Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Voorbereiden op een wandelevenement oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Jeg har udfyldt formularen.
jaj haa oeth-fuult fo-moe-lè-un. Ik heb het formulier ingevuld.Kan vi deltage i det næste vandrearrangement?
kan vie del-tèè ie de nes-duh van-ruh-a-rang-u-mang? Kunnen we meedoen aan het volgende wandelevenement?Ja, I kan deltage i det næste vandrearrangement.
ja, ie kan del-tèè ie de nes-duh van-ruh-a-rang-u-mang. Ja, jullie kunnen meedoen aan het volgende wandelevenement.Skal vi have noget med?
sgeel vie hèè-wuh noo-eth mee? Moeten we iets meenemen?Tag en vandflaske med, tak.
tèè un van-fles-kuh mee, teg. Neem alstublieft een waterfles mee.I kan stille en stor taske ved skranken.
ie kan sdè-luh un stoo-uh tes-kuh vee sgrang-un. Jullie kunnen een grote tas bij de balie achterlaten.Jeg har en lille vandflaske med.
jaj haa un lel-uh van-fles-kuh mee. Ik heb een kleine waterfles bij me.Jeg stiller min taske her, før vi begynder.
jaj sdè-luh min tes-kuh hè-uh, feu-uh vie be-geun-uh. Ik laat mijn tas hier achter voordat we beginnen.Jeg glæder mig til det.
jaj glèè-uh mai tel de. Ik kijk ernaar uit.Uitleg van de zinnen
Jeg har udfyldt formularen.
Ik heb het formulier ingevuld.
- Jeg har
- ik heb
- udfyldt
- ingevuld
- formularen
- het formulier
Uitgebreide uitleg
Jeg har betekent hier “ik heb” en vormt samen met udfyldt de voltooide tegenwoordige tijd. Jeg is de eerste persoon enkelvoud; har is de tegenwoordige vorm van have (“hebben”). In deze constructie staat het hulpwerkwoord vóór het voltooid deelwoord. udfyldt betekent hier “ingevuld”. Het is het voltooid deelwoord van udfylde (“invullen”). Het beschrijft een handeling die als voltooid wordt voorgesteld. Een herbruikbaar patroon is: Jeg har + voltooid deelwoord, bijvoorbeeld Jeg har læst bogen — “Ik heb het boek gelezen.” formularen betekent “het formulier”. De basisvorm is formular (“formulier”); de uitgang -en markeert in het Deens de bepaalde enkelvoudsvorm: “het formulier”. Een onbepaalde vorm is en formular — “een formulier”. Samen vormen de delen Jeg har udfyldt formularen: “Ik heb het formulier ingevuld.” De persoon is de spreker (Jeg), har udfyldt geeft de voltooide handeling aan, en formularen is het concrete object van udfyldt.
Kan vi deltage i det næste vandrearrangement?
Kunnen we meedoen aan het volgende wandelevenement?
- Kan vi
- kunnen we
- deltage
- meedoen
- det
- het
- næste
- volgende
- vandrearrangement
- wandelevenement
Uitgebreide uitleg
Kan vi vormt hier een vraag naar mogelijkheid: kan is de tegenwoordige tijd van het modale werkwoord kunne, en vi betekent “wij”. In een Deense ja/nee-vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp. In een mededelende zin staat dezelfde combinatie bijvoorbeeld als Vi kan ... (“Wij kunnen ...”). deltage is de infinitief van het werkwoord “deelnemen” of “meedoen”. Na een modaal werkwoord zoals kan staat in het Deens de infinitief zonder een apart infinitiefteken. Een bruikbaar voorbeeld is De kan deltage — “Zij kunnen deelnemen.” det is hier het bepaalde lidwoord bij het onzijdige enkelvoudige zelfstandig naamwoord vandrearrangement, in een woordgroep waarin een bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord staat. Het zelfstandig naamwoord krijgt daardoor geen afzonderlijke bepaaldheidsuitgang. Het onderscheid tussen det en den hangt samen met het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord; det is hier dus niet een los verwijzend voornaamwoord. næste betekent hier “volgende”: wat daarna komt. In deze betekenis moet je het niet als een gewone vergelijkende vorm van een ander bijvoeglijk naamwoord analyseren. Het is de vorm die in zulke woordgroepen wordt gebruikt, bijvoorbeeld in den næste dag — “de volgende dag”. vandrearrangement is een zelfstandig naamwoord voor een evenement of georganiseerde activiteit rond wandelen. Het is een samenstelling: vandre verwijst naar wandelen en arrangement naar het evenement of de georganiseerde activiteit. Het laatste deel bepaalt hier het soort geheel: het gaat om een soort arrangement, niet alleen om een wandeling. Een nieuw voorbeeld is et musikarrangement — “een muziekevenement”. Samen vormen Kan vi en deltage de vraag “Kunnen we meedoen?”, gevolgd door i det næste vandrearrangement, “aan het volgende wandelevenement”. De volledige betekenis is daarom: “Kunnen we meedoen aan het volgende wandelevenement?” De formulering is een neutrale vraag naar de mogelijkheid om deel te nemen.
