Een les begrijpen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a language classroom, two adults work through a confusing lesson question by reading the sentence again..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Een les begrijpen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg forstår ikke denne del af lektionen.

yai fo-STOO EG-e DEN-e DEEL e leg-SJOON-en Ik begrijp dit deel van de les niet.
B

Hvilket spørgsmål har du svært ved?

VEL-ge spurs-sgmool haa doe svair vee Welke vraag vind je lastig?
A

Svaret her giver ikke mening for mig.

svaa-uh heh kie-uh EG-e MEE-ning fo mai Het antwoord hier is voor mij niet logisch.
B

Lad os først læse sætningen.

lee os feurst lee-se SED-ning-en Laten we eerst de zin lezen.
B

Tjek så svaret.

tsjek soo svaa-uh Kijk daarna het antwoord na.
A

Kan du læse sætningen højt?

ken doe lee-se SED-ning-en heuj Kun je de zin hardop lezen?
B

Jeg læser den langsomt.

yai LEE-suh den LANG-som Ik lees hem langzaam.
A

Jeg skriver nøgleordene i min notesbog.

yai SGREE-wuh NEULE-OO-nuh ie mien NOO-dehs-boo Ik schrijf de belangrijkste woorden in mijn notitieboek.
B

Så prøver vi svaret igen.

soo PREU-wuh vee svaa-uh ie-GEN Dan proberen we het antwoord opnieuw.

