Een treinkaartje kopen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At a station entrance, two adults coordinate buying a train ticket and meeting again near the ticket machines..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een treinkaartje kopen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Har du allerede en togbillet?

haa doe alle-ree-uh een tsow-bilèd? Heb je al een treinkaartje?
B

Ikke endnu. Jeg skal købe en.

egge en-noe. Yai sgal keu-buh een. Nog niet. Ik moet er een kopen.
A

Der står billetautomater ved indgangen.

daa stoo-uh bilèd-au-toh-mah-duh vee engèngen. Bij de ingang staan kaartautomaten.
B

Der køber jeg min billet.

daa keu-buh yai men bilèd. Daar koop ik mijn kaartje.
A

Jeg har min billet på min telefon.

yai haa men bilèd poh men telefohn. Ik heb mijn kaartje op mijn telefoon.
B

Så mødes jeg med dig her igen, når jeg har købt min billet.

soo meu-uhs yai mee dai hè-uh ee-yen, noor yai haa keubd men bilèd. Dan spreek ik hier weer met je af nadat ik mijn kaartje heb gekocht.
A

Jeg venter ved automaterne.

yai vè-uh-duh vee au-toh-mah-duh-nuh. Ik wacht bij de automaten.
B

Se efter mig ved siden af dem.

see èf-duh mai vee see-uh-den è dem. Zoek me naast de automaten.

Uitleg van de zinnen

  1. Har du allerede en togbillet?

    Heb je al een treinkaartje?

    Har du
    heb je
    allerede
    al
    togbillet
    treinkaartje
    Uitgebreide uitleg

    Har du vormt hier de vraag “heb je?”. In het Deens staat in een gewone vraag het werkwoord vóór het onderwerp: Har du ...? In een mededelende zin staat dezelfde combinatie bijvoorbeeld als Du har en billet. = “Je hebt een kaartje.” Har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”) en heeft in het Deens in deze vorm geen verschillende persoonsuitgangen; du maakt duidelijk dat het om “je/jij” gaat. allerede betekent “al” of “reeds” en geeft aan dat iets op het genoemde moment al het geval is. Het staat hier vóór de naamwoordgroep en togbillet. Een bruikbaar voorbeeld is Hun er allerede her. = “Zij is al hier.” togbillet betekent hier “treinkaartje”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: tog betekent “trein” en billet betekent “kaartje” of “ticket”. Het tweede deel bepaalt het soort voorwerp; een togbillet is dus een kaartje voor een trein. Het woord is een zogenoemd en-woord; daarom staat ervoor en: en togbillet. En markeert hier een onbepaald zelfstandig naamwoord, zonder op zichzelf een specifiek aantal te benadrukken. Een nieuw voorbeeld is Jeg køber en billet. = “Ik koop een kaartje.” Samen betekent Har du + allerede + en togbillet?: “Heb je al een treinkaartje?” De vraag controleert of de aangesprokene op dat moment al over zo’n kaartje beschikt.

  2. Ikke endnu. Jeg skal købe en.

    Nog niet. Ik moet er een kopen.

    Ikke endnu
    nog niet
    Jeg skal
    ik moet
    købe
    kopen
    en
    er een
    Uitgebreide uitleg

    Ikke endnu betekent hier ‘nog niet’. Ikke is de gewone Deense ontkenning ‘niet’; endnu betekent ‘nog’ in deze tijdsuitdrukking. Samen maakt de combinatie duidelijk dat iets tot nu toe niet het geval is. Voorbeeld: Ikke endnu. — ‘Nog niet.’ Jeg skal betekent hier ‘ik moet’. Jeg is het eerste-persoonspronomen ‘ik’. Skal is de vorm van skulle voor ‘ik’ en ‘jij’; in deze zin drukt het een verplichting uit. Dezelfde vorm kan in andere contexten ook een toekomst of plan uitdrukken, maar hier past ‘moet’ bij de vaste vertaling. Voorbeeld: Jeg skal arbejde. — ‘Ik moet werken.’ købe betekent ‘kopen’. Dit is de infinitiefvorm en volgt hier op skal: skal + infinitief. Voorbeeld: Jeg skal købe mad. — ‘Ik moet eten kopen.’ en betekent hier ‘er een’. Het staat zelfstandig en vervangt het niet-herhaalde zelfstandig naamwoord. In deze context verwijst het naar één treinkaartje, zoals blijkt uit de eerdere vraag over een treinkaartje en de vaste vertaling ‘er een’; het woord zelf draagt hier niet de volledige betekenis ‘treinkaartje’. De vorm en is ook het Deense onbepaalde lidwoord bij een-geslachtswoorden, maar in deze zin wordt het zelfstandig gebruikt als voornaamwoordelijk vervangend element. Voorbeeld: Jeg skal købe en. — ‘Ik moet er een kopen.’ Samen vormen de delen Ikke endnu en Jeg skal købe en. de betekenis: ‘Nog niet. Ik moet er een kopen.’ De eerste korte zin geeft de huidige stand van zaken aan. In de tweede zin geeft Jeg de uitvoerder aan, skal de verplichting, købe de handeling en en het niet opnieuw genoemde treinkaartje als voorwerp.

