Een nieuw woord leren | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a language classroom, two adults discuss a new word by checking its meaning, pronunciation, and example sentence..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een nieuw woord leren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvad betyder dette ord?

wath be-TUU-uh deh-deh oo-uh? Wat betekent dit woord?
B

Det betyder et lille værelse.

deh be-TUU-uh ee LEH-leh weh-uh-leh-seh. Het betekent een kleine kamer.
A

Kan du udtale det langsomt?

kan doe oe-dhéé-leh deh lang-somd? Kun je het langzaam uitspreken?
B

Jeg deler det op i dele.

yai DEE-luh deh op ie DEE-leh. Ik deel het op in delen.
A

Kan du give mig et eksempel?

kan doe KIE-weh mai ee eg-SEHM-bel? Kun je me een voorbeeld geven?
B

Dette værelse er rent og lyst.

DEH-deh weh-uh-leh-seh eh ran oh leust. Deze kamer is schoon en licht.
A

Jeg vil øve mig i at bruge det.

yai vel EU-weh mai ie ehd broe-weh deh. Ik wil oefenen om het te gebruiken.
B

Prøv det i en kort sætning.

preu deh ie en koo-uhd SEHD-ning. Probeer het in een korte zin.

Uitleg van de zinnen

  1. Hvad betyder dette ord?

    Wat betekent dit woord?

    Hvad
    wat
    betyder
    betekent
    dette
    dit
    ord
    woord
    Uitgebreide uitleg

    Hvad betekent hier “wat” en vraagt naar de betekenis van iets. Het is een vraagwoord; vergelijk hvad betyder ...? = “wat betekent ...?” en hvad er ...? = “wat is ...?”. betyder is de tegenwoordige tijd van betyde, “betekenen”. In deze zin staat het bij het onderwerp dette ord; de vorm betyder is de gewone tegenwoordige-tijdsvorm. Voorbeeld: Det betyder meget. — “Dat betekent veel.” dette betekent “dit” en staat vóór een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het wijst hier naar ord, dat onzijdig is: et ord. De vorm voor een gemeenschappelijk enkelvoudig woord is denne, zoals in denne bog — “dit boek”. ord betekent “woord”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord met het lidwoord et: et ord. Het meervoud heeft dezelfde geschreven vorm: ord, bijvoorbeeld to ord — “twee woorden”. Samen vormt Hvad betyder dette ord? de vraag “Wat betekent dit woord?”. De volgorde is vraagwoord + werkwoord + onderwerp: Hvad + betyder + dette ord. Het aanwijzende woord en het zelfstandig naamwoord vormen samen dette ord, “dit woord”.

  2. Det betyder et lille værelse.

    Het betekent een kleine kamer.

    Det
    het
    betyder
    betekent
    lille
    klein
    værelse
    kamer
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “het” en staat als onderwerp voor iets dat al uit de context bekend is of waarnaar wordt verwezen. De vorm is een onzijdig enkelvoudig persoonlijk voornaamwoord; de precieze referent wordt in deze zin niet verder benoemd. Voor een persoon gebruik je bijvoorbeeld han (“hij”) of hun (“zij”). Voorbeeld: Det er vigtigt. — “Het is belangrijk.” betyder is de tegenwoordige tijd van betyde, “betekenen”. In het Deens verandert deze tegenwoordige vorm niet mee met de persoon: jeg betyder, du betyder en det betyder hebben allemaal betyder. Voorbeeld: Hvad betyder dette ord? — “Wat betekent dit woord?” lille betekent hier “kleine”. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord lille bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord; bij meervoud is de vorm små. In deze zin beschrijft lille het kamertype of de kamergrootte, niet het werkwoord. Voorbeeld: et lille hus — “een klein huis”. værelse betekent “kamer”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: daarom staat ervoor het onzijdige onbepaalde lidwoord et in et lille værelse. Het bepaalde enkelvoud is værelset, “de kamer”. Voorbeeld: Jeg har et værelse. — “Ik heb een kamer.” Samen betekent Det betyder et lille værelse.: “Het betekent een kleine kamer.” Det is het onderwerp, betyder geeft de betekenisrelatie aan, en et lille værelse is datgene wat de betekenis vormt. De woordgroep et lille værelse gebruikt et omdat værelse onzijdig en enkelvoudig is; lille staat vóór het zelfstandig naamwoord en stemt daarmee overeen in deze vorm.

