De juiste bus vinden | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At a bus stop, two passengers ask the driver whether the bus goes to the station before boarding..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met De juiste bus vinden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Bussen er her.

boes'n è-a hè-a. De bus is hier.
B

Tror du, at det her er den rigtige bus?

troa doe, èd de hè-a è-a den règde boes? Denk je dat dit de juiste bus is?
A

Lad os spørge chaufføren, før vi stiger på.

lè os speu-a sjo-feu-a-n, feu-a wie stie-a po. Laten we het aan de chauffeur vragen voordat we instappen.
A

Undskyld, kører denne bus til stationen?

on-sgül, keu-a de-ne boes tel stè-sjo-n? Pardon, gaat deze bus naar het station?
C

Stationen er det sidste stoppested.

stè-sjo-n è-a de sèsde stò-be-stèdh. Het station is de laatste halte.
B

Så er det den rigtige bus.

so è-a de den règde boes. Dan is dit de juiste bus.
A

Lad os stige på og gå længere ind.

lè os stie-a po ò koo lèng-a èn. Laten we instappen en verder naar binnen gaan.
B

Jeg stiller mig tæt på midten.

jaj stèl-a maj tèd po mèdh'n. Ik ga ongeveer in het midden staan.

Uitleg van de zinnen

  1. Bussen er her.

    De bus is hier.

    Bussen
    de bus
    er
    is
    her
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Bussen betekent hier “de bus”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van en bus: en bus = “een bus”, bussen = “de bus”. Het meervoud is busser, en het bepaalde meervoud is busserne. In het Deens wordt bepaaldheid hier aan het einde van het zelfstandig naamwoord gemarkeerd, niet met een los lidwoord ervoor. Voorbeeld: En bus er stor. — “Een bus is groot.” er is hier de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”) en betekent “is” bij dit onderwerp. Dezelfde vorm wordt ook bij een meervoudig onderwerp gebruikt. Voorbeeld: Bussen er stor. — “De bus is groot.” her betekent “hier”. Het is een bijwoord en verandert niet mee met het onderwerp. Voorbeeld: Jeg er her. — “Ik ben hier.” Samen vormen Bussen er her. de mededelende zin “De bus is hier.” De volgorde is onderwerp (Bussen) + werkwoord (er) + plaatsbepaling (her).

  2. Tror du, at det her er den rigtige bus?

    Denk je dat dit de juiste bus is?

    Tror
    denkt / gelooft
    du
    je / jij
    at
    dat
    det her
    dit hier
    er
    is
    rigtige
    juiste
    bus
    bus
    Uitgebreide uitleg

    Tror is the present-tense form of tro, “denken of geloven”. In Tror du ...? it starts a yes/no question; Danish places the verb before the subject in this type of question. Example: Jeg tror, at bussen er her. — “Ik denk dat de bus hier is.” du means “je/jij” and is the subject of Tror. It is the singular informal second-person pronoun. The combination Tror du ...? is a reusable way to ask “Denk je ...?” at introduces the clause that contains the thought: “dat”. In the clause after at, det her comes before er, giving the normal statement order. Example: Jeg tror, at det her er rigtigt. — “Ik denk dat dit juist is.” det her means “dit hier”. It is a demonstrative expression for something nearby or contextually indicated. The fixed translation identifies the intended referent as “dit”, but the expression itself does not name what the object is; that is supplied by the following description. er is the present-tense form of være, “zijn”. It connects det her with the description den rigtige bus: “dit is de juiste bus”. Example: Bussen er her. — “De bus is hier.” rigtige means “juiste” in this sentence. Its base form is rigtig; before a definite noun phrase, the adjective takes the form rigtige, as in den rigtige bus. This form is not a comparative: “juister” is mere rigtig or, in suitable contexts, rigtigere. bus means “bus”. Here it is singular and is made definite by the preceding den: den ... bus means “de ... bus”. A useful inflection is en bus — “een bus”, bussen — “de bus”. Together, Tror du asks “Denk je”, at introduces the content of the thought, and det her er den rigtige bus says “dit is de juiste bus”. The complete utterance therefore means: “Denk je dat dit de juiste bus is?”

  3. Lad os spørge chaufføren, før vi stiger på.

    Laten we het aan de chauffeur vragen voordat we instappen.

