan hebben deelgenomen. De vorm is verbonden met “undervisning” en staat in “efter undervisningen” als datgene waarna iets gebeurt. Je kunt deze woordgroep gebruiken om te zeggen wat je na een les doet.
Jeg “Jeg” betekent “ik” en verwijst in “Jeg bliver her og repeterer lektionen.” naar de spreker zelf. Het staat als onderwerp vóór de handelingen “bliver” en “repeterer”. Je gebruikt “Jeg” wanneer je over je eigen handeling of toestand spreekt.
bliver “bliver” betekent hier “blijf” in “Jeg bliver her”. Het is de vorm van “blive” die in deze zin bij “Jeg” wordt gebruikt. Het patroon “Jeg bliver her” is bruikbaar wanneer je zegt dat je op de huidige plaats blijft.
her “her” betekent “hier” en verwijst naar de plaats waar de spreker zich bevindt. In “Jeg bliver her” en “Vi kan blive her” geeft het aan dat de personen in het lokaal blijven. Je gebruikt “her” om naar de huidige plaats te verwijzen.
og “og” betekent “en” en verbindt in “Jeg bliver her og repeterer lektionen” twee handelingen van dezelfde spreker. Het maakt duidelijk dat beide handelingen bij elkaar horen. Je gebruikt “og” om woorden, woordgroepen of zinnen met elkaar te verbinden.
repeterer “repeterer” betekent hier “herhaal” in “Jeg bliver her og repeterer lektionen.” Dit is de vorm van “repetere” die in deze zin bij “Jeg” staat. Het patroon “repeterer lektionen” geeft aan wat je herhaalt, bijvoorbeeld bij samen studeren na een les.
lektionen “lektionen” betekent hier “de les” en is datgene wat de spreker herhaalt in “repeterer lektionen”. De vorm is verbonden met “lektion” en verwijst naar de specifieke les uit de context. Je kunt “lektionen” gebruiken wanneer je naar een bepaalde les verwijst.
Kan “Kan” betekent hier “kunnen” en drukt mogelijkheid uit in “Kan vi bruge dette lokale lidt længere?”. Aan het begin van de zin is het met een hoofdletter geschreven; verderop staat dezelfde vorm als “kan”. Het patroon “Kan vi ...?” wordt gebruikt om te vragen of iets mogelijk of toegestaan is.
vi “vi” betekent “we” en verwijst naar de twee gesprekspartners in “Kan vi bruge dette lokale lidt længere?” en “Vi kan blive her efter lektionen.”. Aan het begin van een zin verschijnt dezelfde vorm als “Vi”. Je gebruikt “vi” wanneer de spreker zichzelf samen met minstens één andere persoon bedoelt.
bruge “bruge” betekent “gebruiken” in “Kan vi bruge dette lokale lidt længere?”. Het staat na “Kan” in de vorm die volgt op dit woord voor mogelijkheid. Je kunt “bruge” gebruiken voor een ruimte, voorwerp of middel dat je inzet voor een doel.
dette “dette” betekent “dit” en wijst in “dette lokale” naar het lokaal waar de gesprekspartners zich bevinden. Het staat direct vóór “lokale” en maakt de verwijzing specifiek. Je gebruikt “dette” om iets dichtbij of duidelijk aangewezen te benoemen.
lokale “lokale” betekent hier “lokaal” of “ruimte”, namelijk de ruimte die de gesprekspartners langer willen gebruiken. In “dette lokale” vormt het samen met “dette” de woordgroep voor de bedoelde ruimte. Je kunt “lokale” gebruiken wanneer je naar een kamer of andere lesruimte verwijst.
lidt “lidt” betekent hier “een beetje” en verzacht in “lidt længere” de vraag naar extra tijd. Het staat vóór “længere” en maakt de uitbreiding klein of beperkt. De combinatie “lidt længere” is bruikbaar wanneer je wilt vragen om iets nog wat extra tijd te laten duren.
længere “længere” betekent hier “langer” en verwijst naar een langere gebruiksduur van het lokaal. Het is verbonden met “lang” en staat in “lidt længere” om extra tijd aan te geven. Je gebruikt deze vorm wanneer iets meer tijd of duur krijgt dan eerder bedoeld.
Det “Det” betekent hier “dat” en verwijst in “Det er godt at vide” naar de voorafgaande informatie dat ze in het lokaal mogen blijven. Het staat als onderwerp aan het begin van de zin. Je gebruikt “Det er ...” om naar een situatie of vooraf genoemde informatie te verwijzen.
er “er” betekent hier “is” in “Det er godt at vide”. Het verbindt “Det” met de beoordeling “godt”. Je gebruikt “er” om een toestand, beoordeling of eigenschap uit te drukken.
godt “godt” betekent hier “goed” in de beoordeling “Det er godt at vide”. Samen met “at vide” drukt het uit dat deze informatie nuttig of prettig is om te kennen. Je kunt “godt at vide” gebruiken als reactie op behulpzame informatie.
at “at” markeert in “at vide” de infinitief en kan hier met “om te” worden weergegeven. Het maakt samen met “vide” deel uit van de woordgroep “godt at vide”, die betekent dat iets goed is om te weten. Je gebruikt “at” hier vóór een werkwoordsvorm wanneer die woordgroep na een beoordeling staat.
vide “vide” betekent “weten” in “godt at vide”. Het staat na “at” in de infinitiefgroep “at vide”. Je gebruikt deze combinatie om te zeggen dat bepaalde informatie nuttig is om te kennen.
“Så” betekent hier “dan” en leidt in “Så repeterer vi her sammen” een gevolg of volgende stap in. De spreker stelt voor om na deze informatie samen te herhalen. Je gebruikt “Så” aan het begin van een zin om een conclusie of vervolgstap aan te kondigen.
sammen “sammen” betekent “samen” en maakt in “repeterer vi her sammen” duidelijk dat de herhaling gezamenlijk gebeurt. Het staat aan het einde van de zin en hoort bij de handeling “repeterer”. Je gebruikt “sammen” wanneer meerdere personen dezelfde activiteit gezamenlijk uitvoeren.

