Hvor
Hvor betekent hier ‘hoe’ in de vraag ‘Hvor lang er pausen?’ en vormt samen met lang de vraag naar de duur. In ‘Hvor er toilettet?’ wordt Hvor gebruikt om naar een plaats te vragen. Gebruik het in vragen om informatie over duur of plaats te vragen.
lang
Lang betekent hier ‘hoe lang’ in ‘Hvor lang er pausen?’, waarmee naar de duur van de pauze wordt gevraagd. In het patroon ‘Hvor lang er pausen?’ staat het tussen Hvor en er. Gebruik het om naar de lengte of duur van iets te vragen.
er
Er betekent hier ‘is’ in ‘Hvor lang er pausen?’ en verbindt de pauze met de beschrijving van haar duur. In ‘Hvor er toilettet?’ staat er in een vraag naar plaats. Gebruik er in vragen met een onderwerp en een beschrijving of locatie.
pausen
Pausen betekent hier ‘de pauze’ in ‘Hvor lang er pausen?’. De vorm verwijst naar de specifieke pauze tijdens de les. In ‘Pausen varer ti minutter.’ is dezelfde vorm aan het begin van de zin met een hoofdletter geschreven. Gebruik deze vorm wanneer je naar die concrete pauze verwijst.
varer
Varer betekent hier ‘duurt’ in ‘Pausen varer ti minutter.’ en geeft aan hoelang de pauze duurt. Het staat vóór de tijdsduur ‘ti minutter’. Gebruik het wanneer je de duur van een pauze of andere activiteit beschrijft.
ti
Ti betekent ‘tien’ in ‘ti minutter’ en geeft het aantal minuten aan. Het staat direct vóór ‘minutter’. Gebruik het om een hoeveelheid van tien aan te geven, bijvoorbeeld bij een tijdsduur.
minutter
Minutter betekent ‘minuten’ in ‘Pausen varer ti minutter’ en benoemt de tijdseenheid van de duur. Het volgt hier op ‘ti’. Gebruik het wanneer je vertelt hoelang een pauze of andere periode duurt.
toilettet
Toilettet betekent ‘het toilet’ in ‘Hvor er toilettet?’. Het verwijst naar het toilet waarnaar de spreker vraagt. Gebruik deze vorm bijvoorbeeld wanneer je in een gebouw naar de locatie van het toilet vraagt.
Gå
Gå betekent hier ‘ga’ in de aanwijzing ‘Gå ud af rummet’. Het geeft een directe instructie om te bewegen. Gebruik het aan het begin van een routebeschrijving.
ud
Ud betekent hier ‘naar buiten’ of ‘uit’ in ‘Gå ud af rummet’ en geeft aan dat je de kamer verlaat. Samen met ‘af rummet’ beschrijft het de beweging uit die ruimte; de volledige richting komt dus uit de combinatie. Gebruik deze combinatie wanneer je iemand uit een ruimte wegwijst.
af
Af betekent hier ‘uit’ in ‘ud af rummet’ en maakt duidelijk uit welke ruimte iemand naar buiten gaat. In deze route-instructie staat het tussen ud en rummet. Gebruik ‘ud af’ met een plaats die iemand verlaat.
rummet
Rummet betekent ‘de kamer’ in ‘ud af rummet’, de ruimte waaruit iemand naar buiten gaat. Het verwijst hier naar de kamer waarin de les plaatsvindt. Gebruik het in een aanwijzing over het verlaten van die ruimte.
og
Og betekent ‘en’ en verbindt in ‘Gå ud af rummet og drej til højre’ twee opeenvolgende aanwijzingen. Het laat zien dat de tweede actie na de eerste komt. Gebruik het om twee handelingen in één instructie te koppelen.
drej
Drej betekent hier ‘sla af’ of ‘draai’ in ‘drej til højre’. Het geeft de tweede beweging in de route aan. Gebruik het in een routebeschrijving wanneer iemand van richting moet veranderen.
til
Til betekent hier ‘naar’ in ‘drej til højre’ en richt de draai op de rechterkant. De betekenis ‘naar rechts’ ontstaat uit de hele uitdrukking, niet uit til alleen. Gebruik dezelfde uitdrukking om een richting aan te geven.
højre
Højre betekent hier ‘rechts’ in ‘til højre’. Samen met til geeft het de richting van de draai aan. Gebruik het in een routebeschrijving wanneer je de rechterkant aanwijst.
Jeg
Jeg betekent ‘ik’ en is het onderwerp in ‘Jeg tror, jeg kan finde det.’ Het verwijst naar de persoon die spreekt. Gebruik het voor een zin over je eigen mening, mogelijkheid of handeling.
tror
Tror betekent hier ‘denk’ in ‘Jeg tror, jeg kan finde det’ en laat zien dat de spreker een inschatting geeft. Het staat vóór de bijzin ‘jeg kan finde det’. Gebruik ‘Jeg tror’ wanneer je een mening of verwachting formuleert.
kan
Kan betekent hier ‘kan’ in ‘jeg kan finde det’ en drukt uit dat de spreker denkt dat het vinden mogelijk is. Het staat vóór de handeling ‘finde’. Gebruik deze volgorde wanneer je een mogelijkheid met een handeling verbindt.
finde
Finde betekent ‘vinden’ in ‘jeg kan finde det’ en benoemt de handeling die mogelijk is. Het staat na ‘kan’ en vóór ‘det’. Gebruik het wanneer je zegt dat je iets probeert te lokaliseren.
det
Det betekent hier ‘het’ in ‘jeg kan finde det’ en verwijst naar het toilet dat eerder genoemd is. Het staat na finde als datgene wat gevonden moet worden. Gebruik det wanneer je naar een eerder genoemd ding verwijst.
venter
Venter betekent hier ‘wacht’ in ‘Jeg venter her’. De zin zegt dat de spreker op deze plaats wacht tot de les weer begint. Gebruik het om te zeggen wat je tijdens een korte onderbreking doet.
her
Her betekent ‘hier’ en geeft in ‘Jeg venter her’ de plaats van het wachten aan. Het verwijst naar de plek waar de spreker zich bevindt. Gebruik het om een locatie bij een handeling aan te wijzen.
før
Før betekent hier ‘voordat’ en leidt in ‘før lektionen begynder igen’ de tijdsbeschrijving in. Na før volgt hier de gebeurtenis ‘lektionen begynder igen’. Gebruik het om aan te geven dat iets eerder gebeurt dan een andere gebeurtenis.
lektionen
Lektionen betekent ‘de les’ in ‘før lektionen begynder igen’. Het verwijst naar de specifieke les die na de pauze opnieuw start. Gebruik deze vorm wanneer je naar die les als concrete activiteit verwijst.
begynder
Begynder betekent ‘begint’ in ‘lektionen begynder igen’. Het beschrijft het moment waarop de les opnieuw start. Gebruik het met een activiteit of gebeurtenis die aanvangt.
igen
Igen betekent hier ‘weer’ of ‘opnieuw’ in ‘begynder igen’ en laat zien dat de les na een onderbreking opnieuw start. Het staat na begynder. Gebruik het bij iets dat nogmaals gebeurt.