    Lad os
    laten we
    spørge
    vragen
    chaufføren
    de chauffeur
    før
    voordat
    vi
    wij
    stiger på
    instappen
    Uitgebreide uitleg

    Lad os betekent hier “laten we” en is een vaste manier om een voorstel te doen. lad is de gebiedende wijs van lade; samen met os vormt het patroon Lad os + infinitief: “laten we …”. Bijvoorbeeld: Lad os gå. = “Laten we gaan.” spørge is de infinitief van “vragen”. Na Lad os staat de infinitief: Lad os spørge = “Laten we vragen”. chaufføren is degene aan wie men iets vraagt. chaufføren betekent hier “de chauffeur”. De basisvorm is chauffør; de uitgang -en markeert de bepaalde enkelvoudsvorm van dit en-woord: en chauffør → chaufføren. Het is dus “de chauffeur”, niet een meervoudsvorm. før betekent “voordat” en leidt hier de bijzin in die aangeeft wat eerder gebeurt. In før vi stiger på staat vi (“wij”) vóór het werkwoord, zoals in deze bijzin. vi is de eerste persoon meervoud en verwijst hier naar dezelfde groep als os. stiger på betekent hier “instappen” of “aan boord gaan”. stiger is de tegenwoordige tijd van stige; på maakt deel uit van deze uitdrukking. In de context is het vervoermiddel de bus. Voorbeeld: Vi stiger på bussen. = “We stappen in de bus.” Samen betekent Lad os spørge chaufføren, før vi stiger på.: “Laten we het aan de chauffeur vragen voordat we instappen.” Lad os drukt een voorstel uit, geen verplichting. Het Nederlandse het maakt de inhoud waarnaar gevraagd wordt expliciet; in het Deens staat daarvoor hier geen afzonderlijk woord. De opbouw is: voorstel (Lad os spørge chaufføren) + tijdsbepaling (før vi stiger på).

  4. Undskyld, kører denne bus til stationen?

    Pardon, gaat deze bus naar het station?

    Undskyld
    Pardon
    kører
    gaat / rijdt
    denne
    deze
    bus
    bus
    stationen
    het station
    Uitgebreide uitleg

    Undskyld betekent hier “pardon” of “neem me niet kwalijk” en wordt gebruikt om iemand beleefd aan te spreken. Het is ook de gebiedende wijs van undskylde (“verontschuldigen”), maar in deze vaste uitdrukking functioneert het als een korte beleefdheidsformule. kører komt van køre (“rijden”, en bij vervoer ook “gaan”). De vorm is de tegenwoordige tijd; in het Deens verandert die normaal niet naar persoon of enkelvoud/meervoud: jeg kører, du kører, bussen kører. In deze zin gaat het om de route van de bus, dus “gaat/rijdt”. Voorbeeld: Toget kører til Aarhus. — “De trein gaat naar Aarhus.” denne betekent “deze” en staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het aanwijst. Hier past het bij bus, een gemeenschappelijk geslacht, enkelvoudig zelfstandig naamwoord: denne bus. Het is de nabije tegenhanger van den (“die/dat” als aanwijzend woord voor een zelfstandig naamwoord in deze positie); de keuze hangt af van de bedoelde nabijheid of aanwijzing. bus betekent “bus”. Het is een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht: en bus; in het meervoud is dat busser. In denne bus staat het woord in het enkelvoud. stationen betekent “het station”. De vorm bestaat uit station plus het bepaalde achtervoegsel -en: et station → stationen. Dat bepaalde lidwoord zit dus aan het einde van het woord vast. Voorbeeld: Stationen er tæt på. — “Het station is dichtbij.” In de vraag staat kører vóór denne bus. Dat is de gebruikelijke Deense woordvolgorde in een ja-neevraag: werkwoord + onderwerp. til betekent “naar” en verbindt de beweging met de bestemming; stationen is hier de bepaalde bestemming, “het station”. Samen vormen kører denne bus til stationen? de vraag “gaat deze bus naar het station?” De volledige uiting combineert eerst de beleefde aanspreekvorm Undskyld met de vraag kører denne bus til stationen?: “Pardon, gaat deze bus naar het station?”

  5. Stationen er det sidste stoppested.

    Het station is de laatste halte.

