Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Familie en huisdier thuis oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Bor du sammen med familie?
boor doe samen mee famielie? Woon je samen met familie?Jeg bor sammen med mit barn.
jaj boor samen mee med baan. Ik woon met mijn kind.Er der også et kæledyr derhjemme?
èr dèr oosgoo èd keeleduur dèrjèmme? Is er thuis ook een huisdier?Vi har en lille hund.
wie haa en lelle hoen. We hebben een kleine hond.Hvordan har de det sammen?
voodan haa die dèd samen? Hoe kunnen ze het met elkaar vinden?De leger sammen hver dag.
die leèr samen veèr dèè. Ze spelen elke dag samen.Uitleg van de zinnen
Bor du sammen med familie?
Woon je samen met familie?
- Bor
- woon
- du
- je/jij
- sammen med
- samen met
- familie
- familie
Uitgebreide uitleg
Bor is hier de tegenwoordige tijd van bo (“wonen”). In een Deense ja/nee-vraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp: Bor du ...? betekent “Woon je ...?”. Bor verandert in de tegenwoordige tijd niet mee met persoon of getal: jeg bor, du bor en de bor gebruiken allemaal bor. du betekent hier “je/jij” en is het onderwerp van de vraag: de tweede persoon enkelvoud. In de vraag staat du na de persoonsvorm; in een gewone mededelende zin staat het onderwerp vóór de persoonsvorm: Du bor ... — “Je woont ...”. sammen med is de combinatie “samen met”. med betekent “met”, terwijl sammen het idee van gezamenlijkheid toevoegt. Voorbeeld: Jeg bor sammen med mit barn. — “Ik woon samen met mijn kind.” familie betekent hier “familie”. Het is een zelfstandig naamwoord zonder bezittelijk woord; de zin specificeert dus niet welke familieleden bedoeld zijn en drukt geen bepaald aantal uit. In med familie is familie datgene waarmee iemand samenwoont. Samen vormen Bor du sammen med familie? de ja/nee-vraag “Woon je samen met familie?”. De volgorde is persoonsvorm + onderwerp + samen-met-groep: Bor + du + sammen med familie.
Jeg bor sammen med mit barn.
Ik woon met mijn kind.
- Jeg
- ik
- bor
- woon
- sammen med
- samen met
- mit
- mijn
- barn
- kind
Uitgebreide uitleg
Jeg betekent hier “ik” en is de Deense persoonlijke vorm voor de spreker als onderwerp. Vergelijk bijvoorbeeld Jeg arbejder. — “Ik werk.” bor is de tegenwoordige tijd van bo (“wonen”). De vorm zegt hier dat de spreker ergens woont; in het Deens blijft de tegenwoordige vorm bij verschillende personen doorgaans bor: jeg bor (“ik woon”) en du bor (“jij woont”). sammen med is een vaste combinatie met de betekenis “samen met”. Ze introduceert de persoon of zaak waarmee iemand samen is of samenwoont. In Jeg bor sammen med familie. betekent dezelfde combinatie “samen met familie”. mit betekent hier “mijn” en staat vóór barn. Het is de bezittelijke vorm die bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord hoort. Het zelfstandig naamwoord barn heeft in het Deens het lidwoord et: et barn; daarom is het mit barn. Bij een gemeenschappelijk-geslacht enkelvoud staat bijvoorbeeld min, en bij meervoud mine. barn betekent “kind”. Het kan zowel naar een jongen als naar een meisje verwijzen; het woord zelf specificeert dat niet. Het meervoud is børn (“kinderen”). Samen vormen Jeg bor (“ik woon”), sammen med (“samen met”) en mit barn (“mijn kind”) de volledige betekenis: “Ik woon samen met mijn kind.” De spreker is de bewoner, en mijn verwijst in deze vaste zin naar het kind van de spreker.
Er der også et kæledyr derhjemme?
Is er thuis ook een huisdier?
