Vooraan zitten in de les | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a language classroom, two adults talk about sitting near the front, hearing the teacher clearly, and focusing during class..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Vooraan zitten in de les oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Sidder du altid her?

see-duh doe el-ti heh-uh Zit je altijd hier?
B

Jeg kan godt lide at sidde forrest.

yai ken guh lie-uh uh see-duh fo-rast Ik zit graag vooraan.
A

Jeg kan høre læreren tydeligt.

yai ken heu-uh le-uh-un tuu-duh-li Ik kan de leraar goed horen.
B

Det er nemt at stille spørgsmål her.

deh eh nemd uh steh-luh speur-smool heh-uh Het is makkelijk om hier vragen te stellen.
A

Lad os sidde sammen næste gang.

le us see-duh sam-un nes-tuh kang Laten we de volgende keer samen zitten.
B

Det vil jeg gerne.

deh vel yai ke-uh-nuh Dat zou ik graag willen.
B

At sidde forrest hjælper mig med at koncentrere mig.

uh see-duh fo-rast yel-puh mai meh uh kon-sun-tree-uh mai Vooraan zitten helpt me om me te concentreren.

Woord voor woord

Sidder Sidder betekent hier ‘zit’ in de vraag Sidder du altid her? Het is de vorm van sidde die in deze vraag bij du wordt gebruikt. Een bruikbaar patroon is Sidder du ...? om te vragen of iemand ergens zit.
du Du betekent hier ‘je’ of ‘jij’ en verwijst naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. In Sidder du altid her? staat du na het werkwoord, zoals gebruikelijk in deze vraag. Je gebruikt du wanneer je rechtstreeks met één persoon spreekt.
altid Altid betekent ‘altijd’ en geeft aan dat iets telkens of gewoonlijk gebeurt. In Sidder du altid her? zegt het dat de spreker wil weten of dit steeds de plek van de ander is. Je kunt altid gebruiken bij gewoonten of terugkerende situaties.
her Her betekent ‘hier’ en verwijst naar de plaats waar de gesprekspartners zich bevinden. In Sidder du altid her? gaat het om deze zitplaats of deze plek. Je gebruikt her om naar de huidige plaats te verwijzen.
Jeg Jeg en jeg betekenen ‘ik’ en verwijzen naar de spreker. Jeg staat aan het begin van zinnen zoals Jeg kan godt lide at sidde forrest en Jeg kan høre læreren tydeligt; jeg staat binnenin At sidde forrest hjælper mig med at koncentrere mig. De hoofdletter aan het begin van een zin verandert de betekenis niet.
kan godt lide Kan godt lide betekent als geheel ‘leuk vinden’ of ‘graag doen’. In Jeg kan godt lide at sidde forrest zegt de spreker dat die persoon het prettig vindt om vooraan te zitten. De constructie kan godt lide wordt gevolgd door een zelfstandig naamwoord of door at plus een activiteit.
at At markeert hier het werkwoord in de infinitiefconstructie at sidde en in At sidde forrest. De hele constructie at sidde betekent ‘zitten’ als activiteit, terwijl at zelf die werkwoordsvorm inleidt. Je gebruikt at vóór een infinitief wanneer een activiteit als onderdeel van een zin wordt genoemd.
sidde Sidde betekent ‘zitten’ en staat in de constructie at sidde forrest voor de activiteit van vooraan zitten. In Jeg kan godt lide at sidde forrest is het datgene wat de spreker graag doet. Je gebruikt sidde hier voor een zitpositie in een bepaalde plaats.
forrest Forrest betekent ‘vooraan’ en geeft de positie aan waar iemand zit. In at sidde forrest beschrijft het de zitplaats aan de voorkant van het lokaal. Je gebruikt forrest om een positie aan de voorzijde aan te duiden.
kan Kan geeft in Jeg kan høre læreren tydeligt aan dat de spreker de mogelijkheid heeft om de leraar te horen. Het staat vóór het werkwoord høre. Je gebruikt de combinatie kan + werkwoord om te zeggen wat iemand kan doen.
høre Høre betekent hier ‘horen’, dus geluid met je oren waarnemen. In Jeg kan høre læreren tydeligt staat høre na kan. Je gebruikt høre bijvoorbeeld wanneer je aangeeft of je iemand goed kunt horen.
læreren Læreren betekent hier ‘de leraar’ en is de persoon die de spreker kan horen. De vorm is gebaseerd op lærer met de bepaalde vorm in læreren. In Jeg kan høre læreren tydeligt staat læreren als datgene wat wordt gehoord.
tydeligt Tydeligt betekent hier ‘duidelijk’ of ‘goed verstaanbaar’. In Jeg kan høre læreren tydeligt beschrijft het hoe de spreker de leraar hoort. Je gebruikt tydeligt wanneer iets helder waarneembaar of begrijpelijk is.
Det Det opent in Det er nemt at stille spørgsmål her de zin die betekent dat iets gemakkelijk is. Het verwijst hier niet naar een specifiek genoemd zelfstandig naamwoord. De constructie Det er + beschrijving is bruikbaar om te zeggen hoe iets is.
er Er betekent hier ‘is’ en verbindt Det met de beschrijving nemt. In Det er nemt at stille spørgsmål her vormt er samen met nemt de mededeling dat vragen stellen gemakkelijk is. Een bruikbaar patroon is Det er + een beschrijving.
nemt Nemt betekent ‘gemakkelijk’ in Det er nemt at stille spørgsmål her. Het beschrijft hoe eenvoudig het is om hier vragen te stellen. Je gebruikt nemt om de moeilijkheid van een handeling of situatie te beoordelen.
stille Stille betekent hier ‘stellen’ in de vaste combinatie stille spørgsmål, dus ‘vragen stellen’. In at stille spørgsmål her volgt stille op at en krijgt het spørgsmål als object. Je gebruikt stille spørgsmål om een vraag aan iemand voor te leggen.
spørgsmål Spørgsmål betekent hier ‘vragen’ in de combinatie stille spørgsmål. Het is datgene wat iemand in de les kan stellen. Je gebruikt spørgsmål samen met stille wanneer je over vragen stellen spreekt.
Lad Lad draagt in Lad os sidde sammen næste gang bij aan een voorstel aan de gesprekspartner. De volledige constructie Lad os + werkwoord betekent hier ‘laten we ...’. Je gebruikt Lad os om samen een activiteit voor te stellen.
os Os verwijst in Lad os sidde sammen næste gang naar de spreker en de aangesprokene samen. Het hoort bij de constructie Lad os, waarmee de spreker een gezamenlijke activiteit voorstelt. Je gebruikt os hier wanneer de groep uit de spreker en anderen bestaat.
sammen Sammen betekent ‘samen’ en geeft aan dat de personen de activiteit met elkaar doen. In Lad os sidde sammen næste gang gaat het om samen zitten. Je gebruikt sammen om een gezamenlijke handeling of situatie te beschrijven.
næste Næste betekent hier ‘volgende’ en beschrijft gang in de uitdrukking næste gang. Samen verwijst næste gang naar de eerstvolgende gelegenheid. Je gebruikt næste vóór een woord wanneer je naar de volgende gelegenheid of het volgende moment verwijst.
gang Gang betekent hier ‘keer’ of ‘gelegenheid’ in de uitdrukking næste gang. Næste gang verwijst naar een volgende keer waarop de gesprekspartners elkaar in de les zien. Je gebruikt gang in uitdrukkingen die naar een gelegenheid of keer verwijzen.
vil Vil draagt in Det vil jeg gerne samen met gerne de betekenis dat de spreker iets graag wil of ermee instemt. In deze zin staat vil vóór jeg, omdat het antwoord een bereidheid of voorkeur uitdrukt. Je gebruikt vil gerne om een wens of bereidheid uit te drukken.
gerne Gerne betekent hier ‘graag’ en maakt in Det vil jeg gerne duidelijk dat de spreker positief instemt met het voorstel. De betekenis ontstaat samen met vil en Det, niet door gerne alleen. Je gebruikt vil gerne wanneer je zegt dat je iets graag wilt doen of accepteren.
hjælper Hjælper betekent hier ‘helpt’ in At sidde forrest hjælper mig med at koncentrere mig. Het is de vorm van hjælpe die zegt dat vooraan zitten een positief effect op de spreker heeft. De constructie hjælper mig med ... is bruikbaar om te zeggen waarbij iets iemand helpt.
mig Mig verwijst naar ‘mij’ en verschijnt in deze zin als de persoon die hulp krijgt in hjælper mig en als de persoon die zich concentreert in koncentrere mig. In At sidde forrest hjælper mig med at koncentrere mig gaat het dus beide keren om de spreker. Je gebruikt mig voor de spreker wanneer die persoon door een handeling wordt beïnvloed of als betrokken persoon wordt genoemd.
med Med betekent hier ‘met’ en verbindt in hjælper mig med at koncentrere mig de hulp met de activiteit waarbij die hulp effect heeft. De vorm staat vóór at koncentrere. Een bruikbaar patroon is hjælper + persoon + med + activiteit.
koncentrere Koncentrere betekent hier ‘concentreren’ of ‘focussen’ in at koncentrere mig. Samen met mig beschrijft het dat de spreker de eigen aandacht richt tijdens de les. Je gebruikt de uitdrukking at koncentrere mig wanneer je over je eigen concentratie spreekt.

