Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Koffie tijdens de pauze oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Vil du have kaffe?
vel doe hee-vuh ka-fuh? Wil je koffie?Ja tak. Bare en lille kop.
jeh tak. baa-uh uhn le-luh kob. Ja, graag. Gewoon een klein kopje.Værsgo.
vehs-goo. Alsjeblieft.Det dufter godt.
deh doef-duh guhd. Het ruikt lekker.Har du brug for sukker?
haa doe proe foh sog-uh? Heb je suiker nodig?Nej, kun mælk, tak.
nai, kon melk, tak. Nee, alleen melk, alsjeblieft.Undskyld, der er ingen mælk.
on-sgül, deh eh eng-uhn melk. Sorry, er is geen melk.Det er okay.
deh eh o-kei. Dat is oké.Uitleg van de zinnen
Vil du have kaffe?
Wil je koffie?
- Vil du
- wil je
- have
- hebben
- kaffe
- koffie
Uitgebreide uitleg
Vil du betekent hier “wil je”. vil is de tegenwoordige vorm van ville (“willen”) en du is het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon. In een Deense vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Vil du ...? Na vil volgt het volgende werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Vil du læse? — “Wil je lezen?” have betekent hier letterlijk “hebben”, maar samen met vil draagt de combinatie de betekenis “willen hebben” of, natuurlijker vertaald, “willen”. Het is de infinitief van have (“hebben”); na vil krijgt het geen persoonsuitgang. Voorbeeld: Jeg vil have te. — “Ik wil thee.” kaffe betekent “koffie”. Het is hier een zelfstandig naamwoord voor een drank en staat zonder lidwoord, zoals vaak bij een niet nader bepaalde hoeveelheid van een stof of drank. Voorbeeld: Jeg drikker kaffe. — “Ik drink koffie.” Samen vormen de delen de vraag Vil du have kaffe?: “Wil je koffie?” De volgorde is vil + du + infinitief have + het zelfstandig naamwoord kaffe. Het Deense vil ... have wordt in deze betekenis natuurlijk weergegeven met het Nederlandse “wil je ...?”. De formulering is een gewone directe vraag in een alledaagse situatie.
Ja tak. Bare en lille kop.
Ja, graag. Gewoon een klein kopje.
- Ja tak
- ja, graag
- Bare
- gewoon; alleen
- lille
- klein
- kop
- kopje
Uitgebreide uitleg
Ja tak is een vaste, beleefde manier om een aanbod te aanvaarden: “ja, graag”. Ja betekent “ja” en tak betekent “dank je/dank u”, maar samen functioneren ze hier als één korte antwoordformule. In de vorige zin is het antwoord gericht op het aanbod van koffie. Bare betekent hier “gewoon” of “alleen maar” en beperkt wat gevraagd of aanvaard wordt. In bare en lille kop hoort het bij de hele daaropvolgende woordgroep, niet alleen bij en. en is het Deense onbepaalde lidwoord bij zelfstandige naamwoorden van het gemeenschappelijke geslacht. Het markeert hier een niet nader bepaalde kop; op zichzelf beweert het niet dat er een specifiek aantal wordt benadrukt. lille betekent hier “klein”. Het is de vorm die bij een onbepaald zelfstandig naamwoord in het enkelvoud staat: en lille kop. De basisvorm is ook lille; bij vergelijking wordt dat mindre (“kleiner”) en mindst (“kleinst”). Voorbeeld: en lille kop — “een klein kopje”. kop betekent “kop”. Het is een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht, zoals blijkt uit en kop. Het meervoud is kopper: to kopper — “twee koppen”. De Nederlandse vertaling “kopje” geeft hier de bedoelde kleine kop weer, maar de Deense vorm kop zelf is niet door een apart verkleiningssuffix gevormd. Samen betekent Bare en lille kop “gewoon een klein kopje” of “alleen maar een klein kopje”. De volledige uiting is dus een beleefde aanvaarding van de aangeboden koffie, met de beperking dat de spreker slechts een kleine kop wil: “Ja, graag. Gewoon een klein kopje.”
Værsgo.
Alsjeblieft.
- Værsgo.
- Alsjeblieft.
