Schoenen passen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shoe shop, a customer tries on shoes and asks for a larger pair when they feel small..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Schoenen passen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

De her sko ser behagelige ud.

Die hè-uh skoo se-uh bə-hè-jə-lə oeth. Deze schoenen zien er comfortabel uit.
B

De er lavet til lange gåture.

Die è-uh lèè-vuth teel lang-uh koo-too-uh. Ze zijn gemaakt voor lange wandelingen.
A

Må jeg prøve dem her?

Mòò yai prèu-vuh dem hè-uh? Mag ik ze hier passen?
B

Brug denne bænk, mens du tager dem på.

Broe dè-nuh bèngk, mens doe tèè-uh dem poo. Gebruik dit bankje terwijl je ze aantrekt.
A

De føles lidt små.

Die föö-lus leeth smooh. Ze voelen een beetje klein aan.
B

Prøv dette større par.

Prèu dè-duh stèu-uh paa. Probeer dit grotere paar.
A

Dette par føles bedre.

Dè-duh paa föö-lus bè-thruh. Dit paar voelt beter aan.
B

Den størrelse ser rigtig ud på dig.

Den stèu-uh-lsuh se-uh règ-di oeth poo dai. Die maat ziet er goed uit bij jou.

Uitleg van de zinnen

  1. De her sko ser behagelige ud.

    Deze schoenen zien er comfortabel uit.

    De her
    deze
    sko
    schoenen
    ser … ud
    eruitzien
    behagelige
    comfortabel
    Uitgebreide uitleg

    De her betekent hier “deze”: het is een aanwijzende bepaling voor iets meervoudigs dat in de situatie wordt aangewezen. De vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord. Een bruikbaar patroon is de her + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld de her bøger = “deze boeken”. Sko betekent hier “schoenen”. Het is het meervoud van sko (“schoen”); het enkelvoud en meervoud hebben dus dezelfde vorm. Bijvoorbeeld: en sko = “een schoen”, to sko = “twee schoenen”. Ser ... ud is de Deense constructie voor “eruitzien” of “lijken”. Het werkwoord ser is de tegenwoordige tijd van se (“zien”), maar samen met ud beschrijft het hoe iets eruitziet. De twee delen horen bij elkaar, ook al staat het beschrijvende woord ertussen. Bijvoorbeeld: Hun ser glad ud. = “Zij ziet er blij uit.” Behagelige betekent hier “comfortabel”. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord behagelig die bij het meervoud sko past. Vergelijk: en behagelig sko = “een comfortabele schoen” en behagelige sko = “comfortabele schoenen”. Samen vormen de delen: De her sko = “deze schoenen”, ser ... ud = “zien eruit” en behagelige = “comfortabel”. De hele zin betekent daarom: “Deze schoenen zien er comfortabel uit.”

  2. De er lavet til lange gåture.

    Ze zijn gemaakt voor lange wandelingen.

    De er
    ze zijn
    lavet
    gemaakt
    til
    voor
    lange
    lange
    gåture
    wandelingen
    Uitgebreide uitleg

    De er betekent hier “ze zijn”. De is een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon meervoud. In de gegeven context verwijst het naar de schoenen uit de vorige zin. Er is de tegenwoordige vorm van at være (“zijn”); deze vorm wordt in het Deens ook bij andere personen gebruikt, bijvoorbeeld jeg er = “ik ben” en du er = “jij bent”. lavet betekent hier “gemaakt”. Het is het voltooid deelwoord van at lave (“maken”). Samen met er vormt het hier de passieve constructie er lavet: iets is gemaakt of bedoeld voor een bepaald doel. Voorbeeld: Tasken er lavet af læder. — “De tas is van leer gemaakt.” til betekent hier “voor” en geeft het doel aan: de activiteit waarvoor iets bedoeld is. Voorbeeld: Skoene er til løb. — “De schoenen zijn voor hardlopen.” lange betekent hier “lange”. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord lang (“lang”) die bij een meervoudig zelfstandig naamwoord in deze constructie staat. Vergelijk: en lang tur — “een lange wandeling” — en lange ture — “lange wandelingen”. gåture betekent “wandelingen”. Het is het meervoud van gåtur (“wandeling”). Gåtur is een samengesteld zelfstandig naamwoord; als geheel betekent het “wandeling”, ook al houden de delen verband met gå (“lopen/gaan”) en tur (“tocht”). Voorbeeld: Vi tager ofte gåture. — “We maken vaak wandelingen.” De delen vormen samen De er lavet til lange gåture: “Ze zijn gemaakt voor lange wandelingen.” De schoenen zijn dus gemaakt of bedoeld om bij lange wandelingen gebruikt te worden. De herbruikbare constructie X er lavet til Y kan ook andere dingen en doelen verbinden, bijvoorbeeld Denne jakke er lavet til vinteren. — “Deze jas is gemaakt voor de winter.”

