Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Huiswerk bespreken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Hvilke lektier skal jeg lave?
vielke lek-tsie-uh skel jai lee-we? Wat moet ik voor huiswerk doen?Start med at lave denne øvelse.
sdaad mee et lee-we denne euuwelse. Begin met het maken van deze oefening.Hvilken side skal jeg bruge?
vielken siee-uh skel jai broe-uh? Welke pagina moet ik gebruiken?Brug siden med de korte spørgsmål.
broe siee-uhn mee de koode speurs-mool. Gebruik de pagina met de korte vragen.Hvornår skal jeg gøre den færdig?
vohn-noor skel jai geu-uh den feh-di? Wanneer moet ik het afmaken?Gør den færdig før undervisningen.
geur den feh-di feur onuh-wies-neh-ngen. Maak het af voor de les.Kan du se på mine svar senere?
ken doe see poh mie-nuh svah see-nuh-uh? Kun je later naar mijn antwoorden kijken?Tag dem med til mig, efter du er færdig.
tee dem mee tel mai, ef-tuh doe eh feh-di. Breng ze naar me nadat je klaar bent.Uitleg van de zinnen
Hvilke lektier skal jeg lave?
Wat moet ik voor huiswerk doen?
- Hvilke
- welke
- lektier
- huiswerk
- skal jeg
- moet ik
- lave
- doen
Uitgebreide uitleg
Hvilke betekent hier “welke” en staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord lektier. De vorm hoort bij meervoud; bij een enkelvoudig onzijdig woord staat bijvoorbeeld hvilket, en bij een enkelvoudig gemeenschappelijk woord hvilken. Voorbeeld: Hvilken bog læser du? — “Welk boek lees je?” lektier betekent hier “huiswerk”. Het is het meervoud van lektie; in deze vaste uitdrukking wordt naar schoolwerk verwezen. Voorbeeld: Jeg laver mine lektier. — “Ik maak mijn huiswerk.” skal jeg bestaat uit het modale werkwoord skal en het voornaamwoord jeg (“ik”). Skal drukt hier uit wat de spreker moet of hoort te doen; het is de vorm bij jeg en verandert niet mee met het onderwerp zoals een persoonsuitgang dat in sommige talen doet. In een vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Skal jeg gå? — “Moet ik gaan?” lave is de infinitief van lave, hier met de betekenis “doen” of “maken”. Na het modale werkwoord skal staat deze infinitief zonder een extra infinitiefmarkeerder. In de contextzin Start med at lave denne øvelse betekent dezelfde vorm “deze oefening maken”. Samen vormt Hvilke lektier de vraag naar welk huiswerk bedoeld is. skal jeg lave betekent “moet ik doen/maken”; de vraagvolgorde plaatst skal vóór jeg. De hele zin betekent dus: “Wat moet ik voor huiswerk doen?”, met Hvilke lektier specifieker als “welk huiswerk” of “welke huiswerkopgaven”.
Start med at lave denne øvelse.
Begin met het maken van deze oefening.
- Start
- begin
- lave
- maken; doen
- denne
- deze
- øvelse
- oefening
Uitgebreide uitleg
Start is de gebiedende wijs van starte (“beginnen”). In een instructie staat deze vorm zonder uitgesproken onderwerp: Start! = “Begin!”. De infinitief is at starte; de gebiedende wijs heeft hier dus een kortere vorm. lave betekent hier “maken” in de vaste combinatie starte med at lave: “beginnen met het maken/doen van”. lave is de infinitief; de tegenwoordige tijd is laver, bijvoorbeeld Jeg laver en øvelse. = “Ik maak een oefening.” De precieze vertaling van lave hangt van het object af: bij een oefening past “maken” of “doen”, terwijl het in de eerdere vraag Hvilke lektier skal jeg lave? over huiswerk gaat. denne betekent “deze”. Het is een aanwijzend woord voor één dichtbij aangeduide zaak en staat hier vóór het zelfstandig naamwoord. De vorm denne hoort bij een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord; bij een onzijdig enkelvoud staat vaak dette, en bij meervoud disse. In dit fragment wordt de grammaticale vorm ondersteund door øvelse; het aanwijzende woord bepaalt niet zelfstandig welke concrete oefening bedoeld is. øvelse betekent “oefening”. Het is een zelfstandig naamwoord met het onbepaalde lidwoord en: en øvelse. Nuttige vormen zijn øvelser (meervoud) en øvelsen (bepaalde enkelvoudsvorm). In denne øvelse verwijst het naar één oefening die als “deze” wordt aangewezen. Samen vormen Start med at lave en denne øvelse de instructie “Begin met het maken van deze oefening.” De constructie starte med at geeft aan waarmee iemand begint, en denne øvelse is datgene waarmee begonnen wordt. De zin is een directe, neutrale instructie.