Uitgebreide uitleg
Værsgo. is een vaste Deense formule die hier betekent: “Alsjeblieft.” Je gebruikt deze vooral wanneer je iets aan iemand geeft of aanbiedt. De vorm is niet gewoon een los werkwoord dat je in deze zin naar persoon of tijd moet aanpassen. Voorbeeld: Værsgo, en kop kaffe. — “Alsjeblieft, een kop koffie.” Dit is een nieuw voorbeeld dat hetzelfde aanbiedingspatroon laat zien. In de gegeven uitwisseling sluit Værsgo. aan op het verzoek om een klein kopje: de spreker biedt het gevraagde aan. Samen vormt de uitdrukking dus een korte, natuurlijke manier om iets aan te reiken of aan te bieden: “Alsjeblieft.”
Det dufter godt.
Het ruikt lekker.
- Det
- het
- dufter
- ruikt
- godt
- lekker
Uitgebreide uitleg
Det betekent hier het en staat als onderwerp in de vaste uitdrukking. Het verwijst in deze zin niet naar een concreet genoemd zelfstandig naamwoord; de Nederlandse vertaling bevestigt de onpersoonlijke lezing. De vorm det hoort bij het onzijdige enkelvoud. Een bruikbaar contrast is den voor veel-geslacht enkelvoud, maar de keuze hangt af van het grammaticale geslacht van het bedoelde woord, niet alleen van het feit dat het enkelvoud is. dufter komt van at dufte, “ruiken”. dufter is de tegenwoordige tijd: “ruikt”. In Det dufter ... beschrijft het werkwoord een geurindruk. Voorbeeld: Blomsten dufter godt. — “De bloem ruikt lekker.” godt betekent hier lekker of aangenaam en beschrijft hoe de geur wordt waargenomen. In deze combinatie staat het als bijwoord bij dufter, niet als een zelfstandig naamwoord. Het hangt dus niet af van een onzijdig zelfstandig naamwoord naast zich. god is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; godt is ook de vorm die je als bijwoord in zulke combinaties gebruikt. Voorbeeld: Det lugter godt. — “Het ruikt lekker.” Samen vormen Det dufter godt. de herbruikbare structuur Det + werkwoord van geur + godt: “Het ruikt lekker.” De zin zegt alleen dat de geur als aangenaam wordt ervaren. De formulering is alledaags en geschikt om bijvoorbeeld een aangename geur van eten of iets anders te beschrijven.
Har du brug for sukker?
Heb je suiker nodig?
- Har du
- heb je
- brug for
- nodig hebben; behoefte hebben aan
- sukker
- suiker
Uitgebreide uitleg
Har du betekent hier “heb je”. har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”); du is het persoonlijke voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud (“je/jij”). In een gewone mededelende zin staat het onderwerp vóór het werkwoord: Du har ... (“Je hebt ...”). In deze vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Har du ...? (“Heb je ...?”). Voorbeeld: Har du tid? — “Heb je tijd?” brug for is een vaste Deense constructie met de betekenis “nodig hebben” of “behoefte hebben aan”. Het zelfstandige naamwoord brug betekent in deze uitdrukking niet simpelweg “gebruik”; leer have brug for + iets als één herbruikbaar patroon. Voorbeeld: Jeg har brug for hjælp. — “Ik heb hulp nodig.” In een vraag blijft dezelfde constructie staan: Har du brug for hjælp? — “Heb je hulp nodig?” sukker betekent hier “suiker”. Het is een zelfstandig naamwoord voor de stof of het product; het kan in deze context zonder meervoud worden gebruikt. Voorbeeld: Jeg køber sukker. — “Ik koop suiker.” Samen vormen de delen Har du + brug for + sukker? de vraag “Heb je suiker nodig?”. De vraag gebruikt de Deense omgekeerde woordvolgorde werkwoord + onderwerp en daarna de constructie have brug for + zelfstandig naamwoord.
Nej, kun mælk, tak.
Nee, alleen melk, alsjeblieft.
