Een korte zin duidelijk zeggen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a language lesson, two adults talk about starting with a short sentence and saying it clearly..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Een korte zin duidelijk zeggen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Enkle ord er nemmere for mig.

Eng-luh ohr er nem-uh-ruh for mai. Eenvoudige woorden zijn makkelijker voor mij.
B

Vi kan begynde med en kort sætning.

Wie kan be-geun-uh me en kohrt sèd-ning. We kunnen beginnen met een korte zin.
A

Det hjælper mig med at forstå.

Dee jel-buh mai me è for-stoh. Dat helpt me om het te begrijpen.
B

Læs denne linje efter mig.

Lees den-uh lie-nuh ef-duh mai. Lees deze regel na mij.
A

Jeg er klar til at prøve.

Jaj er klaa tel è preu-vuh. Ik ben klaar om het te proberen.
B

Tag dig god tid, og sig det tydeligt.

Tè dai goo tie, oo sèj dee tuu-dhuh-li. Neem de tijd en zeg het duidelijk.

Woord voor woord

Enkle Enkle betekent hier ‘eenvoudige’ en beschrijft ord. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in enkle ord. In een taalles gebruik je het om iets als eenvoudig te omschrijven.
ord ord betekent hier ‘woorden’. Het staat in de woordgroep enkle ord en verwijst naar de gebruikte taalvormen. Je gebruikt het wanneer je over afzonderlijke woorden in een taal praat.
er er betekent hier ‘zijn’ en verbindt ord met de beschrijving nemmere. De basisstructuur is X er Y, zoals in Enkle ord er nemmere. Je gebruikt deze vorm om een eigenschap of beoordeling van iets te geven.
nemmere nemmere betekent hier ‘gemakkelijker’ en vergelijkt de moeilijkheid van eenvoudige woorden met andere woorden. Het staat na er en vóór for mig in Enkle ord er nemmere for mig. Je gebruikt het om te zeggen dat iets voor iemand eenvoudiger is.
for for betekent hier ‘voor’ en geeft aan voor wie iets gemakkelijker is. In for mig staat het vóór de persoon op wie de beoordeling betrekking heeft. Je gebruikt for + persoon om aan te geven voor wie iets geldt.
mig mig betekent hier ‘mij’ en verwijst naar de spreker na for. De vaste combinatie in deze zin is for mig. Je gebruikt mig wanneer de spreker zichzelf als betrokken persoon noemt.
Vi Vi betekent ‘wij’ en is hier het onderwerp van de zin. Het staat aan het begin van Vi kan begynde met en verwijst naar de spreker en de aangesprokene samen. Je gebruikt Vi om een handeling van jezelf en minstens één andere persoon te beschrijven.
kan kan betekent hier ‘kunnen’ en drukt uit dat iets mogelijk is. Na kan volgt het werkwoord begynde in Vi kan begynde. Je gebruikt kan + werkwoord om een mogelijkheid of voorstel uit te drukken.
begynde begynde betekent hier ‘beginnen’. Het volgt op kan in kan begynde en benoemt de handeling die mogelijk is. Je gebruikt het in een les of activiteit wanneer je aangeeft waarmee je start.
med med betekent hier ‘met’ en introduceert waarmee de activiteit begint. In begynde med en kort sætning staat med vóór het gekozen beginpunt. Je gebruikt begynde med + iets om aan te geven waarmee je start.
en en betekent hier ‘een’ en staat vóór sætning. Samen vormen en kort sætning de woordgroep ‘een korte zin’. Je gebruikt en vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je iets niet nader bepaald noemt.
kort kort betekent hier ‘kort’ en beschrijft sætning. Het staat tussen en en sætning in en kort sætning. Je gebruikt het om de lengte of duur van iets te beschrijven.
sætning sætning betekent hier ‘zin’ en verwijst naar een taalkundige zin die de leerling gaat oefenen. Het staat na en kort en wordt geïntroduceerd door med. Je gebruikt het in een taalles wanneer je over een voorbeeldzin praat.
Det Det betekent hier ‘dat’ en verwijst naar het zojuist genoemde beginnen met een korte zin. Het is het onderwerp van Det hjælper mig med at forstå. Je gebruikt Det om naar een eerder genoemde handeling, situatie of zaak te verwijzen.
hjælper hjælper betekent hier ‘helpt’ en beschrijft wat het vooraf genoemde beginnen voor de spreker doet. In Det hjælper mig met at forstå staat mig na hjælper als degene die hulp krijgt. Je gebruikt X hjælper iemand om uit te leggen dat iets iemand ondersteunt.
at at betekent hier ‘te’ en markeert het werkwoord forstå als een infinitief. Het staat in med at forstå. Je gebruikt med at + werkwoord om een handeling te noemen waarbij iemand hulp krijgt of die iemand helpt uitvoeren.
forstå forstå betekent hier ‘begrijpen’. Het staat na at in med at forstå en benoemt wat de spreker beter kan doen. Je gebruikt het in een leersituatie wanneer iemand betekenis of uitleg probeert te begrijpen.
Læs Læs betekent hier ‘lees’ en is een directe aansporing aan de andere persoon. Het staat aan het begin van Læs denne linje efter mig. Je gebruikt Læs om iemand te vragen een tekst of regel te lezen.
denne denne betekent hier ‘deze’ en wijst de bedoelde linje aan. Het staat direct vóór linje in denne linje. Je gebruikt denne + zelfstandig naamwoord om iets specifieks dichtbij of in de huidige situatie aan te wijzen.
linje linje betekent hier ‘regel’ en verwijst naar een regel tekst die gelezen moet worden. Het is het aangewezen onderdeel in denne linje. Je gebruikt het in een leesopdracht wanneer je naar één tekstregel verwijst.
efter efter betekent hier ‘na’ en geeft de volgorde aan waarin de leerling moet lezen. In efter mig betekent het dat de leerling na de spreker leest. Je gebruikt efter + persoon wanneer iemand een handeling volgt of nadoet.
Jeg Jeg betekent ‘ik’ en is hier het onderwerp van de zin. Het staat vóór er in Jeg er klar til at prøve. Je gebruikt Jeg om iets over jezelf te zeggen.
klar klar betekent hier ‘klaar’ of ‘bereid’ en beschrijft de toestand van de spreker. In Jeg er klar til at prøve staat het na er en vóór til at prøve. Je gebruikt klar til at + werkwoord om te zeggen dat je bereid bent iets te doen.
til til betekent hier ‘om te’ in de combinatie klar til at prøve. Het verbindt klar met de handeling prøve waarvoor de spreker bereid is. Je gebruikt klar til at + werkwoord om bereidheid voor een activiteit uit te drukken.
prøve prøve betekent hier ‘proberen’ en benoemt de activiteit waarvoor de spreker klaar is. Het staat na til at in klar til at prøve. Je gebruikt het wanneer je aangeeft dat je iets voor het eerst of als oefening gaat doen.
Tag Tag betekent hier ‘neem’ en vormt het begin van de aansporing Tag dig god tid. In deze zin draagt Tag de directe opdracht aan de aangesprokene. Je gebruikt deze vorm in een vriendelijke instructie om iemand aan te moedigen iets te doen.
dig dig verwijst hier naar ‘jezelf’ en staat na Tag in Tag dig god tid. Het maakt duidelijk dat de aangesprokene de tijd voor zichzelf moet nemen. Je gebruikt dig in deze vaste aansporing wanneer je iemand rechtstreeks aanspreekt.
god god betekent hier ‘goede’ en beschrijft tid in Tag dig god tid. In deze combinatie verwijst god naar voldoende of ruime tijd, niet naar een morele beoordeling. Je gebruikt god tid wanneer je iemand aanraadt genoeg tijd te nemen.
tid tid betekent hier ‘tijd’ en is wat de aangesprokene moet nemen in Tag dig god tid. Samen met god vormt het de betekenis van voldoende tijd nemen. Je gebruikt het wanneer je over de beschikbare duur voor een handeling praat.
og og betekent ‘en’ en verbindt de aansporing Tag dig god tid met sig det tydeligt. Het laat zien dat beide handelingen bij dezelfde instructie horen. Je gebruikt og om twee opdrachten of handelingen met elkaar te verbinden.
sig sig betekent hier ‘zeg’ en is een aansporing om iets uit te spreken. Het staat vóór det in sig det tydeligt. Je gebruikt sig om iemand te vragen bepaalde woorden of een zin hardop te zeggen.
tydeligt tydeligt betekent hier ‘duidelijk’ en geeft aan hoe de aangesprokene het moet zeggen. Het staat aan het einde van sig det tydeligt en beschrijft de manier van spreken. Je gebruikt het bij een instructie om iets verstaanbaar of helder uit te spreken.

