Naar het perron tijdens de spits | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: During rush hour near a station, two adults hurry to the platform and prepare to board the train together..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Naar het perron tijdens de spits oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Der er virkelig meget trafik på vejen i dag.

de-a e-a wiergli mai-eth trè-fiek po o' wai-en ie dee. Er is vandaag echt veel verkeer op de weg.
B

Myldretiden er begyndt.

mul-reh-tie-en e-a be-gund. De spits is begonnen.
A

Kan vi stadig nå det næste tog?

ken wie stèe-thee noo de nes-de too? Kunnen we de volgende trein nog halen?
B

Det burde vi kunne. Stationen er lige forude.

de boe-the wie koe-ne. sta-sjoo-nen e-a lie-e fo-roo-e. Dat zou moeten lukken. Het station is vlak voor ons.
A

Nu kan jeg se indgangen.

noe ken jai see eng-kang-en. Ik kan de ingang nu zien.
B

Lad os gå direkte til perronen.

lèth os koo di-reg-de tel pe-roo-nen. Laten we rechtstreeks naar het perron gaan.
A

Toget er allerede på vej ind.

too-eth e-a al-ee-the po wai en. De trein komt nu al binnen.
B

Hold dig tæt på, så stiger vi på sammen.

hol dai tèth po, soo stie-a wie po sa-men. Blijf dichtbij, dan stappen we samen in.