  3. Kan du udtale det langsomt?

    Kun je het langzaam uitspreken?

    Kan du
    kun je
    udtale
    uitspreken
    det
    het
    langsomt
    langzaam
    Uitgebreide uitleg

    Kan du is een korte vraagconstructie: “kun je …?”. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) voor onder andere jeg, du, han en de; deze vorm verandert hier dus niet naar persoon. In een Deense ja/nee-vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Kan du ...? vraagt of de aangesprokene iets kan doen. Bijvoorbeeld: Kan du vente? — “Kun je wachten?” udtale betekent hier “uitspreken”. Het is de infinitief na kan; na een modaal werkwoord zoals kan staat het volgende werkwoord in deze vorm, zonder een extra infinitiefmarkeerder. De vorm hoort bij het werkwoord udtale, niet bij du. Voorbeeld: Jeg kan udtale navnet. — “Ik kan de naam uitspreken.” det is hier het Deense onzijdige voornaamwoord met de betekenis “het”. Het verwijst in deze zin naar datgene wat uitgesproken moet worden, maar de vaste gegevens leggen niet eenduidig vast welk concreet ding dat is. De vorm det is zowel onderwerp- als objectvorm in deze functie; het staat hier als object van udtale. langsomt betekent “langzaam” en bepaalt hier hoe het uitspreken moet gebeuren. Het is de adverbiale vorm van langsom; de uitgang -t is in deze vorm zichtbaar. Vergelijk het bijvoeglijk naamwoord in et langsomt svar (“een langzaam antwoord”) met het bijwoord in udtale langsomt (“langzaam uitspreken”). Samen vormen de delen Kan du + udtale + det + langsomt de vraag: “Kun je het langzaam uitspreken?” De modale vraag gaat over de mogelijkheid van de aangesprokene om dit te doen, udtale det benoemt wat uitgesproken moet worden en langsomt geeft het gewenste tempo aan.

  4. Jeg deler det op i dele.

    Ik deel het op in delen.

    Jeg
    ik
    deler … op
    indelen
    det
    het
    dele
    delen
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”. Het is de eerste persoon enkelvoud van het Deense persoonlijke voornaamwoord. Voor een andere persoon verandert het voornaamwoord, bijvoorbeeld du = “jij”. deler ... op vormt hier het werkwoordelijke patroon “in delen verdelen”. deler is de tegenwoordige tijd van dele (“verdelen”); het Deens gebruikt in de tegenwoordige tijd dezelfde werkwoordsvorm bij verschillende personen. Het partikel op hoort in deze betekenis bij het werkwoord en maakt het idee van opdelen duidelijk. Voorbeeld: Jeg deler kagen op. — “Ik verdeel de taart in stukken.” det betekent hier “het” en verwijst naar datgene wat wordt opgedeeld. Het is een onzijdig enkelvoudig persoonlijk voornaamwoord; de concrete referent wordt in deze zin niet genoemd. In een andere grammaticale rol kan het Deens bijvoorbeeld den gebruiken voor een-woorden, maar de keuze tussen det en den hangt af van het grammaticale geslacht van het bedoelde woord. dele betekent hier “delen” of “stukken”: het is het meervoud van het zelfstandig naamwoord del (“deel”). Dit is dus niet de infinitief dele in deze positie; de voorafgaande vorm i (“in”) en de betekenis van de zin maken hier de meervoudige nominale lezing passend. Voorbeeld: Bogen har flere dele. — “Het boek heeft meerdere delen.” Samen geeft Jeg deler det op i dele de structuur ik + deel ... op + het + in delen: “Ik deel het op in delen.” De constructie zegt dat de spreker één eerder geïdentificeerd, maar hier niet nader benoemd ding in afzonderlijke delen verdeelt.

  5. Kan du give mig et eksempel?

    Kun je me een voorbeeld geven?

