Ontbijtboodschappen kopen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a grocery shop, two adults decide which breakfast items to buy for tomorrow..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Ontbijtboodschappen kopen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvad skal vi købe i dag?

va skel wie keu-be ie dee Wat zullen we vandaag kopen?
B

Vi skal bruge ting til morgenmad i morgen.

wie skel broe-uh teng tel mo-ne-mee ie mo-ne We hebben dingen nodig voor het ontbijt van morgen.
A

Så skal vi have brød og smør.

soo skel wie hee-we breu oo smeu-uh Dan hebben we brood en boter nodig.
B

Skal vi også have yoghurt?

skel wie os-so hee-we jo-goet Hebben we ook yoghurt nodig?
A

Jeg vil spise det med jordbærsyltetøj.

jai vel spie-se de meh jo-beur-sül-te-teuj Ik wil het met aardbeienjam eten.
B

Så tager vi yoghurt og syltetøj.

soo tee-uh wie jo-goet oo sül-te-teuj Dan nemen we yoghurt en jam.

Uitleg van de zinnen

  1. Hvad skal vi købe i dag?

    Wat zullen we vandaag kopen?

    Hvad
    wat
    skal vi
    zullen we
    købe
    kopen
    i dag
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    Hvad betekent hier “wat” en vraagt naar het object van de handeling. Het is een vraagwoord; vergelijk bijvoorbeeld Hvem? (“Wie?”) voor een persoon. Voorbeeld: Hvad læser du? — “Wat lees je?” skal vi betekent hier “zullen we”. Skal is de vorm van skulle bij vi en drukt in deze vraag een voorstel of geplande toekomstige handeling uit. Het onderwerp vi betekent “wij/we” en staat vóór købe; samen vormt dit de vraagconstructie Skal vi ...? Voorbeeld: Skal vi spise nu? — “Zullen we nu eten?” købe betekent “kopen”. Dit is de infinitief, die na skal staat. De infinitief blijft hier dezelfde vorm voor verschillende onderwerpen: jeg skal købe (“ik moet/zal kopen”) en vi skal købe (“wij moeten/zullen kopen”). i dag betekent “vandaag”. Deze vaste tijdsbepaling plaatst de handeling op de huidige dag. Het is een andere uitdrukking dan i morgen, dat “morgen” betekent. Samen vormen de delen de vraag Hvad skal vi købe i dag?: “Wat zullen we vandaag kopen?” Hvad vraagt naar wat er gekocht wordt; skal vi købe maakt daar een voorstel of vraag over de geplande handeling van, en i dag geeft aan wanneer die plaatsvindt.

  2. Vi skal bruge ting til morgenmad i morgen.

    We hebben dingen nodig voor het ontbijt van morgen.

    Vi skal
    wij moeten / zullen
    bruge
    gebruiken; nodig hebben
    ting
    dingen
    til
    voor / met als doel
    morgenmad
    ontbijt
    i morgen
    morgen
    Uitgebreide uitleg

    Vi skal bestaat uit vi (“wij”) en skal, de tegenwoordige vorm van skulle. Skal kan onder meer verplichting of een toekomstige bedoeling uitdrukken. In deze zin krijgt de combinatie met bruge, samen met de vaste vertaling, de betekenis “nodig hebben”. bruge is de infinitief van bruge. Na skal staat het volgende werkwoord in de infinitief: vi skal bruge. Bruge betekent vaak “gebruiken”, bijvoorbeeld: Jeg bruger en computer. = “Ik gebruik een computer.” In skal bruge kan het, zoals hier, ook “nodig hebben” betekenen; de context bepaalt welke lezing bedoeld is. Dit is niet hetzelfde als de afzonderlijke constructie have brug for, die ook “nodig hebben” betekent. ting betekent hier “dingen” en is het meervoud van ting. Het onbepaalde meervoud heeft dezelfde vorm als het enkelvoud: en ting = “een ding”, flere ting = “meerdere dingen”. Het bepaalde meervoud is tingene = “de dingen”. til geeft hier het doel aan: iets is bestemd voor een activiteit. til morgenmad betekent daarom “voor het ontbijt”. morgenmad betekent “ontbijt”. In til morgenmad wordt het ontbijt zonder onbepaald lidwoord genoemd; dit is een gebruikelijk patroon voor “voor het ontbijt”. i morgen is de vaste tijdsaanduiding “morgen”, de dag na vandaag. Vergelijk i dag = “vandaag”. Hier verbindt de uitdrukking het ontbijt met morgen. Samen vormen de delen Vi skal bruge ting (“Wij hebben dingen nodig”), til morgenmad (“voor het ontbijt”) en i morgen (“morgen”). De volledige betekenis is: “We hebben dingen nodig voor het ontbijt van morgen.”

