Jeg
“Jeg” betekent hier “ik” en verwijst naar de persoon die spreekt. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord, bijvoorbeeld in “Jeg har udfyldt formularen.” Gebruik “Jeg” wanneer je in het Deens over jezelf spreekt.
har
“har” betekent hier “heb” in “Jeg har udfyldt formularen.” Samen met “udfyldt” vormt het de uitdrukking voor iets dat je hebt ingevuld of voltooid. Een herbruikbaar patroon is “Jeg har …” gevolgd door wat je hebt gedaan.
udfyldt
“udfyldt” betekent hier “ingevuld”, zoals bij een formulier. Het hoort bij “har” in “Jeg har udfyldt formularen.” Gebruik het bijvoorbeeld voor een formulier dat je volledig hebt ingevuld.
formularen
“formularen” betekent hier “het formulier”, dus het formulier dat in deze situatie is ingevuld. De vorm bevat het bepaalde formulier in “Jeg har udfyldt formularen.” Gebruik “formularen” wanneer je naar een specifiek formulier verwijst.
Kan
“Kan” betekent hier “kunnen” in de vraag “Kan vi deltage i det næste vandrearrangement?” Het staat aan het begin omdat de zin een vraag is. Gebruik “Kan vi …?” om te vragen of jullie iets kunnen doen.
vi
“vi” betekent hier “we” of “wij” en verwijst naar de sprekers samen. In “Kan vi deltage …?” is “vi” de groep die wil deelnemen. Gebruik “vi” als je over jezelf en minstens één andere persoon spreekt.
deltage
“deltage” betekent hier “deelnemen” aan een evenement. Het staat na “Kan vi” in “Kan vi deltage i det næste vandrearrangement?” Een betrouwbaar patroon is “deltage i” gevolgd door een activiteit of evenement.
i
“i” betekent hier “aan” in de vaste combinatie “deltage i”, zoals in “deltage i det næste vandrearrangement”. In de dialoog komt ook de hoofdlettervorm “I” voor; die betekent “jullie” in “I kan deltage …”. Let daarom op de hoofdletter: “i” is een voorzetsel en “I” is een persoonlijk voornaamwoord.
det
“det” betekent hier “het” in “det næste vandrearrangement” en verwijst naar het specifieke volgende wandelevenement. Het staat vóór “næste” en het zelfstandig naamwoord. Gebruik “det” in een vergelijkbare verwijzing naar iets specifieks.
næste
“næste” betekent hier “volgende” in “det næste vandrearrangement”. Het beschrijft het evenement dat na het huidige of eerder genoemde evenement komt. Gebruik “næste” vóór het zelfstandig naamwoord dat je als volgende aanduidt.
vandrearrangement
“vandrearrangement” betekent hier “wandelevenement”, een evenement waarbij mensen wandelen. In “det næste vandrearrangement” verwijst het naar een specifiek evenement. Gebruik het om over een georganiseerd wandelevenement te spreken.
Ja
“Ja” betekent hier “ja” en bevestigt dat deelname mogelijk is. Het staat aan het begin van “Ja, I kan deltage i det næste vandrearrangement.” Gebruik “Ja” om bevestigend op een vraag te antwoorden.
Skal
“Skal” betekent hier “moeten” of “zullen” in de vraag “Skal vi have noget med?” In deze context vraagt het wat jullie moeten meenemen. Gebruik “Skal vi …?” om te vragen wat jullie moeten of zullen doen.
have
In “have noget med” draagt “have” bij aan de betekenis “iets bij zich hebben” of “iets meenemen”. De hele combinatie “have noget med” wordt hier gebruikt in de vraag wat jullie moeten meenemen. Een herbruikbaar patroon is “have … med” met het voorwerp tussen beide delen.
noget
“noget” betekent hier “iets” in “have noget med”. Het verwijst naar een niet nader genoemd voorwerp dat jullie moeten meenemen. Gebruik “noget” wanneer je bewust niet specificeert wat het voorwerp is.
med
“med” betekent hier “mee” in “have noget med”, dus bij je hebben of meenemen. In “Skal vi have noget med?” staat het na het voorwerp en maakt het de combinatie compleet. Gebruik “med” ook in een vergelijkbare uitdrukking voor iets dat iemand bij zich heeft.