    Stationen
    het station
    er
    is
    det
    het
    sidste
    laatste
    stoppested
    halte
    Uitgebreide uitleg

    Stationen betekent hier “het station”. Het is de bepaalde vorm van het onzijdige zelfstandig naamwoord station: et station = een station, stationen = het station. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid, niet meervoud. Voorbeeld: Jeg er på stationen. — “Ik ben op het station.” er is de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”). In deze zin verbindt het het onderwerp met een beschrijving: “Het station is …”. Voorbeeld: Bussen er her. — “De bus is hier.” det betekent hier “het”. Het is de onzijdige bepaalde bepaler aan het begin van de naamwoordgroep det sidste stoppested. Wanneer een Deense bepaalde naamwoordgroep een bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord heeft, staat deze bepaler vóór het bijvoeglijk naamwoord en blijft het zelfstandig naamwoord in de onbepaalde vorm. Vergelijk: et stoppested = een halte, det sidste stoppested = de laatste halte. sidste betekent hier “laatste”: het benoemt de eindpositie in een reeks. Dit is de bijvoeglijke vorm in det sidste stoppested; ze verandert hier niet voor het onzijdige stoppested. Verwissel haar niet met sidst, dat onder andere als bijwoord “het laatst” kan worden gebruikt. Voorbeeld: Det er den sidste bus. — “Dat is de laatste bus.” stoppested betekent hier “halte” of “stopplaats”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et stoppested. In de naamwoordgroep det sidste stoppested blijft het onbepaald; zonder voorafgaand bijvoeglijk naamwoord is de bepaalde vorm stoppestedet. Samen vormen det sidste stoppested de naamwoordgroep “de laatste halte”. De koppeling Stationen er ... maakt daarvan: “Het station is de laatste halte.” De zin gebruikt dus er om het station aan deze beschrijving gelijk te stellen.

  6. Så er det den rigtige bus.

    Dan is dit de juiste bus.

    Så er det
    Dan is het / dan is dat zo
    den
    de
    rigtige
    juiste
    bus
    bus
    Uitgebreide uitleg

    Så er det is hier een vaste combinatie met de betekenis “dan is dit het geval” of, in deze zin, “dan is dit”. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”): jeg er = “ik ben”, det er = “het/die is”. Het neutrale det is hier geen zelfstandig benoemde persoon; de combinatie presenteert de identificatie die volgt. den is het Deense bepaalde lidwoord voor een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord. Het hoort bij bus en helpt de bepaalde woordgroep den rigtige bus te vormen. Het is dus niet op zichzelf een numerieke hoeveelheid. rigtige heeft als basisvorm rigtig (“juist”, “goed”). In den rigtige bus staat de bepaalde vorm rigtige, met de uitgang -e die hier bij de bepaalde adjectiefgroep hoort. Vergelijk: en rigtig bus = “een juiste bus”, maar den rigtige bus = “de juiste bus”. bus betekent “bus”. Het is in het Deens een zelfstandig naamwoord met gemeenschappelijk geslacht; daarom staat hier den, niet det, wanneer het met een bepaald enkelvoudig adjectief wordt gecombineerd. Een kort voorbeeld is en bus = “een bus” tegenover bussen = “de bus”. Samen bouwen de delen de betekenis op: Så er det geeft de gevolgtrekking “dan is dit”, en den rigtige bus benoemt wat “dit” is: “de juiste bus”. De volledige zin betekent dus: “Dan is dit de juiste bus.”

  7. Lad os stige på og gå længere ind.

    Laten we instappen en verder naar binnen gaan.

    Lad os
    laten we …
    stige på
    instappen
    gå
    gaan
    længere
    verder
    ind
    naar binnen
    Uitgebreide uitleg

    Lad os is de vaste Deense aansporingsconstructie voor “laten we …”. lad is hier de gebiedende wijs van lade, maar samen met os vormt het een voorstel of aansporing waarbij de spreker inbegrepen is; daarna volgt een infinitief. Voorbeeld: Lad os vente. — “Laten we wachten.” stige på betekent hier “instappen”, passend bij de bus uit de context. stige is de infinitief; belangrijke vormen zijn stige — steg — steget. Het partikel på maakt duidelijk dat het om op een voertuig stappen gaat. Voorbeeld: Vi stiger på bussen. — “We stappen in de bus.” gå betekent “gaan” of “lopen”, afhankelijk van de situatie. De infinitief gå heeft onder meer de verleden tijd gik en het deelwoord gået. In deze zin benoemt gå de volgende beweging nadat men is ingestapt. Voorbeeld: Jeg går hjem. — “Ik ga naar huis.” længere betekent hier “verder”: het geeft aan dat de beweging over een grotere afstand in dezelfde richting doorgaat. Het is de vergrotende vorm van lang: lang — længere — længst. Voorbeeld: Gå længere frem. — “Ga verder naar voren.” ind is een richtingsbijwoord en betekent “naar binnen”. Het specificeert de richting van gå; het is dus niet zelf het werkwoord “gaan”. Voorbeeld: Kom ind! — “Kom binnen!” Samen vormt Lad os stige på og gå længere ind de aansporing: “Laten we instappen en verder naar binnen gaan.” og verbindt de twee infinitiefgroepen stige på en gå længere ind. De zin stelt voor dat de spreker samen met de andere betrokkenen instapt en daarna verder naar binnen gaat; de context maakt duidelijk dat het om de juiste bus gaat.

