Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Vooraan zitten in de les oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Sidder du altid her?
see-duh doe el-ti heh-uh Zit je altijd hier?Jeg kan godt lide at sidde forrest.
yai ken guh lie-uh uh see-duh fo-rast Ik zit graag vooraan.Jeg kan høre læreren tydeligt.
yai ken heu-uh le-uh-un tuu-duh-li Ik kan de leraar goed horen.Det er nemt at stille spørgsmål her.
deh eh nemd uh steh-luh speur-smool heh-uh Het is makkelijk om hier vragen te stellen.Lad os sidde sammen næste gang.
le us see-duh sam-un nes-tuh kang Laten we de volgende keer samen zitten.Det vil jeg gerne.
deh vel yai ke-uh-nuh Dat zou ik graag willen.At sidde forrest hjælper mig med at koncentrere mig.
uh see-duh fo-rast yel-puh mai meh uh kon-sun-tree-uh mai Vooraan zitten helpt me om me te concentreren.Uitleg van de zinnen
Sidder du altid her?
Zit je altijd hier?
- Sidder
- zit
- du
- je / jij
- altid
- altijd
- her
- hier
Uitgebreide uitleg
Sidder is de tegenwoordige tijd van sidde (“zitten”). In het Deens verandert deze vorm niet volgens persoon: jeg sidder, du sidder en de sidder. In een gewone vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Sidder du ...?. du betekent hier “je/jij” en verwijst naar één aangesproken persoon. Het is de tweede persoon enkelvoud; het is niet de vorm voor “jullie”, waarvoor Deens I gebruikt. De combinatie sidder du is dus een herbruikbaar vraagpatroon: “zit je ...?”. altid betekent “altijd”. Het geeft aan dat iets telkens of bij alle relevante gelegenheden gebeurt. Bijvoorbeeld: Sidder du altid forrest? betekent “Zit je altijd vooraan?”; forrest betekent daar “vooraan”. her betekent “hier” en verwijst naar de plaats van de spreker of naar de plaats die in de situatie als “hier” geldt. Het is een bijwoord en verandert niet naar persoon of getal. Samen vormen de delen Sidder du + altid + her de vraag “Zit je altijd hier?”. De vraag gebruikt de tegenwoordige tijd en vraagt of de aangesprokene gewoonlijk op deze plaats zit; altid versterkt daarbij de regelmaat van het zitten.
Jeg kan godt lide at sidde forrest.
Ik zit graag vooraan.
- Jeg
- ik
- kan godt lide
- leuk vinden; graag hebben
- sidde
- zitten
- forrest
- vooraan
Uitgebreide uitleg
Jeg betekent hier ‘ik’: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud; de vorm verandert niet naar geslacht. kan godt lide is een vaste Deense constructie voor ‘leuk vinden’ of ‘graag hebben’. In deze zin staat kan in de tegenwoordige tijd bij jeg; lide blijft na kan in de infinitief. Het bijwoord godt hoort bij de constructie en maakt hier deel uit van de gebruikelijke manier om ‘houden van/leuk vinden’ uit te drukken. Voorbeeld: Jeg kan godt lide kaffe. — ‘Ik houd van koffie.’ sidde betekent ‘zitten’. Het staat hier na at, dat de infinitief inleidt: at sidde = ‘zitten’. In de volledige constructie kan godt lide at sidde wordt dus gezegd dat de spreker het prettig vindt om te zitten. Voorbeeld: Hun kan godt lide at læse. — ‘Zij leest graag’ of letterlijker: ‘Zij vindt het leuk om te lezen.’ forrest betekent ‘vooraan’ of ‘op de voorste plaats’. Het beschrijft hier de plaats waar de spreker zit. Een nuttig contrast is bagerst, ‘achteraan’. Samen vormen de delen: Jeg + kan godt lide + at sidde + forrest: ‘Ik vind het leuk om vooraan te zitten’, natuurlijk vertaald als ‘Ik zit graag vooraan.’
Jeg kan høre læreren tydeligt.
Ik kan de leraar goed horen.
- Jeg kan
- ik kan
- høre
- horen
- læreren
- de leraar
- tydeligt
- duidelijk
Uitgebreide uitleg
Jeg kan betekent hier “ik kan”. kan is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord kunne bij jeg. Een modaal werkwoord staat voor het hoofdwerkwoord: Jeg kan høre = “ik kan horen”. Na kan staat in het Deens het infinitief zonder at. Voorbeeld: Jeg kan læse. — “Ik kan lezen.” høre betekent hier “horen” of, in deze combinatie, “kunnen horen”. Het is de infinitief; de vorm blijft na kan onveranderd. Vergelijk de andere veelgebruikte zintuiglijke werkwoorden se (“zien”) en lytte (“luisteren”): Jeg kan se. — “Ik kan zien.” læreren betekent “de leraar”. De uitgang -en maakt van lærer (“leraar”) de bepaalde enkelvoudsvorm: lærer = “een leraar / leraar” en læreren = “de leraar”. Het zelfstandig naamwoord zelf draagt hier dus de bepaaldheid; er staat geen afzonderlijk woord voor “de” voor. tydeligt betekent hier “duidelijk”, met betrekking tot hoe het horen plaatsvindt. Het is de bijwoordelijke vorm bij het bijvoeglijk naamwoord tydelig (“duidelijk”) en beschrijft het werkwoord høre, niet læreren. Voorbeeld: Jeg kan se det tydeligt. — “Ik kan het duidelijk zien.” Samen vormen de delen Jeg kan høre læreren tydeligt: “Ik kan de leraar duidelijk horen”, overeenkomstig de vaste vertaling “Ik kan de leraar goed horen.” De volgorde is: onderwerp + modaal werkwoord + infinitief + bepaald lijdend voorwerp + bijwoord.
