Een portemonnee en sleutels vinden | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In daily life, two adults look through a backpack to find a wallet and keys before one person leaves..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een portemonnee en sleutels vinden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg kan ikke finde min pung.

Jai ken eeguh fee-nuh men pong. Ik kan mijn portemonnee niet vinden.
B

Har du kigget i din rygsæk?

Haa doe kee-guhd ie den ruu-sek gekeken? Heb je in je rugzak gekeken?
A

Jeg har allerede tjekket den forreste lomme.

Jai haa allee-ree-duh tjee-guhd den vooruhstuh lomuh. Ik heb het voorvak al gecontroleerd.
B

Prøv den lille lomme ved lynlåsen.

Preuv den leeluh lomuh wee luun-loosun. Probeer het kleine vakje bij de rits.
A

Jeg fandt den der.

Jai fent den deer. Ik heb hem daar gevonden.
B

Luk lynlåsen, før du går.

Loek luun-loosun, feur doe koor. Doe de rits dicht voordat je gaat.
A

Jeg skal stadig bruge mine nøgler.

Jai skal stee-ie broe-uh men neur-luh. Ik heb mijn sleutels nog nodig.
B

De er i sidelommen.

Die e-uh ie sie-uh-lomun. Ze zitten in het zijvak.

Uitleg van de zinnen

  1. Jeg kan ikke finde min pung.

    Ik kan mijn portemonnee niet vinden.

    Jeg kan
    ik kan
    ikke
    niet
    finde
    vinden
    min
    mijn
    pung
    portemonnee
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan betekent hier “ik kan”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud (“ik”); kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) en blijft in het Deens hetzelfde bij verschillende personen. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief: Jeg kan svømme betekent “Ik kan zwemmen”. ikke is de gewone Deense ontkenning “niet”. In deze zin staat het vóór het zelfstandige werkwoord finde, waardoor het kunnen vinden wordt ontkend. finde betekent hier “vinden”. Het is de infinitief van finde en volgt op kan; samen vormen kan finde de betekenis “kan vinden”. Zonder het modale werkwoord kan dezelfde infinitief bijvoorbeeld voorkomen in at finde — “vinden”. min betekent hier “mijn”. Dit is de bezittelijke vorm bij één zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijk geslacht, zoals pung. Bij een onzijdig enkelvoud staat mit, en bij meervoud mine, bijvoorbeeld mine bøger — “mijn boeken”. pung betekent “portemonnee”. Het is een zelfstandig naamwoord; het bepaalde enkelvoud is pungen (“de portemonnee”) en het meervoud is punge (“portemonnees”). Samen vormen Jeg kan ikke finde min pung de zin “Ik kan mijn portemonnee niet vinden”: de spreker zegt dat hij of zij er niet in slaagt de eigen portemonnee te vinden. De volgorde is onderwerp + modaal werkwoord + ontkenning + infinitief + bezittelijke bepaling + zelfstandig naamwoord.

  2. Har du kigget i din rygsæk?

    Heb je in je rugzak gekeken?

    Har du
    heb je
    kigget
    gekeken
    i
    in
    din
    je
    rygsæk
    rugzak
    Uitgebreide uitleg

