Woorden herhalen met kaartjes | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a language classroom, two adults use word cards and example sentences to review words they need to remember..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Woorden herhalen met kaartjes oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg vil gennemgå de her ord.

yai vel geenemkoo die hèr oo. Ik wil deze woorden herhalen.
B

Lad os bruge de her ordkort.

lè os broe-uh die hèr oo-koort. Laten we deze woordkaartjes gebruiken.
A

Jeg kan ikke huske det her ord.

yai ken eguh hoeskuh deh hèr oo. Ik kan dit woord niet onthouden.
B

Se på eksempelsætningen.

see poh egsempel-sèdning-en. Kijk naar de voorbeeldzin.
A

Sætningen hjælper mig med at huske det.

sèdning-en yèlpuh mai meh èd hoeskuh deh. De zin helpt me om het te onthouden.
B

Prøv et andet kort, og se først på eksempelsætningen.

prèu eht anuhd koort, oh see feurst poh egsempel-sèdning-en. Probeer een ander kaartje en kijk eerst naar de voorbeeldzin.
A

Jeg prøver det næste kort nu.

yai prèu-uh deh nesduh koort noe. Ik probeer nu het volgende kaartje.
B

Læs først sætningen, og sig så ordet.

lès feurst sèdning-en, oh sai soo oo-uh. Lees eerst de zin en zeg dan het woord.

Uitleg van de zinnen

  1. Jeg vil gennemgå de her ord.

    Ik wil deze woorden herhalen.

    Jeg vil
    ik wil
    gennemgå
    herhalen; doornemen
    de her
    deze
    ord
    woorden
    Uitgebreide uitleg

    Jeg vil betekent hier “ik wil”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud: “ik”. vil is de tegenwoordige vorm van ville (“willen”); deze vorm is niet alleen voor de eerste persoon, maar wordt ook bij andere personen gebruikt. Met een volgend werkwoord drukt de constructie een wens of voornemen uit: Jeg vil læse = “Ik wil lezen”. gennemgå betekent hier “herhalen” of “doornemen”: de spreker wil de woorden opnieuw behandelen. Het is de infinitiefvorm en staat na vil. Voorbeeld: Vi gennemgår teksten. = “We nemen de tekst door.” de her betekent “deze” en wijst hier naar meerdere woorden die als dichtbij of direct relevant worden aangewezen. her betekent letterlijk “hier”; samen vormen de her de gebruikelijke informele aanwijzende uitdrukking. Een formelere variant is disse (“deze”). ord betekent hier “woorden”. Het is de onbepaalde meervoudsvorm van et ord (“een woord”). De bepaalde meervoudsvorm is ordene (“de woorden”). Voorbeeld: Jeg lærer nye ord. = “Ik leer nieuwe woorden.” Samen vormen de delen: Jeg vil (“ik wil”) + gennemgå (“doornemen”) + de her ord (“deze woorden”). De volledige betekenis is dus: “Ik wil deze woorden herhalen.”

  2. Lad os bruge de her ordkort.

    Laten we deze woordkaartjes gebruiken.

    Lad os
    laten we
    bruge
    gebruiken
    de her
    deze
    ordkort
    woordkaartjes
    Uitgebreide uitleg

    Lad os betekent hier “laten we …”. Lad is de gebiedende wijs van lade (“laten”), en os betekent “ons”. Samen vormen ze een vaste aansporing voor een voorstel waarbij de spreker zichzelf en anderen insluit. Daarna volgt een werkwoord in de infinitief: Lad os læse betekent bijvoorbeeld “laten we lezen”. bruge betekent hier “gebruiken”. Dit is de infinitief; die staat na Lad os. De tegenwoordige tijd is bruger: Vi bruger kortene betekent “Wij gebruiken de kaartjes”. de her betekent “deze”. Deze combinatie verwijst naar meervoudige dingen die in de situatie als nabij worden aangewezen. her versterkt de aanwijzende betekenis van de; het is dus niet het Nederlandse lidwoord “de” op zichzelf. Voor één nabij ding staat bijvoorbeeld det her: det her ord betekent “dit woord”. ordkort betekent hier “woordkaartjes”. Het is een samenstelling van ord (“woord”) en kort (“kaartjes” in de betekenis van kaarten); als geheel duidt het kaartjes aan die voor woorden worden gebruikt. Het onbepaalde enkelvoud is et ordkort, terwijl ordkort ook als meervoud wordt gebruikt: to ordkort betekent “twee woordkaartjes”. Samen is Lad os + bruge + de her ordkort: “Laten we deze woordkaartjes gebruiken.” De spreker stelt voor om samen de aangewezen woordkaartjes te gebruiken. De woordvolgorde is een herbruikbaar patroon: Lad os + infinitief + voorwerp, bijvoorbeeld Lad os bruge bogen — “Laten we het boek gebruiken”.

