Een telefoonoplader lenen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In daily life, one adult borrows a phone charger and cable from another person's bag and agrees to return everything..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Een telefoonoplader lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Må jeg låne din telefonoplader?

Moh jai loone dien tefoo-no-plee-dhuh? Mag ik je telefoonoplader lenen?
B

Den ligger i inderlommen på min taske.

Dèn lè-uh iee èn-nuh-lom-mun poh mien tes-kuh. Hij zit in het binnenvak van mijn tas.
A

Er kablet med?

Air keh-bleth mee? Zit de kabel erbij?
B

Kablet ligger i det lille etui.

Keh-bleth lè-uh iee dee lil-uh eh-too-ee. De kabel zit in het kleine etui.
A

Jeg fandt dem begge.

Jai fend dem beh-guh. Ik heb ze allebei gevonden.
B

Læg kablet tilbage i etuiet, tak.

Lee keh-bleth te-bee-luh iee eh-too-ee-uth, taik. Doe de kabel alsjeblieft terug in het etui.
A

Jeg giver det hele tilbage, før jeg går.

Jai kie-vuh dee hee-luh te-bee-luh, feur jai goor. Ik geef alles terug voordat ik wegga.
B

Det er fint for mig.

Dee air fent fohr mai. Dat is goed voor mij.

