Jeg
Jeg betekent hier ‘ik’ en is de persoon die iets doet in ‘Jeg glemte’ en ‘Jeg vil skrive’. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord, bijvoorbeeld in ‘Jeg vil skrive de nye ord’. Je gebruikt ‘Jeg’ wanneer je over je eigen handeling, wens of plan spreekt.
glemte
glemte betekent hier dat de spreker vergat iets mee te nemen. Dit is de vorm uit het gesprek van het werkwoord ‘glemme’, in de uitdrukking ‘glemte at tage min notesbog med’. ‘glemme at’ + een werkwoord is een bruikbaar patroon wanneer je zegt dat je iets vergat te doen.
at
at markeert hier het werkwoord ‘tage’ als de handeling die na ‘glemte’ komt. In ‘at tage min notesbog med’ draagt ‘at’ dus niet alleen de betekenis van ‘te’, maar maakt het deel uit van de infinitiefconstructie. Je gebruikt ‘at’ op dezelfde manier vóór een werkwoord in een patroon als ‘glemme at tage’.
tage
tage betekent hier een notitieboek meenemen, binnen de volledige uitdrukking ‘tage min notesbog med’. Het werkwoord staat na ‘at’ in ‘glemte at tage’. ‘tage ... med’ is een bruikbaar patroon wanneer je zegt dat je iets ergens mee naartoe neemt.
min
min betekent hier ‘mijn’ en geeft aan dat het notitieboek van de spreker is: ‘min notesbog’. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt ‘min’ om bezit aan te geven bij een zelfstandig naamwoord zoals in ‘min notesbog’.
notesbog
notesbog betekent hier ‘notitieboek’ en is het voorwerp dat de spreker had moeten meenemen. In ‘min notesbog’ wordt het gecombineerd met een bezittelijk woord. Je gebruikt ‘notesbog’ wanneer je verwijst naar een boekje waarin je aantekeningen maakt.
med
med betekent hier ‘mee’ in ‘tage min notesbog med’ en geeft aan dat het notitieboek wordt meegenomen. De betekenis ‘mee’ komt uit de combinatie met ‘tage’, niet uit ‘med’ alleen. ‘tage ... med’ kun je gebruiken wanneer je een voorwerp meeneemt naar een andere plaats.
Du
Du betekent hier ‘jij’ of ‘u’ en is de persoon aan wie wordt aangeboden het papier te gebruiken. Het staat als onderwerp in ‘Du kan bruge dette papir’. Je gebruikt ‘Du’ wanneer je rechtstreeks tegen één persoon spreekt.
kan
kan drukt in ‘Du kan bruge dette papir’ een mogelijkheid of toestemming uit, terwijl ‘Kan vi tjekke dem’ vraagt of iets mogelijk is. ‘kan’ is de vorm van ‘kunne’ die in deze zinnen wordt gebruikt. Een bruikbaar patroon is ‘kan’ + werkwoord, zoals ‘kan bruge’ of ‘Kan vi tjekke’.
bruge
bruge betekent hier ‘gebruiken’, namelijk het aangeboden papier gebruiken. Het staat na ‘kan’ in ‘kan bruge dette papir’. Je gebruikt ‘bruge’ met een voorwerp wanneer je zegt wat iemand kan gebruiken, zoals in ‘bruge dette papir’.
dette
dette betekent hier ‘dit’ en wijst naar het papier dat de andere persoon aanbiedt: ‘dette papir’. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt ‘dette’ om naar een specifiek voorwerp in de situatie te verwijzen.
papir
papir betekent hier ‘papier’, het materiaal dat de leerling in plaats van een notitieboek kan gebruiken. In ‘dette papir’ verwijst het naar het concrete papier dat wordt aangeboden. Je gebruikt ‘papir’ wanneer je over papier als schrijfoppervlak of materiaal spreekt.
Tak
Tak betekent hier ‘dank je’ en is een korte reactie op de aangeboden hulp. In het gesprek staat het zelfstandig als ‘Tak.’. Je gebruikt ‘Tak’ bijvoorbeeld in een klas wanneer iemand je papier of andere hulp geeft.
vil
vil drukt hier de bedoeling uit om iets te doen: ‘Jeg vil skrive de nye ord’ en ‘Jeg vil også skrive dem’. ‘vil’ is de vorm van ‘ville’ die in deze zinnen wordt gebruikt. Het patroon ‘vil’ + werkwoord is bruikbaar wanneer je een wens of voornemen uitspreekt.