- Nej
- nee
- kun
- alleen
- mælk
- melk
- tak
- alsjeblieft
Uitgebreide uitleg
Nej betekent hier een korte ontkenning van het voorafgaande aanbod of de voorafgaande vraag. Het kan zelfstandig als antwoord staan. Het tegenovergestelde is ja. kun betekent ‘alleen’ en beperkt hier wat de spreker wil: alleen melk. Een bruikbaar patroon is kun + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld kun vand — ‘alleen water’. mælk betekent hier ‘melk’. Het is een massanaamwoord: de zin noemt geen afzonderlijke eenheid of hoeveelheid. Daarom staat er hier geen telwoord. De vorm mælk is de onbepaalde vorm; de bepaalde vorm is mælken — ‘de melk’. Een voorbeeld is Jeg drikker mælk. — ‘Ik drink melk.’ tak betekent hier ‘alsjeblieft’ en maakt de bestelling of het verzoek beleefd. In andere contexten kan tak ook ‘dank je’ betekenen, maar in deze zin staat het bij wat de spreker vraagt. Samen vormen de delen: Nej wijst het eerdere aanbod van suiker af; kun mælk geeft aan dat alleen melk gewenst is; tak voegt een beleefde afsluiting aan het verzoek toe. De volledige betekenis is dus: ‘Nee, alleen melk, alsjeblieft.’
Undskyld, der er ingen mælk.
Sorry, er is geen melk.
- Undskyld
- Sorry
- der er
- er is / er zijn
- ingen
- geen
- mælk
- melk
Uitgebreide uitleg
Undskyld betekent hier “sorry” en staat als zelfstandige verontschuldiging aan het begin. Het kan ook vóór een vraag of verzoek staan om die beleefder in te leiden. Voorbeeld: Undskyld, hvor er toilettet? — “Sorry, waar is het toilet?” der er is de vaste Deense bestaansconstructie voor “er is” of “er zijn”. Der verwijst in deze constructie niet naar een bepaalde zaak; de constructie kondigt aan dat iets aanwezig of afwezig is. Het werkwoord er is de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”). Voorbeeld: Der er en bog på bordet. — “Er ligt een boek op tafel.” ingen betekent “geen” bij een zelfstandig naamwoord. Het drukt afwezigheid uit: der er ingen ... betekent “er is/zijn geen ...”. Bij een meervoud of een telbaar zelfstandig naamwoord blijft de keuze van de vorm afhankelijk van het Deense woord; vergelijk bijvoorbeeld ingen biler — “geen auto’s”. Ingen is iets anders dan ikke: ikke ontkent meestal een werkwoord, bijvoeglijk naamwoord of andere uitdrukking, terwijl ingen rechtstreeks bij een zelfstandig naamwoord hoort. mælk betekent “melk”. Het is hier een stofnaam: de zin zegt dat er geen melk aanwezig is, niet hoeveel afzonderlijke eenheden er zijn. Voorbeeld: Jeg drikker mælk. — “Ik drink melk.” Samen vormen de delen: Undskyld + der er ingen mælk → “Sorry, er is geen melk.” De constructie der er introduceert wat aanwezig is; ingen ontkent vervolgens de aanwezigheid van mælk. De formulering is neutraal en bruikbaar in alledaagse gesprekken.
Det er okay.
Dat is oké.
- Det er
- Dat is
- okay
- oké
Uitgebreide uitleg
Det er betekent hier samen “dat is”. Det is een Deens voornaamwoord in het onzijdige enkelvoud; in deze zin verwijst het, volgens de vaste vertaling, naar iets dat als “dat” wordt aangeduid. Er is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”). Vergelijk bijvoorbeeld: Det er godt. — “Dat is goed.” okay betekent hier “oké” of “in orde”. Het is een onveranderlijk leenwoord: in deze zin krijgt het geen zichtbare persoons- of getalsuitgang. Een bruikbaar contrast is ikke okay — “niet oké”; de ontkenning staat dan vóór okay. Samen vormen de delen Det er okay.: “Dat is oké.”
Grammatica
have brug for + zelfstandig naamwoord
Du har brug for kaffe.
Doe haa proe foh ka-fuh.Je hebt koffie nodig.
In het Deens betekent have brug for ‘nodig hebben’. De constructie gebruikt letterlijk ‘hebben behoefte aan’.
der er + zelfstandig naamwoord
Der er ingen mælk.
Deh eh eng-uhn melk.Er is geen melk.
Der er betekent ‘er is’ of ‘er zijn’. Het aantal blijkt uit het zelfstandig naamwoord; der verandert niet.
Deens woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wil je koffie?
Antwoord tonen
Vil du have kaffe?Ja, graag. Gewoon een klein kopje.
Antwoord tonen
Ja tak. Bare en lille kop.Het ruikt lekker.
Antwoord tonen
Det dufter godt.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
hebben
Antwoord tonen
haveklein
Antwoord tonen
lillealleen; gewoon
Antwoord tonen
barekoffie