Jeg
Jeg is hier het onderwerp en betekent ‘ik’. Het verwijst naar de spreker die over zijn eigen ervaring vertelt en staat als onderwerp aan het begin van de hoofdzin.
har
har helpt hier samen met vært om de ervaring ‘ben geweest’ uit te drukken. har is de tegenwoordige vorm van have; in ‘har aldrig været’ staat het vóór de vorm die de ervaring beschrijft. Deze combinatie kun je gebruiken om te zeggen dat je ergens bent geweest.
aldrig
aldrig betekent ‘nooit’ en ontkent hier dat de spreker deze ervaring eerder heeft gehad. In ‘har aldrig været’ staat het tussen har en vært. Je gebruikt het om een ervaring volledig uit te sluiten.
været
været betekent hier ‘geweest’. Het is de participiumvorm van være en staat met har in de uitdrukking over ergens geweest zijn. Met een vorm van har gebruik je het om een verblijf of ervaring uit het verleden te beschrijven.
inde
inde betekent hier ‘binnen’ en beschrijft dat de spreker zich binnen het gemeentehuis heeft bevonden. In ‘været inde’ geeft het de locatie binnen aan. Je gebruikt het bij een situatie waarin iemand zich binnenshuis bevindt.
på
på geeft hier een locatie aan en betekent in ‘inde på dette rådhus’ ongeveer ‘in of bij dit gemeentehuis’, niet letterlijk ‘op’. Het staat vóór de plaatsaanduiding. Je gebruikt deze voorzetselcombinatie om een locatie of instelling aan te geven.
dette
dette betekent ‘dit’ en wijst naar het specifieke gemeentehuis waarover de sprekers praten. Het staat direct vóór rådhus in ‘dette rådhus’. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om iets concreets aan te wijzen.
rådhus
rådhus betekent ‘gemeentehuis’ of ‘stadhuis’. In ‘dette rådhus’ verwijst het naar het gebouw waarin de sprekers zijn. Met een plaatsvoorzetsel kun je rådhus gebruiken om de locatie aan te geven.
før
før betekent hier ‘eerder’ of ‘voorheen’ en verwijst naar een tijd vóór nu. Aan het einde van de zin maakt het duidelijk dat de spreker nog nooit eerder in dit gemeentehuis is geweest. Je gebruikt het om naar een eerdere gelegenheid te verwijzen.
Bygningen
Bygningen betekent ‘het gebouw’. Het is de bepaalde vorm en vormt hier het onderwerp van de zin over het gemeentehuis. Je gebruikt deze vorm wanneer naar een specifiek gebouw wordt verwezen.
er
er betekent hier ‘is’ en verbindt bygningen met de beschrijving flottere. er is een tegenwoordige vorm van være. Je gebruikt het na het onderwerp om een eigenschap of toestand te beschrijven.
flottere
flottere betekent ‘mooier’ of ‘fraaier’ en vergelijkt het gebouw met wat de spreker had verwacht. In ‘flottere, end jeg havde forventet’ wordt de vergelijking met end ingeleid. flottere is de vergrotende vorm van flot.
end
end betekent hier ‘dan’ en introduceert het tweede deel van een vergelijking. In ‘flottere, end jeg havde forventet’ volgt na end de verwachting waarmee het gebouw wordt vergeleken. Je gebruikt end na een vergrotende vorm zoals flottere.
havde
havde betekent ‘had’ en verwijst hier naar een verwachting die al eerder bestond. In ‘havde forventet’ staat het vóór de vorm die de verwachte indruk uitdrukt. havde is de verleden vorm van have en kan vóór een participium staan.
forventet
forventet betekent ‘verwacht’ en beschrijft hier wat de spreker vooraf had gedacht. Het staat in ‘havde forventet’ samen met de vorm van have. Je gebruikt het na een hulpwerkwoord om een eerdere verwachting te beschrijven.
Indgangen
Indgangen betekent ‘de ingang’ en verwijst naar de specifieke ingang van het gebouw. Aan het begin van de zin is de vorm met een hoofdletter geschreven; later staat dezelfde vorm als ‘indgangen’. Je gebruikt deze bepaalde vorm wanneer de gesprekspartners weten welke ingang bedoeld wordt.
ved siden af
ved siden af betekent als geheel ‘naast’. ved geeft de plaatsrelatie aan, siden betekent ‘zijde’ en af maakt deel uit van deze vaste uitdrukking. In ‘ved siden af cykelparkeringen’ wordt er een plaats naast een ander object aangegeven; daarna volgt het object of de plaats.
cykelparkeringen
cykelparkeringen betekent ‘de fietsenstalling’ of ‘de plek waar fietsen worden gestald’. Het verwijst hier naar de specifieke fietsenstalling naast de ingang. In ‘ved siden af cykelparkeringen’ volgt het op de vaste plaatsuitdrukking ved siden af.