  3. Må jeg prøve dem her?

    Mag ik ze hier passen?

    Må jeg
    mag ik
    prøve
    passen
    dem
    ze
    her
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Må jeg betekent hier “mag ik?” en vormt een beleefde vraag om toestemming. må is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord må; in andere contexten kan het ook een andere modaliteit uitdrukken, maar de vaste vertaling maakt hier toestemming duidelijk. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Må jeg sidde her? — “Mag ik hier zitten?” prøve betekent hier “passen” in de betekenis van iets proberen om te zien of het goed zit. De basisvorm is prøve; na må blijft die vorm onveranderd. prøve noget kan algemener “iets proberen” betekenen. In deze zin bepaalt de context van de voorwerpen en het aantrekken de bedoelde betekenis “ze passen”. Voorbeeld: Jeg vil prøve jakken. — “Ik wil de jas passen.” dem is hier het meervoudige voornaamwoord in de objectsvorm: “ze”, als voorwerp van prøve. Het bijbehorende onderwerp-formulier is de: De kommer — “Ze komen”; Jeg ser dem — “Ik zie ze.” dem zelf drukt in deze vorm geen grammaticaal geslacht uit. her is een plaatsbijwoord en betekent “hier”. Het verandert niet voor persoon, getal of geslacht. Voorbeeld: Du kan vente her. — “Je kunt hier wachten.” Samen vormen Må jeg en prøve dem de vraag of de spreker toestemming krijgt om de bedoelde voorwerpen te passen. her geeft de plaats aan waar dat gebeurt. De volledige betekenis is dus: “Mag ik ze hier passen?” De vraag is beleefd en direct; må maakt de toestemming expliciet.

  4. Brug denne bænk, mens du tager dem på.

    Gebruik dit bankje terwijl je ze aantrekt.

    Brug
    gebruik
    denne
    deze
    bænk
    bankje
    mens
    terwijl
    du
    je
    tager … på
    aantrekken
    dem
    ze
    Uitgebreide uitleg

    Brug is de gebiedende wijs van bruge (“gebruiken”). De vorm spreekt de aangesprokene rechtstreeks aan: Brug denne bænk betekent “Gebruik dit bankje”. In een gewone mededelende zin is de tegenwoordige tijd bruger, bijvoorbeeld: Du bruger bænken. — “Je gebruikt het bankje.” denne betekent hier “dit/deze” en staat bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het type dat bænk is. Het is een aanwijzend woord; het drukt nabijheid of aanduiding uit, niet op zichzelf een bepaald aantal. Vergelijk in een andere zin: denne stol — “deze stoel”. bænk betekent “bankje” of “bank”. Het is een zelfstandig naamwoord; de bepaalde vorm is bænken (“het bankje/de bank”) en het meervoud is bænke (“banken”). In deze uiting staat de onbepaalde vorm na denne, omdat het aanwijzende woord de aangeduide referent al bepaalt. mens leidt een bijzin in en betekent “terwijl” wanneer twee handelingen gelijktijdig plaatsvinden. De bijzin begint hier met du: mens du ... — “terwijl je ...”. De tegenwoordige tijd kan in het Deens, net als hier, een handeling tijdens een andere handeling weergeven. du is het persoonlijke voornaamwoord voor de aangesprokene in het enkelvoud: “je/jij”. Het is hier het onderwerp van de bijzin en blijft dezelfde vorm bij verschillende werkwoorden; bijvoorbeeld du ser betekent “je kijkt”. Tager is de tegenwoordige tijd van tage (“nemen”); in deze vaste combinatie met på betekent het niet simpelweg “nemen”, maar draagt het de betekenis “aantrekken”. De vorm van het werkwoord verandert hier niet voor du: du tager. På is het losse partikel dat samen met tager deze betekenis vormt. Omdat het werkwoord en het partikel door du en dem van elkaar gescheiden zijn, is het patroon tage noget på / tager ... på — “iets aantrekken”. Een voorbeeld is Hun tager jakken på. — “Zij trekt de jas aan.” Dem is de objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor meervoud: “ze/hen” als lijdend voorwerp. Het verwijst hier naar de meervoudige voorwerpen die worden aangetrokken; de gegeven zinnen maken hun concrete soort niet expliciet. Het contrast is de als onderwerp tegenover dem als object, bijvoorbeeld Jeg ser dem. — “Ik zie ze.” Samen vormt Brug denne bænk een bevel: “Gebruik dit bankje”. mens du tager dem på voegt toe dat dit gebeurt tijdens het aantrekken van de bedoelde meervoudige voorwerpen. De volledige betekenis is daarom: “Gebruik dit bankje terwijl je ze aantrekt.”