  3. Der står billetautomater ved indgangen.

    Bij de ingang staan kaartautomaten.

    Der står
    er staan
    billetautomater
    kaartautomaten
    ved
    bij
    indgangen
    de ingang
    Uitgebreide uitleg

    Der står betekent hier “er staan”. står is de tegenwoordige tijd van stå (“staan”). In deze presentatieconstructie staat der står voor het genoemde zelfstandig naamwoord: Der står + zelfstandig naamwoord; daarna kan een plaatsbepaling volgen. står heeft in het Deens dezelfde vorm bij enkelvoud en meervoud. Voorbeeld: Der står en cykel ved døren. — “Er staat een fiets bij de deur.” billetautomater betekent “kaartautomaten” of “ticketautomaten”. Het is het meervoud van billetautomat. Deze vorm is onbepaald; het bepaalde meervoud is billetautomaterne, “de kaartautomaten”. Voorbeeld: Der står to billetautomater. — “Er staan twee kaartautomaten.” ved betekent “bij” en geeft hier een plaats in de buurt van iets aan. Het vormt samen met een zelfstandig naamwoord een plaatsbepaling, zoals ved indgangen — “bij de ingang”. Voorbeeld: Jeg venter ved døren. — “Ik wacht bij de deur.” indgangen betekent “de ingang”. De basisvorm is indgang; indgangen is de bepaalde enkelvoudsvorm. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid, niet meervoud. Voorbeeld: Indgangen er åben. — “De ingang is open.” Samen geeft Der står billetautomater ved indgangen. de betekenis: “Bij de ingang staan kaartautomaten.” De constructie introduceert eerst wat er aanwezig is (Der står billetautomater) en noemt vervolgens de plaats (ved indgangen).

  4. Der køber jeg min billet.

    Daar koop ik mijn kaartje.

    Der
    daar
    køber
    koop
    jeg
    ik
    min
    mijn
    billet
    kaartje
    Uitgebreide uitleg

    Der betekent hier “daar” en verwijst naar de plaats die in de vertaling wordt aangewezen. Het is een plaatsbijwoord; het staat vooraan om de plaats als uitgangspunt te markeren. køber betekent hier “koop”. De basisvorm is købe (“kopen”); køber is de tegenwoordige tijd. In het Deens verandert de tegenwoordige tijd van dit werkwoord niet mee met het onderwerp: jeg køber = “ik koop”, en bijvoorbeeld de køber = “zij kopen”. jeg betekent “ik” en is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud als onderwerp. Een andere vorm verschijnt bijvoorbeeld wanneer dezelfde persoon niet het onderwerp is: mig betekent “mij”. min betekent hier “mijn” en hoort bij billet. Het is een bezittelijk woord. De vorm hangt in het Deens samen met het grammaticale type van het bezeten zelfstandig naamwoord; bij billet is min de passende vorm. Vergelijk mit en mine in andere combinaties, bijvoorbeeld mit kort (“mijn kaart”) en mine billetter (“mijn kaartjes”). billet betekent “kaartje” of “ticket”. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is billetter. In deze zin gaat het om één kaartje, zoals ook door de Nederlandse vertaling wordt ondersteund. Samen vormen de delen Der køber jeg min billet de betekenis “Daar koop ik mijn kaartje”. De plaatsaanduiding staat voorop, daarna volgt de persoonsvorm køber, vervolgens het onderwerp jeg, en ten slotte het bezit en het zelfstandig naamwoord. Dit patroon is herbruikbaar: Der [werkwoord] jeg [mijn/het] [zelfstandig naamwoord] = “Daar [werkwoord] ik [mijn/het] [zelfstandig naamwoord].”

  5. Jeg har min billet på min telefon.

    Ik heb mijn kaartje op mijn telefoon.

