Samen lunchen in een restaurant | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: Before lunch, two friends choose a small restaurant, arrange where to meet, and plan to ask for a table..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Samen lunchen in een restaurant oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Vil du spise frokost sammen?

vel doe spee-se froo-kosd sam-en Wil je samen lunchen?
B

Det lyder godt. Hvor skal vi gå hen?

de luu-a goh. voa sgel wie goo hen Dat klinkt leuk. Waar zullen we naartoe gaan?
A

Måske den lille restaurant her i nærheden.

moos-guh den le-luh resto-rang he-a ie nee-a-hee-uh-n Misschien het kleine restaurant hier in de buurt.
B

Lad os gå derhen, hvis der ikke er travlt.

lè os goo de-a-hen, ves de-a eg-uh èa trawlt Laten we daarheen gaan als het niet druk is.
A

Skal vi mødes ved hoveddøren?

sgel wie meu-uhs veh hoo-eh-deu-an Zullen we bij de voordeur afspreken?
B

Jeg venter, hvor du kan se mig.

jai ven-uh, voa doe kan see mai Ik wacht waar je me kunt zien.
A

Så kommer jeg og finder dig.

soo kom-uh jai oo fen-uh dai Dan kom ik je zoeken.
B

Bagefter kan vi bede om et bord.

bee-eh-fod-uh kan wie bee-eh om eh boa Daarna kunnen we om een tafel vragen.

Uitleg van de zinnen

  1. Vil du spise frokost sammen?

    Wil je samen lunchen?

    Vil du
    wil je
    spise
    eten
    frokost
    lunch
    sammen
    samen
    Uitgebreide uitleg

    Vil du opent de vraag en betekent hier “wil je”. vil is de tegenwoordige vorm van ville; in deze combinatie drukt het een wens of uitnodiging uit, niet een stellige voorspelling over de toekomst. du is de vorm voor één aangesprokene. In deze ja-neevraag staat de persoonsvorm vil vóór het onderwerp du; vil verandert hier niet met persoon of aantal. Voorbeeld: Vil du komme? — “Wil je komen?” spise betekent hier “eten”. In combinatie met frokost gaat het om de handeling van lunchen. Na vil staat het werkwoord in de infinitief, zonder at: Vil du spise? — “Wil je eten?” De infinitief spise kan ook met andere werkwoorden worden gebruikt, bijvoorbeeld Jeg vil spise — “Ik wil eten.” frokost is het zelfstandig naamwoord voor “lunch”. In deze zin benoemt het de maaltijd; er staat geen zichtbaar bepaald lidwoord bij. Een bruikbaar voorbeeld is Vi spiser frokost — “We lunchen.” sammen is een bijwoord en betekent “samen”: de handeling gebeurt gezamenlijk. In spise frokost sammen voegt het toe dat de betrokkenen samen lunchen; sammen zelf heeft geen persoons- of meervoudsvorm. Samen vormen de delen de vraag Vil du spise frokost sammen?: “Wil je samen lunchen?” vil met een infinitief formuleert hier een uitnodiging of voorstel, frokost benoemt de maaltijd en sammen voegt het gezamenlijke karakter toe. De formulering is alledaags en geschikt voor een gewone uitnodiging.

  2. Det lyder godt. Hvor skal vi gå hen?

    Dat klinkt leuk. Waar zullen we naartoe gaan?

    Det
    dat
    lyder
    klinkt
    godt
    goed; leuk
    Hvor
    waar
    skal vi
    zullen we
    gå hen
    ergens naartoe gaan
    Uitgebreide uitleg