Det er nemt at stille spørgsmål her.
Het is makkelijk om hier vragen te stellen.
- Det er
- het is
- nemt
- makkelijk
- stille
- stellen
- spørgsmål
- vragen
- her
- hier
Uitgebreide uitleg
Det er is hier een vaste onpersoonlijke constructie: letterlijk “het is”, met det als formeel onderwerp. In het Deens wordt die vaak gebruikt om een hele activiteit te beoordelen. Vergelijk: Det er vigtigt at øve. — “Het is belangrijk om te oefenen.” nemt betekent hier “makkelijk”. Het is de onzijdige vorm van het bijvoeglijk naamwoord nem (“makkelijk”): nem bij een gemeenschappelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, nemt bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord of bij een onpersoonlijk det. De vergelijking is nem/nemt — nemmere — nemmest: makkelijk — makkelijker — makkelijkst. stille betekent hier “stellen” in de infinitief. De infinitief staat na at, dat samen met het werkwoord de constructie “om ... te” vormt. Dezelfde vorm kan in andere contexten ook “zetten” betekenen; hier bepaalt spørgsmål de betekenis “vragen stellen”. Voorbeeld: Jeg vil stille et spørgsmål. — “Ik wil een vraag stellen.” spørgsmål betekent “vragen”. Dit is het meervoud van spørgsmål; het enkelvoud heeft dezelfde vorm: et spørgsmål — “een vraag”, flere spørgsmål — “meerdere vragen”. De vorm verandert dus niet tussen enkelvoud en meervoud; het lidwoord of een ander bepalend woord kan het aantal aangeven. her betekent “hier” en verwijst naar de plaats die in de situatie als de huidige plaats geldt. Het is een bijwoord en krijgt geen vorm voor getal of geslacht. Samen vormen de delen Det er nemt + at stille spørgsmål + her: “Het is makkelijk om hier vragen te stellen.” De plaatsaanduiding her hoort bij de activiteit van vragen stellen, en at stille spørgsmål benoemt die activiteit als datgene wat makkelijk is.
Lad os sidde sammen næste gang.
Laten we de volgende keer samen zitten.
- Lad os
- laten we
- sidde
- zitten
- sammen
- samen
- næste
- volgende
- gang
- keer
Uitgebreide uitleg
Lad os betekent hier “laten we ...”. Het is een vaste aansporingsconstructie: lad is de gebiedende wijs van lade (“laten”), gevolgd door os (“ons”). Daarna komt het werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Lad os gå. — “Laten we gaan.” sidde betekent “zitten”. Dit is de infinitief na Lad os; de vorm wordt dus niet vervoegd voor een persoon in deze constructie. Voorbeeld: Vi sidder her. — “Wij zitten hier.” Hier is sidder de tegenwoordige tijd, tegenover de infinitief sidde. sammen betekent “samen” en geeft aan dat de betrokken personen gezamenlijk zitten. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of getal. Voorbeeld: Vi arbejder sammen. — “Wij werken samen.” næste betekent “volgende” in næste gang. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en bepaalt welke keer wordt bedoeld. Het is niet hetzelfde als sidste (“laatste”): næste gang betekent “de volgende keer”, terwijl sidste gang “de laatste keer” betekent. gang betekent hier “keer” in de betekenis van een gelegenheid of moment waarop iets gebeurt. In combinatie met tijdsbepalingen vormt het vaste patronen zoals hver gang (“elke keer”), første gang (“de eerste keer”) en næste gang (“de volgende keer”). Samen vormen de delen Lad os sidde (“laten we zitten”), sammen (“samen”) en næste gang (“de volgende keer”) de betekenis: “Laten we de volgende keer samen zitten.” De zin is een voorstel of uitnodiging voor een volgende gelegenheid; hij zegt niet dat het zitten nu al plaatsvindt.
Det vil jeg gerne.
Dat zou ik graag willen.