Ja, I kan deltage i det næste vandrearrangement.
Ja, jullie kunnen meedoen aan het volgende wandelevenement.
- Ja
- ja
- I kan
- jullie kunnen
- deltage
- deelnemen
- det
- het
- næste
- volgende
- vandrearrangement
- wandelevenement
Uitgebreide uitleg
Ja bevestigt de uitspraak: “ja”. Als los woord is het bruikbaar als bevestigend antwoord, bijvoorbeeld: Ja, det kan jeg. — “Ja, dat kan ik.” I kan betekent hier “jullie kunnen”. I is de Deense tweede persoon meervoud; de hoofdletter onderscheidt het van i, het voorzetsel “in/op/aan”. kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”) en heeft in deze vorm geen aparte persoonsuitgang. Na dit modale werkwoord volgt een infinitief zonder at: I kan deltage — “jullie kunnen deelnemen”. deltage betekent hier “deelnemen”. Het is de infinitief en blijft na kan in die vorm staan. Het werkwoord gebruikt doorgaans de combinatie deltage i + activiteit of evenement: De deltager i mødet. — “Zij nemen aan de vergadering deel.” det is hier niet het zelfstandige voornaamwoord “het” in de betekenis van een los genoemd ding, maar het onzijdig enkelvoudige bepaalde lidwoord in een bepaalde woordgroep met een bijvoeglijk woord: det næste vandrearrangement. Het Deens gebruikt daarbij det voor onzijdig enkelvoud; vergelijk in een andere woordgroep den ... voor gemeenschappelijk geslacht en de ... voor meervoud. næste betekent “volgende”. In det næste ... staat het vóór het zelfstandig naamwoord en verwijst het naar het volgende exemplaar in een reeks. Deze vorm verandert hier niet mee met het onzijdige woord arrangement; det markeert daar het onzijdige enkelvoud. vandrearrangement betekent “wandelevenement”. Het is een zelfstandig naamwoord voor een georganiseerd evenement rond wandelen. In deze woordgroep staat het in de onbepaalde vorm na det næste; bij een bijvoeglijk woord gebruikt het Deens zo’n vrijstaand bepaald lidwoord, terwijl het zelfstandig naamwoord zelf niet de uitgang -et krijgt. Samen vormen de middelste delen I kan deltage i ...: “jullie kunnen deelnemen aan ...”. det næste vandrearrangement is de bepaalde aanvulling bij het voorzetsel i: “aan het volgende wandelevenement”. De volledige betekenis is dus: “Ja, jullie kunnen meedoen aan het volgende wandelevenement.”
Skal vi have noget med?
Moeten we iets meenemen?
- Skal vi
- moeten we
- have
- hebben
- noget
- iets
- med
- mee
Uitgebreide uitleg
Skal vi staat aan het begin als een vraagconstructie: skal is de tegenwoordige vorm van skulle, hier gebruikt voor moeten of nodig vinden, en vi betekent we. In een vraag komt het werkwoord vóór het onderwerp. Vergelijk bijvoorbeeld: Skal vi gå? — “Moeten we gaan?” Het is hier een voorstel of vraag naar wat nodig is, niet een bewering dat we al iets moeten doen. have is de infinitief van at have, “hebben”. Na het modale werkwoord skal staat de infinitief zonder at: skal have. In deze zin krijgt have samen met het volgende med een andere, zeer gebruikelijke betekenis dan bezit hebben: iets meenemen. noget betekent hier “iets”. Het is een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader bepaald ding of een niet nader bepaalde hoeveelheid. Het antwoord op de vraag kan daarom bijvoorbeeld een concrete zaak noemen, zoals in Tag noget med — “Neem iets mee.” med betekent hier “mee”, in de constructie have noget med: iets bij zich hebben of meenemen naar de bedoelde activiteit. Het staat niet los van de betekenis van have in deze zin; samen vormen ze het patroon have noget med. De delen bouwen dus op elkaar voort: Skal vi maakt een vraag over wat nodig is, have levert de infinitief na skal, noget benoemt het onbepaalde voorwerp en med maakt duidelijk dat het voorwerp moet worden meegenomen. De hele uiting betekent: “Moeten we iets meenemen?” In de context van een wandelevenement sluit dit aan bij het daaropvolgende advies om een waterfles mee te nemen. De formulering is een gewone, neutrale manier om dit praktisch af te stemmen.
Tag en vandflaske med, tak.
Neem alstublieft een waterfles mee.