  8. Jeg stiller mig tæt på midten.

    Ik ga ongeveer in het midden staan.

    Jeg
    ik
    stiller mig
    ga staan
    tæt på
    dicht bij
    midten
    het midden
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is het onderwerp: de spreker voert de handeling zelf uit. De vorm is de eerste persoon enkelvoud van het persoonlijke voornaamwoord; een voorbeeld is Jeg går — “Ik loop”. stiller mig komt van stille sig, “zich ergens neerzetten of positioneren”. stiller is de tegenwoordige tijd van stille; mig is het wederkerende voorwerp dat naar dezelfde persoon verwijst als Jeg. Samen geeft dit hier weer dat de spreker zichzelf op een bepaalde plaats positioneert. In een andere constructie kan stille ook “zetten” betekenen, bijvoorbeeld Hun stiller koppen på bordet — “Zij zet de koppen op tafel”; daar is koppen niet dezelfde persoon als het onderwerp. tæt på betekent “dicht bij” of “vlak bij” en vormt hier een vaste voorzetselachtige combinatie. Het drukt nabijheid uit, niet noodzakelijk aanraking. Bijvoorbeeld: Bilen står tæt på huset — “De auto staat dicht bij het huis”. midten is de bepaalde enkelvoudsvorm van midte, “midden”. Het achtervoegsel -en maakt het zelfstandig naamwoord bepaald: midte is de onbepaalde vorm en midten betekent “het midden”. In deze zin gaat het om het midden als plaatsaanduiding. De delen worden van links naar rechts gecombineerd als Jeg + stiller mig + tæt på + midten: “Ik positioneer mezelf dicht bij het midden.” In de gegeven vertaling is dat natuurlijk weergegeven als: “Ik ga ongeveer in het midden staan.”

Grammatica

Jeg tror, at ...

Jeg tror, at det her er den rigtige bus.

jaj troo, èd de hè-a è-a den règde boes.

Ik denk dat dit de juiste bus is.

Na tror staat vaak at met een volledige bijzin. Het bijvoeglijk naamwoord krijgt -e na den: rigtige.

før + onderwerp + werkwoord

Før du stiger på, spørg chaufføren.

feu-a doe stie-a po, speu-a sjo-feu-a-n.

Vraag de chauffeur voordat je instapt.

Na før volgt een bijzin met een onderwerp en een vervoegd werkwoord: du stiger.

Deens woordenschat

at voegwoord
èd dat

Tror du, at det her er den rigtige bus?

bus zelfstandig naamwoord
boes bus bussen
Geslacht
common

Bussen er her.

chauffør zelfstandig naamwoord
sjo-feu-a chauffeur chaufføren
Geslacht
common

Lad os spørge chaufføren, før vi stiger på.

det her uitdrukking
de hè-a dit

Tror du, at det her er den rigtige bus?

du voornaamwoord
doe je

Tror du, at det her er den rigtige bus?

før voegwoord
feu-a voordat

Lad os spørge chaufføren, før vi stiger på.

her bijwoord
hè-a hier

Bussen er her.

lad os uitdrukking
lè os laten we

Lad os spørge chaufføren, før vi stiger på.

rigtig bijvoeglijk naamwoord
règde juist rigtige

Tror du, at det her er den rigtige bus?

spørge werkwoord
speu-a vragen

Lad os spørge chaufføren, før vi stiger på.

tro werkwoord
troo denken tror

Tror du, at det her er den rigtige bus?

være werkwoord
wè-a zijn er

Bussen er her.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De bus is hier.

Antwoord tonenBussen er her.

Pardon, gaat deze bus naar het station?

Antwoord tonenUndskyld, kører denne bus til stationen?

Het station is de laatste halte.

Antwoord tonenStationen er det sidste stoppested.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

bus

Antwoord tonenbussen

juist

Antwoord tonenrigtige

denken

Antwoord tonentror

chauffeur

Antwoord tonenchaufføren