  3. Jeg kan ikke huske det her ord.

    Ik kan dit woord niet onthouden.

    Jeg kan
    ik kan
    ikke
    niet
    huske
    onthouden
    det her
    dit
    ord
    woord
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan betekent hier “ik kan”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud en verwijst naar de spreker. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) en drukt hier vermogen uit. De Deense tegenwoordige werkwoordsvorm kan verandert niet naar persoon; de persoon blijkt uit het onderwerp Jeg. Na een modaal werkwoord zoals kan staat het volgende werkwoord in de infinitief zonder at: Jeg kan læse = “Ik kan lezen”. ikke betekent “niet” en maakt de bewering negatief. Het staat hier vóór het zelfstandige werkwoord huske; samen met kan vormt het patroon kan ikke huske (“kan niet onthouden” / “kan zich niet herinneren”). huske is de infinitief “onthouden” of “zich herinneren”. De vorm zelf is hier geen vervoegde persoonsvorm: kan is het modale werkwoord en huske blijft na kan in de infinitief. Een bruikbaar patroon is Jeg kan huske ... = “Ik kan me ... herinneren” tegenover Jeg kan ikke huske ... = “Ik kan me ... niet herinneren”. det her betekent samen “dit”. In det her ord is det afgestemd op het enkelvoudige onzijdige zelfstandig naamwoord ord, en her benadrukt nabijheid: “dit hier”. Deze demonstratieve woordgroep staat vóór het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: det her eksempel = “dit voorbeeld”. ord betekent “woord”. Het onbepaalde meervoud heeft dezelfde vorm: ord kan dus zowel “woord” als “woorden” zijn; het bepaalde enkelvoud is ordet. In deze zin maakt det her duidelijk dat het om één aangewezen woord gaat. Samen vormen de delen: Jeg (ik) + kan ikke huske (kan niet onthouden) + det her ord (dit woord). De volledige betekenis is: “Ik kan dit woord niet onthouden.”

  4. Se på eksempelsætningen.

    Kijk naar de voorbeeldzin.

    Se på
    kijk naar
    eksempelsætningen
    de voorbeeldzin
    Uitgebreide uitleg

    Se på is hier een aansporing: “kijk naar”. Se is de gebiedende wijs van se (“zien/kijken”); in het Deens is die vorm hier gelijk aan de infinitief. På geeft de gerichte relatie weer: kijken naar iets. Voorbeeld: Se på billedet. — “Kijk naar de afbeelding.” Eksempelsætningen betekent hier “de voorbeeldzin”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: eksempel (“voorbeeld”) + sætning (“zin”). De uitgang -en aan het einde maakt het zelfstandig naamwoord bepaald: sætning is “een zin”, sætningen is “de zin”. In het samengestelde woord staat de bepaaldheidsuitgang aan het hele woord, niet los achter eksempel. Samen vormt Se på eksempelsætningen. de gebiedende zin “Kijk naar de voorbeeldzin.” De zin richt de aandacht op die voorbeeldzin; hij zegt niet dat er een bepaald aantal voorbeeldzinnen is.

  5. Sætningen hjælper mig med at huske det.

    De zin helpt me om het te onthouden.

    Sætningen
    de zin
    hjælper
    helpt
    mig
    mij
    med at
    met het ...-en
    huske
    onthouden
    det
    het
    Uitgebreide uitleg

