Een kortere rij kiezen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At a shop checkout area, two adults confirm they have everything and choose the shorter line..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een kortere rij kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Skal vi bruge noget mere?

Sgèl vie broe-uh noo-uh mee-uh? Hebben we nog iets nodig?
B

Jeg tror, det er det hele.

Yai troo-uh, dee è-uh dee hee-luh. Ik denk dat dat alles is.
A

Så går vi til kassen.

Sô kôôr vie teel kès-sun. Dan gaan we naar de kassa.
B

Køen er lang.

Keu-un è-uh lang. De rij is lang.
A

Kassen derovre har en kortere kø.

Kès-sun te-uh-ô-uh haa en kô-uh-tuh-ruh keu. De kassa daar heeft een kortere rij.
B

Lad os stille os i kø derovre.

Lè os sdeel-uh os ie keu te-uh-ô-uh. Laten we daar in de rij gaan staan.

Uitleg van de zinnen

  1. Skal vi bruge noget mere?

    Hebben we nog iets nodig?

    Skal vi
    zullen we
    bruge
    nodig hebben
    noget
    iets
    mere
    meer
    Uitgebreide uitleg

    Skal vi is een bruikbare vraagopening voor een voorstel of vraag over wat de gezamenlijke groep zal of moet doen. skal is de tegenwoordige vorm van skulle; vi betekent “we/wij”. Bijvoorbeeld: Skal vi gå? — “Zullen we gaan?” bruge is de infinitief van bruge, meestal “gebruiken”. In deze combinatie betekent het “nodig hebben”. Na skal staat de infinitief: Vi skal bruge vand. — “We hebben water nodig.” noget betekent hier “iets”. Het is een onbepaald voornaamwoord. Bijvoorbeeld: Har du noget? — “Heb je iets?” mere betekent “meer” en is de vergrotende vorm van meget (“veel”): meget – mere – mest = “veel – meer – meest”. In noget mere geeft mere aan dat het om een extra hoeveelheid of extra zaak gaat. In deze zin wordt de combinatie natuurlijk weergegeven als “nog iets”. Samen vormen de delen de vraag Skal vi bruge noget mere?: “Hebben we nog iets nodig?” De vraagstructuur is skal + onderwerp vi + infinitief bruge; noget mere benoemt wat er eventueel nog nodig is.

  2. Jeg tror, det er det hele.

    Ik denk dat dat alles is.

    Jeg
    ik
    tror
    denk; geloof
    det er
    het is
    det hele
    alles
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de onderwerpvorm van het persoonlijke voornaamwoord. Voorbeeld: Jeg kommer. — “Ik kom.” tror is de tegenwoordige tijd van at tro (“geloven, denken”). Hier presenteert de spreker iets als zijn inschatting: “ik denk”. Voorbeeld: Jeg tror, han kommer. — “Ik denk dat hij komt.” In det er is det het onderwerp en is er de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”). Samen betekent dit hier “het is”. er is dus de vorm van “zijn”; het betekent in deze zin niet zelfstandig “bestaan”. det hele betekent hier “alles” of “het geheel”. hele is de bepaalde vorm van het bijvoeglijk naamwoord hel (“heel, volledig”). In deze uitdrukking verwijst det hele naar de volledige zaak of verzameling. Samen betekent Jeg tror, det er det hele.: “Ik denk dat dat alles is.” Jeg tror geeft de inschatting van de spreker. Daarna volgt de inhoud van die inschatting: det er det hele, “dat is alles”. In de Deense zin is het eerste det het onderwerp van er; det hele vormt het deel dat aangeeft wat het is.

  3. Så går vi til kassen.

    Dan gaan we naar de kassa.

    Så
    dan
    går
    gaan
    vi
    we
    til
    naar
    kassen
    de kassa
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan” en verbindt deze handeling met wat eraan voorafgaat. Het kan in andere zinnen ook “zo” of “dus” betekenen; de betekenis “dan” past hier bij de vaste vertaling. Voorbeeld: Så går jeg hjem. — “Dan ga ik naar huis.” går is de tegenwoordige tijd van gå, “gaan” of “lopen”. In deze zin betekent het samen met vi “gaan we”; het Deense werkwoord staat in de tegenwoordige tijd en verandert niet naar persoon of meervoud. Voorbeeld: Vi går til stationen. — “We gaan naar het station.” vi is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon meervoud: “we”. Het verwijst hier naar de spreker en minstens één andere deelnemer, zoals ook door de vaste vertaling wordt aangegeven. Voorbeeld: Vi går nu. — “We gaan nu.” til is een voorzetsel dat richting of bestemming aangeeft: “naar”. Het staat hier vóór de bestemming. Voorbeeld: Hun går til skolen. — “Zij gaat naar school.” kassen is de bepaalde enkelvoudsvorm van het zelfstandig naamwoord kasse, hier “kassa”. De uitgang -en markeert bij dit woord de bepaalde vorm; en kasse betekent “een kassa” en kassen “de kassa”. In deze zin gaat het door de vaste vertaling specifiek om de kassa als bestemming. Voorbeeld: Kassen er der. — “De kassa is daar.” Samen vormen går vi en til kassen de betekenis “gaan we naar de kassa”. Så plaatst die handeling als volgende stap: Så går vi til kassen. betekent daarom “Dan gaan we naar de kassa.”

  4. Køen er lang.

    De rij is lang.