    Har du staat hier aan het begin van een ja-neevraag. har is de tegenwoordige vorm van have; die vorm blijft in het Deens gelijk bij verschillende personen en aantallen. du betekent ‘jij/je’. Samen met het volgende voltooid deelwoord vormt har hier de voltooide tijd. In een gewone mededelende zin staat het onderwerp vóór har, maar in deze vraag staat de persoonsvorm ervoor: Du har kigget ...? wordt Har du kigget ...?. kigget is het voltooid deelwoord van kigge, ‘kijken’. In de vaste uiting betekent har kigget dat het kijken al heeft plaatsgevonden of tot nu toe heeft plaatsgevonden. Voorbeeld: Jeg har kigget i skuffen. — ‘Ik heb in de lade gekeken.’ i is een voorzetsel met de betekenis ‘in’. Hier geeft het de ruimte aan waarin gekeken is. Voorbeeld: Bogen ligger i tasken. — ‘Het boek ligt in de tas.’ din betekent ‘je/jouw’ en markeert de aangesprokene als bezitter. De vorm hangt samen met het getal en het grammaticale geslacht van het bezeten zelfstandig naamwoord: din bij een enkelvoudig en-woord, dit bij een enkelvoudig et-woord en dine bij meervoud. In deze zin staat din bij rygsæk, een enkelvoudig en-woord. rygsæk betekent ‘rugzak’. Het is een zelfstandig naamwoord; de bepaalde vorm is rygsækken, ‘de rugzak’. Voorbeeld: Min rygsæk er tung. — ‘Mijn rugzak is zwaar.’ Samen vormen i din rygsæk de plaatsbepaling ‘in je rugzak’. De vraag Har du kigget i din rygsæk? betekent daardoor: ‘Heb je in je rugzak gekeken?’ De voltooide tijd vraagt of die handeling al is uitgevoerd; de vraag zegt niet wat er eventueel gevonden is.

  3. Jeg har allerede tjekket den forreste lomme.

    Ik heb het voorvak al gecontroleerd.

    Jeg har
    ik heb
    allerede
    al
    tjekket
    gecontroleerd
    den
    het
    forreste
    voorste
    lomme
    vak
    Uitgebreide uitleg

    Jeg har vormt hier samen met het volgende voltooid deelwoord de Deense perfectumconstructie: jeg is “ik” en har is de tegenwoordige vorm van have (“hebben”). Het is dus niet op zichzelf de volledige betekenis “ik heb gecontroleerd”; het hoofdwerkwoord volgt daarna. allerede betekent “al” of “reeds” en staat hier vóór het voltooid deelwoord. Voorbeeld: Jeg har allerede spist. — “Ik heb al gegeten.” tjekket is het voltooid deelwoord van tjekke (“controleren; nakijken”). De vorm is gelijk voor de verschillende personen: jeg har tjekket, du har tjekket enzovoort. Na har geeft dit aan dat de controle heeft plaatsgevonden; de constructie kan ook een huidige relevantie van die eerdere handeling uitdrukken. den is hier geen zelfstandig voornaamwoord, maar een bepaald lidwoord/bepaler vóór een zelfstandig naamwoord met gemeenschappelijk geslacht: den forreste lomme. In deze vaste zin hoort de groep volgens de vertaling bij “het voorvak”; den draagt hier niet zelfstandig de betekenis “vak”. forreste betekent hier “voorste” of “meest vooraan gelegen”. Het is de attributieve bepaalde vorm bij forrest (“het meest vooraan”) en staat vóór het zelfstandig naamwoord in den forreste lomme. Deze vorm onderscheidt in deze positie geen geslacht of meervoud. Voorbeeld: den forreste række — “de voorste rij”. lomme betekent “vak” of “zakje”, afhankelijk van de context. Hier betekent het volgens de vertaling “vak”. Het is een zelfstandig naamwoord; een bepaalde vorm zonder voorafgaand bijvoeglijk naamwoord is lommen (“het vak/de zak”). Samen vormen den forreste lomme en tjekket de inhoud van de handeling: de spreker heeft het voorste vak gecontroleerd. De volledige zin Jeg har allerede tjekket den forreste lomme. betekent daarom: “Ik heb het voorvak al gecontroleerd.”

  4. Prøv den lille lomme ved lynlåsen.

    Probeer het kleine vakje bij de rits.