    Det is een onzijdig enkelvoudig voornaamwoord. In Det lyder godt verwijst het hier naar de situatie of het voorstel als geheel; de precieze referent is niet een afzonderlijk genoemd zelfstandig naamwoord. Het kan ook als formeel onderwerp in andere zinnen voorkomen, maar hier draagt het de betekenis van “dat/het”. lyder betekent hier “klinkt” en is de tegenwoordige tijd van lyde (“klinken”). De vorm lyder hoort bij de derde persoon enkelvoud; het onderwerp is det. Voorbeeld: Det lyder interessant. — “Dat klinkt interessant.” godt is hier de onzijdige enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord god (“goed”). Na det krijgt het in deze constructie de vorm godt; samen met lyder beschrijft het hoe iets klinkt. De vaste combinatie det lyder godt kan afhankelijk van de situatie zowel “dat klinkt goed” als “dat klinkt leuk” betekenen. Voorbeeld: Det lyder ikke godt. — “Dat klinkt niet goed.” Hvor is het vraagwoord “waar”. Het vraagt naar een plaats of bestemming, niet naar een persoon; vergelijk hvem (“wie”) als je naar een persoon vraagt. skal vi bestaat uit skal, de tegenwoordige tijd van skulle, en vi, “wij/we”. Skal drukt hier een voorstel of geplande keuze uit: “zullen”. Vi is de eerste persoon meervoud. In een vraag staat het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp: Hvor skal vi ...? — “Waar zullen we ...?” gå hen betekent “ergens naartoe gaan”. Gå is de infinitief van gå (“gaan/lopen”); hen voegt een richting naar een plaats toe. Na het modale skal staat de infinitief: skal ... gå. Voorbeeld: Vi skal gå hen til stationen. — “We zullen naar het station gaan.” De hele vraag is opgebouwd als Hvor + skal + vi + gå hen: “Waar zullen we naartoe gaan?” De eerste zin, Det lyder godt, geeft vervolgens de betekenis “Dat klinkt leuk/goed” weer.

  3. Måske den lille restaurant her i nærheden.

    Misschien het kleine restaurant hier in de buurt.

    Måske
    misschien
    den
    het/de
    lille
    kleine
    restaurant
    restaurant
    her i nærheden
    hier in de buurt
    Uitgebreide uitleg

    Måske betekent hier “misschien” en drukt onzekerheid uit over de suggestie. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Måske kommer hun i morgen. — “Misschien komt zij morgen.” den staat hier vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht en maakt de naamwoordgroep bepaald: “het/de”. In deze zin is het een lidwoord bij restaurant, niet een zelfstandig verwijzend voornaamwoord. De keuze voor den hangt dus samen met de bepaaldheid en het grammaticale geslacht van restaurant, niet alleen met het feit dat er één restaurant wordt genoemd. lille betekent hier “kleine”. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord in den lille restaurant. De basisvorm is lille; een nuttige vergelijkingsreeks is lille — mindre — mindst (“klein” — “kleiner” — “kleinst”). Voorbeeld: Vi fandt en lille café. — “We vonden een klein café.” restaurant is een zelfstandig naamwoord voor een restaurant. De onbepaalde combinatie is en restaurant; de bepaalde vorm zonder voorafgaand den is restauranten. Na den staat echter de onbepaalde vorm restaurant: in den lille restaurant drukt den de bepaaldheid uit, terwijl het zelfstandig naamwoord geen bepaalde uitgang krijgt. her i nærheden betekent als geheel “hier in de buurt”. her verwijst naar de plaats die als nabij wordt opgevat, i betekent “in”, en nærheden betekent “de nabijheid” of “de buurt”. Voorbeeld: Der er en butik her i nærheden. — “Er is hier in de buurt een winkel.” Samen vormt den lille restaurant de bepaalde naamwoordgroep “het kleine restaurant”. her i nærheden lokaliseert dat restaurant als dichtbij. Met Måske ervoor ontstaat de voorzichtige suggestie: “Misschien het kleine restaurant hier in de buurt.” In de gegeven context functioneert deze korte uiting als een voorstel over waar men naartoe kan gaan; de zin noemt geen expliciete persoonsvorm.

  4. Lad os gå derhen, hvis der ikke er travlt.

    Laten we daarheen gaan als het niet druk is.