    Sætningen betekent hier “de zin”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van sætning (“zin”); -en markeert bij dit woord de bepaalde vorm. De vorm sætning kan bijvoorbeeld in en sætning (“een zin”) staan. Voorbeeld: Jeg læser sætningen. — “Ik lees de zin.” hjælper betekent hier “helpt”. Het is de tegenwoordige tijd van hjælpe (“helpen”). In het Deens verandert de tegenwoordige tijd hier niet naar persoon of meervoud: jeg hjælper, du hjælper en de hjælper hebben allemaal hjælper. mig betekent “mij” en is de objectsvorm van het eerste-persoonspronomen; de bijbehorende onderwerpsvorm is jeg (“ik”). Na hjælper verwijst mig naar degene die hulp krijgt. Voorbeeld: Hun hjælper mig. — “Zij helpt mij.” med at krijgt zijn concrete functie samen met het volgende werkwoord. In de constructie hjælpe nogen med at + infinitief betekent het dat iemand iemand helpt een handeling uit te voeren. Het patroon is dus hjælper + persoon + med at + werkwoord; med at moet hier niet los als het Nederlandse “om te” worden behandeld. huske betekent “onthouden” of “zich herinneren” en staat hier in de infinitief na at. De infinitief is huske; de tegenwoordige tijd is husker. Voorbeeld: Jeg prøver at huske navnet. — “Ik probeer de naam te onthouden.” det betekent hier “het” en is het object van huske. In deze zin is het een enkelvoudig onzijdig objectpronomen; de zin specificeert niet verder wat het referent precies is. Het patroon huske det betekent “het onthouden”. Samen bouwen de delen de betekenis op: Sætningen is degene die helpt, hjælper mig geeft aan dat de spreker hulp krijgt, en med at huske det benoemt de handeling waarbij die hulp wordt gegeven. De volledige zin betekent daarom: “De zin helpt me om het te onthouden.”

  6. Prøv et andet kort, og se først på eksempelsætningen.

    Probeer een ander kaartje en kijk eerst naar de voorbeeldzin.

    Prøv
    probeer
    andet
    ander
    kort
    kaartje
    se
    kijk
    først
    eerst
    på
    naar
    eksempelsætningen
    de voorbeeldzin
    Uitgebreide uitleg

    Prøv betekent hier “probeer” en is de gebiedende wijs van prøve (“proberen”). De gebiedende wijs is hier niet gelijk aan de infinitief: at prøve — “proberen”, maar Prøv! — “Probeer!”. Voorbeeld: Prøv igen. — “Probeer opnieuw.” andet betekent hier “ander” in et andet kort. Het is de onzijdige enkelvoudsvorm van anden (“ander”): en anden bij een en-woord, et andet bij een et-woord, en andre in het meervoud. Dit woord drukt hier verschil uit, niet zelfstandig een aantal. kort betekent hier “kaartje”. Het is een zelfstandig naamwoord met dezelfde vorm in het enkelvoud en meervoud: et kort — “een kaartje”, to kort — “twee kaartjes”. In deze zin staat het in de enkelvoudige vorm in et andet kort. se betekent “kijk” en is hier de gebiedende wijs van se (“kijken”). De vorm is hetzelfde als de infinitief at se. Voorbeeld: Se på billedet. — “Kijk naar de afbeelding.” først betekent “eerst”. Het geeft aan dat het kijken naar de voorbeeldzin als eerste stap gebeurt. Voorbeeld: Læs først. — “Lees eerst.” på betekent hier “naar” in de vaste combinatie se på (“naar iets kijken”). De combinatie moet als geheel worden geleerd: se på noget — “naar iets kijken”. eksempelsætningen betekent “de voorbeeldzin”. Het is de bepaalde vorm van eksempelsætning (“voorbeeldzin”): het achtervoegsel -en markeert hier een bepaalde enkelvoudige vorm. Het eerste deel eksempel- specificeert wat voor soort zin het is; het hele woord blijft één Deens samengesteld zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Skriv en eksempelsætning. — “Schrijf een voorbeeldzin.” Samen vormt Prøv et andet kort de aansporing “Probeer een ander kaartje”, gevolgd door og se først på eksempelsætningen: “en kijk eerst naar de voorbeeldzin”. De volledige betekenis is dus: “Probeer een ander kaartje en kijk eerst naar de voorbeeldzin.”

  7. Jeg prøver det næste kort nu.

    Ik probeer nu het volgende kaartje.