Woord voor woord

Der In ‘Der er virkelig meget trafik’ staat ‘Der’ in de vaste constructie ‘Der er’, waarmee je aangeeft dat iets aanwezig is of bestaat. Gebruik ‘Der er’ gevolgd door wat er aanwezig is, bijvoorbeeld bij een mededeling over de verkeerssituatie. In deze dialoog gebruikt A het om de drukte op de weg te beschrijven.
er In ‘Der er virkelig meget trafik’ betekent ‘er’ dat iets aanwezig is; het is de vorm van ‘være’ die hier met ‘Der’ de constructie ‘Der er’ vormt. Gebruik ‘er’ ook in een zin waarin je zegt wat iets is of hoe iets is. Hier meldt A dat er veel verkeer is.
virkelig ‘virkelig’ versterkt de uitspraak in ‘Der er virkelig meget trafik’: er is echt veel verkeer. Het staat vóór datgene wat het benadrukt, zoals in ‘virkelig meget’. Gebruik het wanneer je wilt aangeven dat iets zeker of opvallend sterk geldt, bijvoorbeeld wanneer je de drukte benadrukt.
meget In ‘meget trafik’ geeft ‘meget’ een grote hoeveelheid aan: veel verkeer. Het staat hier vóór het zelfstandig naamwoord ‘trafik’ en vormt samen daarmee de hoeveelheid die wordt beschreven. Gebruik ‘meget’ om een grote hoeveelheid van iets aan te duiden, zoals wanneer je de omvang van verkeersdrukte beschrijft.
trafik ‘trafik’ betekent in ‘meget trafik’ het verkeer op de weg. Het is het onderwerp van de mededeling over de drukke situatie van vandaag. Gebruik het met woorden die de hoeveelheid of drukte beschrijven wanneer je over verkeer spreekt.
In ‘på vejen’ geeft ‘på’ de plaatsrelatie aan: het verkeer bevindt zich op de weg. In deze dialoog komt ‘på’ ook voor in ‘tæt på’ en ‘på vej ind’, waar het deel is van een vaste uitdrukking. Gebruik ‘på’ dus met de plaats of uitdrukking die de relatie precies bepaalt; hier beschrijft het waar het verkeer is.
vejen ‘vejen’ betekent ‘de weg’ in ‘på vejen’; het is de bepaalde vorm van ‘vej’. Gebruik de vaste combinatie ‘på vejen’ wanneer je zegt dat iets zich op de weg afspeelt. A gebruikt het om de plaats van het vele verkeer aan te geven.
i In ‘i dag’ vormt ‘i’ samen met ‘dag’ de tijdsaanduiding ‘vandaag’. Gebruik deze combinatie om te zeggen dat iets op de huidige dag gebeurt. A gebruikt haar om de verkeerssituatie aan deze dag te koppelen.
dag ‘dag’ betekent in ‘i dag’ de huidige dag. Samen met ‘i’ geeft het aan wanneer de verkeerssituatie geldt. Gebruik ‘i dag’ wanneer je over gebeurtenissen of omstandigheden van vandaag spreekt.
Myldretiden ‘Myldretiden’ betekent ‘de spits’ in ‘Myldretiden er begyndt’; het is de bepaalde vorm van ‘myldretid’. Gebruik het als onderwerp wanneer je zegt dat de spits is begonnen of aan de gang is. B gebruikt het om de drukte op dit moment te verklaren.
begyndt In ‘Myldretiden er begyndt’ betekent ‘begyndt’ dat de spits gestart is; het is een vorm van ‘begynde’. De combinatie ‘er begyndt’ beschrijft dat een gebeurtenis al een begin heeft gehad. Gebruik deze combinatie wanneer je meldt dat een periode of activiteit is gestart, zoals B hier over de spits doet.
Kan ‘Kan’ betekent in de vraag ‘Kan vi stadig nå det næste tog?’ dat iets mogelijk is; het is de vorm van ‘kunne’ die bij ‘vi’ hoort. Gebruik ‘kan’ vóór een werkwoord om naar mogelijkheid of vermogen te vragen. A vraagt hier of ze de volgende trein nog kunnen halen.
vi ‘vi’ betekent ‘wij’ en verwijst in ‘Kan vi stadig nå det næste tog?’ naar de twee gesprekspartners samen. Het staat als degene die de handeling uitvoert, vóór het werkwoord in de vraag. Gebruik ‘vi’ wanneer je jezelf en minstens één andere persoon samen bedoelt; later staat het ook in ‘stiger vi på sammen’.
stadig ‘stadig’ betekent in ‘Kan vi stadig nå det næste tog?’ ‘nog steeds’: A vraagt of de mogelijkheid nog bestaat. Het staat hier vóór het werkwoord ‘nå’. Gebruik ‘stadig’ wanneer je controleert of een toestand of mogelijkheid tot nu toe is blijven bestaan.
In ‘nå det næste tog’ betekent ‘nå’ dat je de volgende trein nog op tijd kunt bereiken of nemen. Het staat na ‘kan’ in de infinitiefvorm en krijgt een object, hier ‘det næste tog’. Gebruik het patroon ‘nå + iets’ wanneer je iets op tijd wilt bereiken of halen; A gebruikt het bij een trein die bijna vertrekt.
det In ‘det næste tog’ is ‘det’ het bepaalde lidwoord vóór ‘næste tog’: de volgende trein. In ‘Det burde vi kunne’ verwijst ‘Det’ naar de mogelijkheid om de trein te halen. Gebruik de eerste vorm vóór een bepaalde onzijdige woordgroep en de tweede wanneer je naar een eerder genoemde situatie verwijst; hier komen beide functies in de dialoog voor.
næste ‘næste’ betekent in ‘det næste tog’ ‘volgende’ en bepaalt welke trein bedoeld wordt. Het staat vóór ‘tog’ binnen de woordgroep ‘det næste tog’. Gebruik ‘det næste’ met een gebeurtenis, voertuig of plaats wanneer je de eerstvolgende bedoelt; A vraagt naar de trein die hierna komt.
tog ‘tog’ betekent in ‘det næste tog’ ‘trein’. Het is het object van ‘nå’: de trein die ze proberen te halen. Gebruik ‘det næste tog’ wanneer je naar de eerstvolgende trein verwijst; dat is precies de trein waarover A vraagt.
burde ‘burde’ geeft in ‘Det burde vi kunne’ een verwachting of redelijk advies aan: dat zou moeten lukken. Het staat vóór ‘kunne’ in de constructie waarmee B antwoordt op de vraag over de trein. Gebruik ‘burde’ wanneer je zegt dat iets volgens de omstandigheden waarschijnlijk of wenselijk is; hier verwacht B dat ze het halen.
kunne In ‘Det burde vi kunne’ betekent ‘kunne’ dat ze in staat zouden moeten zijn om het te doen, waarbij de handeling uit de vorige zin wordt begrepen. Het staat na ‘burde’ en vult de mogelijkheid aan waarnaar A vroeg. Gebruik ‘burde + kunne’ wanneer je een verwachte mogelijkheid beschrijft, zoals B hier doet.
Stationen ‘Stationen’ betekent ‘het station’ in ‘Stationen er lige forude’; het is de bepaalde vorm van ‘station’. Gebruik het als onderwerp wanneer je naar een bekend station verwijst. B gebruikt het om aan te geven dat het station vlak vóór hen ligt.
lige In ‘lige forude’ benadrukt ‘lige’ dat het station direct of vlak vóór hen ligt. Het vormt samen met ‘forude’ een precieze plaatsaanduiding. Gebruik ‘lige’ vóór een plaatsaanduiding wanneer je wilt benadrukken dat iets heel dichtbij of recht ervoor is; B wijst zo de richting naar het station aan.
