Wat meenemen voor een uitstapje | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: Before a shared outing, two friends decide to bring a blanket, drinks, and cups, then confirm the items fit in a bag..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Wat meenemen voor een uitstapje oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvad skal jeg tage med?

vath sgèèl jaj tèè meeth? Wat moet ik meenemen?
B

Tag et lille tæppe med, tak.

tèè eth liluh tèbuh meeth, teg. Neem alsjeblieft een kleine deken mee.
A

Har vi også brug for noget at drikke?

haa vie oo-soo broe foa noo-uh eth dreguh? Hebben we ook iets te drinken nodig?
B

Det ville være rart med en kold drink.

de vèlluh vèè-uh raadh meeth èn kol drèng. Een koud drankje zou fijn zijn.
A

Jeg kan tage nogle kopper med.

jaj kèn tèè noo-luh kob-uh meeth. Ik kan wat bekers meenemen.
B

Det ville hjælpe, tak. Vi kan dele dem.

de vèlluh jèlbuh, teg. vie kèn dee-luh dem. Dat zou helpen, bedankt. We kunnen ze delen.
A

De kan være i min taske.

die kèn vèè-uh ie mien tès-guh. Ze passen in mijn tas.
B

Så er vi klar.

soo èa vie klaa. Dan zijn we klaar.

