Jeg
Jeg betekent hier “ik” en is degene die de handeling uitvoert in “Jeg forstår ikke denne del af lektionen.” Je gebruikt Jeg als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld in een zin over wat je begrijpt of doet.
forstår
forstår betekent hier “begrijp” en is de vorm van het werkwoord at forstå in deze zin. In “Jeg forstår ikke denne del af lektionen” beschrijft het wat de spreker wel of niet begrijpt; een bruikbaar patroon is Jeg forstår ... .
ikke
ikke maakt de uitspraak negatief: de spreker begrijpt het deel niet. In “Jeg forstår ikke denne del af lektionen” staat het na forstår; je gebruikt ikke om een handeling of toestand te ontkennen.
denne
denne betekent hier “deze” en wijst naar het specifieke deel dat in de les wordt bedoeld. Het staat vóór del in “denne del af lektionen”; je kunt denne vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken om iets dichtbij of specifiek aan te wijzen.
del
del betekent hier “deel”, namelijk een onderdeel van de les. In “denne del af lektionen” wordt het gevolgd door af en datgene waarvan het een onderdeel is; je kunt del af gebruiken om een onderdeel van iets aan te duiden.
af
af betekent hier “van” en verbindt del met lektionen in “denne del af lektionen”. Je gebruikt af in zulke verbindingen om aan te geven waarvan iets een deel is.
lektionen
lektionen betekent hier “de les” en verwijst naar de specifieke les waarover de sprekers praten. Het is de bepaalde vorm van en lektion; je gebruikt deze vorm wanneer de bedoelde les al duidelijk is.
Hvilket
Hvilket betekent hier “welk” en vraagt naar één specifieke vraag. In “Hvilket spørgsmål har du svært ved?” staat het vóór spørgsmål; je kunt Hvilket vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken om ernaar te vragen welke het is.
spørgsmål
spørgsmål betekent hier “vraag”, meer bepaald de lesvraag die problemen geeft. Het staat in “Hvilket spørgsmål har du svært ved?” na Hvilket; je kunt het gebruiken om naar een vraag in een oefening of gesprek te verwijzen.
har
har betekent hier “hebt” in de vraag “Hvilket spørgsmål har du svært ved?” en komt van at have. Samen met svært ved beschrijft het dat iemand moeite met iets heeft; je gebruikt har ook om in een vraag naar een bezit of toestand te vragen.
du
du betekent hier “je” of “jij” en verwijst naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. In “Hvilket spørgsmål har du svært ved?” is du degene die moeite heeft; je gebruikt du als onderwerp wanneer je één andere persoon aanspreekt.
svært
svært betekent hier “moeilijk” en beschrijft in “Hvilket spørgsmål har du svært ved?” dat de vraag problemen oplevert. Het hoort bij de uitdrukking har du svært ved; je gebruikt het om aan te geven dat iets lastig is.
ved
ved betekent hier niet zelfstandig “bij”, maar verbindt in “har du svært ved” de moeilijkheid met datgene waarmee iemand moeite heeft. In een vergelijkbare zin staat na ved het onderwerp dat moeilijk is; hier wordt dat onderwerp door de vraag bedoeld.
Svaret
Svaret betekent hier “het antwoord” en verwijst naar het specifieke antwoord in de les. Het is de bepaalde vorm van et svar; je gebruikt deze vorm wanneer duidelijk is over welk antwoord je spreekt.
her
her betekent hier “hier” en verwijst naar de plaats of het punt in de oefening waar het antwoord staat. In “Svaret her giver ikke mening for mig” staat het na svaret; je gebruikt her om iets op de huidige plaats of in de huidige context aan te wijzen.
giver mening
giver mening betekent hier “is logisch” of “maakt zin”: het antwoord is voor de spreker niet begrijpelijk. Het is een vaste combinatie in “Svaret her giver ikke mening for mig”; een nieuw voorbeeld is Det giver mening wanneer je wilt zeggen dat iets logisch of begrijpelijk is.
for
for betekent hier “voor” en geeft in “for mig” aan voor wie het antwoord geen betekenis heeft. Je gebruikt for vóór een persoon om het perspectief of de betrokken persoon aan te geven.
mig
mig betekent hier “mij” en verwijst naar de spreker in “for mig”. Het staat na het voorzetsel for; je gebruikt mig wanneer de spreker zelf na een voorzetsel wordt genoemd.