Woord voor woord

Jeg Jeg betekent hier “ik” en is degene die de handeling uitvoert in “Jeg forstår ikke denne del af lektionen.” Je gebruikt Jeg als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld in een zin over wat je begrijpt of doet.
forstår forstår betekent hier “begrijp” en is de vorm van het werkwoord at forstå in deze zin. In “Jeg forstår ikke denne del af lektionen” beschrijft het wat de spreker wel of niet begrijpt; een bruikbaar patroon is Jeg forstår ... .
ikke ikke maakt de uitspraak negatief: de spreker begrijpt het deel niet. In “Jeg forstår ikke denne del af lektionen” staat het na forstår; je gebruikt ikke om een handeling of toestand te ontkennen.
denne denne betekent hier “deze” en wijst naar het specifieke deel dat in de les wordt bedoeld. Het staat vóór del in “denne del af lektionen”; je kunt denne vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken om iets dichtbij of specifiek aan te wijzen.
del del betekent hier “deel”, namelijk een onderdeel van de les. In “denne del af lektionen” wordt het gevolgd door af en datgene waarvan het een onderdeel is; je kunt del af gebruiken om een onderdeel van iets aan te duiden.
af af betekent hier “van” en verbindt del met lektionen in “denne del af lektionen”. Je gebruikt af in zulke verbindingen om aan te geven waarvan iets een deel is.
lektionen lektionen betekent hier “de les” en verwijst naar de specifieke les waarover de sprekers praten. Het is de bepaalde vorm van en lektion; je gebruikt deze vorm wanneer de bedoelde les al duidelijk is.
Hvilket Hvilket betekent hier “welk” en vraagt naar één specifieke vraag. In “Hvilket spørgsmål har du svært ved?” staat het vóór spørgsmål; je kunt Hvilket vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken om ernaar te vragen welke het is.
spørgsmål spørgsmål betekent hier “vraag”, meer bepaald de lesvraag die problemen geeft. Het staat in “Hvilket spørgsmål har du svært ved?” na Hvilket; je kunt het gebruiken om naar een vraag in een oefening of gesprek te verwijzen.
har har betekent hier “hebt” in de vraag “Hvilket spørgsmål har du svært ved?” en komt van at have. Samen met svært ved beschrijft het dat iemand moeite met iets heeft; je gebruikt har ook om in een vraag naar een bezit of toestand te vragen.
du du betekent hier “je” of “jij” en verwijst naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. In “Hvilket spørgsmål har du svært ved?” is du degene die moeite heeft; je gebruikt du als onderwerp wanneer je één andere persoon aanspreekt.
svært svært betekent hier “moeilijk” en beschrijft in “Hvilket spørgsmål har du svært ved?” dat de vraag problemen oplevert. Het hoort bij de uitdrukking har du svært ved; je gebruikt het om aan te geven dat iets lastig is.
ved ved betekent hier niet zelfstandig “bij”, maar verbindt in “har du svært ved” de moeilijkheid met datgene waarmee iemand moeite heeft. In een vergelijkbare zin staat na ved het onderwerp dat moeilijk is; hier wordt dat onderwerp door de vraag bedoeld.
Svaret Svaret betekent hier “het antwoord” en verwijst naar het specifieke antwoord in de les. Het is de bepaalde vorm van et svar; je gebruikt deze vorm wanneer duidelijk is over welk antwoord je spreekt.
her her betekent hier “hier” en verwijst naar de plaats of het punt in de oefening waar het antwoord staat. In “Svaret her giver ikke mening for mig” staat het na svaret; je gebruikt her om iets op de huidige plaats of in de huidige context aan te wijzen.
giver mening giver mening betekent hier “is logisch” of “maakt zin”: het antwoord is voor de spreker niet begrijpelijk. Het is een vaste combinatie in “Svaret her giver ikke mening for mig”; een nieuw voorbeeld is Det giver mening wanneer je wilt zeggen dat iets logisch of begrijpelijk is.
for for betekent hier “voor” en geeft in “for mig” aan voor wie het antwoord geen betekenis heeft. Je gebruikt for vóór een persoon om het perspectief of de betrokken persoon aan te geven.
mig mig betekent hier “mij” en verwijst naar de spreker in “for mig”. Het staat na het voorzetsel for; je gebruikt mig wanneer de spreker zelf na een voorzetsel wordt genoemd.
Lad os Lad os betekent hier “laten we” en is een voorstel om samen iets te doen. Lad draagt het element “laten”, terwijl os verwijst naar de groep inclusief de spreker; in “Lad os først læse sætningen” volgt de gezamenlijke activiteit.
først først betekent hier “eerst” en geeft aan dat het lezen de eerste stap is. In “Lad os først læse sætningen” staat het vóór de activiteit; je gebruikt først om de volgorde van handelingen aan te geven.
læse læse betekent hier “lezen” en noemt de activiteit die de sprekers samen willen uitvoeren. Het staat na Lad os in “Lad os først læse sætningen”; je kunt læse gebruiken vóór datgene wat je leest.
sætningen sætningen betekent hier “de zin” en verwijst naar de specifieke zin in de les. Het is de bepaalde vorm van en sætning; in “læse sætningen” wordt het de tekst die gelezen moet worden.
Tjek Tjek is hier een directe opdracht: “controleer” of “kijk na”. In “Tjek så svaret” vraagt de spreker om het antwoord te controleren; je gebruikt Tjek wanneer je iemand kort opdraagt iets te controleren.
så betekent hier “dan” of “daarna” en geeft de volgende stap aan. In “Tjek så svaret” volgt de controle op het eerdere lezen; je gebruikt så om handelingen in volgorde te verbinden.
Kan Kan betekent hier “kun” en vraagt in “Kan du læse sætningen højt?” of iemand dat kan doen. Het is de vorm van at kunne; je gebruikt Kan du ...? om naar iemands mogelijkheid te vragen of beleefd iets te verzoeken.
højt højt betekent hier “hardop”, dus op een manier waarop anderen het kunnen horen. In “læse sætningen højt” beschrijft het hoe de zin gelezen moet worden; je gebruikt het bij een verzoek om iets hoorbaar te lezen of te zeggen.
læser læser betekent hier “lees” of “lees ik” in “Jeg læser den langsomt” en is de vorm van at læse. Het beschrijft de handeling die de spreker uitvoert; je gebruikt Jeg læser ... om te zeggen wat je aan het lezen bent.
den den betekent hier “die” of “hem” en verwijst naar de eerder genoemde zin. In “Jeg læser den langsomt” vervangt den sætningen, zodat het zelfstandig naamwoord niet wordt herhaald; je gebruikt den om naar een al bekende zaak te verwijzen.
langsomt langsomt betekent hier “langzaam” en beschrijft de manier waarop de zin wordt gelezen. In “Jeg læser den langsomt” staat het bij de handeling læser; je gebruikt het om aan te geven dat iets niet snel gebeurt.
skriver skriver betekent hier “schrijf” of “schrijft” in “Jeg skriver nøgleordene i min notesbog” en is de vorm van at skrive. Het beschrijft dat de spreker woorden noteert; je gebruikt Jeg skriver ... om te zeggen wat je opschrijft.
nøgleordene nøgleordene betekent hier “de sleutelwoorden” en verwijst naar de specifieke belangrijke woorden uit de les. Het is de bepaalde meervoudsvorm van nøgleord; in “skriver nøgleordene” zijn dit de woorden die de spreker opschrijft.
i i betekent hier “in” en geeft in “i min notesbog” aan waar de woorden worden geschreven. Je gebruikt i vóór een plaats of voorwerp waarin iets zich bevindt of wordt gedaan.
min min betekent hier “mijn” en geeft aan dat de notesbog van de spreker is. Het staat vóór notesbog in “min notesbog”; je gebruikt min vóór een zelfstandig naamwoord om bezit door de spreker aan te geven.
notesbog notesbog betekent hier “notitieboek” en is het voorwerp waarin de sleutelwoorden worden geschreven. In “i min notesbog” staat het na min; je kunt notesbog gebruiken voor een boekje waarin je aantekeningen maakt.
prøver prøver betekent hier “proberen” en is de vorm van at prøve in “Så prøver vi svaret igen”. De spreker bedoelt dat ze opnieuw proberen het antwoord te geven of te begrijpen; je kunt prøve gebruiken met datgene wat je probeert.
vi vi betekent hier “we” en verwijst naar beide mensen die samen opnieuw met het antwoord werken. In “Så prøver vi svaret igen” is vi het onderwerp; je gebruikt vi wanneer je jezelf samen met minstens één andere persoon bedoelt.
igen igen betekent hier “opnieuw” of “weer” en geeft aan dat ze het antwoord nog een keer proberen. In “Så prøver vi svaret igen” staat het bij de handeling prøver; je gebruikt igen om herhaling aan te geven.

