Brood en sinaasappelsap zoeken | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a grocery shop, two adults choose bread for breakfast and look for orange juice..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Brood en sinaasappelsap zoeken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvor mange skiver brød skal vi købe?

Voo mangee sgee-wuh breuth skal vie keu-uh? Hoeveel sneetjes brood zullen we kopen?
B

Fire skiver i alt.

Fie-uh sgee-wuh ie al. Vier sneetjes in totaal.
B

To til mig og to til dig.

Too tel mai og too tel dai. Twee voor mij en twee voor jou.
A

Det burde være nok. Vi mangler stadig appelsinjuice.

Dee boe-uh we-uh nog. Vie mang-luh steh-thie appel-sien-joes. Dat moet genoeg zijn. We hebben nog sinaasappelsap nodig.
B

Kan du finde appelsinjuicen?

Ken doe feen-uh appel-sien-joes-en? Kun je het sinaasappelsap vinden?
A

Ikke endnu. Lad os kigge på den næste hylde.

Egge en-noe. Le os kee-uh poh den nes-duh hül-uh. Nog niet. Laten we het volgende schap bekijken.
B

Lad os spørge en, der arbejder her.

Le os spuh-uh en, deh-uh ah-bai-duh heh-uh. Laten we het aan iemand die hier werkt vragen.

Uitleg van de zinnen

  1. Hvor mange skiver brød skal vi købe?

    Hoeveel sneetjes brood zullen we kopen?

    Hvor mange
    hoeveel
    skiver
    sneetjes
    brød
    brood
    skal vi
    zullen we
    købe
    kopen
    Uitgebreide uitleg

    Hvor mange betekent hier “hoeveel” en vraagt naar een telbaar aantal. Het staat bij het meervoud skiver. Vergelijk als herbruikbaar patroon: Hvor mange æbler? = “Hoeveel appels?”; hvor mange blijft in zo’n vraag hetzelfde. skiver betekent hier “sneetjes” of “plakjes”. Het is het meervoud van skive (“sneetje”, “plakje”): en skive → skiver. Het zelfstandig naamwoord staat in het meervoud omdat er naar een aantal sneetjes wordt gevraagd. Voorbeeld: Jeg spiser to skiver. = “Ik eet twee sneetjes.” brød betekent “brood”. In deze combinatie specificeert het waarvan de sneetjes zijn: skiver brød = “sneetjes brood”. brød wordt hier als stof- of massawoord gebruikt, niet als een afzonderlijk geteld sneetje. Voorbeeld: Vi køber brød. = “We kopen brood.” skal vi bestaat uit het modale werkwoord skal en het onderwerp vi (“we”). In deze vraag staat skal vóór vi, zoals gebruikelijk in een Deense ja/nee- of vraagwoordvraag. skal kan onder andere een plan, bedoeling of noodzakelijkheid uitdrukken; in deze zin gaat het om wat we van plan zijn te kopen. Voorbeeld: Skal vi spise nu? = “Zullen we nu eten?” købe is de infinitief “kopen”. Na het modale skal staat het hoofdwerkwoord in deze vorm: skal købe = “zullen/gaan kopen”. De infinitief heeft hier geen aparte persoonsuitgang. Voorbeeld: Vi skal købe mælk. = “We gaan melk kopen.” Samen vormt Hvor mange skiver brød de vraag naar het aantal sneetjes brood. skal vi købe voegt de handelende groep vi en het geplande kopen toe. De volledige betekenis is daarom: “Hoeveel sneetjes brood zullen we kopen?”

  2. Fire skiver i alt.

    Vier sneetjes in totaal.