    Prøv
    probeer
    den
    de/het (bepaald lidwoord)
    lille
    kleine
    lomme
    zakje; vakje
    ved
    bij
    lynlåsen
    de rits
    Uitgebreide uitleg

    Prøv is de gebiedende wijs van prøve (“proberen”). De vorm spreekt de aangesprokene rechtstreeks aan; het onderwerp “jij” staat er niet apart bij. Bijvoorbeeld: Prøv igen. — “Probeer het opnieuw.” den staat hier vóór een enkelvoudig gemeenschappelijk zelfstandig naamwoord in een bepaalde woordgroep. Samen met lille lomme vormt het den lille lomme: “het kleine vakje”. In het Deens kan den ook als zelfstandig voornaamwoord (“die/dat”) worden gebruikt, maar hier bepaalt het het daaropvolgende zelfstandig naamwoord. lille betekent hier “klein(e)” en is de vorm bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; in een vergelijking krijg je bijvoorbeeld mindre (“kleiner”) en mindst (“kleinst”). De bepaalde woordgroep den lille lomme gebruikt dus den plus lille vóór het zelfstandig naamwoord. lomme betekent “vakje” of “zakje”; in deze zin gaat het volgens de vaste vertaling om een klein vakje. Het is een gemeenschappelijk-geslachtelijk zelfstandig naamwoord: en lomme is “een vakje” en de bepaalde vorm is lommen (“het vakje”). Voorbeeld: Jeg har en lomme. — “Ik heb een vakje.” ved betekent hier “bij”, in de betekenis van een plaats naast of aan iets. Het leidt de bepaling ved lynlåsen in: “bij de rits”. Voorbeeld: Tasken ligger ved døren. — “De tas ligt bij de deur.” lynlåsen betekent “de rits”. De basisvorm is lynlås (“rits”); lynlåsen bestaat uit die vorm met het bepaalde achtervoegsel -en. Het is dus niet ved dat bepaaldheid uitdrukt: de bepaaldheid zit in lynlåsen zelf. Samen vormen den lille lomme en ved lynlåsen de bedoelde naamwoordgroep: “het kleine vakje bij de rits”. Prøv geeft de opdracht om dat vakje te proberen of te gebruiken. De volledige betekenis is daarom: “Probeer het kleine vakje bij de rits.”

  5. Jeg fandt den der.

    Ik heb hem daar gevonden.

    Jeg
    ik
    fandt
    vond
    den
    hem
    der
    daar
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Het voornaamwoord blijft jeg; de werkwoordsvorm verandert wanneer de tijd verandert. fandt betekent hier “vond”. Het is de verleden tijd van finde (“vinden”): finde → fandt. Voorbeeld: Jeg fandt nøglen. — “Ik vond de sleutel.” den betekent hier “hem”, zoals de vaste vertaling aangeeft. In deze zin is het een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp. De Deense vorm den wordt gebruikt voor een enkelvoudig referent van het gemeenschappelijk geslacht; det is de overeenkomstige vorm voor onzijdig geslacht. In een andere constructie kan den ook vóór een zelfstandig naamwoord staan, zoals in den lille lomme — “het kleine vakje”; daar heeft het een andere functie dan het zelfstandige voornaamwoord in deze zin. der betekent hier “daar”. Het is een plaatsbijwoord. Het contrast her (“hier”) tegenover der (“daar”) is direct bruikbaar: Jeg fandt den her. — “Ik heb hem hier gevonden.” Samen vormen Jeg fandt den de betekenis “ik vond hem”, en der voegt de plaats “daar” toe. De volledige zin betekent: “Ik heb hem daar gevonden.” Het Deense fandt is een verleden tijd, terwijl de Nederlandse vertaling de voltooid tegenwoordige tijd heb gevonden gebruikt; in deze vaste vertaling blijft de bedoelde gebeurtenis dezelfde.

  6. Luk lynlåsen, før du går.

    Doe de rits dicht voordat je gaat.