Tag
“Tag” betekent hier “neem” of “breng” in het verzoek “Tag en vandflaske med, tak.” Het is de vorm waarmee iemand rechtstreeks wordt aangesproken om iets mee te nemen. Gebruik “Tag … med” wanneer je iemand vraagt een voorwerp mee te nemen.
en
“en” betekent hier “een” in “en vandflaske”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en introduceert één waterfles. Gebruik “en” in deze combinatie wanneer je over één dergelijk voorwerp spreekt.
vandflaske
“vandflaske” betekent hier “waterfles”, het voorwerp dat de bezoeker moet meenemen. In “Tag en vandflaske med” is het de inhoud van het verzoek. Gebruik “vandflaske” wanneer je een fles voor water bedoelt.
tak
“tak” staat hier aan het einde van “Tag en vandflaske med, tak” en maakt het verzoek beleefd, met de betekenis “alstublieft”. Hetzelfde woord kan ook “dank je” betekenen, afhankelijk van de context. Gebruik “tak” na een verzoek om beleefd te klinken.
stille
“stille” betekent hier “neerzetten” of “achterlaten” in “I kan stille en stor taske ved skranken”. Het staat na “kan” in de vorm die bij deze constructie hoort. Gebruik “stille … ved” wanneer je zegt dat je iets op een bepaalde plek neerzet.
stor
“stor” betekent hier “groot” en beschrijft de tas in “en stor taske”. Het staat vóór “taske” om de grootte aan te geven. Gebruik “stor” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je iets als groot beschrijft.
taske
“taske” betekent hier “tas” in “en stor taske”. Het is het voorwerp dat bij de balie kan worden achtergelaten. Gebruik “taske” voor een tas die je draagt of ergens neerzet.
ved
“ved” betekent hier “bij” of “aan” in “ved skranken” en geeft de plaats van de tas aan. De combinatie “ved skranken” betekent “bij de balie”. Gebruik “ved” vóór een plaats waar iets zich bevindt of wordt neergezet.
skranken
“skranken” betekent hier “de balie”, de plek waar de tas kan worden achtergelaten. In “ved skranken” verwijst de bepaalde vorm naar de balie van het evenement. Gebruik deze vorm wanneer je naar die specifieke balie verwijst.
lille
“lille” betekent hier “klein” in “en lille vandflaske”. Het beschrijft de waterfles die de spreker bij zich heeft. Gebruik “lille” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je iets als klein beschrijft.
stiller
“stiller” betekent hier “zet neer” of “laat achter” in “Jeg stiller min taske her”. De vorm beschrijft wat de spreker van plan is of doet met de tas. Gebruik “stiller … her” wanneer je zegt dat je iets hier neerzet.
min
“min” betekent hier “mijn” in “min taske” en geeft aan dat de tas van de spreker is. Het staat vóór “taske”. Gebruik “min” om bezit van de spreker aan te geven bij dit soort zelfstandig naamwoord.
her
“her” betekent hier “hier” en verwijst naar de plek waar de tas wordt neergezet. In “Jeg stiller min taske her” staat het na het voorwerp. Gebruik “her” om de huidige of aangewezen plaats aan te duiden.
før
“før” betekent hier “voordat” en verbindt “we beginnen” met de handeling die eraan voorafgaat. In “før vi begynder” geeft het aan dat de tas eerst wordt neergezet. Gebruik “før” om te zeggen dat iets vóór een andere gebeurtenis gebeurt.
begynder
“begynder” betekent hier “beginnen” in “før vi begynder”, dus vóórdat de wandeling of activiteit begint. Het staat na “vi” in deze bijzin. Gebruik “vi begynder” om te verwijzen naar het moment waarop jullie beginnen.
glæder mig til
“glæder mig til” betekent als geheel “ik kijk ernaar uit” in “Jeg glæder mig til det.” “glæder” drukt het verheugen uit, “mig” verwijst naar de spreker en “til” leidt datgene in waarnaar de spreker uitkijkt. Gebruik het patroon “Jeg glæder mig til …” voor iets waar je met plezier op wacht.