Jeg
‘Jeg’ betekent hier ‘ik’: de klant spreekt over zichzelf als degene die een shirt nodig heeft. In een gewone mededeling staat ‘Jeg’ als onderwerp vóór het werkwoord, zoals in ‘Jeg har brug for en ny skjorte.’
har
‘har’ betekent hier ‘heb’ en staat samen met ‘brug for’ in de uitdrukking voor ‘nodig hebben’. Een betrouwbaar patroon is ‘har brug for’ gevolgd door datgene wat nodig is, zoals ‘har brug for en ny skjorte’.
brug for
‘brug for’ betekent hier ‘nodig hebben’ als onderdeel van ‘Jeg har brug for en ny skjorte.’ ‘brug’ draagt binnen deze vaste uitdrukking het idee van behoefte, en ‘for’ verbindt de uitdrukking met wat nodig is. Gebruik ‘har brug for’ gevolgd door een persoon of zaak die nodig is.
en
‘en’ betekent hier ‘een’ en introduceert ‘skjorte’ als een niet nader bepaalde zaak. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord in ‘en ny skjorte’. Gebruik ‘en’ op dezelfde plaats vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar één niet nader bepaalde zaak verwijst.
ny
‘ny’ betekent ‘nieuw’ en beschrijft het shirt in ‘en ny skjorte’. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft. Gebruik ‘ny’ vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je wilt aangeven dat iets nieuw is.
skjorte
‘skjorte’ betekent ‘shirt’ en is hier het kledingstuk dat de klant nodig heeft. Het staat in de woordgroep ‘en ny skjorte’. In een kledingwinkel gebruik je ‘skjorte’ om naar een shirt te verwijzen.
Hvilken
‘Hvilken’ betekent hier ‘welke’ en vraagt de klant om één keuze uit mogelijke kleuren. Het staat vóór ‘farve’ in de vraag ‘Hvilken farve leder du efter?’ Gebruik ‘hvilken’ vóór het zelfstandig naamwoord waarover je een keuze vraagt.
farve
‘farve’ betekent ‘kleur’ en is hier datgene waarnaar de klant zoekt. Het staat in de woordgroep ‘Hvilken farve’. In een winkel gebruik je ‘farve’ wanneer je naar de gewenste kleur van een kledingstuk of ander voorwerp vraagt.
leder efter
‘leder efter’ betekent hier ‘zoekt naar’. ‘leder’ geeft het zoeken aan en ‘efter’ hoort bij de vaste combinatie die aangeeft waarnaar gezocht wordt. Gebruik ‘leder efter’ gevolgd door het voorwerp of de persoon die je probeert te vinden, zoals in ‘Hvilken farve leder du efter?’
du
‘du’ betekent hier ‘je’ of ‘jij’ en verwijst naar de klant die wordt aangesproken. In ‘leder du efter’ staat ‘du’ als degene die zoekt. Gebruik ‘du’ voor één persoon die je rechtstreeks aanspreekt.
Noget
‘Noget’ betekent hier ‘iets’ en verwijst naar een nog niet nader bepaald shirt of kledingstuk. In ‘Noget blåt’ wordt ‘Noget’ gecombineerd met een beschrijving van de gewenste kleur. Gebruik ‘noget’ wanneer je iets onbepaalds aanbiedt of ernaar verwijst.
blåt
‘blåt’ betekent hier ‘blauw’ en beschrijft wat de klant zoekt in ‘Noget blåt’. Deze vorm staat direct na ‘Noget’ in de uitdrukking. Gebruik ‘noget’ plus een beschrijving wanneer je iets met een bepaalde eigenschap vraagt, zoals iets blauws.
hvis
‘hvis’ betekent hier ‘als’ en leidt de voorwaarde in ‘hvis du har det’ in. De spreker maakt de vraag afhankelijk van de vraag of de winkel zoiets heeft. Gebruik ‘hvis’ vóór een bijzin die een voorwaarde uitdrukt.
det
‘det’ betekent hier ‘het’ of ‘dat’ en verwijst terug naar het gevraagde blauwe kledingstuk of de gevraagde optie. In ‘hvis du har det’ is het datgene wat de winkel mogelijk heeft. Gebruik ‘det’ om terug te verwijzen naar iets dat al uit de context bekend is.