- Tag … med
- neem mee
- vandflaske
- waterfles
- tak
- alstublieft
Uitgebreide uitleg
Tag ... med betekent hier “neem ... mee”. Tag is de gebiedende wijs van tage (“nemen”). In deze constructie staat med als een afzonderlijk woord en geeft het idee van meenemen: tage noget med = iets meenemen. Voorbeeld: Tag din jakke med. — “Neem je jas mee.” vandflaske betekent hier “waterfles”. Het is een samenstelling van vand (“water”) en flaske (“fles”); het volledige woord benoemt dus een fles voor water. Het zelfstandig naamwoord is gemeenschappelijk geslacht en combineert hier met het onbepaalde lidwoord en: en vandflaske. tak betekent hier “alstublieft” en maakt het verzoek beleefder. Hetzelfde woord kan in andere situaties ook “dank je” of “bedankt” betekenen; in deze zin staat het bij een verzoek. Samen vormen Tag en vandflaske med en tak de beleefde aansporing: “Neem alstublieft een waterfles mee.”
I kan stille en stor taske ved skranken.
Jullie kunnen een grote tas bij de balie achterlaten.
- I kan
- jullie kunnen
- stille
- neerzetten; achterlaten
- stor
- grote
- taske
- tas
- ved
- bij
- skranken
- de balie
Uitgebreide uitleg
I kan betekent hier “jullie kunnen”. I is de Deense tweede persoon meervoud; kan is de vorm van kunne voor tegenwoordige tijd. Na een modaal werkwoord zoals kan staat het volgende werkwoord in de infinitief, hier stille, zonder at. stille betekent hier een tas ergens neerzetten of achterlaten. De infinitief is stille; een voorbeeld is: Du kan stille tasken her. — “Je kunt de tas hier neerzetten.” stor betekent “groot” en beschrijft taske. Het is de vorm voor een enkelvoudig onzijdig? Nee: taske is een gemeenschappelijk-geslachtelijk woord, dus bij een onbepaald enkelvoud staat stor: en stor taske. Vergelijk et stort hus — “een groot huis” — en meervoud store tasker — “grote tassen”. De vorm stor hoort bij het bijvoeglijk naamwoord zelf; taske is niet de basisvorm ervan. taske betekent “tas”. De onbepaalde enkelvoudsvorm is en taske; de bepaalde vorm is tasken, “de tas”. Een voorbeeld is: Jeg har en taske. — “Ik heb een tas.” ved betekent “bij” en geeft hier de plaats aan. Het leidt de plaatsbepaling ved skranken in: bij de balie. skranken betekent “de balie”. Dit is de bepaalde vorm van skranke: en skranke betekent “een balie” en skranken “de balie”. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid bij dit gemeenschappelijk-geslachtelijke zelfstandig naamwoord. Samen vormt de zin: I kan (“jullie kunnen”) + stille en stor taske (“een grote tas neerzetten/achterlaten”) + ved skranken (“bij de balie”). De volledige betekenis is dus: “Jullie kunnen een grote tas bij de balie achterlaten.”
Jeg har en lille vandflaske med.
Ik heb een kleine waterfles bij me.
- Jeg
- ik
- har
- hebben; hier: heb
- lille
- kleine
- vandflaske
- waterfles
- med
- mee
Uitgebreide uitleg
Jeg betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud. Voor meerdere personen gebruik je in het Deens vi (“wij”). har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”): jeg har = “ik heb”. Dezelfde vorm har wordt ook bij andere personen gebruikt, bijvoorbeeld de har (“zij hebben”). lille betekent hier “klein” en beschrijft vandflaske. De vorm lille wordt in het enkelvoud gebruikt bij zowel gemeenschappelijke als onzijdige zelfstandige naamwoorden; in het meervoud is de vorm små. Voorbeeld: en lille taske = “een kleine tas”; små tasker = “kleine tassen”. vandflaske betekent “waterfles”. Het is een samenstelling van vand (“water”) en flaske (“fles”); samen benoemen ze één soort voorwerp. Het onbepaalde lidwoord en ervoor markeert hier een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zonder op zichzelf een specifieke hoeveelheid uit te drukken. med betekent hier “mee” in de constructie have ... med: iets bij zich hebben of meenemen. De losse betekenis kan “met” zijn, maar in deze combinatie maakt med duidelijk dat de spreker de waterfles bij zich heeft. Voorbeeld: Hun har sin nøgle med. = “Zij heeft haar sleutel bij zich.” Samen vormen Jeg har en lille vandflaske med de betekenis: “Ik heb een kleine waterfles bij me.” Jeg har geeft aan dat de spreker iets heeft, en lille vandflaske benoemt dat voorwerp, en med voegt toe dat het bij de spreker is.
Jeg stiller min taske her, før vi begynder.