    Lad os
    laten we
    gå
    gaan
    derhen
    daarheen
    hvis
    als
    der
    formeel onderwerp
    ikke
    niet
    er
    is
    travlt
    druk
    Uitgebreide uitleg

    Lad os is een vaste manier om een voorstel in de eerste persoon meervoud te doen: “laten we …”. Het is opgebouwd uit de gebiedende wijs lad van lade (“laten”) en os (“ons”). Bijvoorbeeld: Lad os spise. — “Laten we eten.” Het volgende werkwoord blijft in de infinitief. gå betekent hier “gaan” en staat na Lad os in de infinitief. De tegenwoordige tijd van hetzelfde werkwoord is går: Vi går nu. — “We gaan nu.” derhen betekent “daarheen”: het geeft een richting naar een eerder aangewezen of bekende plaats aan. Het is dus niet hetzelfde als der in de voorwaardelijke bijzin hieronder. Bijvoorbeeld: Vi går derhen. — “We gaan daarheen.” hvis betekent “als” en leidt hier een voorwaarde in. De hoofdzin komt eerst; de voorwaarde volgt daarna. Bijvoorbeeld: Jeg kommer, hvis jeg har tid. — “Ik kom als ik tijd heb.” der in der ikke er travlt is hier geen plaatsaanduiding met de betekenis “daar”. Het is een formeel onderwerp in de Deense onpersoonlijke uitdrukking der er …, die in het Nederlands in deze betekenis met “het is …” wordt weergegeven. De concrete plaats waarnaar derhen verwijst, wordt door der hier dus niet benoemd. ikke betekent “niet” en maakt de uitdrukking negatief. In der ikke er … staat het vóór het vervoegde werkwoord er. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). In de constructie der er … betekent het samen met wat volgt dat iets in een bepaalde toestand is. Dezelfde vorm er wordt gebruikt bij verschillende personen: jeg er — “ik ben” en de er — “zij zijn”. travlt betekent hier “druk” in de onpersoonlijke uitdrukking der er travlt: er is veel bedrijvigheid of het is druk. Het is de onzijdige enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord travl, zoals die in deze onpersoonlijke constructie wordt gebruikt; het betekent hier niet dat een specifiek genoemd persoon druk bezig is. Vergelijk: Der er travlt i dag. — “Het is vandaag druk.” Samen betekent Lad os gå derhen “Laten we daarheen gaan”. hvis der ikke er travlt voegt de voorwaarde “als het niet druk is” toe. De volledige betekenis is: “Laten we daarheen gaan als het niet druk is.”

  5. Skal vi mødes ved hoveddøren?

    Zullen we bij de voordeur afspreken?

    Skal vi
    zullen we
    mødes
    afspreken
    ved
    bij
    hoveddøren
    de voordeur
    Uitgebreide uitleg

    Skal vi vormt hier een voorstel in vraagvorm: “zullen we …?” skal is de tegenwoordige vorm van skulle en drukt in deze combinatie een voorgenomen handeling of voorstel uit. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief. vi betekent “we” en is de vorm voor de spreker samen met één of meer anderen. mødes betekent hier “elkaar ontmoeten” of “afspreken”. Het is de infinitief die na skal staat. De uitgang -s in mødes hoort bij de vorm van het werkwoord møde; in deze betekenis geeft die aan dat de betrokken personen elkaar ontmoeten. Vergelijk bijvoorbeeld: Vi mødes klokken otte. — “We spreken om acht uur af.” ved is een voorzetsel voor een plaats in de buurt van of bij iets. In deze zin leidt het de plaats aan waar de afspraak plaatsvindt: “bij …”. hoveddøren betekent “de voordeur”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van hoveddør: en hoveddør — “een voordeur”, hoveddøren — “de voordeur”. Het zelfstandig naamwoord is grammaticaal een gemeenschappelijk geslacht-woord; de bepaaldheidsuitgang is hier -en. Samen vormen de delen Skal vi mødes + ved hoveddøren de vraag “Zullen we bij de voordeur afspreken?” De vraag stelt dus een gezamenlijk plan voor en noemt de voordeur als ontmoetingsplaats.