    Jeg
    ik
    har
    heb
    min
    mijn
    billet
    kaartje
    på
    op
    telefon
    telefoon
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is het Deense persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Het blijft dezelfde vorm als onderwerp, ongeacht het geslacht van de spreker. Voorbeeld: Jeg kommer. — “Ik kom.” har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”). In het Deens verandert deze vorm niet mee met de persoon: jeg har, du har en de har. Hier drukt har bezit of beschikbaarheid uit: de spreker heeft het kaartje bij zich of tot zijn beschikking. Voorbeeld: Jeg har en nøgle. — “Ik heb een sleutel.” min is een bezittelijk voornaamwoord en betekent “mijn”. De vorm hangt hier samen met het zelfstandig naamwoord dat erop volgt: billet is een gemeenschappelijk-geslacht-woord in het enkelvoud, daarom staat er min. Bij een onzijdig enkelvoud staat mit, en bij meervoud mine: min billet, mit kort, mine billetter. Deze vorm geeft bezit aan, maar op zichzelf geen aantal. billet betekent hier “kaartje” of “ticket”. Het is een zelfstandig naamwoord; de bepaalde vorm is billetten (“het kaartje/de ticket”) en het meervoud is billetter (“kaartjes/tickets”). Na min staat de onbepaalde enkelvoudsvorm billet, zonder afzonderlijk lidwoord: min billet betekent “mijn kaartje”. Voorbeeld: Jeg har en billet. — “Ik heb een kaartje.” på betekent hier “op”. In på min telefon geeft het aan waar het kaartje zich bevindt: op de telefoon, bijvoorbeeld als digitaal kaartje. De betekenis ontstaat samen met de daaropvolgende woordgroep; på kan in andere contexten ook andere ruimtelijke relaties uitdrukken. Voorbeeld: Billedet er på telefonen. — “De foto staat op de telefoon.” telefon betekent “telefoon”. Het is een zelfstandig naamwoord van gemeenschappelijk geslacht; de bepaalde vorm is telefonen (“de telefoon”) en het meervoud is telefoner (“telefoons”). Na min gebruikt het Deens de onbepaalde enkelvoudsvorm: min telefon — “mijn telefoon”. De woordgroepen worden zo samengevoegd: Jeg har = “ik heb”, min billet = “mijn kaartje”, en på min telefon = “op mijn telefoon”. De hele zin betekent daarom: “Ik heb mijn kaartje op mijn telefoon.” De tegenwoordige tijd presenteert dit als de huidige situatie.

  6. Så mødes jeg med dig her igen, når jeg har købt min billet.

    Dan spreek ik hier weer met je af nadat ik mijn kaartje heb gekocht.

    Så
    dan
    mødes
    spreek af
    jeg
    ik
    med dig
    met jou
    her
    hier
    igen
    weer
    når
    nadat
    har
    heb
    købt
    gekocht
    min
    mijn
    billet
    kaartje
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan” en staat vooraan als verbindend bijwoord. Daardoor volgt in de hoofdzin de persoonsvorm vóór het onderwerp: Så mødes jeg .... mødes betekent hier “afspreken” of “elkaar ontmoeten”. De infinitief en de tegenwoordige vorm zien er hier hetzelfde uit: at mødes en mødes. De tegenwoordige vorm kan, zoals hier, naar een toekomstige afspraak verwijzen wanneer de context dat aangeeft. In mødes med nogen geeft med aan met wie de afspraak of ontmoeting plaatsvindt. jeg is het onderwerp in de eerste persoon enkelvoud: “ik”. med dig betekent “met jou”; dig is de objectsvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon, tegenover du als onderwerpsvorm. her betekent “hier”. igen betekent “weer” en geeft aan dat de afspraak opnieuw plaatsvindt. Samen geven her igen de plaats en het herhaalde karakter van de afspraak aan. når leidt hier de tijdsbepalende bijzin in en betekent volgens de vaste vertaling “nadat”. In die bijzin staat het onderwerp vóór de persoonsvorm: når jeg .... har is de vorm van have bij jeg en werkt hier als hulpwerkwoord in de voltooide tijd. købt is het voltooid deelwoord van købe (“kopen”); samen betekenen har købt “heb gekocht”. Voorbeeld: Jeg har købt brød. — “Ik heb brood gekocht.” min betekent “mijn” en hoort hier bij het enkelvoudige zelfstandig naamwoord billet, dat gemeenschappelijk geslacht heeft. Ter vergelijking staat bij een onzijdig enkelvoud mit en bij meervoud mine. min zelf drukt geen aantal uit. billet betekent “kaartje” of “ticket” en staat hier in het enkelvoud. Voorbeeld: Jeg har en billet. — “Ik heb een kaartje.” De delen bouwen de betekenis op als volgt: Så mødes jeg med dig her igen betekent “Dan spreek ik hier weer met je af”. De bijzin når jeg har købt min billet geeft aan dat dit gebeurt nadat de spreker zijn kaartje heeft gekocht. De hele uiting betekent dus: “Dan spreek ik hier weer met je af nadat ik mijn kaartje heb gekocht.” De vooropgeplaatste Så verklaart de volgorde mødes jeg, terwijl de bijzin de volgorde jeg har købt heeft.