Grammatica

kan godt lide at + infinitiv

kan godt lide at sidde forrest

ken guh lie-uh uh see-duh fo-rast

graag vooraan zitten

Na kan godt lide volgt at met de infinitief: kan godt lide at sidde.

Deens woordenschat

altid bijwoord
el-ti altijd

Sidder du altid her?

forrest bijwoord
fo-rast vooraan

Jeg kan godt lide at sidde forrest.

her bijwoord
heh-uh hier

Sidder du altid her?

høre werkwoord
heu-uh horen

Jeg kan høre læreren tydeligt.

kan godt lide uitdrukking
ken guh lie-uh graag vinden

Jeg kan godt lide at sidde forrest.

lærer zelfstandig naamwoord
lè-uh leraar læreren

Jeg kan høre læreren tydeligt.

nem bijvoeglijk naamwoord
nem makkelijk nemt
Geslacht
neuter

Det er nemt at stille spørgsmål her.

sammen bijwoord
sam-un samen

Lad os sidde sammen næste gang.

sidde werkwoord
see-duh zitten sidder

Sidder du altid her?

spørgsmål zelfstandig naamwoord
speur-smool vraag

Det er nemt at stille spørgsmål her.

stille werkwoord
steh-luh stellen

Det er nemt at stille spørgsmål her.

tydeligt bijwoord
tuu-duh-li duidelijk

Jeg kan høre læreren tydeligt.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Zit je altijd hier?

Antwoord tonenSidder du altid her?

Ik kan de leraar goed horen.

Antwoord tonenJeg kan høre læreren tydeligt.

Laten we de volgende keer samen zitten.

Antwoord tonenLad os sidde sammen næste gang.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

horen

Antwoord tonenhøre

altijd

Antwoord tonenaltid

makkelijk

Antwoord tonennemt

duidelijk

Antwoord tonentydeligt