Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Hulp vragen bij een taak oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Jeg har brug for hjælp til denne opgave.
Jai haa broew foa jelp tel denuh oo-kee-we. Ik heb hulp nodig bij deze taak.Hvilken del synes du er svær?
Welken del suunus doe ea svea? Welk deel vind je moeilijk?Den første del er uklar.
Den feuhstuh del ea oe-klaa. Het eerste deel is onduidelijk.Jeg kan gennemgå det med dig.
Jai ken greum-goo dee mee daj. Ik kan het met je doornemen.Skal jeg begynde med denne fil?
Sgæl jaj be-geunuh mee denuh fiel? Zal ik met dit bestand beginnen?Begynd der, og vis mig så, hvad du har.
Be-geun dea, ow vies maj soo, we doe haa. Begin daar en laat me daarna zien wat je hebt.Jeg prøver det nu.
Jai preu-wah dee noe. Ik ga dat nu proberen.Jeg kan tjekke dit arbejde bagefter.
Jai ken tsjekuh die aa-baj-uh bee-wef-tah. Ik kan daarna je werk controleren.Uitleg van de zinnen
Jeg har brug for hjælp til denne opgave.
Ik heb hulp nodig bij deze taak.
- Jeg har brug for
- ik heb nodig
- hjælp
- hulp
- til
- voor; bij
- denne
- deze
- opgave
- taak
Uitgebreide uitleg
Jeg har brug for is een vaste Deense constructie voor “ik heb ... nodig”. Het werkwoord har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”); in deze constructie staat wat nodig is erna. Voorbeeld: Jeg har brug for tid. — “Ik heb tijd nodig.” hjælp betekent hier “hulp”. Het is een zelfstandig naamwoord; de vorm verandert in deze zin niet door de constructie har brug for. Voorbeeld: Vi har brug for hjælp. — “Wij hebben hulp nodig.” til verbindt hjælp met het doel of de taak waarop die hulp betrekking heeft. Hier geeft het dus de relatie “voor/bij deze taak” aan. De betekenis ontstaat samen met de nabije woorden; til betekent niet op zichzelf altijd hetzelfde Nederlandse voorzetsel. denne betekent “deze” en staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het type dat in het Deens met en wordt gebruikt. opgave is zo’n woord: en opgave. Vergelijk dette bij een et-woord en disse bij meervoud. Voorbeeld: denne bog — “dit boek”; bog is hier een en-woord. opgave betekent “taak” of “opdracht”. De bepaalde vorm is opgaven (“de taak”): het achtervoegsel -en maakt het zelfstandig naamwoord bepaald. In de vaste zin staat echter de onbepaalde vorm opgave, omdat denne al “deze” als aanwijzing toevoegt. Samen betekent Jeg har brug for hjælp til denne opgave.: “Ik heb hulp nodig bij deze taak.” De constructie Jeg har brug for drukt de behoefte uit, hjælp benoemt wat nodig is, en til denne opgave geeft aan waarop die hulp betrekking heeft.
Hvilken del synes du er svær?
Welk deel vind je moeilijk?
- Hvilken
- welke
- del
- deel
- synes du
- vind je
- svær
- moeilijk
Uitgebreide uitleg
Hvilken betekent hier “welke” en hoort bij één zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht. Dat past bij del, dat een en-woord is: en del → hvilken del. Bij een onzijdig enkelvoudig woord gebruik je hvilket; in het meervoud gebruik je hvilke. del betekent “deel” en is een zelfstandig naamwoord: en del, meervoud dele. Het kan een onderdeel van een geheel aanduiden, bijvoorbeeld een onderdeel van een taak. synes du vormt in deze vraag de volgorde “vind je”. synes is hier de tegenwoordige tijd van het werkwoord synes en drukt een persoonlijke beoordeling of indruk uit. du is het onderwerp “je”. In deze Deense hoofdvraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: synes du ...?. Voorbeeld: Synes du, filmen er god? — “Vind je dat de film goed is?” svær betekent hier “moeilijk”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat na er als naamwoordelijk deel. In deze zin is svær de vorm bij een enkelvoudig en-woord. De belangrijkste vormen zijn svær bij een-woorden, svært bij et-woorden en svære in het meervoud; svære wordt ook gebruikt bij bepaalde zelfstandige naamwoordgroepen wanneer het bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord staat. In opgaven er svær blijft het predicatieve bijvoeglijk naamwoord dus svær. Voorbeeld: Opgaven er svær. — “De taak is moeilijk.” Samen vormen Hvilken del “welk deel”, synes du “vind je” en er svær “moeilijk is”. De hele vraag betekent dus: “Welk deel vind je moeilijk?” Een bruikbaar patroon is Hvilken [en-woord] synes du er [bijvoeglijk naamwoord]?.
