Naar de les met de fiets of bus | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a language classroom, two adults talk about living nearby and getting to class by bike or bus in different weather..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Naar de les met de fiets of bus oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvor bor du?

Voa boa doe? Waar woon je?
B

Jeg bor i nærheden.

Jaj boa ie nèa-hee-en. Ik woon vlakbij.
A

Hvordan kommer du her?

Voa-dan kom-ma doe hèa? Hoe kom je hier?
B

Jeg cykler på solrige dage.

Jaj suu-gla poo sool-rie-a dee-ya. Ik fiets op zonnige dagen.
A

Hvad med regnvejrsdage?

Vè mee rang-vèas-dee-ya? Hoe zit het met regenachtige dagen?
B

Jeg tager bussen, når det regner.

Jaj tèa boe-sen, noa dee rang-a. Ik neem de bus als het regent.

Uitleg van de zinnen

  1. Hvor bor du?

    Waar woon je?

    Hvor
    waar
    bor
    woont
    du
    je
    Uitgebreide uitleg

    Hvor betekent hier “waar” en vraagt naar een plaats. Het is een vraagwoord voor plaats; vergelijk bijvoorbeeld Hvor arbejder du? — “Waar werk je?” bor is de tegenwoordige tijd van bo, “wonen”. De vorm bor kan in het Deens bij verschillende personen in de tegenwoordige tijd worden gebruikt: jeg bor = “ik woon” en du bor = “je woont”. Het is dus niet du dat de persoonsvorm verandert. Een korte voorbeeldzin is Jeg bor i Aarhus. — “Ik woon in Aarhus.” du is het persoonlijke voornaamwoord voor de aangesproken persoon: “je/jij”. In deze zin is het onderwerp van bor. Het staat na het vraagwoord en de persoonsvorm, zoals vaak in een Deense vraagzin. Samen vormen Hvor bor du? de vraag “Waar woon je?”. Het patroon is Hvor + persoonsvorm + onderwerp?, bijvoorbeeld Hvor arbejder du? — “Waar werk je?”

  2. Jeg bor i nærheden.

    Ik woon vlakbij.

    Jeg
    ik
    bor
    woon
    i nærheden
    vlakbij
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier ‘ik’: de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm voor de spreker als onderwerp. Voor meerdere sprekers gebruikt het Deens vi (‘wij’), maar dat is niet dezelfde vorm. bor komt van bo (‘wonen’). bor is de tegenwoordige tijd en kan bij verschillende onderwerpen dezelfde vorm hebben: jeg bor = ‘ik woon’, du bor = ‘je woont’. Voorbeeld: Jeg bor i Aarhus. — ‘Ik woon in Aarhus.’ i nærheden is een vaste plaatsaanduiding met de betekenis ‘in de buurt’ of ‘vlakbij’. i betekent hier ‘in’; nærheden verwijst in deze uitdrukking naar de nabijheid of omgeving. De uitdrukking geeft een locatie aan, zonder zelf te zeggen waarvan die locatie dichtbij is. Samen vormen de delen Jeg bor (‘ik woon’) en i nærheden (‘vlakbij’): ‘Ik woon vlakbij.’ De tegenwoordige tijd presenteert dit als de huidige woonsituatie. In een andere context kan i nærheden nader worden bepaald, bijvoorbeeld i nærheden af stationen — ‘in de buurt van het station’.

  3. Hvordan kommer du her?

    Hoe kom je hier?

    Hvordan
    hoe
    kommer
    komt / komt aan
    du
    je
    her
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Hvordan betekent hier “hoe” en vraagt naar de manier waarop iemand hier komt. Het is een vraagwoord; vergelijk hvad (“wat”) en hvor (“waar”) als andere veelgebruikte vraagwoorden. Voorbeeld: Hvordan går det? — “Hoe gaat het?” kommer is de tegenwoordige tijd van komme, “komen”. In het Deens verandert de tegenwoordige tijd van dit werkwoord niet mee met de persoon: jeg kommer, du kommer en de kommer. In deze zin gaat het om de manier waarop de aangesprokene hier komt, niet alleen om het feit dat die persoon aankomt. Voorbeeld: Jeg kommer i morgen. — “Ik kom morgen.” du is het onderwerp en verwijst naar de aangesprokene: “je/jij”. Het is de tweede persoon enkelvoud. Het onderscheid met I (“jullie”) gaat dus om één aangesproken persoon tegenover meerdere personen. her is een plaatsbijwoord met de betekenis “hier”. Het duidt de plaats aan waar de aangesprokene komt; de zin bepaalt niet op zichzelf welk vervoermiddel wordt gebruikt. Voorbeeld: Jeg er her. — “Ik ben hier.” Samen vormen de woorden een Deense vraag met de volgorde vraagwoord + werkwoord + onderwerp + plaatsbijwoord: Hvordan kommer du her? Het geheel betekent: “Hoe kom je hier?” De vraag vraagt naar de manier van komen naar de bedoelde plaats, bijvoorbeeld per fiets of op een andere manier, zonder in deze zin zelf een vervoermiddel te noemen.

  4. Jeg cykler på solrige dage.

    Ik fiets op zonnige dagen.