    Luk
    doe dicht; sluit
    lynlåsen
    de rits
    før
    voordat
    går
    gaat
    Uitgebreide uitleg

    Luk is de gebiedende wijs van lukke (“sluiten”). De Deense gebiedende wijs heeft hier geen uitgesproken onderwerp nodig en de vorm zelf geeft niet aan of de aangesprokene één persoon of meerdere personen is. Voorbeeld: Luk døren. — “Doe de deur dicht.” lynlåsen betekent hier “de rits”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van lynlås: en lynlås = “een rits”, lynlåsen = “de rits”. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid; hij drukt niet op zichzelf een aantal uit. før leidt een tijdsbepaling in en betekent “voordat”. Het verbindt de hoofdhandeling met een gebeurtenis die daarna plaatsvindt. Patroon: før + zin, bijvoorbeeld før du spiser — “voordat je eet”. går is de tegenwoordige tijd van gå (“gaan/lopen”). Deze vorm blijft in de tegenwoordige tijd hetzelfde bij verschillende personen, bijvoorbeeld jeg går — “ik ga” en du går — “je gaat”. Hier is du het onderwerp van de bijzin, en betekent går in deze context “gaat”. Samen vormen Luk lynlåsen en før du går de betekenis: “Doe de rits dicht voordat je gaat.” De gebiedende wijs geeft de gevraagde handeling aan; før du går bepaalt dat die handeling vóór het vertrek van de aangesprokene moet gebeuren.

  7. Jeg skal stadig bruge mine nøgler.

    Ik heb mijn sleutels nog nodig.

    Jeg skal
    ik moet / ik zal
    stadig
    nog, nog steeds
    bruge
    gebruiken
    mine
    mijn
    nøgler
    sleutels
    Uitgebreide uitleg

    Jeg skal bevat jeg (“ik”) en skal, de tegenwoordige vorm van skulle. Skal kan op zichzelf een verplichting of verwachting uitdrukken, bijvoorbeeld in Jeg skal gå nu. — “Ik moet nu gaan.” In deze zin vormt het met het daaropvolgende bruge de veelgebruikte combinatie skal bruge: “nodig hebben” of, afhankelijk van de context, “zullen gebruiken”. Hier past door de vaste vertaling de betekenis “nodig hebben”. stadig betekent hier “nog” of “nog steeds”. Het geeft aan dat de behoefte blijft gelden. Een herbruikbaar voorbeeld is Jeg er stadig træt. — “Ik ben nog steeds moe.” bruge is de infinitief (“gebruiken”) en staat na het modale werkwoord skal. In de combinatie skal bruge krijgt het hier de betekenis “nodig hebben”. Het is dus niet een vervoegde vorm die speciaal bij jeg hoort; skal draagt de persoons- en tijdsinformatie, terwijl bruge de infinitief blijft. Voorbeeld: Vi skal bruge en stol. — “Wij hebben een stoel nodig.” mine is het bezittelijke woord “mijn” voor een meervoudig zelfstandig naamwoord. De vorm van dit woord onderscheidt enkelvoud en meervoud: min staat bij een enkelvoudig common-genderwoord, mit bij een enkelvoudig neuterwoord en mine bij het meervoud. Voorbeeld: mine bøger — “mijn boeken”. nøgler is het meervoud van nøgle, “sleutel”. In mine nøgler betekent het “mijn sleutels”; het meervoud zit in nøgler, niet in mine alleen. Voorbeeld: Jeg finder mine nøgler. — “Ik vind mijn sleutels.” Samen vormen Jeg skal bruge en mine nøgler de kern “ik heb mijn sleutels nodig”. Stadig voegt daaraan “nog” toe. De volledige betekenis is daarom: “Ik heb mijn sleutels nog nodig.”

  8. De er i sidelommen.

    Ze zitten in het zijvak.