forude ‘forude’ betekent in ‘Stationen er lige forude’ ‘vooruit’ of ‘voor hen’. Samen met ‘lige’ geeft het aan dat het station recht voor hen ligt. Gebruik ‘lige forude’ wanneer je iemand tijdens het lopen of reizen vertelt dat een bestemming verderop in de bewegingsrichting ligt.
Nu ‘Nu’ betekent in ‘Nu kan jeg se indgangen’ ‘op dit moment’. Het staat vooraan om het moment waarop de ingang zichtbaar wordt te benadrukken. Gebruik ‘Nu’ aan het begin van een mededeling wanneer je een nieuwe onmiddellijke waarneming of verandering meldt.
jeg ‘jeg’ betekent ‘ik’ en verwijst in ‘Nu kan jeg se indgangen’ naar de spreker. Het staat na ‘kan’, omdat ‘Nu’ vooraan in de zin staat. Gebruik ‘jeg’ wanneer je je eigen waarneming of handeling beschrijft; A zegt hier dat zij de ingang kan zien.
se ‘se’ betekent in ‘kan jeg se indgangen’ ‘zien’. Het staat na ‘kan’ in de infinitiefvorm en krijgt ‘indgangen’ als datgene wat zichtbaar is. Gebruik ‘kan + se + iets’ wanneer je meldt dat je iets kunt waarnemen; A gebruikt het zodra de ingang zichtbaar wordt.
indgangen ‘indgangen’ betekent ‘de ingang’ in ‘se indgangen’; het is de bepaalde vorm van ‘indgang’. Gebruik het met werkwoorden van waarnemen of vinden wanneer je naar een specifieke ingang verwijst. A meldt dat ze de ingang van het station nu ziet.
Lad ‘Lad’ begint in ‘Lad os gå direkte til perronen’ de uitnodigende constructie ‘Lad os + werkwoord’: laten we gaan. Het geeft hier een voorstel aan dat de gesprekspartners samen uitvoeren. Gebruik ‘Lad os’ wanneer je iemand uitnodigt om samen iets te doen; B stelt voor rechtstreeks naar het perron te gaan.
os ‘os’ betekent ‘ons’ en verwijst in ‘Lad os gå direkte til perronen’ naar de groep die samen zal gaan. Binnen ‘Lad os + werkwoord’ maakt het duidelijk dat het voorstel de spreker en de aangesprokene omvat. Gebruik ‘os’ in deze constructie wanneer je een gezamenlijke handeling voorstelt; hier gaat het om samen naar het perron gaan.
‘gå’ betekent in ‘Lad os gå direkte til perronen’ ‘gaan’ of ‘lopen’. Het staat na ‘Lad os’ in de infinitiefvorm en wordt aangevuld met de bestemming ‘til perronen’. Gebruik het patroon ‘gå til + bestemming’ wanneer je zegt waar iemand naartoe gaat; B gebruikt het voor de route naar het perron.
direkte ‘direkte’ betekent in ‘gå direkte til perronen’ ‘rechtstreeks’ of ‘direct’. Het beschrijft hoe ze naar hun bestemming moeten gaan en staat vóór ‘til perronen’. Gebruik ‘direkte til + bestemming’ wanneer je zonder omweg naar een plaats wilt gaan; B wil dat ze meteen naar het perron gaan.
til ‘til’ geeft in ‘til perronen’ de bestemming aan: naar het perron. Het staat na ‘gå’ en vóór de plaats waarheen de beweging gaat. Gebruik ‘gå til + plaats’ wanneer je een bestemming noemt; hier stuurt B hen naar het perron.
perronen ‘perronen’ betekent ‘het perron’ in ‘til perronen’; het is de bepaalde vorm van ‘perron’. Gebruik het na ‘til’ wanneer je naar een specifiek perron als bestemming verwijst. B noemt het perron waar ze heen moeten om de trein te nemen.
Toget ‘Toget’ betekent ‘de trein’ in ‘Toget er allerede på vej ind’; het is de bepaalde vorm van ‘tog’. Het staat als onderwerp van de mededeling over de trein die binnenkomt. Gebruik ‘Toget er ...’ wanneer je informatie geeft over een specifieke trein; A waarschuwt dat deze al naar binnen komt.
allerede ‘allerede’ betekent in ‘Toget er allerede på vej ind’ ‘al’. Het benadrukt dat de trein nu al naar binnen rijdt, eerder dan ze misschien verwachtten. Gebruik het bij een handeling of toestand die op het genoemde moment al aan de gang is; A gebruikt het om de haast duidelijk te maken.
vej In ‘på vej ind’ maakt ‘vej’ deel uit van de uitdrukking voor onderweg zijn; de trein is op weg naar binnen. Het krijgt zijn betekenis hier samen met ‘på’ en ‘ind’, niet als een losse weg waar de trein op rijdt. Gebruik ‘på vej + richting’ wanneer je zegt dat iemand of iets onderweg is; hier rijdt de trein naar binnen.
ind In ‘på vej ind’ geeft ‘ind’ de richting naar binnen aan. Samen met ‘på vej’ beschrijft het dat de trein naar binnen komt. Gebruik ‘ind’ wanneer een beweging een ruimte of plaats binnengaat; A waarschuwt hiermee dat de trein het station binnenrijdt.
Hold ‘Hold’ is in ‘Hold dig tæt på’ een bevel om dicht bij de ander te blijven. De betekenis ‘blijf’ ontstaat hier uit de constructie ‘Hold dig + ...’, niet uit ‘Hold’ alleen. Gebruik deze constructie wanneer je iemand vraagt een bepaalde positie of toestand te behouden; B geeft zo een veiligheidsinstructie tijdens de haast.
dig ‘dig’ verwijst in ‘Hold dig tæt på’ naar de aangesproken persoon en hoort bij de constructie waarin die persoon dicht bij de spreker blijft. Samen met ‘Hold’ maakt het duidelijk op wie de instructie gericht is. Gebruik ‘Hold dig + beschrijving’ wanneer je iemand vraagt zichzelf in een bepaalde positie of toestand te houden.
tæt ‘tæt’ betekent in ‘tæt på’ ‘dichtbij’. Het beschrijft de gewenste afstand tot de ander en krijgt zijn volledige plaatsbetekenis samen met ‘på’. Gebruik ‘tæt på + persoon of plaats’ wanneer je een kleine afstand wilt aangeven; B vraagt A dicht bij hem of haar te blijven.
In ‘Hold dig tæt på, så stiger vi på sammen’ verbindt ‘så’ de instructie met het bedoelde gevolg: dan stappen ze samen in. Het leidt hier de tweede zin aan die uitlegt wat er vervolgens gebeurt. Gebruik het patroon ‘instructie, så + gevolg’ wanneer je een handeling aan een gewenst resultaat koppelt; B geeft zo een reden om dichtbij te blijven.
stiger In ‘stiger vi på sammen’ maakt ‘stiger’ deel uit van de uitdrukking voor instappen of aan boord gaan; het beschrijft de beweging waarbij ze de trein nemen. De betekenis ontstaat samen met ‘på’, terwijl ‘vi’ aangeeft wie instapt. Gebruik het patroon ‘stige på + vervoermiddel’ wanneer je zegt dat je in een trein of ander vervoermiddel stapt; hier zullen ze samen instappen.
sammen ‘sammen’ betekent in ‘stiger vi på sammen’ ‘samen’. Het geeft aan dat de twee personen tegelijk als groep instappen. Gebruik ‘sammen’ bij een werkwoord wanneer je benadrukt dat meerdere mensen dezelfde handeling gezamenlijk uitvoeren; B belooft dat ze samen aan boord gaan.