Mange
Mange betekent ‘veel’ of ‘een groot aantal’. In ‘Mange mennesker’ staat het vóór het meervoudige woord voor mensen. Je gebruikt het om naar een grote groep te verwijzen.
mennesker
mennesker betekent ‘mensen’ en is het meervoud van menneske. In ‘Mange mennesker’ volgt het op de hoeveelheidsaanduiding Mange. Je gebruikt het om naar personen als groep te verwijzen.
kom
kom betekent hier ‘kwamen’ of ‘kwam’ en beschrijft dat de mensen naar het gemeentehuis kwamen. In ‘kom på cykel’ geeft het aan hoe zij aankwamen; kom is de verleden vorm van komme. Je kunt het met een vervoersuitdrukking gebruiken om een aankomst te beschrijven.
cykel
cykel betekent ‘fiets’. In ‘på cykel’ maakt het deel uit van de vaste uitdrukking voor vervoer per fiets. Je gebruikt cykel na på om aan te geven dat iemand per fiets reist.
Det
Det betekent hier ‘dat’ of ‘het’ en verwijst naar de vorige mededeling over fietsen naar het gemeentehuis. In ‘Det giver mening’ is het onderwerp van de uitdrukking. Je gebruikt het om naar een eerder genoemde situatie of gedachte te verwijzen.
giver
giver betekent letterlijk ‘geeft’, maar in ‘giver mening’ draagt het bij aan de vaste uitdrukking ‘zin hebben’ of ‘logisch zijn’. De betekenis ‘dat is logisch’ komt dus uit de hele combinatie Det giver mening. giver is de tegenwoordige vorm van give en staat hier vóór mening.
mening
mening betekent hier ‘zin’ of ‘betekenis’. In ‘Det giver mening’ betekent de volledige uitdrukking dat iets logisch of begrijpelijk is. Je gebruikt mening in deze combinatie om instemming met een redenering uit te drukken.
nemmere
nemmere betekent ‘makkelijker’ en vergelijkt fietsen met wachten op de bus. In ‘nemmere end’ volgt end om de vergelijking in te leiden. nemmere is de vergrotende vorm van nem.
at
at is hier de infinitiefmarkeerder vóór vente en heeft de functie van Nederlands ‘te’. In ‘at vente’ leidt het de werkwoordsvorm aan die deel is van de vergelijking. Je gebruikt at vóór een infinitief in zulke constructies.
vente
vente betekent ‘wachten’. In ‘vente på bussen’ staat het in de uitdrukking voor ‘op de bus wachten’, waarbij på vóór datgene staat waarop je wacht. Je gebruikt vente wanneer iemand tijd doorbrengt totdat iets of iemand komt.
bussen
bussen betekent ‘de bus’ en is de bepaalde vorm van bus. In ‘vente på bussen’ verwijst het naar de specifieke bus waarop gewacht wordt. Het staat na på als datgene waarop de wachthandeling gericht is.
Næste
Næste betekent ‘volgende’ en verwijst hier naar de eerstvolgende gelegenheid. In ‘Næste gang’ vormt het een vaste tijdsaanduiding. Je gebruikt het om over een toekomstige gelegenheid te praten.
gang
gang betekent hier ‘keer’ of ‘gelegenheid’. Samen met Næste vormt het ‘Næste gang’, dus ‘de volgende keer’. Je gebruikt gang in zulke tijdsaanduidingen om een gelegenheid aan te wijzen.
kunne
kunne betekent hier ‘zouden kunnen’ en drukt een voorstel of mogelijkheid voor een volgende keer uit. Het staat vóór cykle in de zin. kunne is de vorm van het modale werkwoord voor ‘kunnen’ en wordt gevolgd door een infinitief.
vi
vi betekent ‘we’ en verwijst naar beide sprekers samen. In ‘kunne vi’ staat vi na het modale werkwoord, omdat Næste gang vooraan in de hoofdzin staat. Je gebruikt vi als onderwerp wanneer de spreker zichzelf en minstens één andere persoon bedoelt.