Her
‘Her’ betekent hier ‘hier’ en wijst de klant naar een shirt dat de verkoper toont of aanbiedt. Het staat aan het begin van de presentatie-uitdrukking ‘Her er en i din størrelse’. Gebruik ‘Her er’ om iemand iets aan te wijzen of aan te bieden.
er
‘er’ betekent hier ‘is’ in de uitdrukking ‘Her er en i din størrelse’. Samen met ‘Her’ presenteert het de aanwezige optie: hier is er één in de juiste maat. Gebruik ‘Her er’ vóór datgene wat je aanwijst of aanbiedt.
i
‘i’ betekent hier ‘in’ en verbindt het shirt met de beschikbare maat in ‘i din størrelse’. Het geeft aan dat het kledingstuk in die maat verkrijgbaar is. Gebruik ‘i’ vóór een maat of andere omschrijving van de uitvoering waarin iets beschikbaar is.
din
‘din’ betekent hier ‘jouw’ en geeft aan dat de maat bij de aangesproken klant hoort. Het staat vóór ‘størrelse’ in ‘din størrelse’. Gebruik ‘din’ vóór een zelfstandig naamwoord wanneer iets aan één aangesproken persoon toebehoort of bij die persoon hoort.
størrelse
‘størrelse’ betekent hier ‘maat’ en verwijst naar de kledingmaat van de klant. Het staat in ‘i din størrelse’. In een kledingwinkel gebruik je ‘størrelse’ om naar de maat van een kledingstuk of persoon te verwijzen.
Må
‘Må’ betekent hier ‘mag’ en drukt toestemming vragen uit in ‘Må jeg prøve den?’ Het staat aan het begin van de vraag, vóór ‘jeg’ en het werkwoord. Gebruik ‘Må jeg’ gevolgd door een werkwoord wanneer je beleefd vraagt of iets toegestaan is.
prøve
‘prøve’ betekent hier ‘passen’ of ‘proberen’ en gaat over het aantrekken van het shirt. In ‘Må jeg prøve den?’ volgt het op ‘Må jeg’ en krijgt het kledingstuk de rol van wat wordt gepast. Gebruik ‘prøve’ met een kledingstuk wanneer je wilt zeggen dat je het wilt passen.
den
‘den’ verwijst hier naar het shirt, het kledingstuk dat de klant wil passen. In ‘Må jeg prøve den?’ verwijst ‘den’ naar dat kledingstuk als voorwerp; de hoofdlettervorm ‘Den’ in ‘Den passer rigtig godt’ en ‘Den ser godt ud på dig’ verwijst naar hetzelfde shirt als onderwerp.
Prøverummet
‘Prøverummet’ betekent hier ‘de paskamer’, de ruimte waar de klant het shirt kan passen. Het is het onderwerp van ‘Prøverummet er lige herovre’. In een kledingwinkel gebruik je ‘Prøverummet’ om de ruimte voor het passen van kleding aan te wijzen.
lige
‘lige’ betekent hier ‘net’ of ‘precies’ en versterkt de plaatsaanduiding ‘herovre’ in ‘lige herovre’. De combinatie wijst naar een plek die dichtbij en duidelijk aanwijsbaar is. Gebruik ‘lige’ vóór een plaatsaanduiding wanneer je wilt zeggen dat iets precies daar is.
herovre
‘herovre’ betekent hier ‘hier verderop’ en wijst naar de nabije plek waar de paskamer zich bevindt. In ‘lige herovre’ wordt de klant naar die plek verwezen. Een verkoper kan ‘herovre’ gebruiken wanneer hij iemand naar een zichtbare plaats in de buurt stuurt.
passer
‘passer’ betekent hier ‘past’ of ‘zit goed’ en beschrijft hoe het shirt aan de klant zit. In ‘Den passer rigtig godt’ is het shirt datgene waarvan de pasvorm wordt beoordeeld. Gebruik ‘passer’ bij kleding wanneer je zegt of iets goed of slecht zit.
rigtig
‘rigtig’ betekent hier ‘echt’ en versterkt ‘godt’ in ‘passer rigtig godt’. Daardoor zegt de klant dat het shirt echt goed zit. Gebruik ‘rigtig’ vóór een beschrijving wanneer je die beschrijving wilt versterken.
godt
‘godt’ betekent hier ‘goed’ in ‘passer rigtig godt’: het shirt zit goed. In ‘ser godt ud’ draagt ‘godt’ bij aan de positieve beoordeling van het uiterlijk, maar de hele uitdrukking betekent ‘er mooi uitzien’. Gebruik ‘rigtig godt’ om een goede pasvorm sterker te benadrukken.
ser godt ud
‘ser godt ud’ betekent als geheel ‘er mooi uitzien’ in ‘Den ser godt ud på dig.’ ‘ser’ geeft aan hoe iets eruitziet, ‘godt’ geeft de positieve beoordeling, en ‘ud’ maakt deel uit van deze vaste uitdrukking. Gebruik het patroon ‘iets ser godt ud på iemand’ om te zeggen dat bijvoorbeeld kleding iemand goed staat.
på
‘på’ betekent hier ‘aan’ of ‘op’ en geeft in ‘på dig’ aan bij wie het kledingstuk er goed uitziet. Het hoort bij de uitdrukking ‘ser godt ud på dig’. Gebruik ‘på’ vóór de persoon bij wie kleding of een andere zaak er goed uitziet.
dig
‘dig’ betekent hier ‘jou’ en verwijst naar de klant die het shirt draagt. In ‘på dig’ staat ‘dig’ na het voorzetsel ‘på’ en geeft aan voor wie het shirt er goed uitziet. Gebruik ‘dig’ wanneer één aangesproken persoon na een voorzetsel wordt genoemd.