    Jeg
    ik
    cykler
    fiets
    på
    op
    solrige
    zonnige
    dage
    dagen
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: de eerste persoon enkelvoud. Deze vorm verwijst naar de spreker; andere persoonsvormen zijn bijvoorbeeld du “jij” en han “hij”. cykler is de tegenwoordige tijd van cykle “fietsen”. De uitgangsvorm cykle staat bijvoorbeeld in Jeg vil cykle — “Ik wil fietsen”. Cykler past hier bij Jeg en drukt een handeling in het heden of een gewoonte uit. på betekent hier “op” en verbindt de handeling met de dagen waarop die gewoonte geldt. In deze zin gaat het om een tijdsbepaling: “op zonnige dagen”. solrige betekent “zonnige” en is de vorm van solrig die vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord staat. De vorm wordt ook gebruikt in een bepaalde enkelvoudige constructie; het meervoud alleen bepaalt dus niet elke mogelijke functie van deze vorm. Een eenvoudig contrast is en solrig dag — “een zonnige dag” — tegenover solrige dage — “zonnige dagen”. dage betekent “dagen” en is het meervoud van dag “dag”. Het is hier een onbepaald meervoud: solrige dage betekent “zonnige dagen”, zonder dat specifieke dagen worden aangewezen. Samen vormen Jeg cykler en på solrige dage de betekenis: “Ik fiets op zonnige dagen.” De zin beschrijft dus dat de spreker fietsen als gewoonte koppelt aan dagen met zonnig weer.

  5. Hvad med regnvejrsdage?

    Hoe zit het met regenachtige dagen?

    Hvad med
    Hoe zit het met ...?
    regnvejrsdage
    regenachtige dagen
    Uitgebreide uitleg

    Hvad med is een vaste, herbruikbare vraagconstructie met de betekenis “hoe zit het met ...?” of “en ...?”. Ze vraagt aandacht voor een onderwerp dat nog niet is besproken. Het is geen gewone vraag naar een feitelijk antwoord op hvad (“wat”) alleen. Voorbeeld: Hvad med i morgen? — “Hoe zit het met morgen?” regnvejrsdage betekent hier “regenachtige dagen”. Het is een samenstelling van regnvejr (“regenweer”) en dage (“dagen”). Dage is de meervoudsvorm van dag (“dag”); het meervoud is hier niet- bepaald, omdat er geen bepaaldheidsuitgang of bepalend woord staat. Het eerste deel beschrijft dus wat voor dagen het zijn. Voorbeeld: solskinsdage — “zonnige dagen”. Dit is een nieuw voorbeeld van hetzelfde patroon, niet een extra feit uit de gegeven zin. Samen vormt Hvad med regnvejrsdage? de vraag “Hoe zit het met regenachtige dagen?”. De constructie Hvad med maakt van regnvejrsdage het onderwerp waarover de spreker een reactie of beoordeling vraagt. De vorm sluit aan bij het contrast tussen zonnige dagen en dagen met regen, zonder zelf te zeggen wat er op die regenachtige dagen gebeurt.

  6. Jeg tager bussen, når det regner.

    Ik neem de bus als het regent.

    Jeg
    ik
    tager
    neem
    bussen
    de bus
    når
    als / wanneer
    det regner
    het regent
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier ‘ik’. Het is de eerste persoon enkelvoud; dezelfde vorm wordt gebruikt als onderwerp, ongeacht het geslacht van de spreker. Voorbeeld: Jeg læser. — ‘Ik lees.’ tager is de tegenwoordige tijd van tage (‘nemen’). In deze zin betekent het, samen met bussen, ‘nemen’ in de zin van met de bus reizen. De tegenwoordige tijd kan ook een gewoonte uitdrukken. Voorbeeld: Jeg tager toget. — ‘Ik neem de trein.’ bussen betekent ‘de bus’. De uitgang -en markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm van bus: en bus — ‘een bus’, bussen — ‘de bus’. Het is dus het zelfstandig naamwoord dat de bepaaldheid draagt, niet tager. når betekent ‘wanneer’ of ‘als’ bij een tijds- of herhaalde voorwaarde. Het leidt hier de omstandigheid in waaronder de hoofdhandeling plaatsvindt. Voorbeeld: Jeg går ud, når solen skinner. — ‘Ik ga naar buiten als de zon schijnt.’ det regner betekent ‘het regent’. regner is de tegenwoordige tijd van regne (‘regenen’). det is hier het onpersoonlijke onderwerp dat in deze weeruitdrukking bij het werkwoord hoort; het verwijst niet naar een eerder genoemd concreet zelfstandig naamwoord. Vergelijk: Det sner. — ‘Het sneeuwt.’ Samen vormen Jeg tager bussen en når det regner de betekenis: ‘Ik neem de bus als het regent.’ De hoofdzin staat voorop, gevolgd door de tijdsbijzin met når: de spreker beschrijft een terugkerende keuze of gewoonte bij regenachtig weer.

Grammatica

Hvor + verb + onderwerp

Hvor bor du?

Voa boa doe?

Waar woon je?

In een Deense vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp na een vraagwoord.

regnvejr + dage → samengesteld zelfstandig naamwoord

regnvejrsdage

rang-vèas-dee-ya

regenachtige dagen

Deens combineert woorden vaak tot één zelfstandig naamwoord; het eerste deel beschrijft het tweede.

Deens woordenschat

bor werkwoord
boa wonen
cykler werkwoord
suu-gla fietsen
dage zelfstandig naamwoord
dee-ya dagen
du voornaamwoord
doe je
her bijwoord
hèa hier
Hvor bijwoord
voa waar
Hvordan bijwoord
voa-dan hoe
i nærheden uitdrukking
ie nèa-hee-en in de buurt
Jeg voornaamwoord
jaj ik
kommer werkwoord
kom-ma komen
på voorzetsel
poo op
solrige bijvoeglijk naamwoord
sool-rie-a zonnige

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Waar woon je?

Antwoord tonenHvor bor du?

Ik woon vlakbij.

Antwoord tonenJeg bor i nærheden.

Hoe kom je hier?

Antwoord tonenHvordan kommer du her?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hoe

Antwoord tonenHvordan

fietsen

Antwoord tonencykler

komen

Antwoord tonenkommer

waar

Antwoord tonenHvor