Grammatica

Hvad + verbum + subjekt?

Hvad gør du?

vè geua doe?

Wat doe je?

In een Deense vraag staat het werkwoord vaak vóór het onderwerp na een vraagwoord.

Det er godt

Det er godt.

dee ea got.

Dat is goed.

Na het onzijdige det krijgt god de vorm godt: het bijvoeglijk naamwoord past zich aan.

Deens woordenschat

blive werkwoord
blieweh blijven bliver

Jeg bliver her og repeterer lektionen.

du voornaamwoord
doe jij

Hvad gør du efter undervisningen?

efter voorzetsel
efda na

Hvad gør du efter undervisningen?

gøre werkwoord
geua doen gør

Hvad gør du efter undervisningen?

her bijwoord
hea hier

Jeg bliver her og repeterer lektionen.

hvad voornaamwoord
wat

Hvad gør du efter undervisningen?

jeg voornaamwoord
jaj ik

Jeg bliver her og repeterer lektionen.

lektion zelfstandig naamwoord
legsjoen les lektionen
Geslacht
common

repeterer lektionen

og voegwoord
oh en

Jeg bliver her og repeterer lektionen.

repetere werkwoord
reepe-tee-eh herhalen repeterer

Jeg bliver her og repeterer lektionen.

undervisning zelfstandig naamwoord
onwiesneng les undervisningen
Geslacht
common

efter undervisningen

vi voornaamwoord
wie wij

Kan vi bruge dette lokale lidt længere?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat doe je na de les?

Antwoord tonenHvad gør du efter undervisningen?

Ik blijf hier en herhaal de les.

Antwoord tonenJeg bliver her og repeterer lektionen.

We kunnen hier na de les blijven.

Antwoord tonenVi kan blive her efter lektionen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wat

Antwoord tonenhvad

blijven

Antwoord tonenbliver

na

Antwoord tonenefter

herhalen

Antwoord tonenrepeterer