  6. Jeg venter, hvor du kan se mig.

    Ik wacht waar je me kunt zien.

    Jeg
    ik
    venter
    wacht
    hvor
    waar
    du
    je
    kan
    kunt
    se
    zien
    mig
    me
    Uitgebreide uitleg

    Jeg is de onderwerpsvorm voor “ik”. De bijbehorende objectsvorm is mig, zoals aan het einde van deze zin: Jeg ser dig = “Ik zie je”, maar Du ser mig = “Je ziet mij”. venter is de tegenwoordige tijd van vente (“wachten”): jeg venter = “ik wacht”. De vorm geeft hier een handeling in het heden weer. Voorbeeld: Hun venter på bussen. = “Zij wacht op de bus.” hvor betekent hier “waar” en leidt de plaatsbepalende bijzin in. Het verwijst in deze zin naar de plaats waar de spreker wacht; de vaste vertaling maakt duidelijk dat die plaats zo bedoeld is dat de aangesprokene de spreker kan zien. Voorbeeld: Jeg bliver, hvor du kan finde mig. = “Ik blijf waar je me kunt vinden.” du is de onderwerpsvorm voor “je/jij”. De vorm blijft hier dezelfde ongeacht de werkwoordstijd; als object staat bijvoorbeeld dig: Jeg ser dig. = “Ik zie je.” kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”). In du kan se drukt het uit dat je de mogelijkheid of het vermogen hebt om te zien. Na kan staat se in de infinitief, zonder een extra infinitiefmarkeerder. Voorbeeld: Du kan høre mig. = “Je kunt me horen.” se betekent “zien”. Het is hier de infinitief na het modale werkwoord kan; de combinatie kan se betekent dus “kan zien”. Een zelfstandige tegenwoordige-tijdsvorm is ser: Jeg ser dig. = “Ik zie je.” mig is de objectsvorm voor “mij/me” en verwijst hier, volgens de vaste vertaling, naar de spreker. In kan se mig is de spreker degene die gezien wordt, niet degene die kijkt. Samen vormt Jeg venter de hoofdzin “Ik wacht”. hvor du kan se mig voegt de plaats toe: “waar je me kunt zien”. De volledige zin betekent daarom: “Ik wacht waar je me kunt zien.”

  7. Så kommer jeg og finder dig.

    Dan kom ik je zoeken.

    Så
    dan
    kommer
    komen
    jeg
    ik
    finder
    vinden
    dig
    jou
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan” en plaatst de handeling na wat eerder is genoemd. Het is een bijwoord; het is niet hetzelfde als het voegwoord så in elke andere mogelijke functie. kommer is de tegenwoordige vorm van komme (“komen”). In deze zin verwijst de vorm, samen met de rest van de zin, naar wat de spreker daarna zal doen. De combinatie komme og + werkwoord kan een komst verbinden met een volgende handeling: Jeg kommer og hjælper dig. = “Ik kom je helpen.” jeg is de eerste persoon enkelvoud: “ik”. De volgorde Så kommer jeg is kenmerkend voor een hoofdzin die met een bijwoord begint: na Så staat het werkwoord vóór het onderwerp. De betekenis blijft “dan kom ik”, niet “dan komt ik”. finder is de tegenwoordige vorm van finde (“vinden”). In de vaste zin krijgt finder dig, binnen kommer ... og finder dig, de door de vertaling vastgelegde betekenis “je zoeken”. Het onderwerp van finder blijft jeg; het wordt niet opnieuw uitgesproken. De vorm finder kan in andere contexten ook letterlijk “vindt” betekenen, bijvoorbeeld Jeg finder nøglen. = “Ik vind de sleutel.” dig is de objectsvorm van de tweede persoon enkelvoud: “jou” of “je”. De bijbehorende onderwerpsvorm is du (“jij/je”): Du ser mig. = “Jij ziet mij.” In deze zin is dig degene naar wie de handeling van finder gericht is; de precieze persoon wordt door de vaste vertaling als “je” aangewezen. Samen vormen kommer en finder met het voegwoord og de reeks kommer ... og finder: “kom ... en zoek”. Met Så vooraan wordt de hele zin Så kommer jeg og finder dig.: “Dan kom ik je zoeken.” De volgende context maakt duidelijk dat dit een volgende stap na dit moment is; de zin zelf noemt geen extra aantal personen of een gegarandeerde uitkomst van het zoeken.