Hvilken side skal jeg bruge?
Welke pagina moet ik gebruiken?
- Hvilken
- welke
- side
- pagina
- skal jeg
- moet ik
- bruge
- gebruiken
Uitgebreide uitleg
Hvilken betekent hier “welke” en staat voor een zelfstandig naamwoord. De vorm stemt af op het Deense woord dat erop volgt: hvilken bij en-woorden in het enkelvoud, hvilket bij et-woorden in het enkelvoud en hvilke in het meervoud. Voorbeeld: Hvilket spørgsmål? = “Welke vraag?” side betekent hier “pagina”. Het is een en-woord: en side, dus het aanwijzende vraagwoord krijgt hier de vorm hvilken. Het meervoud is sider; bijvoorbeeld flere sider = “meerdere pagina’s”. skal jeg bestaat uit het modale werkwoord skal en het onderwerp jeg (“ik”). Samen geeft dit hier aan dat de spreker vraagt welke pagina hij of zij moet gebruiken. Skal kan afhankelijk van de context ook een plan of verwachting uitdrukken; in deze vraag past de verplichtings- of instructielezing bij de vaste vertaling. De volgorde skal jeg is kenmerkend voor een vraag: het werkwoord staat vóór het onderwerp. Voorbeeld: Skal jeg begynde? = “Moet ik beginnen?” bruge is de infinitief “gebruiken”. Na skal staat de infinitief zonder een extra infinitiefmarkeerder. De vormen zijn bijvoorbeeld bruger (tegenwoordige tijd), brugte (verleden tijd) en brugt (voltooid deelwoord). Voorbeeld: Jeg bruger denne side. = “Ik gebruik deze pagina.” Samen vormen de delen Hvilken side (“welke pagina”), skal jeg (“moet ik”) en bruge (“gebruiken”). De hele zin vraagt dus: “Welke pagina moet ik gebruiken?” In de gegeven context verwijst dat naar de pagina die voor de oefening gebruikt moet worden.
Brug siden med de korte spørgsmål.
Gebruik de pagina met de korte vragen.
- Brug
- gebruik
- siden
- de pagina
- med
- met
- korte
- korte
- spørgsmål
- vragen
Uitgebreide uitleg
Brug betekent hier “gebruik” en is de gebiedende wijs van bruge (“gebruiken”). De vorm richt zich tot één of meer aangesproken personen; de zin noemt niet expliciet wie dat zijn. Voor een mededeling over wat iemand gebruikt, staat bijvoorbeeld Jeg bruger siden (“Ik gebruik de pagina”). siden betekent hier “de pagina”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van side (“pagina”): en side is “een pagina” en siden is “de pagina”. Het zelfstandig naamwoord draagt hier de bepaaldheid; siden zegt niet op zichzelf hoeveel pagina’s er zijn buiten het feit dat naar één bepaalde pagina wordt verwezen. med is een voorzetsel met de betekenis “met”. Het verbindt siden met de informatie die de pagina kenmerkt: de pagina met korte vragen. Hetzelfde voorzetsel kan ook bezit of begeleiding uitdrukken, maar hier introduceert het de inhoud of het kenmerk van de pagina. korte betekent hier “korte” en hoort bij spørgsmål. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is kort (“kort”); voor het meervoud in de bepaalde woordgroep staat korte. In de korte spørgsmål zorgt de samen met de vorm korte voor de bepaalde meervoudige groep; korte is dus niet de vorm van spørgsmål. spørgsmål betekent “vragen”. Het is het meervoud van spørgsmål; in het Deens hebben enkelvoud en meervoud hier dezelfde zichtbare vorm. In de korte spørgsmål gaat het om bepaalde korte vragen, maar de zin specificeert niet hoeveel vragen het zijn. Samen vormt siden med de korte spørgsmål de bepaalde woordgroep “de pagina met de korte vragen”. Daarvoor staat Brug, waardoor de volledige zin een instructie wordt: “Gebruik de pagina met de korte vragen.”
Hvornår skal jeg gøre den færdig?
Wanneer moet ik het afmaken?