Grammatica

Komparativ med -ere

nemmere ord

nem-uh-ruh ohr

makkelijkere woorden

Veel Deense bijvoeglijke naamwoorden vormen de vergrotende trap met -ere: nem → nemmere.

Imperativ

Læs denne linje.

lees den-uh lie-nuh

Lees deze regel.

De gebiedende wijs gebruikt meestal de werkwoordsstam zonder persoonlijk voornaamwoord: Læs = lees.

Deens woordenschat

begynde werkwoord
be-geun-uh beginnen

Vi kan begynde med en kort sætning.

denne bepaler
den-uh deze

Læs denne linje efter mig.

enkle bijvoeglijk naamwoord
eng-luh eenvoudige

Enkle ord er nemmere for mig.

forstå werkwoord
for-stoh begrijpen

Det hjælper mig med at forstå.

hjælper werkwoord
jel-buh helpt

Det hjælper mig med at forstå.

kort bijvoeglijk naamwoord
kohrt kort

Vi kan begynde med en kort sætning.

linje zelfstandig naamwoord
lie-nuh regel

Læs denne linje efter mig.

Læs werkwoord
lees lees

Læs denne linje efter mig.

mig voornaamwoord
mai mij

Enkle ord er nemmere for mig.

nemmere bijvoeglijk naamwoord
nem-uh-ruh makkelijker

Enkle ord er nemmere for mig.

ord zelfstandig naamwoord
ohr woorden

Enkle ord er nemmere for mig.

sætning zelfstandig naamwoord
sèd-ning zin

Vi kan begynde med en kort sætning.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Eenvoudige woorden zijn makkelijker voor mij.

Antwoord tonenEnkle ord er nemmere for mig.

Dat helpt me om het te begrijpen.

Antwoord tonenDet hjælper mig med at forstå.

Lees deze regel na mij.

Antwoord tonenLæs denne linje efter mig.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

zin

Antwoord tonensætning

eenvoudige

Antwoord tonenenkle

kort

Antwoord tonenkort

beginnen

Antwoord tonenbegynde