  3. Så skal vi have brød og smør.

    Dan hebben we brood en boter nodig.

    Så
    dan
    skal vi
    moeten we
    have
    hebben
    brød
    brood
    smør
    boter
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan” en sluit aan op de eerder genoemde benodigdheden voor het ontbijt. In andere zinnen kan het ook bijvoorbeeld “dus” of “zo” betekenen. skal vi bevat skal, de tegenwoordige vorm van skulle, plus vi (“wij”). Omdat de zin met Så begint, staat het werkwoord vóór het onderwerp: Så skal vi .... Dit is hier geen vraagvolgorde, maar de gebruikelijke Deense hoofdzinvolgorde waarbij het werkwoord op de tweede plaats staat. Zonder zo’n vooropgeplaatst element krijg je bijvoorbeeld Vi skal ... (“Wij moeten ...”). Vi verwijst naar de spreker en minstens één andere deelnemer, zoals ook uit “we” in de vertaling blijkt. have is de infinitief van have (“hebben”). Na het modale werkwoord skal staat de infinitief zonder at: skal have. In deze zin betekent die combinatie, overeenkomstig de vertaling, “nodig hebben”. Los daarvan kan have ook letterlijk bezit of beschikbaarheid uitdrukken. Voorbeeld: Vi skal have kaffe. — “We hebben koffie nodig.” brød betekent hier “brood”. Het is hier een massanaamwoord: de vorm noemt brood zonder een expliciet aantal vast te leggen. Een hoeveelheid kan apart worden genoemd, bijvoorbeeld to brød — “twee broden”, wanneer dat de bedoelde betekenis is. smør betekent “boter”. Ook dit is hier een stof- of massanaamwoord en de vorm drukt geen specifiek aantal uit. Het staat met og (“en”) naast brød. Samen vormen Så + skal vi have + brød og smør de betekenis: “Dan hebben we brood en boter nodig.” De zin noemt eerst de vervolgstap, daarna wie de behoefte heeft en vervolgens de twee genoemde voedingsmiddelen.

  4. Skal vi også have yoghurt?

    Hebben we ook yoghurt nodig?

    Skal vi
    zullen we …? / moeten we …?
    også
    ook
    have
    hebben
    yoghurt
    yoghurt
    Uitgebreide uitleg

    Skal vi vormt hier een vraag met skal en het onderwerp vi. In deze constructie vraagt de spreker of iets nodig is of geregeld moet worden: Skal vi ...? kan dus praktisch worden weergegeven als “zullen we ...?” of “moeten we ...?”. vi betekent “we” en verwijst naar de groep waarvan de spreker deel uitmaakt. Na skal vi staat het werkwoord in de infinitief. også betekent “ook”. Het voegt yoghurt toe aan iets dat al in de situatie meespeelt. Het staat hier vóór het werkwoord have; de precieze nadruk kan in andere zinnen met de plaatsing variëren. have is de infinitief van at have en betekent als basiswerkwoord “hebben”. In deze boodschappen- of benodigdhedensituatie krijgt have samen met skal vi de natuurlijke betekenis “nodig hebben”: de vraag gaat over de vraag of er yoghurt nodig is. Het is dus niet op zichzelf een apart Nederlands werkwoord; die praktische betekenis ontstaat uit de combinatie en context. yoghurt is een zelfstandig naamwoord voor yoghurt. De vorm is in het Deens hetzelfde soort leenwoord als in het Nederlands, maar de Deense spelling en uitspraak moet je als Deense vorm leren. Als voorbeeld: Vi har yoghurt. — “We hebben yoghurt.” Samen betekent Skal vi også have yoghurt? letterlijk vanuit de bouwstenen ongeveer “Zullen/moeten we ook yoghurt hebben?” In de gegeven situatie is de natuurlijke bedoeling: “Hebben we ook yoghurt nodig?” De vraag sluit aan bij andere boodschappen die nodig zijn en vraagt of yoghurt daaraan moet worden toegevoegd.

  5. Jeg vil spise det med jordbærsyltetøj.

    Ik wil het met aardbeienjam eten.