Ik laat mijn tas hier achter voordat we beginnen.
- Jeg
- ik
- stiller
- zet neer
- min
- mijn
- taske
- tas
- her
- hier
- før
- voordat
- vi
- wij
- begynder
- beginnen
Uitgebreide uitleg
Jeg betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm voor de spreker als onderwerp; vergelijk vi verderop voor “wij”. stiller komt van stille en is hier de tegenwoordige tijd: “zet neer” of “plaatst”. In deze zin gaat het om het neerzetten van de tas, met de bedoelde betekenis dat de spreker die daar achterlaat. Voorbeeld: Jeg stiller koppen på bordet. — “Ik zet de kop op tafel.” min betekent “mijn” en staat vóór een zelfstandig naamwoord. Deze vorm hoort bij een enkelvoudig woord van het type waartoe taske behoort. Het bezittelijke woord past zich dus aan het bezeten woord aan; het drukt bezit uit, niet een zelfstandig getalwoord. taske betekent “tas”. Het is een zelfstandig naamwoord; de bepaalde vorm is tasken (“de tas”) en het meervoud is tasker (“tassen”). In de vaste zin staat de onbepaalde enkelvoudsvorm na min, omdat het bezit al door min wordt aangegeven. her betekent “hier” en geeft de plaats aan waar de tas wordt neergezet. Voorbeeld: Bogen ligger her. — “Het boek ligt hier.” før betekent “voordat” en leidt een tijdsbepalende bijzin in. Het verbindt de handeling van de hoofdzin met een later moment: eerst wordt de tas neergezet, daarna begint de groep. vi betekent “wij” en is de eerste persoon meervoud. Het verwijst hier naar de spreker samen met minstens één andere persoon; het is het onderwerp van de bijzin. De vorm contrasteert met jeg (“ik”). begynder komt van begynde en is de tegenwoordige tijd van “beginnen”. In deze vorm staat het onderwerp vi; Deense werkwoorden krijgen hierbij geen aparte uitgang voor de persoon of het meervoud. Voorbeeld: Vi begynder nu. — “Wij beginnen nu.” Samen vormen de delen: Jeg stiller min taske her = “Ik zet mijn tas hier neer”, en før vi begynder = “voordat wij beginnen”. De volledige betekenis is: “Ik laat mijn tas hier achter voordat we beginnen.” De bijzin met før bepaalt wanneer het neerzetten plaatsvindt.
Jeg glæder mig til det.
Ik kijk ernaar uit.
- glæder mig til
- kijk uit naar
- det
- het/dat
Uitgebreide uitleg
glæder mig til hoort bij de vaste Deense constructie at glæde sig til noget: ergens naar uitkijken. In deze zin is glæder de tegenwoordige tijd van glæde; mig is de wederkerende vorm die bij het onderwerp jeg hoort. De combinatie betekent hier dus niet simpelweg “blij maken”, maar “uitkijken naar”. De constructie kan met verschillende personen worden gebruikt: Jeg glæder mig til det betekent “Ik kijk ernaar uit”, terwijl Hun glæder sig til det betekent “Zij kijkt ernaar uit”. Het wederkerende voornaamwoord verandert mee met de persoon: mig bij jeg, dig bij du, sig bij hij/zij/het en bij meervoudige personen. det is hier een zelfstandig gebruikt voornaamwoord in de enkelvoudige onzijdige vorm. Het verwijst naar iets waarnaar wordt uitgekeken, maar de zin zelf specificeert niet wat dat is. In de constructie glæde sig til det staat det na til als datgene waar de verwachting op gericht is. Samen vormen de delen de vaste betekenis: Jeg = “ik”, glæder mig til = “kijk uit naar”, en det = “het/dat”. De volledige zin betekent daarom: “Ik kijk ernaar uit.”
Grammatica
før + werkwoord
før vi begynder
feu-uh vie be-geun-uhvoordat we beginnen
Na før staat een bijzin; het werkwoord begynder komt na het onderwerp vi.
glæde sig til
glæder mig til det
glèè-uh mai tel deik kijk ernaar uit
De vaste uitdrukking glæde sig til betekent ergens naar uitkijken; het voornaamwoord past zich aan het onderwerp aan.
Deens woordenschat
- Geslacht
- common
- Geslacht
- common
- Geslacht
- common
- Geslacht
- neuter
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik heb het formulier ingevuld.
Antwoord tonen
Jeg har udfyldt formularen.Moeten we iets meenemen?
Antwoord tonen
Skal vi have noget med?Neem alstublieft een waterfles mee.
Antwoord tonen
Tag en vandflaske med, tak.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
formulier
Antwoord tonen
formulareninvullen
Antwoord tonen
udfyldtwaterfles
Antwoord tonen
vandflaskeiets