    Kan du
    kun je
    give
    geven
    mig
    me
    eksempel
    voorbeeld
    Uitgebreide uitleg

    Kan du betekent hier “kun je”. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) voor onder andere jeg, du en vi; in een vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Kan du ...? = “Kun je ...?”. Na deze modale vorm staat give in de infinitief. Voorbeeld: Kan du hjælpe? — “Kun je helpen?” give betekent hier “geven”. De infinitief is give; de vorm verandert niet door het modale werkwoord kan. Voorbeeld: Jeg vil give ham bogen. — “Ik wil hem het boek geven.” mig betekent “mij/me” en is hier het object van give: iets wordt aan mij gegeven. Het is de objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord; vergelijk jeg (“ik”) als onderwerp. Voorbeeld: Hun ser mig. — “Zij ziet mij.” eksempel betekent “voorbeeld”. Het is een zelfstandig naamwoord. In et eksempel staat het onbepaalde lidwoord et bij dit enkelvoudige woord; dat geeft hier geen expliciet aantal als leerpunt, maar markeert een onbepaalde referentie. Voorbeeld: Jeg har et eksempel. — “Ik heb een voorbeeld.” Samen vormen de delen Kan du + give + mig + et eksempel de vraag Kan du give mig et eksempel?: “Kun je me een voorbeeld geven?” De vraag vraagt de aangesprokene om een voorbeeld aan de spreker te geven.

  6. Dette værelse er rent og lyst.

    Deze kamer is schoon en licht.

    Dette
    deze
    værelse
    kamer
    er
    is
    rent
    schoon
    og
    en
    lyst
    licht
    Uitgebreide uitleg

    Dette betekent hier “deze” en staat bij een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord. De vorm markeert dus een enkelvoudig onzijdig woord; de precieze aanwijzende referentie komt uit de context. Vergelijk denne bij een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord en disse bij meervoud: dette værelse, denne stol, disse værelser. værelse betekent “kamer”. Het is een onzijdig Deens zelfstandig naamwoord; dat zie je ook aan het onbepaalde lidwoord et: et værelse. De bepaalde vorm is værelset (“de kamer/het vertrek”). Voorbeeld: Jeg har et værelse. — “Ik heb een kamer.” er is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”). Deze vorm wordt in het Deens niet naar persoon of getal aangepast: jeg er, du er en de er gebruiken allemaal er. Hier verbindt er het onderwerp met de eigenschappen die erna komen. rent betekent hier “schoon”. Het is de onzijdige enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord ren (“schoon”). Bij værelse, een onzijdig enkelvoudig woord, wordt dus rent gebruikt. De vorm bij een gemeenschappelijk-geslachtswoord is ren, en de meervouds- of bepaalde vorm is rene: en ren stol, et rent værelse, rene værelser. og betekent “en” en verbindt hier twee gelijkwaardige eigenschappen van dezelfde kamer. lyst betekent hier “licht”. Het is de onzijdige enkelvoudsvorm van lys (“licht”); de vorm past zich aan aan værelse. Vergelijk et lyst værelse met en lys stol en lyse værelser. In andere contexten kan lys bijvoorbeeld ook “helder” of “licht van kleur” betekenen, maar hier is “licht” de betekenis van de vaste vertaling. Samen vormen rent og lyst twee gecoördineerde bijvoeglijke naamwoordelijke gezegdes na er: ze schrijven twee eigenschappen aan dezelfde kamer toe. De volledige zin Dette værelse er rent og lyst. betekent daarom: “Deze kamer is schoon en licht.”

  7. Jeg vil øve mig i at bruge det.

    Ik wil oefenen om het te gebruiken.

    Jeg vil
    ik wil
    øve
    oefenen
    mig
    mezelf
    i at
    om te
    bruge
    gebruiken
    det
    het
    Uitgebreide uitleg