Lad os
Lad os betekent hier “laten we” en is een voorstel om samen iets te doen. Lad draagt het element “laten”, terwijl os verwijst naar de groep inclusief de spreker; in “Lad os først læse sætningen” volgt de gezamenlijke activiteit.
først
først betekent hier “eerst” en geeft aan dat het lezen de eerste stap is. In “Lad os først læse sætningen” staat het vóór de activiteit; je gebruikt først om de volgorde van handelingen aan te geven.
læse
læse betekent hier “lezen” en noemt de activiteit die de sprekers samen willen uitvoeren. Het staat na Lad os in “Lad os først læse sætningen”; je kunt læse gebruiken vóór datgene wat je leest.
sætningen
sætningen betekent hier “de zin” en verwijst naar de specifieke zin in de les. Het is de bepaalde vorm van en sætning; in “læse sætningen” wordt het de tekst die gelezen moet worden.
Tjek
Tjek is hier een directe opdracht: “controleer” of “kijk na”. In “Tjek så svaret” vraagt de spreker om het antwoord te controleren; je gebruikt Tjek wanneer je iemand kort opdraagt iets te controleren.
så
så betekent hier “dan” of “daarna” en geeft de volgende stap aan. In “Tjek så svaret” volgt de controle op het eerdere lezen; je gebruikt så om handelingen in volgorde te verbinden.
Kan
Kan betekent hier “kun” en vraagt in “Kan du læse sætningen højt?” of iemand dat kan doen. Het is de vorm van at kunne; je gebruikt Kan du ...? om naar iemands mogelijkheid te vragen of beleefd iets te verzoeken.
højt
højt betekent hier “hardop”, dus op een manier waarop anderen het kunnen horen. In “læse sætningen højt” beschrijft het hoe de zin gelezen moet worden; je gebruikt het bij een verzoek om iets hoorbaar te lezen of te zeggen.
læser
læser betekent hier “lees” of “lees ik” in “Jeg læser den langsomt” en is de vorm van at læse. Het beschrijft de handeling die de spreker uitvoert; je gebruikt Jeg læser ... om te zeggen wat je aan het lezen bent.
den
den betekent hier “die” of “hem” en verwijst naar de eerder genoemde zin. In “Jeg læser den langsomt” vervangt den sætningen, zodat het zelfstandig naamwoord niet wordt herhaald; je gebruikt den om naar een al bekende zaak te verwijzen.
langsomt
langsomt betekent hier “langzaam” en beschrijft de manier waarop de zin wordt gelezen. In “Jeg læser den langsomt” staat het bij de handeling læser; je gebruikt het om aan te geven dat iets niet snel gebeurt.
skriver
skriver betekent hier “schrijf” of “schrijft” in “Jeg skriver nøgleordene i min notesbog” en is de vorm van at skrive. Het beschrijft dat de spreker woorden noteert; je gebruikt Jeg skriver ... om te zeggen wat je opschrijft.
nøgleordene
nøgleordene betekent hier “de sleutelwoorden” en verwijst naar de specifieke belangrijke woorden uit de les. Het is de bepaalde meervoudsvorm van nøgleord; in “skriver nøgleordene” zijn dit de woorden die de spreker opschrijft.
i
i betekent hier “in” en geeft in “i min notesbog” aan waar de woorden worden geschreven. Je gebruikt i vóór een plaats of voorwerp waarin iets zich bevindt of wordt gedaan.
min
min betekent hier “mijn” en geeft aan dat de notesbog van de spreker is. Het staat vóór notesbog in “min notesbog”; je gebruikt min vóór een zelfstandig naamwoord om bezit door de spreker aan te geven.
notesbog
notesbog betekent hier “notitieboek” en is het voorwerp waarin de sleutelwoorden worden geschreven. In “i min notesbog” staat het na min; je kunt notesbog gebruiken voor een boekje waarin je aantekeningen maakt.
prøver
prøver betekent hier “proberen” en is de vorm van at prøve in “Så prøver vi svaret igen”. De spreker bedoelt dat ze opnieuw proberen het antwoord te geven of te begrijpen; je kunt prøve gebruiken met datgene wat je probeert.
vi
vi betekent hier “we” en verwijst naar beide mensen die samen opnieuw met het antwoord werken. In “Så prøver vi svaret igen” is vi het onderwerp; je gebruikt vi wanneer je jezelf samen met minstens één andere persoon bedoelt.
igen
igen betekent hier “opnieuw” of “weer” en geeft aan dat ze het antwoord nog een keer proberen. In “Så prøver vi svaret igen” staat het bij de handeling prøver; je gebruikt igen om herhaling aan te geven.