- Hvornår
- wanneer
- skal jeg
- moet ik
- gøre
- doen / maken
- den
- het
- færdig
- af / klaar
Uitgebreide uitleg
Hvornår betekent hier ‘wanneer’ en vraagt naar het tijdstip waarop iets moet gebeuren. Het is een vraagwoord voor tijd. Een bruikbaar voorbeeld is: Hvornår kommer du? — ‘Wanneer kom je?’ skal jeg combineert skal met jeg. Skal is de tegenwoordige vorm van skulle en drukt hier een verplichting of noodzakelijke handeling uit: ‘moet’. In een Deense ja/nee- of vraagzin staat het werkwoord vóór het onderwerp: Skal jeg vente? — ‘Moet ik wachten?’ Het is dus niet jeg skal in deze vraagvolgorde; jeg skal vente betekent ‘ik moet wachten’. gøre is de infinitief van ‘doen’ of ‘maken’. Na skal staat deze infinitief zonder extra infinitiefmarkering. De combinatie gøre ... færdig betekent in deze zin ‘iets afmaken’, niet alleen algemeen ‘doen’. Bijvoorbeeld: Jeg skal gøre opgaven færdig. — ‘Ik moet de opdracht afmaken.’ den betekent hier ‘het’ en verwijst naar iets dat al uit de situatie of tekst bekend is. De vorm is een Deens persoonlijk voornaamwoord voor een niet-persoonlijk enkelvoudig antecedent in deze functie. De zin zelf specificeert niet welk concreet ding het is. færdig betekent ‘klaar’ of, in de combinatie met gøre, ‘af’. Het is een bijvoeglijk woord dat de voltooide toestand beschrijft. Gøre den færdig is daarom letterlijk ongeveer ‘het klaar maken’, met de natuurlijke betekenis ‘het afmaken’. Op zichzelf kan færdig ook ‘klaar’ betekenen, zoals in Jeg er færdig. — ‘Ik ben klaar.’ Samen vormen gøre den færdig en skal jeg de vraag naar de vereiste tijd: Hvornår + skal jeg + gøre den færdig = ‘Wanneer moet ik het afmaken?’ De vraag gaat dus over het tijdstip waarop de spreker de genoemde zaak moet voltooien.
Gør den færdig før undervisningen.
Maak het af voor de les.
- Gør
- doe / maak
- den
- het
- færdig
- af / klaar
- før
- voor
- undervisningen
- de les
Uitgebreide uitleg
Gør is de gebiedende wijs van gøre (“doen/maken”). In deze zin is het een directe opdracht aan één of meer aangesproken personen; het onderwerp wordt in de gebiedende wijs meestal niet uitgesproken. Handige vormen zijn gøre (infinitief), gør (tegenwoordige tijd en imperatief) en gjorde (verleden tijd). Voorbeeld: Gør døren ren. — “Maak de deur schoon.” den is een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp: “het” in de vertaling. De vorm is enkelvoud en gemeenschappelijk geslacht; de concrete referent wordt in de vaste gegevens niet benoemd. In gøre den færdig verwijst het dus naar iets dat afgemaakt moet worden, zonder dat we hier hoeven vast te stellen wat dat precies is. færdig betekent hier “af” of “klaar” en beschrijft de toestand waarin den moet komen. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na het werkwoord kan staan in de constructie “iets klaar maken”. De vorm verandert naar geslacht en getal: færdig, færdigt, færdige. Voorbeeld: Opgaven er færdig. — “De opdracht is af.” før geeft hier een tijdsgrens aan: “voor”. Het staat vóór undervisningen en verbindt de opdracht met het moment waarop de les plaatsvindt. Het kan ook vóór een volledige bijzin staan, bijvoorbeeld: Gå hjem, før det bliver mørkt. — “Ga naar huis voordat het donker wordt.” undervisningen betekent “de les” of “het onderwijs” in deze context. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van undervisning; het achtervoegsel -en markeert hier de bepaalde vorm. Een onbepaalde vorm is en undervisning (“een les/onderwijsactiviteit”). Samen vormt Gør den færdig de opdracht “Maak het af”: gør geeft de opdracht, den is wat afgemaakt moet worden en færdig beschrijft het gewenste eindresultaat. før undervisningen voegt de tijdsgrens toe. De volledige betekenis is daarom: “Maak het af voor de les.”
Kan du se på mine svar senere?
Kun je later naar mijn antwoorden kijken?