    Jeg vil
    ik wil
    spise
    eten
    det
    het
    med
    met
    jordbærsyltetøj
    aardbeienjam
    Uitgebreide uitleg

    Jeg vil betekent hier “ik wil”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud: “ik”. vil is de tegenwoordige vorm van ville, gebruikt om een wens of intentie uit te drukken. Na vil staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder een extra infinitiefmarkeerder: Jeg vil spise = “ik wil eten”. spise betekent “eten”. Dit is de infinitief; dezelfde vorm kan na vil blijven staan. Voorbeeld: Jeg vil drikke vand. = “Ik wil water drinken.” det betekent hier “het” en is het voorwerp van spise. Het is de Deense vorm voor een onzijdig enkelvoudig “het”; de precieze referent wordt in deze zin niet verder benoemd. Het is dus niet hetzelfde als een persoonlijk voornaamwoord voor een persoon. med betekent “met” en leidt hier de toevoeging in die aangeeft waarmee het eten wordt gecombineerd: “met ...”. Voorbeeld: Jeg spiser brød med ost. = “Ik eet brood met kaas.” jordbærsyltetøj betekent “aardbeienjam”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: jordbær (“aardbei/aardbeien”) + syltetøj (“jam”). De samenstelling benoemt jam van of met aardbeien; het is niet nodig om het eerste deel hier als een los meervoudig zinsdeel te behandelen. Samen vormt Jeg vil spise det med jordbærsyltetøj de betekenis: “Ik wil het met aardbeienjam eten.” Jeg vil geeft de wens aan, spise benoemt de handeling, det is wat gegeten wordt, en med jordbærsyltetøj voegt de combinatie met aardbeienjam toe.

  6. Så tager vi yoghurt og syltetøj.

    Dan nemen we yoghurt en jam.

    Så
    dan
    tager
    nemen
    vi
    we
    yoghurt
    yoghurt
    og
    en
    syltetøj
    jam
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier ‘dan’ en verwijst naar de volgende stap in de keuze of handeling. Het staat vooraan in de zin. tager is de tegenwoordige tijd van tage, ‘nemen’. In deze zin betekent het ‘nemen’ in de zin van iets kiezen of erbij nemen. De vorm tager verandert niet door het onderwerp: jeg tager, vi tager. Voorbeeld: Jeg tager te. — ‘Ik neem thee.’ vi betekent ‘we’ en is de eerste persoon meervoud. Het is hier het onderwerp van tager: ‘dan nemen we’. yoghurt is ‘yoghurt’. Het woord is hier het eerste voorwerp van de handeling. Voorbeeld: Vi tager yoghurt. — ‘We nemen yoghurt.’ og betekent ‘en’ en verbindt de twee genoemde dingen. syltetøj betekent ‘jam’. Het is het tweede voorwerp dat bij tager hoort. In de voorafgaande zin komt het verwante samengestelde woord jordbærsyltetøj voor, ‘aardbeienjam’; syltetøj zelf betekent algemener ‘jam’. Samen vormen de delen: Så + tager vi + yoghurt og syltetøj: ‘Dan nemen we yoghurt en jam.’ De volgorde Så tager vi laat bovendien zien dat het werkwoord na het vooropgeplaatste Så komt; dit is de gebruikelijke Deense hoofdzinvolgorde waarbij het werkwoord op de tweede plaats staat.

Grammatica

til + zelfstandig naamwoord

ting til morgenmad

teng tel mo-ne-mee

dingen voor het ontbijt

til staat vóór het zelfstandig naamwoord en betekent hier 'voor' om het doel aan te geven.

Deens woordenschat

bruge werkwoord
broe-uh nodig hebben; gebruiken
brød zelfstandig naamwoord
breu brood
have werkwoord
hee-we hebben
hvad voornaamwoord
va wat
i dag uitdrukking
ie dee vandaag
i morgen uitdrukking
ie mo-ne morgen
købe werkwoord
keu-be kopen
morgenmad zelfstandig naamwoord
mo-ne-mee ontbijt
så bijwoord
soo dan
til voorzetsel
tel voor; naar
ting zelfstandig naamwoord
teng dingen
vi voornaamwoord
wie wij

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat zullen we vandaag kopen?

Antwoord tonenHvad skal vi købe i dag?

Hebben we ook yoghurt nodig?

Antwoord tonenSkal vi også have yoghurt?

Ik wil het met aardbeienjam eten.

Antwoord tonenJeg vil spise det med jordbærsyltetøj.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wat

Antwoord tonenhvad

dingen

Antwoord tonenting

kopen

Antwoord tonenkøbe

ontbijt

Antwoord tonenmorgenmad