Jeg
Jeg betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp in Jeg glemte min indkøbspose. Het staat voor de persoon die iets zegt; je gebruikt Jeg ook als onderwerp in zinnen over jezelf.
glemte
glemte betekent hier ‘vergat’ in Jeg glemte min indkøbspose. Deze vorm verwijst naar iets dat al vergeten is; glemme is de woordenboekvorm. Je kunt Jeg glemte ... gebruiken wanneer je uitlegt dat je iets niet hebt meegenomen.
min
min betekent hier ‘mijn’ en geeft aan dat de indkøbspose van de spreker is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in min indkøbspose. Je gebruikt min ook om bezit van jezelf aan te geven.
indkøbspose
indkøbspose betekent hier ‘boodschappentas’, de tas die de spreker is vergeten. Het is een samengesteld woord met de betekenis van een tas voor boodschappen. Je kunt En indkøbspose ville hjælpe gebruiken wanneer je bij het winkelen om zo’n tas vraagt.
Du
Du betekent hier ‘jij’ of ‘je’ en is de aangesproken persoon in Du kan købe en pose her. Het staat als onderwerp vóór kan. Je gebruikt Du wanneer je rechtstreeks tegen één persoon spreekt.
kan
kan betekent hier ‘kunt’ en geeft in Du kan købe en pose her de mogelijkheid aan om een tas te kopen. Na kan volgt de infinitief købe. Je gebruikt kan ook om iemand te vertellen wat die persoon kan doen.
købe
købe betekent hier ‘kopen’ in Du kan købe en pose her. Het staat na kan en benoemt de handeling die mogelijk is. Je kunt købe gebruiken voor aankopen in een winkel, bijvoorbeeld bij een tas of ander product.
en
en betekent hier ‘een’ in en pose en en indkøbspose. Het introduceert één niet nader bepaalde tas. Je gebruikt en vóór een zelfstandig naamwoord zoals pose wanneer je over een willekeurig exemplaar spreekt.
pose
pose betekent hier ‘tas’ of ‘zak’ in Du kan købe en pose her. Het woord verwijst in deze winkelsituatie naar de tas waarin de boodschappen kunnen worden gedaan. Je kunt en pose gebruiken wanneer je om een tas vraagt of er een koopt.
her
her betekent hier ‘hier’ en geeft in Du kan købe en pose her de plaats van de winkel aan. Het staat aan het einde van de zin om de plaats te noemen. Je gebruikt her om naar de huidige locatie te verwijzen.
ville
ville betekent hier ‘zou’ in En indkøbspose ville hjælpe. Samen met hjælpe drukt het uit dat een boodschappentas nuttig zou zijn. Je gebruikt ville in een vergelijkbare beleefde of voorwaardelijke mededeling over wat zou helpen.
hjælpe
hjælpe betekent hier ‘helpen’ in En indkøbspose ville hjælpe. Het benoemt wat de tas voor de spreker zou doen en staat na ville. Je kunt ville hjælpe gebruiken om aan te geven dat iets een probleem zou oplossen of nuttig zou zijn.
Vil
Vil betekent hier ‘wil’ in de vraag Vil du betale med kort eller kontant? De vorm vraagt of de ander op een bepaalde manier wil betalen. Je gebruikt Vil du ...? om iemand rechtstreeks naar een keuze of bereidheid te vragen.
betale
betale betekent hier ‘betalen’ in Vil du betale med kort eller kontant? Het benoemt de handeling waarnaar de kassamedewerker vraagt. Na Vil du staat de infinitief betale; je gebruikt deze vorm bijvoorbeeld bij vragen over betalen aan de kassa.
med
med betekent hier ‘met’ en verbindt de betaalwijze met betalen in betale med kort. Het staat vóór het middel waarmee iets gebeurt. Je gebruikt med ook in uitdrukkingen voor een manier of hulpmiddel.
kort
kort betekent hier ‘kaart’ in betale med kort en verwijst naar betalen met een betaalkaart. In deze vaste combinatie staat kort na med. Je kunt met deze combinatie bij een kassa aangeven dat je per kaart betaalt.
eller
eller betekent hier ‘of’ en verbindt de twee betaalmogelijkheden in med kort eller kontant. Het introduceert een keuze tussen de genoemde opties. Je gebruikt eller om in een vraag twee mogelijkheden tegenover elkaar te zetten.
kontant
kontant betekent hier ‘contant’ en beschrijft betalen met geld in plaats van met kaart. Het staat als tweede optie na eller in Vil du betale med kort eller kontant? Je gebruikt kontant bij vragen of mededelingen over contante betaling.
betaler
betaler betekent hier ‘betaal’ in Jeg betaler med kort. Het beschrijft de betaalhandeling van de spreker in deze situatie. Je gebruikt Jeg betaler ... om bij de kassa te zeggen hoe je afrekent.