  7. Jeg venter ved automaterne.

    Ik wacht bij de automaten.

    Jeg
    ik
    venter
    wacht
    ved
    bij
    automaterne
    de automaten
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is het onderwerp: de spreker wacht zelf. Het is de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk in een ander voorbeeld: Jeg kommer nu. = “Ik kom nu.” venter is de tegenwoordige tijd van vente (“wachten”). De vorm betekent hier “wacht”. Deense werkwoorden veranderen in de tegenwoordige tijd normaal niet mee met persoon of getal: jeg venter, du venter en de venter gebruiken allemaal venter. Voor “wachtte” staat bijvoorbeeld ventede. ved is hier een voorzetsel met de betekenis “bij”, dus op of in de buurt van een bepaalde plaats of zaak. Het vormt samen met het volgende naamwoord de plaatsbepaling: ved automaterne = “bij de automaten”. Dit is niet hetzelfde als på, dat in andere contexten vaak “op” of “in” kan betekenen. automaterne betekent “de automaten”. De basisvorm is automat; het meervoud is automater en het bepaalde meervoud automaterne. De uitgang -ne markeert hier dus dat het om bepaalde automaten gaat, en het woord zelf draagt ook de meervoudsvorm. Het volgende contextfragment gebruikt voor dezelfde automaten dem in ved siden af dem (“naast hen/ze”), wat de verwijzing naar de automaten bevestigt. Samen vormen de delen Jeg venter (“Ik wacht”) en ved automaterne (“bij de automaten”). De hele zin betekent daarom: “Ik wacht bij de automaten.”

  8. Se efter mig ved siden af dem.

    Zoek me naast de automaten.

    Se efter
    zoek
    mig
    mij
    ved siden af
    naast
    dem
    de automaten
    Uitgebreide uitleg

    Se efter betekent hier ‘zoek’. Het is de gebiedende wijs van se (‘kijken/zien’) met efter; samen vormt dit de vaste, bruikbare uitdrukking ‘zoeken naar’. In een opdracht staat de gebiedende wijs zonder onderwerp: Se efter nøglerne. = ‘Zoek de sleutels.’ mig is de objectvorm van het eerste-persoonsvoornaamwoord: ‘mij’. Het verwijst hier naar de spreker, zoals ook in de vertaling blijkt. Vergelijk jeg (‘ik’) als onderwerp met mig na een werkwoord of voorzetsel: Hun ser mig. = ‘Zij ziet mij.’ ved siden af betekent ‘naast’ en drukt een plaatsrelatie uit. Het wordt gevolgd door datgene waarnaast iemand of iets zich bevindt: Stolen står ved siden af bordet. = ‘De stoel staat naast de tafel.’ dem is de meervoudige objectvorm van de (‘zij/ze’ als onderwerp). In deze zin verwijst het, volgens de vaste vertaling en de vorige zin, naar de automaten. De vorm dem wordt gebruikt voor meervoudige personen of zaken als object of na een voorzetsel; hij markeert hier niet afzonderlijk het grammaticale geslacht van de bedoelde zaken. Samen vormt Se efter mig de opdracht ‘zoek mij’, en ved siden af dem specificeert de plaats: de spreker bevindt zich naast de automaten. De volledige betekenis is dus: ‘Zoek me naast de automaten.’

Grammatica

ikke endnu

ikke endnu

egge en-noe

nog niet

De vaste combinatie ikke endnu betekent ‘nog niet’ en drukt uit dat iets tot nu toe niet is gebeurd.

Deens woordenschat

allerede bijwoord
alle-ree-uh al
billetautomat zelfstandig naamwoord
bilèd-au-toh-mah-d kaartautomaat billetautomater
der bijwoord
daa daar
endnu bijwoord
en-noe nog
have werkwoord
haa hebben har
ikke bijwoord
egge niet
indgang zelfstandig naamwoord
engang ingang indgangen
købe werkwoord
keu-buh kopen
på voorzetsel
poh op
telefon zelfstandig naamwoord
telefohn telefoon
togbillet zelfstandig naamwoord
tsow-bilèd treinkaartje
ved voorzetsel
vee bij

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Heb je al een treinkaartje?

Antwoord tonenHar du allerede en togbillet?

Nog niet. Ik moet er een kopen.

Antwoord tonenIkke endnu. Jeg skal købe en.

Bij de ingang staan kaartautomaten.

Antwoord tonenDer står billetautomater ved indgangen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

al

Antwoord tonenallerede

ingang

Antwoord tonenindgangen

nog

Antwoord tonenendnu

kopen

Antwoord tonenkøbe