    Jeg vil betekent hier “ik wil”. vil is de tegenwoordige vorm van ville; na vil staat het volgende werkwoord in de infinitief. In deze zin drukt vil een wens of voornemen uit, niet een zekerheid over de toekomst. øve betekent hier “oefenen”. De infinitief blijft na vil onveranderd. Een veelgebruikte Deense constructie is øve sig i at + infinitief: “oefenen in het …”. mig betekent hier “me” en verwijst reflexief naar Jeg: dezelfde persoon is degene die oefent en degene op wie het oefenen gericht is. De vorm voor de derde persoon is bijvoorbeeld sig, maar bij de eerste persoon enkelvoud is de vorm mig. i at maakt samen met het volgende werkwoord de constructie i at bruge: “in het gebruiken” of natuurlijker in het Nederlands “om te gebruiken”. Hier leidt at een infinitief in; i at hoort bij de uitdrukking øve sig i at. bruge betekent “gebruiken”. Het is de infinitief na at, en blijft daarom in deze vorm staan. Het patroon at bruge betekent “te gebruiken”. det betekent hier “het”. Het is een onzijdig enkelvoudig voornaamwoord. De zin zelf legt niet vast waarnaar det precies verwijst; de Nederlandse vertaling bevestigt wel de betekenis “het”. Samen ontstaat de herbruikbare structuur Jeg vil øve mig i at + infinitief: “Ik wil oefenen om … te gebruiken.” De volledige zin betekent: “Ik wil oefenen om het te gebruiken.”

  8. Prøv det i en kort sætning.

    Probeer het in een korte zin.

    Prøv
    probeer
    det
    het
    i en
    in een
    kort
    kort
    sætning
    zin
    Uitgebreide uitleg

    Prøv is de gebiedende wijs van prøve (“proberen”). De vorm spreekt de aangesprokene rechtstreeks aan: Prøv ... = “Probeer ...”. Voorbeeld: Prøv igen. — “Probeer het opnieuw.” det betekent hier “het” en verwijst, in aansluiting op de vaste vertaling en de vorige zin, naar datgene wat de spreker wil oefenen en gebruiken. Het is de zelfstandige vorm voor een onzijdig enkelvoudig referent; de vorm zelf zegt niet wie of wat dat referent precies is. Een vergelijkbare vorm voor een en-woord is den, maar die keuze hangt af van het grammaticale geslacht van het referent. i en combineert het voorzetsel i (“in”) met het onbepaalde lidwoord en. En staat bij een enkelvoudig onbepaald en-woord, zoals sætning. Het is hier geen afzonderlijke teluitdrukking; het markeert dat het om een niet nader bepaalde zin gaat. kort betekent hier “kort”. Het is de vorm bij een enkelvoudig onbepaald en-woord: en kort sætning. Bij een onzijdig woord staat bijvoorbeeld et kort ...; in het meervoud staat de vorm korte, zoals in korte sætninger (“korte zinnen”). sætning betekent “zin” in de betekenis van een taalkundige zin. Het is een en-woord: en sætning (“een zin”), meervoud sætninger (“zinnen”). Samen vormen de delen de herbruikbare structuur Prøv det i en kort sætning: een gebiedende wijs gevolgd door “het”, waarna i en kort sætning aangeeft waarin of binnen welke vorm je het moet proberen. De volledige betekenis is: “Probeer het in een korte zin.”

Grammatica

Hvad + verb + subjekt

Hvad betyder dette ord?

wath be-TUU-uh deh-deh oo-uh?

Wat betekent dit woord?

In een Deense vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: betyder komt vóór dette ord.

et + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord

et lille værelse

ee LEH-leh weh-uh-leh-seh

een kleine kamer

Bij onzijdige woorden zoals værelse staat het onbepaalde lidwoord et; het bijvoeglijk naamwoord krijgt hier geen -t.

Deens woordenschat

betyde werkwoord
be-TUU-uh betekenen betyder
det voornaamwoord
deh het
dette bepaler
deh-deh dit
du voornaamwoord
doe je
et bepaler
ee een
hvad voornaamwoord
wath wat
jeg voornaamwoord
yai ik
langsomt bijwoord
lang-somd langzaam
lille bijvoeglijk naamwoord
leh-leh klein
ord zelfstandig naamwoord
oo-uh woord
Geslacht
neuter
udtale werkwoord
oe-dhéé-leh uitspreken
værelse zelfstandig naamwoord
weh-uh-leh-seh kamer
Geslacht
neuter

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat betekent dit woord?

Antwoord tonenHvad betyder dette ord?

Het betekent een kleine kamer.

Antwoord tonenDet betyder et lille værelse.

Kun je het langzaam uitspreken?

Antwoord tonenKan du udtale det langsomt?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

betekenen

Antwoord tonenbetyder

wat

Antwoord tonenhvad

dit

Antwoord tonendette

klein

Antwoord tonenlille