    Fire
    vier
    skiver
    sneetjes
    i alt
    in totaal
    Uitgebreide uitleg

    Fire betekent hier het getal vier. Het is een zelfstandig telwoord en verandert niet naar geslacht of meervoud. Voorbeeld: Fire æbler. — Vier appels. skiver is het meervoud van skive, «sneetje» of «plakje». In deze zin verwijst het, passend bij de context, naar sneetjes brood. Het enkelvoud is en skive; het meervoud zonder bepaaldheidsuitgang is skiver. Voorbeeld: Jeg spiser to skiver. — Ik eet twee sneetjes. i alt is een vaste uitdrukking voor «in totaal» of «alles samen». Ze voegt het totale aantal toe aan een hoeveelheid. Voorbeeld: Vi har seks skiver i alt. — We hebben in totaal zes sneetjes. Samen vormen Fire skiver i alt een korte antwoordzin: «Vier sneetjes in totaal.» Het werkwoord is weggelaten omdat de vraagcontext al duidelijk maakt dat het om het aantal sneetjes gaat. De volgorde is letterlijk: aantal + zelfstandig naamwoord + aanduiding van het totaal.

  3. To til mig og to til dig.

    Twee voor mij en twee voor jou.

    To
    twee
    til mig
    voor mij
    to
    twee
    til dig
    voor jou
    Uitgebreide uitleg

    To betekent hier “twee”. Het is het Deense telwoord en blijft in deze betekenis hetzelfde bij verschillende soorten zelfstandige naamwoorden. Het tweede to heeft dezelfde vorm en betekenis; de hoofdletter van het eerste To komt alleen doordat het aan het begin van de zin staat. til mig betekent “voor mij”. til is hier de voorzetselvorm voor een bestemming of ontvanger, en mig is de vorm van “ik” die na een voorzetsel wordt gebruikt. Vergelijk: Jeg køber brød til mig. — “Ik koop brood voor mezelf.” to geeft opnieuw het aantal twee aan. Samen met het volgende deel maakt het duidelijk dat er een tweede groep van twee wordt genoemd. til dig betekent “voor jou”. dig is de vorm van “jij” na een voorzetsel. Het contrast tussen mig en dig is dus dat de twee groepen voor verschillende personen bestemd zijn: de spreker en de aangesprokene. De zin bouwt op als to til mig + og + to til dig: “twee voor mij en twee voor jou”. og verbindt de twee gelijk opgebouwde delen. In de gegeven context sluit dit aan bij een totaal van vier, zonder dat de zin zelf zegt welk soort voorwerpen het zijn.

  4. Det burde være nok. Vi mangler stadig appelsinjuice.

    Dat moet genoeg zijn. We hebben nog sinaasappelsap nodig.

    burde
    zou moeten; hoort te
    være
    zijn
    nok
    genoeg
    mangler
    nodig hebben
    stadig
    nog steeds
    appelsinjuice
    sinaasappelsap
    Uitgebreide uitleg

    burde betekent hier dat iets volgens de verwachting voldoende hoort te zijn: “zou moeten” of, passend bij de vaste vertaling, “moet”. De vorm is de verleden-tijdsvorm van het modale werkwoord bør (“moeten; horen te”), maar burde wordt ook gebruikt voor een huidige verwachting of voorzichtige verplichting. De vorm verandert niet mee met de persoon. Na een modaal werkwoord staat in het Deens de infinitief zonder at, zoals in burde være (“zou moeten zijn”). være is de infinitief van “zijn”. Na een modaal werkwoord staat deze vorm zonder at; bijvoorbeeld skal være betekent “moet zijn”. nok betekent hier “genoeg” of “voldoende”. Samen met være vormt het være nok: “genoeg zijn”. Voorbeeld: Det er nok. — “Dat is genoeg.” mangler komt van mangle (“ontbreken” of “nodig hebben”) en staat hier in de tegenwoordige tijd. In de constructie vi mangler ... betekent het natuurlijk “we hebben ... nodig”. De tegenwoordige vorm verandert in het Deens niet mee met persoon of aantal. Voorbeeld: Vi mangler tid. — “We hebben tijd nodig.” stadig betekent hier “nog steeds” of kort “nog”: de behoefte duurt op dit moment voort. Het is niet hetzelfde als igen (“opnieuw”). appelsinjuice is het zelfstandig naamwoord “sinaasappelsap”. Het is een samenstelling van appelsin (“sinaasappel”) en juice (“sap/juice”). In deze zin staat de onbepaalde vorm; in de volgende context staat de bepaalde vorm appelsinjuicen, “het sinaasappelsap”. De eerste zin combineert Det (“dat/het”), burde være (“zou moeten zijn”) en nok (“genoeg”): “Dat moet genoeg zijn” of “Dat zou genoeg moeten zijn.” Daarna combineert Vi (“wij”), mangler (“hebben nodig”), stadig (“nog steeds”) en appelsinjuice (“sinaasappelsap”) tot: “We hebben nog sinaasappelsap nodig.”