    Jeg
    ik
    prøver
    probeer
    det
    het
    næste
    volgende
    kort
    kaartje
    nu
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: de spreker voert de handeling uit. Dit is de vorm van het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Voorbeeld: Jeg læser. — “Ik lees.” prøver betekent hier “probeer”. De infinitief is prøve; prøver is de tegenwoordige tijd. Deze vorm verandert in het Deens niet mee met de persoon: jeg prøver — “ik probeer”, en du prøver — “jij probeert”. det betekent hier “het” als bepaald woord vóór næste kort. Het is hier geen zelfstandig voornaamwoord dat naar een eerder genoemd voorwerp verwijst. In det næste kort helpt det de bepaalde naamwoordgroep te vormen; de hele groep is het lijdend voorwerp. Het onzijdige enkelvoud van kort verklaart de keuze voor det; vergelijk den næste sætning — “de volgende zin”. næste betekent “volgende”. Het staat vóór kort en beschrijft welk kaartje bedoeld is. In deze constructie verandert næste niet naar mannelijk of onzijdig: den næste ... en det næste ... gebruiken allebei næste; den of det draagt het relevante verschil. kort betekent hier “kaartje”. Het is een zelfstandig naamwoord; de onbepaalde vorm in het enkelvoud is et kort, zoals in de contextzin et andet kort — “een ander kaartje”. In andere contexten kan kort ook een bijvoeglijk naamwoord zijn met de betekenis “kort”, maar hier is het een zelfstandig naamwoord. nu betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Samen vormen det næste kort het lijdend voorwerp: “het volgende kaartje”. Jeg prøver betekent “ik probeer”, en nu voegt “nu” toe. De hele zin betekent daarom: “Ik probeer nu het volgende kaartje.”

  8. Læs først sætningen, og sig så ordet.

    Lees eerst de zin en zeg dan het woord.

    Læs
    lees!
    først
    eerst
    sætningen
    de zin
    sig
    zeg!
    så
    dan
    ordet
    het woord
    Uitgebreide uitleg

    Læs is de gebiedende wijs van læse (“lezen”): læs = “lees!”. De gebiedende wijs gebruikt hier geen uitgesproken onderwerp; de aangesprokene is degene die moet lezen. først betekent “eerst” en geeft de volgorde aan. Het staat vóór de handeling die eerst moet gebeuren. Vergelijk: Læs først. = “Lees eerst.” sætningen betekent hier “de zin”. De basisvorm is sætning; sætningen is de bepaalde enkelvoudsvorm: sætning → sætningen. Het achtervoegsel -en markeert hier bepaaldheid, niet een afzonderlijk woord voor “de”. Voorbeeld: Jeg læser sætningen. = “Ik lees de zin.” sig is de gebiedende wijs van sige (“zeggen”): sige → sig. Het is dus de opdracht “zeg!”. De vorm sig is hier niet de tegenwoordige tijd; de gebiedende wijs heeft een eigen vorm. Voorbeeld: Sig navnet. = “Zeg de naam.” så betekent hier “dan” en markeert wat daarna komt. Samen met først vormt het de volgorde først … så … = “eerst … dan …”. ordet betekent hier “het woord”. De basisvorm is ord; ordet is de bepaalde enkelvoudsvorm: ord → ordet. Hier draagt -et de bepaaldheid. Voorbeeld: Jeg skriver ordet. = “Ik schrijf het woord.” De zin bestaat uit twee opdrachten die met og (“en”) verbonden zijn. Eerst komt Læs først sætningen: “Lees eerst de zin.” Daarna komt sig så ordet: “zeg dan het woord.” De volledige betekenis is dus: “Lees eerst de zin en zeg dan het woord.”

Grammatica

Lad os + infinitiv

Lad os bruge ordkort.

lè os broe-uh oo-koort

Laten we woordkaartjes gebruiken.

Lad os + infinitief betekent ‘laten we …’ en drukt een voorstel uit.

Imperativ

Læs eksempelsætningen først.

lès egsempel-sèdning-en feurst

Lees eerst de voorbeeldzin.

De gebiedende wijs gebruikt vaak alleen de werkwoordstam, zoals Læs, Prøv en sig.

Deens woordenschat

bruge werkwoord
broe-uh gebruiken
de her uitdrukking
die hèr deze
eksempelsætning zelfstandig naamwoord
egsempel-sèdning voorbeeldzin eksempelsætningen
gennemgå werkwoord
geenemkoo herhalen; doornemen
huske werkwoord
hoeskuh onthouden
ikke bijwoord
eguh niet
lade werkwoord
lè-uh laten Lad
ord zelfstandig naamwoord
oo woorden
ordkort zelfstandig naamwoord
oo-koort woordkaartjes; woordkaarten
os voornaamwoord
os ons; wij
på voorzetsel
poh naar; op
se werkwoord
see kijken

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil deze woorden herhalen.

Antwoord tonenJeg vil gennemgå de her ord.

Laten we deze woordkaartjes gebruiken.

Antwoord tonenLad os bruge de her ordkort.

Kijk naar de voorbeeldzin.

Antwoord tonenSe på eksempelsætningen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

onthouden

Antwoord tonenhuske

gebruiken

Antwoord tonenbruge

herhalen; doornemen

Antwoord tonengennemgå

woordkaartjes; woordkaarten

Antwoord tonenordkort