Woord voor woord

Hvad In „Hvad skal jeg tage med?“ vraagt „Hvad“ naar het voorwerp of de zaak die iemand moet meenemen: „wat“. Het staat aan het begin van de vraag en is bruikbaar wanneer je wilt weten welk ding iemand bedoelt.
skal In „Hvad skal jeg tage med?“ geeft „skal“ aan wat iemand volgens de situatie moet meenemen. Het staat vóór „jeg“ en wordt gevolgd door „tage“; je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je samen plannen maakt.
jeg In „Hvad skal jeg tage med?“ verwijst „jeg“ naar de persoon die spreekt: „ik“. Het is hier de persoon die iets moet meenemen; dezelfde vorm staat in „Jeg kan tage nogle kopper med.“ wanneer de spreker iets aanbiedt.
tage In „Hvad skal jeg tage med?“ betekent „tage“ „nemen“ binnen de combinatie „tage med“: meenemen. Het staat na „skal“ en vormt samen met „med“ de handeling; je gebruikt deze combinatie wanneer je bespreekt wat je bij je moet hebben.
med In „tage med“ voegt „med“ de betekenis „mee“ toe, zodat de combinatie „tage med“ „meenemen“ betekent. Het staat achter „tage“; je gebruikt deze combinatie bij het bespreken van spullen voor een uitstapje.
Tag In „Tag et lille tæppe med, tak.“ is „Tag“ een rechtstreeks verzoek om iets mee te nemen: „neem mee“. Het staat aan het begin van de instructie en wordt gevolgd door het voorwerp en „med“; samen met „tak“ klinkt het verzoek beleefd.
et In „et lille tæppe“ is „et“ het onbepaalde lidwoord „een“ vóór „tæppe“. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord „lille“ en het zelfstandig naamwoord; je gebruikt het om één niet nader bepaald voorwerp te noemen.
lille In „et lille tæppe“ beschrijft „lille“ het formaat van de deken: „klein“. Het staat vóór „tæppe“ en volgt het lidwoord „et“; je gebruikt het om een voorwerp nader te beschrijven.
tæppe In „et lille tæppe“ betekent „tæppe“ „deken“. Het is het voorwerp dat de ander moet meenemen; je gebruikt „tæppe“ wanneer je tijdens een uitstapje over een deken praat.
tak In „Tag et lille tæppe med, tak.“ is „tak“ een beleefde toevoeging met de betekenis „alsjeblieft“ bij het verzoek. Het staat aan het einde van de zin; je kunt het ook gebruiken om iemand te bedanken.
Har In „Har vi også brug for noget at drikke?“ is „Har“ de vorm voor „hebben“ in deze vraag. De vraag controleert of drinken nodig is; „Har“ staat vóór „vi“, zoals bij deze vraagvolgorde wanneer je voorraden controleert.
vi In „Har vi også brug for noget at drikke?“ en „Vi kan dele dem.“ verwijst „vi“ naar de spreker en de andere persoon samen: „we“. Het is het onderwerp van beide zinnen; je gebruikt het wanneer je over een gezamenlijke activiteit of behoefte praat.
også In „Har vi også brug for noget at drikke?“ voegt „også“ de betekenis „ook“ of „eveneens“ toe. Het maakt duidelijk dat drinken naast andere spullen wordt overwogen; je gebruikt het wanneer je nog een extra punt aan een plan toevoegt.
brug In „Har vi også brug for noget at drikke?“ maakt „brug“ samen met „for“ deel uit van de uitdrukking „brug for“, die „behoefte hebben aan“ betekent. Het gevraagde of benodigde komt daarna, hier „noget at drikke“; je gebruikt deze uitdrukking wanneer je controleert of iets nodig is.
for In „brug for“ hoort „for“ bij de vaste uitdrukking voor „behoefte hebben aan“. Het verbindt „brug“ met datgene wat nodig is, hier „noget at drikke“; je gebruikt de volledige uitdrukking om naar een behoefte te vragen.
noget In „noget at drikke“ betekent „noget“ „iets“: een niet nader bepaald ding. Het wordt gevolgd door „at drikke“, dat aangeeft om welk soort ding het gaat; je gebruikt deze combinatie wanneer je naar iets te drinken verwijst zonder het precies te benoemen.
at In „noget at drikke“ markeert „at“ de vorm „drikke“ als een infinitief, vergelijkbaar met „te“ in „te drinken“. Het staat direct vóór „drikke“; je gebruikt deze vorm in de combinatie voor iets dat bedoeld is om te drinken.
drikke In „noget at drikke“ betekent „drikke“ „drinken“. Met „at“ vormt het de uitdrukking „at drikke“, die hier beschrijft waarvoor iets bedoeld is; je gebruikt dit wanneer je naar drinken of iets om te drinken verwijst.
Det In „Det ville være rart med en kold drink.“ is „Det“ het formele onderwerp van de beoordeling „het zou prettig zijn“. Het verwijst niet naar één afzonderlijk woord, maar opent de zin waarin een koude drank als prettig wordt voorgesteld; je gebruikt deze vorm om op een voorstel te reageren.
ville In „Det ville være rart med en kold drink.“ drukt „ville“ uit dat iets prettig zou zijn: „zou“. Het staat vóór „være“ en maakt de beoordeling voorzichtig of voorstelmatig; je gebruikt het bijvoorbeeld om een gewenste optie vriendelijk te beoordelen.
være In „Det ville være rart med en kold drink.“ betekent „være“ „zijn“. Het staat na „ville“ en vóór „rart“ om te zeggen hoe de voorgestelde drank zou zijn; je gebruikt deze combinatie om een beoordeling te formuleren.
rart In „Det ville være rart med en kold drink.“ beschrijft „rart“ de voorgestelde drank als prettig of fijn. Het staat na „være“ en geeft een positieve beoordeling; je gebruikt het wanneer je wilt zeggen dat een optie aangenaam zou zijn.
en In „en kold drink“ is „en“ het onbepaalde lidwoord „een“ vóór „drink“. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord „kold“ en het zelfstandig naamwoord; je gebruikt het om één niet nader bepaalde drank te noemen.
kold In „en kold drink“ betekent „kold“ „koud“ en beschrijft het de temperatuur van de drank. Het staat vóór „drink“; je gebruikt het om een drank nader te omschrijven.
drink In „en kold drink“ betekent „drink“ „drankje“ of „drank“. Het staat na „kold“ en wordt voorafgegaan door „en“; je gebruikt het wanneer je tijdens een plan over een drank praat.
kan In „Jeg kan tage nogle kopper med.“ geeft „kan“ aan dat de spreker in staat is of bereid is om bekers mee te nemen: „kan“. Het staat na „Jeg“ en vóór „tage“; je gebruikt het om hulp of een mogelijkheid aan te bieden.
nogle In „nogle kopper“ betekent „nogle“ „enkele“ of „wat“ en laat het de precieze hoeveelheid open. Het staat vóór „kopper“; je gebruikt het wanneer je meerdere voorwerpen noemt zonder een exact aantal te geven.
kopper In „Jeg kan tage nogle kopper med.“ betekent „kopper“ „bekers“. Het verwijst naar de spullen die de spreker wil meenemen en staat na „nogle“; je gebruikt het wanneer je tafelgerei voor een gezamenlijke activiteit bespreekt.
hjælpe In „Det ville hjælpe, tak.“ betekent „hjælpe“ „helpen“ en zegt het dat de voorgestelde hulp nuttig zou zijn. Het staat na „ville“; je gebruikt deze uitdrukking om een aangeboden oplossing of bijdrage te waarderen.
dele In „Vi kan dele dem.“ betekent „dele“ „delen“ of „samen gebruiken“. Het staat na „kan“ en krijgt „dem“ als datgene wat gedeeld wordt; je gebruikt het wanneer meerdere mensen dezelfde spullen gebruiken.
dem In „Vi kan dele dem.“ verwijst „dem“ naar de eerder genoemde bekers en betekent het „ze“ als voorwerp van „dele“. Het staat na het werkwoord; je gebruikt deze vorm wanneer een handeling gericht is op al genoemde meervoudige voorwerpen.
De In „De kan være i min taske.“ verwijst „De“ naar de eerder genoemde bekers en betekent het „ze“ als onderwerp. Het staat aan het begin van de zin en bepaalt waarover „kan være“ gaat; je gebruikt het om eerder genoemde voorwerpen opnieuw als onderwerp te noemen.
i In „i min taske“ betekent „i“ „in“ en geeft het de plaats aan waar de bekers kunnen zijn. Het staat vóór „min taske“; je gebruikt het om de locatie van een voorwerp te beschrijven.
min In „min taske“ betekent „min“ „mijn“ en geeft het aan dat de tas van de spreker is. Het staat vóór „taske“; je gebruikt het om bezit of verbondenheid met een voorwerp aan te geven.
taske In „min taske“ betekent „taske“ „tas“. De tas is hier de plaats waarin de bekers kunnen passen; je gebruikt het woord wanneer je over de tas voor het meenemen van spullen praat.
In „Så er vi klar.“ betekent „Så“ „dan“ en verbindt het afronden van de voorbereiding met het gevolg dat iedereen klaar is. Het staat aan het begin van de zin; je gebruikt het om een conclusie of volgende stap uit een eerdere situatie te trekken.
er In „Så er vi klar.“ beschrijft „er“ de toestand van de spreker en de ander: ze zijn klaar. Het staat na „Så“ en vóór „klar“; je gebruikt deze vorm om te zeggen in welke toestand iemand of een groep verkeert.
klar In „Så er vi klar.“ betekent „klar“ „klaar“ en beschrijft het dat de voorbereidingen voltooid zijn. Het staat na „er“ en vormt daarmee de beschrijving van de gezamenlijke toestand; je gebruikt het wanneer alles voor een activiteit geregeld is.