Grammatica

ikke na het vervoegde werkwoord

Jeg forstår ikke denne del.

yai fo-STOO EG-e DEN-e DEEL

Ik begrijp dit deel niet.

In het Deens staat ikke meestal direct na het vervoegde werkwoord. In het Nederlands staat niet vaak verder achteraan.

Lad os + infinitief

Lad os først læse sætningen højt og langsomt.

lee os feurst lee-se SED-ning-en heuj ow LANG-som

Laten we de zin eerst hardop en langzaam lezen.

Lad os betekent ‘laten we’ en wordt gevolgd door de infinitief, zoals in lad os læse.

Deens woordenschat

del zelfstandig naamwoord
deel deel
Geslacht
common

Jeg forstår ikke denne del af lektionen.

denne bepaler
DEN-e deze

Jeg forstår ikke denne del af lektionen.

forstå werkwoord
fo-STOO begrijpen forstår

Jeg forstår ikke denne del af lektionen.

have werkwoord
hee hebben har

Hvilket spørgsmål har du svært ved?

hvilket bepaler
VEL-ge welke

Hvilket spørgsmål har du svært ved?

ikke bijwoord
EG-e niet

Jeg forstår ikke denne del af lektionen.

jeg voornaamwoord
yai ik Jeg

Jeg forstår ikke denne del af lektionen.

lektion zelfstandig naamwoord
leg-SJOON les lektionen
Geslacht
common

Jeg forstår ikke denne del af lektionen.

spørgsmål zelfstandig naamwoord
spurs-sgmool vraag
Geslacht
neuter

Hvilket spørgsmål har du svært ved?

svar zelfstandig naamwoord
svaa antwoord svaret
Geslacht
neuter

Svaret her giver ikke mening for mig.

svær bijvoeglijk naamwoord
svair moeilijk svært

Hvilket spørgsmål har du svært ved?

ved voorzetsel
vee met

Hvilket spørgsmål har du svært ved?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Welke vraag vind je lastig?

Antwoord tonenHvilket spørgsmål har du svært ved?

Laten we eerst de zin lezen.

Antwoord tonenLad os først læse sætningen.

Kijk daarna het antwoord na.

Antwoord tonenTjek så svaret.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vraag

Antwoord tonenspørgsmål

niet

Antwoord tonenikke

les

Antwoord tonenlektionen

begrijpen

Antwoord tonenforstår