  8. Bagefter kan vi bede om et bord.

    Daarna kunnen we om een tafel vragen.

    Bagefter
    daarna
    kan vi
    kunnen we
    bede om
    vragen om
    bord
    tafel
    Uitgebreide uitleg

    Bagefter betekent hier ‘daarna’ en is een bijwoord van tijd. Het verwijst naar een moment na iets dat al genoemd of begrepen is. Voorbeeld: Vi spiser bagefter. — ‘We eten daarna.’ kan vi vormt een korte vraag- of mededelingsbouwsteen: kan is de tegenwoordige vorm van kunne (‘kunnen’), en vi betekent ‘we/wij’. Kan drukt hier mogelijkheid of gelegenheid uit. Na een modaal werkwoord zoals kan staat het volgende werkwoord in het infinitief zonder at: vi kan bede — ‘we kunnen vragen’. bede om betekent ‘vragen om’ of ‘verzoeken om’. Het werkwoord bede staat hier in de infinitief, omdat het volgt op kan. De combinatie bede om + iets geeft aan wat iemand vraagt. Voorbeeld: Jeg vil bede om hjælp. — ‘Ik wil om hulp vragen.’ bord betekent ‘tafel’. In deze zin staat het in de onbepaalde vorm na et: et bord, ‘een tafel’. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig; de bepaalde vorm is bordet (‘de tafel’), en een meervoudsvorm is borde (‘tafels’). Het woord et markeert hier de onbepaaldheid; het zegt op zichzelf niet hoeveel tafels er in de situatie zijn. Samen vormt de zin Bagefter kan vi bede om et bord: ‘Daarna kunnen we om een tafel vragen.’ De tijdsbepaling staat voorop, gevolgd door de mogelijkheid (kan), het onderwerp (vi) en de handeling (bede om et bord).

Grammatica

Lad os + infinitiv

Lad os spise frokost sammen.

lè os spee-se froo-kosd sam-en

Laten we samen lunchen.

‘Lad os’ drukt een voorstel uit en wordt gevolgd door het werkwoord in de infinitief.

Deens woordenschat

den bepaler
den de

Måske den lille restaurant her i nærheden.

Det voornaamwoord
de dat

Det lyder godt.

du voornaamwoord
doe jij/je

Vil du spise frokost sammen?

frokost zelfstandig naamwoord
froo-kosd lunch
Geslacht
common

Vil du spise frokost sammen?

godt bijvoeglijk naamwoord
goh goed/fijn

Det lyder godt.

gå hen uitdrukking
goo hen gaan

Hvor skal vi gå hen?

Hvor bijwoord
voa waar

Hvor skal vi gå hen?

lille bijvoeglijk naamwoord
le-luh kleine

Måske den lille restaurant her i nærheden.

lyder werkwoord
luu-a klinkt

Det lyder godt.

Måske bijwoord
moos-guh misschien

Måske den lille restaurant her i nærheden.

sammen bijwoord
sam-uh samen

Vil du spise frokost sammen?

spise werkwoord
spee-se eten

Vil du spise frokost sammen?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wil je samen lunchen?

Antwoord tonenVil du spise frokost sammen?

Zullen we bij de voordeur afspreken?

Antwoord tonenSkal vi mødes ved hoveddøren?

Dan kom ik je zoeken.

Antwoord tonenSå kommer jeg og finder dig.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

samen

Antwoord tonensammen

eten

Antwoord tonenspise

goed/fijn

Antwoord tonengodt

waar

Antwoord tonenHvor