Grammatica

noget at + infinitiv

noget at drikke

noo-uh eth dreguh

iets om te drinken

Na noget staat at met de infinitief: ‘iets om te drinken’.

have brug for + iets

har brug for noget at drikke

haa broe foa noo-uh eth dreguh

heb iets nodig om te drinken

Brug for betekent ‘nodig hebben’ en wordt gebruikt met har: ‘heeft iets nodig’.

Deens woordenschat

brug for uitdrukking
broe foa nodig hebben
drikke werkwoord
dreguh drinken
drink zelfstandig naamwoord
drèng drankje
Geslacht
common
har werkwoord
haa hebben
hvad voornaamwoord
vath wat
kold bijvoeglijk naamwoord
kol koud
lille bijvoeglijk naamwoord
liluh klein
noget at drikke uitdrukking
noo-uh eth dreguh iets te drinken
også bijwoord
oo-soo ook
tag werkwoord
tèè neem mee
tage med uitdrukking
tèè meeth meenemen
tæppe zelfstandig naamwoord
tèbuh deken
Geslacht
neuter

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat moet ik meenemen?

Antwoord tonenHvad skal jeg tage med?

Neem alsjeblieft een kleine deken mee.

Antwoord tonenTag et lille tæppe med, tak.

Ik kan wat bekers meenemen.

Antwoord tonenJeg kan tage nogle kopper med.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wat

Antwoord tonenhvad

deken

Antwoord tonentæppe

ook

Antwoord tonenogså

klein

Antwoord tonenlille