Den første del er uklar.
Het eerste deel is onduidelijk.
- Den
- de/het
- første
- eerste
- del
- deel
- er
- is
- uklar
- onduidelijk
Uitgebreide uitleg
Den staat vóór første en vormt samen met het bijvoeglijk naamwoord de bepaalde vorm van del: den + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord. Het is hier geen zelfstandig “die” met een zelfstandig naamwoord dat wordt weggelaten. In het Deens wordt bij een bepaald zelfstandig naamwoord met een bijvoeglijk naamwoord het bepaalde lidwoord vóór het bijvoeglijk naamwoord gebruikt. første betekent hier “eerste”. Het is een rangtelwoord: het benoemt de positie in een reeks, niet een hoeveelheid. Het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft is del. del betekent “deel” of “gedeelte”. Het is een gemeenschappelijk-geslachtswoord: en del. In deze bepaalde woordgroep staat het zonder de gebruikelijke bepaalde uitgang, omdat den vóór het bijvoeglijk naamwoord staat: den første del. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). De vorm er wordt gebruikt bij verschillende personen en aantallen; bijvoorbeeld jeg er = “ik ben” en de er = “zij zijn”. uklar betekent hier “onduidelijk”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na er het onderwerp beschrijft. Bij een gemeenschappelijk-geslacht enkelvoudig onderwerp staat deze vorm tegenover bijvoorbeeld het onzijdige enkelvoud uklart en het meervoud of de bepaalde vorm uklare. Samen betekent Den første del “het eerste deel”, er “is” en uklar “onduidelijk”. De volledige uitspraak is dus: “Het eerste deel is onduidelijk.”
Jeg kan gennemgå det med dig.
Ik kan het met je doornemen.
- Jeg kan
- ik kan
- gennemgå
- doornemen
- det
- het
- med dig
- met jou
Uitgebreide uitleg
Jeg kan betekent hier dat de spreker iets kan doen. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (‘kunnen’). In het Deens verandert kan niet mee met de persoon: jeg kan, du kan en de kan gebruiken dezelfde vorm. gennemgå betekent hier iets zorgvuldig doornemen of bespreken. Het is de infinitiefvorm van gennemgå; na kan staat deze infinitief zonder at. Vergelijk: Jeg kan gennemgå filen. — ‘Ik kan het bestand doornemen.’ det is hier de onzijdige enkelvoudsvorm van het pronomen met de betekenis ‘het’. In deze zin staat het als object; de vorm zelf verandert daarbij niet speciaal om de objectfunctie aan te geven. De zin specificeert niet precies waarnaar det verwijst. med dig betekent ‘met jou/je’. dig is de vorm die bij du (‘jij’) hoort wanneer het pronomen geen onderwerp is; na een voorzetsel zoals med staat dig. Vergelijk: Jeg arbejder med dig. — ‘Ik werk met je.’ Samen vormen de delen Jeg kan gennemgå det med dig de betekenis: ‘Ik kan het met je doornemen.’ De spreker zegt dat hij of zij dit kan doen en noemt de ander als samenwerkingspartner met med dig.
Skal jeg begynde med denne fil?
Zal ik met dit bestand beginnen?
- Skal jeg
- zal ik ...?