- Kan du
- kun je
- se på
- kijken naar
- mine
- mijn
- svar
- antwoorden
- senere
- later
Uitgebreide uitleg
Kan du is een veelgebruikte Deense vraagconstructie: kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”), en du betekent “jij/je”. Samen betekent dit hier “kun je …?” en vormt het een verzoek of vraag naar mogelijkheid. Na een modaal werkwoord zoals kan staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder een apart infinitiefwoord. se på betekent hier “naar … kijken”. se is de infinitief van het werkwoord “zien/kijken”; met på krijgt de combinatie de betekenis “naar iets kijken”. Bijvoorbeeld: Jeg ser på filmen. — “Ik kijk naar de film.” mine betekent “mijn” bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. Het bezittelijk woord stemt hier af op het meervoud, niet op een specifiek grammaticaal geslacht. Vergelijk: min bog — “mijn boek” (enkelvoud) tegenover mine bøger — “mijn boeken” (meervoud). In deze zin hoort mine bij svar. svar betekent hier “antwoorden”. Het is het meervoud van et svar (“een antwoord”); de meervoudsvorm blijft in dit geval svar. Het woord kan dus zowel enkelvoud als meervoud lijken; het bezittelijk woord mine maakt hier het meervoud duidelijk. senere betekent “later”. Het is een bijwoord dat het tijdstip aangeeft waarop het kijken plaatsvindt. Bijvoorbeeld: Vi taler senere. — “We praten later.” Samen vormen de delen: Kan du + se på + mine svar + senere? De spreker vraagt de aangesprokene om later naar de antwoorden van de spreker te kijken: “Kun je later naar mijn antwoorden kijken?”
Tag dem med til mig, efter du er færdig.
Breng ze naar me nadat je klaar bent.
- Tag
- neem mee; breng
- dem
- ze; hen
- med
- mee
- til mig
- naar mij
- efter
- nadat
- færdig
- klaar
Uitgebreide uitleg
Tag is de gebiedende wijs van tage (“nemen”). In deze zin krijgt het samen met med de betekenis “meenemen/brengen”: Tag ... med is een bruikbaar patroon voor een opdracht. Bijvoorbeeld: Tag paraplyen med. — “Neem de paraplu mee.” dem is een zelfstandig persoonlijk voornaamwoord met de betekenis “ze/hen”. Het verwijst hier naar datgene waarnaar mine svar (“mijn antwoorden”) uit de vorige zin verwijst. De vorm dem wordt gebruikt als object; het onderwerp is bijvoorbeeld de (“ze” als uitvoerder). Bijvoorbeeld: Jeg hjælper dem. — “Ik help hen.” med betekent hier “mee” en vormt met Tag het patroon tage noget med: iets meenemen. Het is dus niet alleen het losse voorzetsel “met” in deze combinatie. til mig betekent “naar mij”. til geeft de richting of bestemming aan, en mig is de objectsvorm van het eerste-persoonsvoornaamwoord; vergelijk jeg (“ik”) als onderwerp. Bijvoorbeeld: Kom til mig. — “Kom naar mij.” efter betekent hier “nadat” en leidt de tijdsbepaling efter du er færdig in. Het verbindt de hoofdhandeling met een handeling of toestand die eerst voltooid moet zijn. færdig betekent “klaar”. In er færdig staat het samen met de vorm er van være (“zijn”): “klaar zijn”. Færdig beschrijft hier de toestand van de aangesprokene; het is geen werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Jeg er færdig. — “Ik ben klaar.” De volledige structuur is Tag dem med til mig (“Neem ze mee naar mij”) plus efter du er færdig (“nadat je klaar bent”). Samen betekent de zin: “Breng ze naar me nadat je klaar bent.” De gebiedende wijs maakt dit tot een verzoek of opdracht; de tijdsbepaling zegt wanneer het brengen moet gebeuren.
Grammatica
mine + meervoudig zelfstandig naamwoord
mine svar
mie-nuh svahmijn antwoorden
Het bezittelijk woord mine staat vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord.
før + zelfstandig naamwoord
før undervisningen
feur onuh-wies-neh-ngenvoor de les
før kan vóór een zelfstandig naamwoord staan en betekent dan ‘voor’ in de tijd.
Deens woordenschat
Brug siden med de korte spørgsmål.
Hvilken side skal jeg bruge?
- Geslacht
- common
Hvilken side skal jeg bruge?
Hvornår skal jeg gøre den færdig?
Brug siden med de korte spørgsmål.
Hvilke lektier skal jeg lave?
Hvilke lektier skal jeg lave?
Hvilken side skal jeg bruge?
Brug siden med de korte spørgsmål.
Brug siden med de korte spørgsmål.
Start med at lave denne øvelse.
Start med at lave denne øvelse.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wat moet ik voor huiswerk doen?
Antwoord tonen
Hvilke lektier skal jeg lave?Begin met het maken van deze oefening.
Antwoord tonen
Start med at lave denne øvelse.Welke pagina moet ik gebruiken?
Antwoord tonen
Hvilken side skal jeg bruge?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
begin
Antwoord tonen
startwelke
Antwoord tonen
hvilkengebruik
Antwoord tonen
brugde pagina