  5. Kan du finde appelsinjuicen?

    Kun je het sinaasappelsap vinden?

    Kan du
    kun je
    finde
    vinden
    appelsinjuicen
    het sinaasappelsap
    Uitgebreide uitleg

    Kan du betekent hier “kun je”. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) en drukt mogelijkheid of een verzoek om iets te doen uit. In een vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Kan du ...? = “Kun je ...?”. Voorbeeld: Kan du hjælpe? = “Kun je helpen?” finde betekent “vinden”. Dit is de infinitief van finde; na kan blijft het volgende werkwoord in de infinitief staan. Voorbeeld: Kan du finde nøglen? = “Kun je de sleutel vinden?” appelsinjuicen betekent hier “het sinaasappelsap”. Het woord is opgebouwd uit appelsinjuice (“sinaasappelsap”) met de bepaalde uitgang -n: appelsinjuicen verwijst dus naar het specifieke sap waarnaar gezocht wordt. Het zichtbare woord bevat geen aparte spatie tussen de delen; appelsinjuice is één samengesteld zelfstandig naamwoord. De eerdere context ondersteunt dat het om sinaasappelsap gaat. Samen vormen de delen de vraag Kan du finde appelsinjuicen?: “Kun je het sinaasappelsap vinden?”

  6. Ikke endnu. Lad os kigge på den næste hylde.

    Nog niet. Laten we het volgende schap bekijken.

    Ikke endnu
    nog niet
    Lad os
    laten we
    kigge
    kijken
    næste
    volgende
    hylde
    schap
    Uitgebreide uitleg

    Ikke endnu betekent hier “nog niet”. Ikke is de gewone ontkenning “niet”; endnu betekent in deze combinatie “nog” en plaatst de ontkenning vóór een verwacht later moment. Samen vormt dit een korte, zelfstandige reactie: “Nog niet.” Lad os is een vaste uitnodigingsconstructie: lad is de gebiedende wijs van lade (“laten”) en os is het voornaamwoord “ons”. Met een werkwoord erna betekent lad os + infinitief “laten we + werkwoord”. Voorbeeld: Lad os gå. — “Laten we gaan.” kigge betekent hier “kijken”. Het is de infinitief die volgt op lad os. Het werkwoord komt vaak voor in de constructie kigge på + iets/iemand, “naar iets/iemand kijken”; daarom volgt in de zin på den næste hylde. Voorbeeld: Vi kigger på kortet. — “We kijken naar de kaart.” næste betekent “volgende” in den næste hylde: het duidt aan dat de plank na de huidige of eerder bedoelde plank aan de beurt is. De vorm næste is hier een bijvoeglijk naamwoord bij hylde; het is niet het zelfstandig naamwoord zelf. Voorbeeld: Vi tager den næste bus. — “We nemen de volgende bus.” hylde betekent “schap” of “plank”. Het is een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht: en hylde (“een schap”), hylden (“het schap/de plank”). In de vaste zin staat het samen met den næste als den næste hylde, “het volgende schap”. De volledige opbouw is: Ikke endnu. — “Nog niet.” Daarna geeft Lad os kigge på den næste hylde een voorstel: “Laten we naar het volgende schap kijken.” På koppelt kigge aan datgene waarnaar gekeken wordt, en den hoort bij het enkelvoudige gemeenschappelijke geslacht van hylde in deze bepaalde naamwoordgroep.