- begynde
- beginnen
- denne
- deze
- fil
- bestand
Uitgebreide uitleg
Skal jeg vormt hier een vraag met het modale werkwoord skal en het onderwerp jeg. In deze combinatie betekent het: “zal ik …?” of “moet ik …?”, waarbij de vaste vertaling de eerste betekenis ondersteunt. Na skal staat het volgende werkwoord in de infinitief. Vergelijk: Skal jeg vente? — “Zal ik wachten?” begynde betekent hier “beginnen”. Het is de infinitief; na skal krijgt het dus deze vorm. De tegenwoordige tijd is begynder: Jeg begynder nu. — “Ik begin nu.” denne betekent “deze” en verwijst hier naar het bestand dat in de vertaling met “dit bestand” wordt aangeduid. Het woord staat vóór het zelfstandig naamwoord en past zich aan de vorm van dat naamwoord aan. Bij het onzijdige woord et brev is de vorm bijvoorbeeld dette brev — “deze brief”; bij en fil is het denne fil. fil betekent “bestand” in de computerbetekenis. Het is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord en: en fil. Het meervoud is filer: to filer — “twee bestanden”. In de hele zin staat skal vóór het onderwerp jeg, omdat het een vraag is. Daarna volgt de infinitief begynde, vervolgens de voorzetselgroep med denne fil, “met dit bestand”. Samen betekent Skal jeg begynde med denne fil?: “Zal ik met dit bestand beginnen?”
Begynd der, og vis mig så, hvad du har.
Begin daar en laat me daarna zien wat je hebt.
- Begynd
- begin
- der
- daar
- vis
- laat zien
- mig
- mij
- så
- daarna
- hvad du har
- wat je hebt
Uitgebreide uitleg
Begynd is de gebiedende wijs van begynde (“beginnen”). Het is een opdracht aan de aangesprokene; de vorm zegt niet op zichzelf hoeveel personen worden aangesproken. Vergelijk: Begynd nu. — “Begin nu.” der betekent hier “daar” en wijst naar een plaats of punt dat in de situatie herkenbaar is. Het is niet hetzelfde als her (“hier”): Begynd her. betekent “Begin hier.” vis is de gebiedende wijs van vise (“laten zien” of “tonen”). De gebiedende wijs gebruikt hier geen zichtbaar onderwerp: de aangesprokene is degene die iets moet laten zien. Vis mig filen. betekent “Laat mij het bestand zien.” mig is de objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord dat “ik/mij” aanduidt. Als onderwerp staat de vorm jeg (“ik”): Jeg viser dig det. — “Ik laat het jou zien.” In de vaste zin is mig degene aan wie iets getoond moet worden. så betekent hier “daarna” en verbindt de twee opdrachten in de bedoelde volgorde: eerst beginnen, daarna iets laten zien. In andere contexten kan så ook “zo” betekenen, maar die betekenis past hier niet bij de vaste vertaling. hvad du har betekent “wat je hebt”. hvad leidt hier een inhoudelijke bijzin in; du is daarin het onderwerp (“jij”), en har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”). In een Deense bijzin staat het onderwerp vóór het werkwoord: hvad du har, niet de vraagwoordvolgorde van een directe vraag. Vergelijk: Hvad har du? — “Wat heb je?” tegenover Jeg ved, hvad du har. — “Ik weet wat je hebt.” Samen geeft Begynd der de eerste opdracht: “Begin daar.” og vis mig så voegt de tweede opdracht toe: “en laat mij daarna zien”. Het laatste deel specificeert wat getoond moet worden: hvad du har, “wat je hebt”. De volledige betekenis is dus: “Begin daar en laat me daarna zien wat je hebt.”
Jeg prøver det nu.
Ik ga dat nu proberen.
- Jeg
- ik
- prøver
- probeer
- det
- dat
- nu
- nu
Uitgebreide uitleg
Jeg betekent hier “ik”. Dit is de onderwerpvorm voor de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. De vorm verandert niet met het geslacht van de spreker. prøver is de tegenwoordige tijd van prøve, “proberen”. De uitgang -r markeert hier de tegenwoordige tijd. Samen met det vormt het de herbruikbare combinatie prøve det (“dat proberen”). Voorbeeld: Jeg prøver igen. — “Ik probeer het opnieuw.” det betekent hier “dat” en verwijst naar datgene wat de spreker probeert. In deze zin is het een zelfstandig gebruikt persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud, niet een aanwijzend woord dat vóór een zelfstandig naamwoord staat. De concrete referent wordt in de zin niet benoemd. Het voornaamwoord det wordt gebruikt voor een onzijdige enkelvoudige referent; de precieze referent kan alleen uit de context blijken. nu betekent “nu”. Het is een bijwoord dat het moment van de handeling aanduidt. In deze zin staat het na det, maar de plaats van tijdsbepalingen kan in andere zinnen door de zinsbouw verschillen. Samen vormen de delen Jeg prøver det nu. de betekenis “Ik ga dat nu proberen.” Jeg geeft de uitvoerder aan, prøver de handeling, det datgene waarop die handeling gericht is en nu het tijdstip. De Deense tegenwoordige tijd wordt hier volgens de vaste vertaling weergegeven met “ga ... proberen”.