- Er der
- is er
- også
- ook
- kæledyr
- huisdier
- derhjemme
- thuis
Uitgebreide uitleg
Er der vormt hier de vaste Deense existentiële vraagconstructie: “is er / is er aanwezig?”. der verwijst in deze constructie niet zelfstandig naar een eerder genoemd ding; samen met er vraagt het naar het bestaan of de aanwezigheid van iets. Het patroon is Er der + iets? Bijvoorbeeld: Er der kaffe? — “Is er koffie?” også betekent hier “ook” en voegt dit huisdier toe aan iets wat al in de situatie meespeelt. Het staat vóór wat wordt bevraagd: Er der også ...? — “Is er ook ...?” Het is niet hetzelfde als igen (“weer/opnieuw”). kæledyr betekent hier “huisdier”. Het is een zelfstandig naamwoord. De vormketen is et kæledyr (een huisdier), kæledyret (het huisdier), kæledyr (huisdieren) en kæledyrene (de huisdieren). In de vaste zin staat het enkelvoud met het onbepaalde lidwoord et: et kæledyr. Dat lidwoord markeert hier de vormklasse van het zelfstandig naamwoord; het legt op zichzelf niet de nadruk op een geteld aantal. Voorbeeld: Vi har et kæledyr. — “We hebben een huisdier.” derhjemme is een bijwoord met de betekenis “thuis”. Het specificeert de plaats van de aanwezigheid in de vraag. hjemme betekent eveneens “thuis” in plaatsaanduidend gebruik; derhjemme kan de thuislocatie nadrukkelijker aanwijzen. Voorbeeld: Hun er derhjemme. — “Zij is thuis.” Samen stellen de delen de vraag Er der også et kæledyr derhjemme?: of er thuis ook een huisdier aanwezig is. De Deense vraagvolgorde begint met de vorm Er der, daarna komt også, vervolgens het bevraagde zelfstandig naamwoord met zijn lidwoord en ten slotte de plaatsaanduiding derhjemme. De vaste vertaling is: “Is er thuis ook een huisdier?”
Vi har en lille hund.
We hebben een kleine hond.
- Vi
- wij
- har
- hebben
- lille
- kleine
- hund
- hond
Uitgebreide uitleg
Vi betekent hier “wij” en is het onderwerp: de spreker spreekt namens een groep waarin die spreker zit. Het is de eerste persoon meervoud. Vergelijk jeg (“ik”) met vi (“wij”); bijvoorbeeld: Vi bor her. = “Wij wonen hier.” har is de tegenwoordige tijd van at have (“hebben”). In het Deens blijft de tegenwoordige vorm har bij verschillende personen hetzelfde: jeg har, du har, vi har. In deze zin drukt het bezit of het hebben van een huisdier uit. Bijvoorbeeld: Jeg har en kat. = “Ik heb een kat.” lille betekent hier “kleine” en beschrijft hund. Het is de enkelvoudsvorm bij een gemeenschappelijk-geslachtwoord met en: en lille hund. Bij meervoud wordt dit bijvoorbeeld små hunde (“kleine honden”); små is dus niet de vorm die in deze zin staat. Het tegenovergestelde is stor (“groot”). hund betekent “hond”. Het is een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijk geslacht: en hund; het meervoud is hunde. Bijvoorbeeld: Hunden er lille. = “De hond is klein.” Het onbepaalde lidwoord en staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord hund en past bij het gemeenschappelijk geslacht. Het beweert op zichzelf niet dat er precies één hond is; de zin introduceert een hond als nieuw of niet nader bepaald element. Samen vormen Vi har het patroon “wij hebben”, gevolgd door en lille hund, “een kleine hond”. De volledige betekenis is dus: “Wij hebben een kleine hond.”
Hvordan har de det sammen?
Hoe kunnen ze het met elkaar vinden?