- Det
- dat
- vil
- wil
- jeg
- ik
- gerne
- graag
Uitgebreide uitleg
Det betekent hier “dat”: het verwijst naar iets waar de spreker mee instemt of dat die persoon wil doen. De vorm is een onzijdig Deens voornaamwoord; de zin zelf benoemt niet precies waarnaar het verwijst. Voorbeeld: Det er godt. — “Dat is goed.” vil is de tegenwoordige vorm van ville (“willen”). In combinatie met jeg betekent het hier dat de spreker iets wil; gerne voegt het idee “graag” toe. Voorbeeld: Jeg vil læse. — “Ik wil lezen.” jeg is de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Het is hier het onderwerp. Omdat Det vooraan staat, volgt in deze hoofdzin het vervoegde werkwoord vil vóór het onderwerp jeg; dat is de gebruikelijke Deense volgorde met het vervoegde werkwoord op de tweede plaats. Voorbeeld: Jeg vil gerne læse. — “Ik wil graag lezen.” gerne is een bijwoord met de betekenis “graag”. Samen met vil maakt het de wens welwillend of positief; het is geen werkwoord. Voorbeeld: Jeg vil gerne sidde sammen. — “Ik wil graag samen zitten.” Samen vormen de delen Det vil jeg gerne de betekenis “Dat zou ik graag willen.” Det geeft aan waar de wens op gericht is, vil jeg zegt dat de spreker dat wil, en gerne zegt dat die persoon het graag wil. De Nederlandse vertaling gebruikt “zou willen” als natuurlijke weergave van deze Deense wensing, hoewel vil zelf een tegenwoordige vorm is.
At sidde forrest hjælper mig med at koncentrere mig.
Vooraan zitten helpt me om me te concentreren.
- At sidde
- zitten
- forrest
- vooraan
- hjælper
- helpt
- mig
- me
- med at
- om te
- koncentrere
- concentreren
Uitgebreide uitleg
At sidde betekent hier ‘zitten’ en vormt samen een onderwerpzin: ‘vooraan zitten’. at markeert de infinitief; de infinitief zelf verandert niet met de persoon. De basisvorm is sidde, bijvoorbeeld: Jeg kan lide at sidde her. — ‘Ik zit hier graag.’ forrest betekent ‘vooraan’, dus op de voorste plaats of positie. Het is hier een bijwoord en beschrijft waar het zitten plaatsvindt. Het vormt een nuttig contrast met bagest — ‘achteraan’. hjælper betekent hier ‘helpt’. Dit is de tegenwoordige tijd van hjælpe — ‘helpen’. De tegenwoordige vorm hjælper verandert in het Deens niet naar persoon of getal; hier staat hij bij de onderwerpzin At sidde forrest. De constructie hjælpe nogen med at + infinitief betekent ‘iemand helpen om iets te doen’. Bijvoorbeeld: Musik hjælper mig med at arbejde. — ‘Muziek helpt me om te werken.’ mig betekent hier ‘me’ en is de objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord: jeg — ‘ik’ als onderwerp, mig — ‘me’ als object. In deze zin is de spreker degene die geholpen wordt. med at maakt hier samen met het volgende werkwoord de constructie hjælpe mig med at ...: ‘me helpen om ...’. Het drukt hier niet een apart middel uit, maar verbindt hjælper met de activiteit die geholpen wordt. koncentrere betekent ‘concentreren’. De infinitief staat na at; de vorm verandert dus niet door de spreker. In koncentrere mig is mig de objectvorm die naar de spreker verwijst: natuurlijk Nederlands is ‘me concentreren’. Bijvoorbeeld: Jeg prøver at koncentrere mig. — ‘Ik probeer me te concentreren.’ Samen betekent At sidde forrest ‘vooraan zitten’ en is dat de activiteit die helpt. hjælper mig med at koncentrere mig betekent ‘helpt me om me te concentreren’. De volledige zin betekent dus: ‘Vooraan zitten helpt me om me te concentreren.’
Grammatica
kan godt lide at + infinitiv
kan godt lide at sidde forrest
ken guh lie-uh uh see-duh fo-rastgraag vooraan zitten
Na kan godt lide volgt at met de infinitief: kan godt lide at sidde.
Deens woordenschat
Sidder du altid her?
Jeg kan godt lide at sidde forrest.
Sidder du altid her?
Jeg kan høre læreren tydeligt.
Jeg kan godt lide at sidde forrest.
Jeg kan høre læreren tydeligt.
- Geslacht
- neuter
Det er nemt at stille spørgsmål her.
Lad os sidde sammen næste gang.
Sidder du altid her?
Det er nemt at stille spørgsmål her.
Det er nemt at stille spørgsmål her.
Jeg kan høre læreren tydeligt.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Zit je altijd hier?
Antwoord tonen
Sidder du altid her?Ik kan de leraar goed horen.
Antwoord tonen
Jeg kan høre læreren tydeligt.Laten we de volgende keer samen zitten.
Antwoord tonen
Lad os sidde sammen næste gang.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
horen
Antwoord tonen
hørealtijd
Antwoord tonen
altidmakkelijk
Antwoord tonen
nemtduidelijk