    Køen
    de rij
    er
    is
    lang
    lang
    Uitgebreide uitleg

    Køen betekent hier “de rij”. Het basiswoord is kø (“rij”); de uitgang -en maakt er de bepaalde enkelvoudsvorm van: kø → køen. Het is een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht. Voorbeeld: Jeg står i kø. — “Ik sta in de rij.” Er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). Deze vorm wordt gebruikt bij zowel enkelvoud als meervoud en verandert niet per persoon: jeg er, du er, de er. In deze zin verbindt er het onderwerp met een beschrijving. Lang betekent hier “lang”. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord die past bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht, zoals køen. De vergelijkende vorm is længere (“langer”); het tegenovergestelde is kort (“kort”). Voorbeeld: Køen er kort. — “De rij is kort.” Samen vormen de delen Køen er lang de structuur “de rij is lang”: Køen is wat beschreven wordt, er betekent “is” en lang geeft de eigenschap. De punt sluit de mededelende zin af.

  5. Kassen derovre har en kortere kø.

    De kassa daar heeft een kortere rij.

    Kassen
    de kassa
    derovre
    daar ginds
    har
    heeft
    kortere
    kortere
    kø
    rij
    Uitgebreide uitleg

    Kassen betekent hier “de kassa”. De vorm is bepaald enkelvoud: kasse is de basisvorm en kassen betekent “de kassa”. Het woord kan in andere contexten ook een kist of krat aanduiden; de vaste vertaling maakt hier de betekenis “kassa” duidelijk. Voorbeeld: Kassen er åben. — “De kassa is open.” derovre betekent “daar ginds” of “daar aan de overkant”. Het is een plaatsbijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Het wijst op een plek die van de spreker af ligt. Voorbeeld: Butikken ligger derovre. — “De winkel is daar ginds.” har is de vorm van have (“hebben”) voor de tegenwoordige tijd. In het Deens blijft de tegenwoordige vorm bij verschillende personen hetzelfde: jeg har (“ik heb”), du har (“jij hebt”) en de har (“zij hebben”). In deze zin is kassen het onderwerp, en har drukt de relatie “heeft” uit. kortere betekent “kortere”. Dit is de vergrotende trap van kort (“kort”): kort → kortere → kortest (“kortst”). Hier vergelijkt kortere de rij bij deze kassa met een andere rij; het betekent dus niet alleen dat de rij kort is. Voorbeeld: Denne kø er kortere. — “Deze rij is korter.” kø betekent “rij”. Het is hier een onbepaald enkelvoud na en: en kø betekent “een rij”. De bepaalde vorm is køen, zoals in Køen er lang. — “De rij is lang.” Samen vormen de delen: Kassen derovre — “de kassa daar ginds” — har — “heeft” — en kortere kø — “een kortere rij”. De volledige betekenis is daarom: “De kassa daar ginds heeft een kortere rij.”

  6. Lad os stille os i kø derovre.

    Laten we daar in de rij gaan staan.

    Lad os
    laten we
    stille os
    gaan staan
    i kø
    in de rij
    derovre
    daar
    Uitgebreide uitleg

    Lad os betekent hier “laten we” en vormt een voorstel of aansporing. Lad is de gebiedende wijs van lade (“laten”); met os (“ons”) krijg je de vaste constructie lad os + infinitief. Voorbeeld: Lad os gå. — “Laten we gaan.” stille os betekent hier “ons opstellen” of natuurlijker: “gaan staan”. Stille is de infinitief van stille (“plaatsen/opstellen”); os is het wederkerende voornaamwoord “ons”. In deze combinatie stelt de spreker voor dat de betrokken personen zichzelf op een bepaalde plaats opstellen. Het wederkerende voornaamwoord hoort bij de personen die het voorstel uitvoeren; de zin specificeert niet afzonderlijk wie dat precies zijn. i kø betekent “in de rij”. Kø is een zelfstandig naamwoord voor een rij wachtende mensen; i geeft de positie binnen die rij aan. Voorbeeld: Vi står i kø. — “Wij staan in de rij.” derovre betekent “daar” of “daar aan de overkant/verderop”. Het is een plaatsaanduiding en verwijst hier naar een plek die in de situatie als “daar” wordt aangewezen. In de vorige zin wordt die plek verbonden met de kassa daar, maar derovre zelf benoemt alleen de locatie. Samen vormt Lad os stille os i kø derovre de aansporing: “Laten we daar in de rij gaan staan.” De volgorde is: voorstel (Lad os), handeling (stille os), positie (i kø) en locatie (derovre).

Grammatica

så + werkwoord + onderwerp

Så går jeg til kassen.

Sô kôôr yai teel kès-sun.

Dan ga ik naar de kassa.

Na het inleidende så staat het werkwoord vóór het onderwerp: så går jeg.

lad os + infinitief

Lad os stille os i kø.

Lè os sdeel-uh os ie keu.

Laten we in de rij gaan staan.

Lad os wordt gevolgd door een infinitief en betekent ‘laten we ...’.

Deens woordenschat

bruge werkwoord
broe-uh nodig hebben
det hele uitdrukking
dee hee-luh alles
går werkwoord
kôôr gaan
jeg voornaamwoord
yai ik
kassen zelfstandig naamwoord
kès-sun de kassa
køen zelfstandig naamwoord
keu-un de rij
mere bijwoord
mee-uh meer
noget voornaamwoord
noo-uh iets
så bijwoord
sô dan
til voorzetsel
teel naar
tror werkwoord
troo-uh denk
vi voornaamwoord
vie we

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Hebben we nog iets nodig?

Antwoord tonenSkal vi bruge noget mere?

Ik denk dat dat alles is.

Antwoord tonenJeg tror, det er det hele.

Dan gaan we naar de kassa.

Antwoord tonenSå går vi til kassen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

denk

Antwoord tonentror

meer

Antwoord tonenmere

iets

Antwoord tonennoget

nodig hebben

Antwoord tonenbruge