skrive
skrive betekent hier ‘schrijven’, namelijk de nieuwe woorden opschrijven of ze opschrijven. Het staat na ‘vil’ in ‘vil skrive de nye ord’ en ‘vil også skrive dem’. Je gebruikt ‘skrive’ met het ding dat je noteert, zoals in ‘skrive de nye ord’.
de
de betekent hier ‘de’ en maakt in ‘de nye ord’ duidelijk dat het om bepaalde nieuwe woorden gaat. Het staat vóór ‘nye’ en ‘ord’ in deze woordgroep. Een bruikbaar patroon is ‘de’ + bijvoeglijk woord + zelfstandig naamwoord, zoals ‘de nye ord’.
nye
nye betekent hier ‘nieuwe’ en beschrijft de woorden als woorden die in de les nieuw zijn: ‘de nye ord’. De vorm ‘nye’ staat in deze woordgroep vóór ‘ord’ en na ‘de’. Je gebruikt ‘nye’ wanneer je nieuwe woorden, ideeën of andere zaken beschrijft.
ord
ord betekent hier ‘woorden’ en verwijst naar de woordenschat die de leerling wil opschrijven en later controleren. In ‘de nye ord’ vormt het samen met ‘de’ en ‘nye’ één woordgroep. Je gebruikt ‘ord’ wanneer je naar afzonderlijke woorden of woordenschat in een taalles verwijst.
God
God betekent hier ‘goed’ in de vaste reactie ‘God idé’, waarmee de spreker het voorstel positief beoordeelt. Het staat direct vóór ‘idé’. Je gebruikt ‘God idé’ wanneer je in een gesprek wilt zeggen dat iemand een goed voorstel doet.
idé
idé betekent hier ‘idee’ in ‘God idé’, dus een voorstel dat de andere persoon nuttig vindt. Het woord staat in deze korte reactie samen met ‘God’. Je gebruikt ‘idé’ wanneer je over een voorstel of plan spreekt, bijvoorbeeld om dat plan goed te keuren.
også
også betekent hier ‘ook’ en voegt toe dat de tweede spreker dezelfde woorden eveneens zal opschrijven: ‘Jeg vil også skrive dem’. Het staat vóór het werkwoord ‘skrive’ in deze zin. Je gebruikt ‘også’ om aan te geven dat dezelfde handeling of eigenschap voor nog iemand of iets geldt.
dem
dem betekent hier ‘ze’ of ‘hen’ en verwijst terug naar ‘de nye ord’. In ‘skrive dem’, ‘tjekke dem’ en ‘læse dem’ is het de persoon of zaak waarop de handeling gericht is. Je gebruikt het patroon werkwoord + ‘dem’ wanneer je naar eerder genoemde meervoudige zaken verwijst.
tjekke
tjekke betekent hier de nieuwe woorden controleren of nakijken. Het staat na ‘Kan vi’ in de vraag ‘Kan vi tjekke dem efter undervisningen?’. Je gebruikt ‘tjekke’ met datgene wat je controleert, zoals in ‘tjekke dem’.
vi
vi betekent hier ‘wij’ en omvat de twee mensen die samen iets kunnen controleren of lezen. Het staat in ‘Kan vi tjekke dem’ en ‘Vi kan læse dem sammen’. Je gebruikt ‘vi’ wanneer je jezelf en minstens één andere persoon samen bedoelt.
efter
efter betekent hier ‘na’ en plaatst het controleren na het einde van de les: ‘efter undervisningen’. Het staat vóór de gebeurtenis of periode die als tijdsreferentie dient. Je gebruikt ‘efter’ + een gebeurtenis of activiteit wanneer je zegt wat daarna gebeurt.
undervisningen
undervisningen betekent hier ‘de les’ of ‘het onderwijs’ en verwijst naar de les die op dat moment plaatsvindt. Dit is de vorm van ‘undervisning’ in de uitdrukking ‘efter undervisningen’. Je gebruikt ‘efter undervisningen’ wanneer je iets wilt plannen nadat de les voorbij is.
læse
læse betekent hier ‘lezen’, namelijk de nieuwe woorden samen lezen. Het staat na ‘kan’ in ‘Vi kan læse dem sammen’. Je gebruikt ‘læse’ met het materiaal dat je leest, zoals in ‘læse dem’.
sammen
sammen betekent hier ‘samen’ en laat zien dat beide personen de woorden gezamenlijk zullen lezen: ‘læse dem sammen’. Het staat na de woordgroep die de gezamenlijke handeling beschrijft. Je gebruikt ‘sammen’ met een werkwoord wanneer meerdere mensen dezelfde activiteit uitvoeren.