  7. Lad os spørge en, der arbejder her.

    Laten we het aan iemand die hier werkt vragen.

    Lad os
    laten we
    spørge
    vragen
    en
    iemand
    der arbejder her
    die hier werkt
    Uitgebreide uitleg

    Lad os is een vaste manier om een voorstel te doen: “laten we …”. Lad is de gebiedende wijs van lade (“laten”), terwijl os de vorm is voor “ons”. Het daaropvolgende werkwoord staat in de infinitief. Voorbeeld: Lad os gå. — “Laten we gaan.” spørge betekent hier “vragen”. Dit is de infinitief van spørge; die vorm volgt in deze constructie op Lad os. Het werkwoord kan ook in andere tijden voorkomen, bijvoorbeeld spørger (“vraag/vragen” in de tegenwoordige tijd) en spurgte (“vroeg”, verleden tijd). en betekent hier “iemand”: een niet nader genoemde persoon die het gevraagde kan beantwoorden. In deze betekenis is en een onbepaald voornaamwoord. Het is dus niet automatisch een expliciete telwaarde “één”. Als zelfstandig naamwoordelijk element kan het naar een persoon verwijzen zonder die persoon verder te identificeren. der arbejder her betekent “die hier werkt”. der leidt de betrekkelijke bijzin in en verwijst naar de persoon uit en; in deze constructie verandert der niet naar geslacht of getal. arbejder is de tegenwoordige tijd van arbejde (“werken”); de vorm is hier dezelfde bij enkelvoud en meervoud. her betekent “hier” en geeft de plaats van het werken aan. Voorbeeld: en, der bor her — “iemand die hier woont.” Samen vormen de delen: Lad os + spørge (“laten we vragen”) + en + der arbejder her (“iemand die hier werkt”). De volledige betekenis is daarom: “Laten we het aan iemand vragen die hier werkt.” De Deense zin specificeert niet welke persoon dat is; alleen dat het om iemand gaat die hier werkt.

Grammatica

Hvor mange + meervoud

Hvor mange skiver brød?

Voo mangee sgee-wuh breuth?

Hoeveel sneetjes brood?

Na “Hvor mange” staat een meervoudig zelfstandig naamwoord, zoals “skiver”.

Lad os + infinitief

Lad os kigge på den næste hylde.

Le os kee-uh poh den nes-duh hül-uh.

Laten we naar de volgende plank kijken.

“Lad os” wordt gevolgd door de infinitief en betekent “laten we ...”.

Deens woordenschat

brød zelfstandig naamwoord
Breuth brood
Geslacht
neuter
Det voornaamwoord
Dee dat/het
dig voornaamwoord
Dai jou
Fire telwoord
Fie-uh vier
Hvor mange uitdrukking
Voo mangee hoeveel

Hvor mange skiver brød?

i alt bijwoord
Ie al in totaal
købe werkwoord
Keu-uh kopen
mig voornaamwoord
Mai mij
nok bijvoeglijk naamwoord
Nog genoeg
skiver zelfstandig naamwoord
Sgee-wuh sneetjes
Geslacht
common
til voorzetsel
Tel voor
To telwoord
Too twee

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Vier sneetjes in totaal.

Antwoord tonenFire skiver i alt.

Kun je het sinaasappelsap vinden?

Antwoord tonenKan du finde appelsinjuicen?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

sneetjes

Antwoord tonenskiver

vier

Antwoord tonenFire

brood

Antwoord tonenbrød

kopen

Antwoord tonenkøbe