Har
Har betekent hier ‘heb’ in Har du brug for en kvittering? Het maakt deel uit van de vraag of iemand een bonnetje nodig heeft. Je gebruikt Har du ...? om te vragen of iemand iets heeft of nodig heeft.
brug for
brug for betekent als geheel ‘nodig hebben’ in Har du brug for en kvittering? De componenten brug en for vormen samen deze uitdrukking; de betekenis komt dus niet van brug of for afzonderlijk. Je gebruikt Har du brug for ...? vóór datgene wat iemand nodig heeft, zoals en kvittering.
kvittering
kvittering betekent hier ‘bonnetje’ of ‘kassabon’ in en kvittering. Het verwijst naar het bewijs van de aankoop dat de klant kan meenemen. Je gebruikt kvittering in een winkel wanneer je naar een bon vraagt of ernaar verwijst.
Læg
Læg betekent hier ‘leg’ in Læg venligst kvitteringen i posen. Het is een verzoek om de kassabon in de tas te plaatsen. Je gebruikt Læg ... i ... om te vragen dat iets ergens in wordt gelegd.
venligst
venligst betekent hier ‘alstublieft’ en maakt Læg venligst kvitteringen i posen beleefder. Het staat direct bij het verzoek. Je gebruikt venligst wanneer je iemand vriendelijk vraagt iets te doen.
kvitteringen
kvitteringen betekent hier ‘het bonnetje’ en verwijst naar de kassabon die in de tas moet worden gelegd. De vorm kvitteringen is de bepaalde vorm van kvittering en duidt hier op de bon die al in de situatie bekend is. Je gebruikt kvitteringen wanneer je naar een specifieke kassabon verwijst.
i
i betekent hier ‘in’ en geeft in Læg venligst kvitteringen i posen aan waar de kassabon moet komen. Het staat vóór de plaats posen. Je gebruikt i om aan te geven dat iets zich in een ruimte of voorwerp bevindt of daarin wordt geplaatst.
posen
posen betekent hier ‘de tas’ in Læg venligst kvitteringen i posen. De vorm verwijst naar de specifieke tas waarover in het gesprek wordt gesproken. Je gebruikt posen wanneer een bepaalde tas al bekend is.
er
er betekent hier ‘zijn’ in Her er dine varer en introduceert wat de kassamedewerker aan de klant geeft. Samen met Her er ... wijst het op iets dat hier aanwezig is. Je gebruikt Her er ... om iets aan te wijzen of aan iemand te overhandigen.
dine
dine betekent hier ‘jouw’ of ‘je’ in dine varer en geeft aan dat de waren van de aangesproken klant zijn. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord varer. Je gebruikt dine om bezit van de ander bij meerdere zaken aan te geven.
varer
varer betekent hier ‘boodschappen’ of ‘goederen’ in Her er dine varer. In deze winkelsituatie verwijst het naar de gekochte artikelen van de klant. Je gebruikt varer voor producten of artikelen die iemand koopt of ontvangt.
bære
bære betekent hier ‘dragen’ in Jeg kan bære dem nu. Het benoemt de handeling die de spreker nu zelf kan uitvoeren en staat na kan. Je gebruikt kan bære wanneer je zegt dat je iets kunt dragen.
dem
dem betekent hier ‘ze’ en verwijst terug naar dine varer in Jeg kan bære dem nu. Het staat na bære als datgene wat gedragen wordt. Je gebruikt dem om naar meerdere eerder genoemde dingen of personen te verwijzen.
nu
nu betekent hier ‘nu’ en geeft in Jeg kan bære dem nu aan dat de spreker de boodschappen op dit moment kan dragen. Het staat aan het einde van de zin. Je gebruikt nu om het huidige moment te benadrukken.