Jeg kan tjekke dit arbejde bagefter.
Ik kan daarna je werk controleren.
- Jeg kan
- ik kan
- tjekke
- controleren
- dit
- jouw
- arbejde
- werk
- bagefter
- daarna
Uitgebreide uitleg
Jeg kan betekent hier “ik kan” en vormt samen met een daaropvolgend werkwoord een patroon voor vermogen of mogelijkheid: Jeg kan + infinitief. Het onderwerp Jeg is “ik”; kan is de vorm van kunne voor de tegenwoordige tijd. Na dit modale werkwoord staat tjekke zonder at. tjekke is de infinitief “controleren” of “nakijken”. De vorm blijft hier een infinitief omdat hij na kan staat. Bijvoorbeeld: Jeg kan hjælpe. — “Ik kan helpen.” dit betekent hier “jouw” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Het is de vorm die bij het onzijdige enkelvoudige zelfstandig naamwoord arbejde past. Vergelijk voor een gemeenslachtig enkelvoud bijvoorbeeld din bog — “jouw boek”; het verschil komt door het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord, niet door de persoon van de eigenaar. arbejde betekent hier “werk”. Het is een zelfstandig naamwoord; in deze vorm staat het zonder bepaaldheidsuitgang, omdat dit al aangeeft welk werk wordt bedoeld. Het kan ook als werkwoord voorkomen, maar in deze zin is het een zelfstandig naamwoord. bagefter is een bijwoord en betekent “daarna” of “naderhand”. Het geeft aan dat het controleren later gebeurt dan de handeling of het moment waarnaar de context verwijst. Bijvoorbeeld: Vi taler bagefter. — “We praten daarna.” Samen vormen de delen Jeg kan tjekke dit arbejde bagefter: “Ik kan daarna je werk controleren.” De spreker zegt dat het controleren mogelijk is en plaatst die handeling later in de tijd; dit arbejde is het werk dat gecontroleerd wordt.
Grammatica
have brug for + zelfstandig naamwoord
Jeg har brug for hjælp.
Jai haa broew foa jelp.Ik heb hulp nodig.
In het Deens staat brug for na har. De vaste uitdrukking have brug for betekent ‘nodig hebben’.
synes + bijvoeglijk naamwoord
Jeg synes, opgaven er svær.
Jai suunus, oo-kee-wun ea svea.Ik vind de taak moeilijk.
Na synes volgt een beoordeling. Svær beschrijft opgaven en is daarom een bijvoeglijk naamwoord.
Deens woordenschat
Skal jeg begynde med denne fil?
Jeg har brug for hjælp til denne opgave.
- Geslacht
- common
Hvilken del synes du er svær?
- Geslacht
- common
Skal jeg begynde med denne fil?
Den første del er uklar.
Jeg kan gennemgå det med dig.
- Geslacht
- common
Jeg har brug for hjælp til denne opgave.
- Geslacht
- common
Hvilken del synes du er svær?
- Geslacht
- common
Jeg har brug for hjælp til denne opgave.
Hvilken del synes du er svær?
Hvilken del synes du er svær?
Den første del er uklar.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Welk deel vind je moeilijk?
Antwoord tonen
Hvilken del synes du er svær?Het eerste deel is onduidelijk.
Antwoord tonen
Den første del er uklar.Ik kan het met je doornemen.
Antwoord tonen
Jeg kan gennemgå det med dig.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
onduidelijk
Antwoord tonen
uklarwelke
Antwoord tonen
hvilkenvinden
Antwoord tonen
syneshulp