    De
    ze
    er
    zijn / zich bevinden
    i
    in
    sidelommen
    het zijvak
    Uitgebreide uitleg

    De is hier het Deense persoonlijke voornaamwoord van de derde persoon meervoud als onderwerp. In deze zin verwijst het, volgens de vaste vertaling, naar "ze"; het zegt niet op zichzelf hoeveel of welke personen of voorwerpen dat zijn. Een bruikbaar contrast is jeg = "ik" tegenover de = "ze". er betekent hier dat de genoemde zaken zich ergens bevinden: "zijn / bevinden zich". Het is dus niet het Nederlandse onpersoonlijke "er". In een plaatsaanduiding staat in het Deens vaak de combinatie er + plaatsbepaling. Voorbeeld: Bøgerne er på bordet. — "De boeken liggen op tafel." i is het voorzetsel voor "in" en leidt hier de plaats aan. Het geeft aan dat de zaken zich binnen de genoemde ruimte bevinden. Voorbeeld: Nøglerne er i tasken. — "De sleutels zitten in de tas." sidelommen betekent "het zijvak". Het is een bepaald enkelvoud: lomme betekent "zak/vak" en sidelommen is de vorm met de bepaalde uitgang -en; side- specificeert welk soort vak het is. De vorm betekent dus niet zomaar "een zijvak". Voorbeeld: Telefonen er i sidelommen. — "De telefoon zit in het zijvak." Samen vormen De er i sidelommen de plaatsmededeling "Ze zitten in het zijvak": De noemt het onderwerp, er geeft de locatie aan, i introduceert de binnenruimte en sidelommen benoemt die bepaalde ruimte. De formulering beschrijft waar de genoemde zaken zich bevinden.

Grammatica

Bestemte substantiver: -en

lynlås → lynlåsen; sidelomme → sidelommen

Luun-loos naar luun-loosun; sie-uh-lomuh naar sie-uh-lomun.

rits → de rits; zijvak → het zijvak

In het Deens krijgt een enkelvoudig zelfstandig naamwoord vaak een bepaald achtervoegsel: -en voor gemeenschappelijke woorden.

Imperativ: verbumsstammen

Prøv! Luk!

Preuv! Loek!

Probeer! Sluit!

De gebiedende wijs gebruikt meestal de stam van het werkwoord, zonder persoonlijk voornaamwoord.

Deens woordenschat

allerede bijwoord
allee-ree-duh al

Jeg har allerede tjekket den forreste lomme.

finde werkwoord
fee-nuh vinden

Jeg kan ikke finde min pung.

forreste bijvoeglijk naamwoord
vooruhstuh voorste

Jeg har allerede tjekket den forreste lomme.

kigge werkwoord
kee-guh kijken kigget

Har du kigget i din rygsæk?

lille bijvoeglijk naamwoord
leeluh klein

Prøv den lille lomme ved lynlåsen.

lomme zelfstandig naamwoord
lomuh vak
Geslacht
common

Jeg har allerede tjekket den forreste lomme.

lynlås zelfstandig naamwoord
luun-loos rits lynlåsen
Geslacht
common

Prøv den lille lomme ved lynlåsen.

prøve werkwoord
preuvuh proberen Prøv

Prøv den lille lomme ved lynlåsen.

pung zelfstandig naamwoord
pong portemonnee
Geslacht
common

Jeg kan ikke finde min pung.

rygsæk zelfstandig naamwoord
ruu-sek rugzak
Geslacht
common

Har du kigget i din rygsæk?

tjekke werkwoord
tjee-guh controleren tjekket

Jeg har allerede tjekket den forreste lomme.

ved voorzetsel
wee bij

Prøv den lille lomme ved lynlåsen.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik kan mijn portemonnee niet vinden.

Antwoord tonenJeg kan ikke finde min pung.

Heb je in je rugzak gekeken?

Antwoord tonenHar du kigget i din rygsæk?

Probeer het kleine vakje bij de rits.

Antwoord tonenPrøv den lille lomme ved lynlåsen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

proberen

Antwoord tonenPrøv

vak

Antwoord tonenlomme

portemonnee

Antwoord tonenpung

controleren

Antwoord tonentjekket