  5. De føles lidt små.

    Ze voelen een beetje klein aan.

    De
    ze
    føles
    aanvoelen
    lidt
    een beetje
    små
    klein
    Uitgebreide uitleg

    De betekent hier “ze”. Het is een Deens persoonlijk voornaamwoord voor de derde persoon meervoud. De vorm geeft zelf niet aan naar welke specifieke dingen wordt verwezen; dat wordt door de context bepaald. føles betekent hier “aanvoelen” of “voelen”. Dit is de s-vorm van føle; het is dus niet de gewone actieve tegenwoordige vorm føler (“voelt/voelen”). In deze zin beschrijft føles hoe de genoemde dingen worden ervaren. Deze vorm verandert hier niet mee met persoon of aantal. Voorbeeld: Det føles koldt. — “Het voelt koud aan.” lidt betekent “een beetje” en drukt hier een beperkte mate uit, niet een exact aantal. Het beperkt de daaropvolgende beschrijving. små betekent hier “klein”. Het is de meervoudsvorm van lille (“klein”) en sluit aan bij het meervoudige de. In de volgende context staat større (“groter”), de vergrotende trap van stor (“groot”). Voorbeeld: Skoene er små. — “De schoenen zijn klein.” Samen betekent De føles lidt små: “Ze voelen een beetje klein aan.” De verwijst naar de eerder genoemde dingen, føles beschrijft hun gevoelsindruk, lidt beperkt de mate en små geeft de beoordeling “klein”.

  6. Prøv dette større par.

    Probeer dit grotere paar.

    Prøv
    probeer
    dette
    dit
    større
    groter
    par
    paar
    Uitgebreide uitleg

    Prøv betekent hier “probeer” en is de gebiedende wijs van prøve (“proberen”). De vorm richt zich niet op een uitgedrukte persoon: in het Deens wordt het onderwerp van zo’n bevel meestal weggelaten. Voorbeeld: Prøv igen. — “Probeer het opnieuw.” dette betekent “dit” en staat bij het onzijdige enkelvoudige zelfstandig naamwoord par. Het aanwijzende woord past zich dus aan het grammaticale geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord aan: dette par — “dit paar”. Het verwijst in deze zin naar het bedoelde paar, zonder dat de zin zelf specificeert welk concreet soort paar het is. større betekent hier “grotere”. Dit is de vergrotende trap van stor (“groot”): stor → større → størst (“grootst”). De vergrotende trap vergelijkt het paar met een ander, eerder besproken of contextueel relevant paar. Voorbeeld: Denne taske er større. — “Deze tas is groter.” par betekent “paar” en heeft in het Deens het onzijdige lidwoord et: et par. Het woord kan een bij elkaar horende combinatie aanduiden; het meervoud heeft dezelfde vorm: et par en flere par. Samen vormen de delen het bevel Prøv dette større par.: “Probeer dit grotere paar.” dette bepaalt welk paar wordt bedoeld, større vergelijkt dat paar qua grootte met een ander paar, en Prøv geeft de opdracht om het te proberen.

  7. Dette par føles bedre.

    Dit paar voelt beter aan.

    Dette
    dit
    par
    paar
    føles
    voelt aan
    bedre
    beter
    Uitgebreide uitleg

    Dette betekent hier “dit”. Het is de aanwijzende vorm voor een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord; par is zo’n woord. Bij een-woorden staat doorgaans denne en bij meervoud disse. Bijvoorbeeld: dette hus = “dit huis” en denne taske = “deze tas”. De vorm wordt dus bepaald door getal en grammaticaal geslacht, niet alleen door nabijheid. par betekent hier “paar”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et par = “een paar”. Het kan een paar voorwerpen of een bij elkaar horende combinatie aanduiden. Bijvoorbeeld: et par sko = “een paar schoenen”. føles is de tegenwoordige vorm met -s van føle (“voelen”) en betekent hier “voelt aan”: het beschrijft hoe iets aanvoelt. Een actieve tegenhanger is føler, de tegenwoordige vorm wanneer iemand iets voelt. Bijvoorbeeld: Stoffet føles blødt. = “De stof voelt zacht aan.” Jeg føler kulde. = “Ik voel kou.” bedre is de vergrotende trap van god (“goed”): god – bedre – bedst = “goed – beter – best”. Hier vergelijkt bedre het aanvoelen van dit paar met een andere, niet nader genoemde optie. Bijvoorbeeld: Denne løsning føles bedre. = “Deze oplossing voelt beter aan.” Samen betekent Dette par føles bedre. “Dit paar voelt beter aan.” Dette par is het onderwerp, føles beschrijft hoe het onderwerp aanvoelt en bedre drukt de vergelijking uit.