- Hvordan
- hoe
- har de det sammen
- het met elkaar vinden
Uitgebreide uitleg
Hvordan betekent hier “hoe” en vraagt naar de manier of kwaliteit van een situatie. Het staat aan het begin van de vraag. Een herbruikbaar voorbeeld is: Hvordan har du det? — “Hoe gaat het met je?” In deze vaste zin vraagt Hvordan niet naar een plaats of tijd. har de det sammen is een vaste, bruikbare combinatie. har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”); deze vorm wordt in het Deens niet aangepast aan persoon of getal. de is het persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon meervoud, hier met de betekenis “ze”, zoals de vertaling expliciet aangeeft. det betekent letterlijk “het”, maar hoort hier bij de uitdrukking have det; samen met sammen gaat het om de manier waarop ze met elkaar omgaan. sammen betekent “samen” en maakt hier de onderlinge relatie duidelijk. In een vraag staat de persoonsvorm in deze structuur vóór het onderwerp: Hvordan har de det sammen? Een vergelijkbaar voorbeeld is: De har det godt sammen. — “Ze kunnen het goed met elkaar vinden.” Het bijwoord godt laat daar zien hoe hun onderlinge omgang is. Samen betekent de hele zin: “Hoe kunnen ze het met elkaar vinden?” De vraag gaat dus over de kwaliteit van hun onderlinge relatie, niet alleen over de vraag of ze zich op dezelfde plaats bevinden.
De leger sammen hver dag.
Ze spelen elke dag samen.
- De
- zij
- leger
- spelen
- sammen
- samen
- hver dag
- elke dag
Uitgebreide uitleg
De betekent hier “zij” en verwijst naar de betrokken personen uit de context. Het is een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon meervoud. In het Deens verandert de niet naar geslacht, omdat het al naar meerdere personen verwijst. leger is de tegenwoordige tijd van lege, “spelen”. In het Deens verandert het werkwoord in de tegenwoordige tijd niet volgens persoon of getal: jeg leger (“ik speel”), de leger (“zij spelen”). De vorm leger zegt hier dus, samen met de, dat zij spelen. Voorbeeld: Børnene leger. — “De kinderen spelen.” sammen betekent “samen”: de personen voeren de handeling gezamenlijk uit. Het kan in veel zinnen na het werkwoord staan, zoals in Vi arbejder sammen. — “Wij werken samen.” hver dag betekent “elke dag”. hver betekent “elke” en dag betekent “dag”; samen geven ze een herhaalde tijdsaanduiding. hver is hier geen aanduiding van één concreet geteld aantal, maar van iedere dag binnen de bedoelde herhaling. Voorbeeld: Hun læser hver dag. — “Zij leest elke dag.” Samen vormen de delen De leger sammen (“Zij spelen samen”) en hver dag (“elke dag”). De volledige zin betekent daarom: “Ze spelen elke dag samen.”
Grammatica
Der er + zelfstandig naamwoord + plaats
Der er også kæledyr derhjemme.
dèr èr oosgoo keeleduur dèrjèmme.Er zijn thuis ook huisdieren.
In het Deens gebruik je der als formeel onderwerp in de betekenis ‘er is/zijn’. Het echte onderwerp volgt na er.
De + werkwoord in de tegenwoordige tijd
De leger hver dag.
die leèr veèr dèè.Zij spelen elke dag.
De tegenwoordige tijd staat na de persoonsvorm meestal op -er: leger betekent ‘spelen’ in de tegenwoordige tijd.
Deens woordenschat
mit barn
Jeg bor sammen med mit barn.
Er der også et kæledyr derhjemme?
Er der også et kæledyr derhjemme?
Er der også et kæledyr derhjemme?
Bor du sammen med familie?
Jeg bor sammen med mit barn.
- Geslacht
- neuter
et kæledyr
- Geslacht
- neuter
mit barn
Er der også et kæledyr derhjemme?
Bor du sammen med familie?
Vi har en lille hund.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Woon je samen met familie?
Antwoord tonen
Bor du sammen med familie?Ik woon met mijn kind.
Antwoord tonen
Jeg bor sammen med mit barn.Is er thuis ook een huisdier?
Antwoord tonen
Er der også et kæledyr derhjemme?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
familie
Antwoord tonen
familieook
Antwoord tonen
ogsåsamen
Antwoord tonen
sammenkind