Grammatica

Hold dig + adverbial

Hold dig tæt på.

hol dai tèth po

Blijf dichtbij.

De gebiedende wijs gebruikt Hold zonder onderwerp. dig is het wederkerend voornaamwoord bij de aangesproken persoon.

Deens woordenschat

begyndt werkwoord
be-gund begonnen
i dag uitdrukking
ie dee vandaag
indgang zelfstandig naamwoord
eng-kang ingang indgangen
lige forude uitdrukking
lie-e fo-roo-e vlak voor ons
myldretid zelfstandig naamwoord
mul-reh-tie spits myldretiden
næste bijvoeglijk naamwoord
nes-de volgende
werkwoord
noo halen
stadig bijwoord
stèe-thee nog steeds
station zelfstandig naamwoord
sta-sjoo-n station stationen
tog zelfstandig naamwoord
too trein toget
trafik zelfstandig naamwoord
trè-fiek verkeer
vej zelfstandig naamwoord
wai weg vejen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De spits is begonnen.

Antwoord tonenMyldretiden er begyndt.

Ik kan de ingang nu zien.

Antwoord tonenNu kan jeg se indgangen.

Laten we rechtstreeks naar het perron gaan.

Antwoord tonenLad os gå direkte til perronen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

nog steeds

Antwoord tonenstadig

trein

Antwoord tonentoget

volgende

Antwoord tonennæste

weg

Antwoord tonenvejen