også
også betekent ‘ook’ of ‘eveneens’ en voegt toe dat de sprekers zelf ook per fiets kunnen komen. In ‘vi også cykle’ staat het tussen het onderwerp en de handeling. Je gebruikt het om een extra persoon, handeling of mogelijkheid toe te voegen.
cykle
cykle betekent ‘fietsen’ en staat hier als infinitief na kunne. In ‘cykle herhen’ beschrijft het de manier van reizen naar de huidige plaats. Je gebruikt cykle voor vervoer per fiets.
herhen
herhen betekent ‘hierheen’ en geeft een beweging in de richting van de huidige plaats aan. In ‘cykle herhen’ maakt het duidelijk dat de sprekers naar deze plek toe fietsen, niet alleen dat zij hier zijn. Je gebruikt het samen met een werkwoord van beweging.
Så
Så betekent hier ‘dan’ en verbindt het eerdere voorstel met het gevolg ervan. In ‘Så kan vi’ leidt het de volgende mogelijke handeling in. Je gebruikt het aan het begin van een zin om een gevolg of volgende stap aan te geven.
kan
kan betekent hier ‘kunnen’ en drukt uit dat de sprekers de fietsen bij de ingang kunnen neerzetten. In ‘Så kan vi stille’ staat het vóór de infinitief stille. kan is de tegenwoordige vorm van kunne en wordt gevolgd door een infinitief.
stille
stille betekent hier ‘neerzetten’ of ‘plaatsen’ en verwijst naar het achterlaten van de fietsen. In ‘stille cyklerne tæt på indgangen’ staat het vóór het voorwerp en de plaatsaanduiding. Je gebruikt stille om iets op een bepaalde plek te plaatsen.
cyklerne
cyklerne betekent ‘de fietsen’ en verwijst naar de specifieke fietsen van de sprekers. In ‘stille cyklerne’ is het het voorwerp van stille. Je gebruikt deze bepaalde meervoudsvorm wanneer duidelijk is om welke fietsen het gaat.
tæt
tæt betekent hier ‘dichtbij’ of ‘vlak bij’. In ‘tæt på indgangen’ vormt het samen met på een vaste uitdrukking voor een korte afstand tot een plaats of object. Je gebruikt deze uitdrukking om de locatie van iets te beschrijven.
Lad os
Lad os betekent als geheel ‘laten we’ en vormt hier een uitnodiging om samen naar binnen te gaan en iets te zoeken. Lad draagt de uitnodigende betekenis en os betekent ‘ons’; samen richten ze de actie op de spreker en de aangesprokene. Na ‘Lad os’ volgt een infinitief.
gå
gå betekent hier ‘gaan’ of ‘lopen’ en staat na Lad os. In de zin gaat het om samen naar binnen gaan. Je gebruikt gå na een uitnodiging met Lad os om een gezamenlijke beweging of handeling voor te stellen.
indenfor
indenfor betekent hier ‘naar binnen’ of ‘naar binnen toe’. Omdat het bij gå staat, beschrijft het een beweging naar de binnenkant van het gebouw. In ‘gå indenfor’ gebruik je het om iemand uit te nodigen of te beschrijven dat diegene naar binnen gaat.
og
og betekent ‘en’ en verbindt hier de twee handelingen gå indenfor en finde. In ‘gå indenfor og finde’ krijgen beide handelingen dezelfde uitnodigende context. Je gebruikt og om gelijkwaardige handelingen of zinsdelen met elkaar te verbinden.
finde
finde betekent ‘vinden’ en beschrijft hier het lokaliseren van het juiste loket. In ‘finde den rigtige skranke’ staat het na og en blijft het in de infinitief. Je gebruikt finde wanneer je iemand of iets probeert te lokaliseren.
den
den betekent hier ‘de’ en maakt skranke tot een specifieke balie. In ‘den rigtige skranke’ staat het vóór het bijvoeglijk naamwoord en het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt den in een bepaalde naamwoordgroep met een woord als skranke.
rigtige
rigtige betekent ‘juiste’ of ‘correcte’ en beschrijft welke balie de sprekers zoeken. In ‘den rigtige skranke’ staat het in de bepaalde naamwoordgroep na den. De grondvorm is rigtig; rigtige is de vorm die hier in deze constructie wordt gebruikt.
skranke
skranke betekent ‘loket’ of ‘balie’, dus de plaats waar de sprekers de juiste dienstverlening willen vinden. In ‘den rigtige skranke’ gaat het om het specifieke loket in het gemeentehuis. Je gebruikt skranke in situaties met een service- of informatiebalie.