  8. Den størrelse ser rigtig ud på dig.

    Die maat ziet er goed uit bij jou.

    Den
    die
    størrelse
    maat
    ser … ud
    eruitzien
    rigtig
    goed; juist
    på dig
    bij jou
    Uitgebreide uitleg

    Den staat hier bij een enkelvoudig woord van het gemeenschappelijke geslacht, namelijk størrelse, en betekent in deze context “die”. Het is de bepaalde aanwijzer voor zo’n zelfstandig naamwoord; bij een onzijdig enkelvoud staat det. Bijvoorbeeld: Den kjole er flot. — “Die jurk is mooi.” størrelse betekent hier “maat”. Het is een zelfstandig naamwoord: en størrelse — “een maat”, meervoud størrelser — “maten”. In deze zin verwijst het naar de maat als passende keuze voor de aangesproken persoon; de zin zegt niet welke concrete maat het is. ser ... ud is de Deense constructie voor “eruitzien”. Het werkwoord is se (“zien”), en ser is de tegenwoordige tijd. ud hoort hier bij de constructie en geeft samen met ser de betekenis “eruitzien”. Bijvoorbeeld: Det ser godt ud. — “Het ziet er goed uit.” rigtig betekent hier “goed” of “juist”, niet noodzakelijk “echt” in de zin van waarheidsgetrouw. Het beschrijft in deze context dat de maat passend lijkt. Bijvoorbeeld: Farven er rigtig. — “De kleur is goed.” på dig betekent letterlijk “op jou” en geeft hier aan bij wie iets goed staat of past. dig is de objectsvorm van du (“jij”): du als onderwerp, dig na deze voorzetselgroep. Bijvoorbeeld: Den jakke ser godt ud på dig. — “Die jas staat je goed.” Samen vormen de delen: Den størrelse (“die maat”) + ser rigtig ud (“ziet er goed uit”) + på dig (“bij jou”). De volledige betekenis is dus: “Die maat ziet er goed uit bij jou.” De tegenwoordige tijd presenteert dit als een beoordeling op het moment van spreken.

Grammatica

ser ... ud

Sko ser behagelige ud.

skoo se-uh behè-jə-lə oeth

Schoenen zien er comfortabel uit.

Bij ser ... ud staat ud achter het bijvoeglijk naamwoord; samen betekent dit ‘eruitzien’.

tager ... på

Mens du tager sko på, kan du føle lidt.

mens doe tèè-uh skoo poo, kan doe föö-luh leeth

Terwijl je schoenen aantrekt, kun je een beetje voelen.

Bij tager ... på wordt het voorzetsel på van het werkwoord gescheiden en achter het lijdend voorwerp geplaatst.

Deens woordenschat

behagelig bijvoeglijk naamwoord
bə-hè-jə-lə comfortabel behagelige

De her sko ser behagelige ud.

brug werkwoord
broe gebruik Brug

Brug denne bænk, mens du tager dem på.

bænk zelfstandig naamwoord
bèngk bankje
Geslacht
common

Brug denne bænk, mens du tager dem på.

denne bepaler
dè-nuh deze
Geslacht
common

Brug denne bænk, mens du tager dem på.

gåtur zelfstandig naamwoord
koo-too-uh wandeling gåture
Geslacht
common

De er lavet til lange gåture.

her bijwoord
hè-uh hier

Må jeg prøve dem her?

lang bijvoeglijk naamwoord
lang lang lange

De er lavet til lange gåture.

lave werkwoord
lèè-vuh maken lavet

De er lavet til lange gåture.

mens voegwoord
mens terwijl

Brug denne bænk, mens du tager dem på.

prøve werkwoord
prèu-vuh passen

Må jeg prøve dem her?

se ud uitdrukking
see oeth eruitzien ser ... ud

De her sko ser behagelige ud.

sko zelfstandig naamwoord
skoo schoenen
Geslacht
common

De her sko ser behagelige ud.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze schoenen zien er comfortabel uit.

Antwoord tonenDe her sko ser behagelige ud.

Ze zijn gemaakt voor lange wandelingen.

Antwoord tonenDe er lavet til lange gåture.

Mag ik ze hier passen?

Antwoord tonenMå jeg prøve dem her?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

passen

Antwoord tonenprøve

comfortabel

Antwoord tonenbehagelige

maken

Antwoord tonenlavet

wandeling

Antwoord tonengåture