Woord voor woord

Må betekent hier “mag” en drukt toestemming vragen uit in de zin “Må jeg låne din telefonoplader?”. De vorm staat vooraan in de vraag, vóór het onderwerp jeg. Je gebruikt het patroon “Må jeg + werkwoord?” wanneer je beleefd vraagt of iets is toegestaan.
jeg jeg betekent hier “ik” en is het onderwerp van de vraag “Må jeg låne din telefonoplader?”. In “Jeg fandt dem begge.” staat dezelfde vorm aan het begin van een zin met een hoofdletter: “Jeg”. Je gebruikt jeg wanneer je jezelf als handelende persoon noemt.
låne låne betekent hier “lenen”: iets tijdelijk van iemand gebruiken en later teruggeven. Het staat na “Må jeg” in “Må jeg låne din telefonoplader?”. Je gebruikt het patroon “Må jeg låne + voorwerp?” wanneer je toestemming vraagt om iets van iemand te lenen.
din din betekent hier “jouw” en geeft aan dat de telefoonoplader van de aangesproken persoon is. Het staat direct vóór “telefonoplader” in “din telefonoplader”. Je gebruikt din vóór een zelfstandig naamwoord om bezit of verbondenheid met de aangesproken persoon aan te geven.
telefonoplader telefonoplader betekent hier “telefoonoplader”, het voorwerp dat de spreker wil lenen. Het staat als zelfstandig naamwoord in “din telefonoplader”. Je gebruikt dit woord wanneer je over een oplader voor een telefoon praat, bijvoorbeeld bij het vragen of iemand er een heeft.
Den Den verwijst hier naar de telefoonoplader die in de vorige zin genoemd is: “Den ligger i inderlommen på min taske.” Het is hier het onderwerp van de zin en betekent “die” of “hij” voor dit voorwerp. Je kunt Den gebruiken om daarna naar een eerder genoemd voorwerp te verwijzen.
ligger ligger betekent hier “ligt” of “bevindt zich” en geeft aan waar de oplader is. In “Den ligger i inderlommen på min taske.” beschrijft het de locatie van een voorwerp. Je gebruikt het patroon “ligger i + plaats” om te zeggen waar iets zich bevindt.
i i betekent hier “in” en geeft aan dat iets zich binnen een ruimte of voorwerp bevindt. In de dialoog staat het in “i inderlommen” en “i det lille etui”. Je gebruikt i vóór een plaats, vak of houder om de locatie aan te geven.
inderlommen inderlommen betekent hier “het binnenvak”, de binnenste zak van de tas. Het staat na i in “i inderlommen på min taske” en noemt de plaats van de oplader. Je gebruikt het woord wanneer je een vak aan de binnenkant van een tas beschrijft.
på verbindt hier “inderlommen” met “min taske” in “inderlommen på min taske”: het binnenvak van mijn tas. Het geeft in deze woordgroep aan bij welke tas het vak hoort of waarmee het verbonden is. Je gebruikt “på + voorwerp” ook om een onderdeel of plaats in relatie tot dat voorwerp te beschrijven.
min min betekent hier “mijn” en geeft aan dat de tas van de spreker is. Het staat vóór “taske” in “min taske”. Je gebruikt min vóór een zelfstandig naamwoord om bezit door de spreker aan te geven.
taske taske betekent hier “tas” en verwijst naar de tas waarin de oplader en kabel zitten. Het staat in de woordgroep “på min taske”. Je gebruikt taske wanneer je over een tas als draagbaar voorwerp praat.
Er Er betekent hier “is” en staat vooraan in de vraag “Er kablet med?”. De vraag gaat in zijn geheel na of de kabel erbij zit. Je gebruikt het patroon “Er + voorwerp + med?” om te vragen of iets inbegrepen of aanwezig is.
kablet kablet betekent hier “de kabel”, namelijk de kabel die bij de oplader hoort. De vorm staat als onderwerp in “Er kablet med?” en “Kablet ligger i det lille etui.”. Je gebruikt kablet wanneer je naar deze specifieke kabel verwijst.
med med draagt hier de betekenis “erbij” of “samen daarmee” in de vraag “Er kablet med?”. De volledige vraag betekent of de kabel bij de oplader zit; med drukt daarin het erbij horen uit. Je gebruikt het patroon “Er ... med?” wanneer je controleert of een bijbehorend onderdeel inbegrepen is.
det det betekent hier “het” in “det lille etui” en verwijst in “Det er fint for mig.” naar de voorgestelde afspraak of situatie. In de eerste woordgroep staat het vóór etui; in de tweede zin staat het als verwijzend woord. Je gebruikt det om naar een zaak, voorwerp of situatie te verwijzen zonder die opnieuw volledig te noemen.
lille lille betekent hier “kleine” en beschrijft het etui in “det lille etui”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord etui en maakt duidelijk om welk etui het gaat. Je gebruikt lille vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je de geringe grootte ervan wilt aangeven.
etui etui betekent hier “etui” of “hoesje”, de kleine houder waarin de kabel zit. Het staat in “det lille etui” en “i det lille etui”. Je gebruikt etui voor een kleine houder waarin je bijvoorbeeld een kabel of ander voorwerp bewaart.
fandt fandt betekent hier “vond”: de spreker heeft de twee spullen gelokaliseerd in “Jeg fandt dem begge.”. Het is de verleden vorm van finde en beschrijft hier een afgeronde vondst. Je gebruikt het patroon “Jeg fandt + voorwerp” wanneer je vertelt dat je iets hebt gevonden.
dem dem betekent hier “ze” en verwijst naar de telefoonoplader en de kabel in “Jeg fandt dem begge.”. Het staat na fandt als verwijzing naar de gevonden voorwerpen. Je gebruikt dem wanneer je naar eerder genoemde voorwerpen of personen verwijst als datgene waarop de handeling gericht is.
begge begge betekent hier “beide” en benadrukt dat de spreker zowel de oplader als de kabel heeft gevonden. Het staat na dem in “dem begge”. Je gebruikt het om precies twee eerder genoemde zaken samen aan te duiden.
Læg Læg betekent hier “leg” of “plaats” en is een verzoek om de kabel terug in het etui te doen. Het staat aan het begin van “Læg kablet tilbage i etuiet, tak.”. Je gebruikt het patroon “Læg + voorwerp + tilbage i + plaats” wanneer je iemand vraagt iets terug te leggen.
tilbage tilbage betekent hier “terug” en geeft aan dat de kabel terug moet naar het etui. In “Læg kablet tilbage i etuiet” verwijst het naar de eerdere bewaarplaats; in “giver det hele tilbage” naar het teruggeven aan de eigenaar. Je gebruikt tilbage bij een beweging of handeling terug naar een eerdere plaats of persoon.
etuiet etuiet betekent hier “het etui” en verwijst naar het specifieke hoesje waarin de kabel zat. Het is de bepaalde vorm van etui en staat in “tilbage i etuiet”. Je gebruikt deze vorm wanneer je naar een bekend of eerder genoemd etui verwijst.
tak tak betekent hier “alsjeblieft” als beleefde verzachting aan het einde van het verzoek “Læg kablet tilbage i etuiet, tak.”. Het maakt de instructie vriendelijker zonder de gevraagde handeling te veranderen. Je kunt tak aan het einde van een verzoek gebruiken wanneer je beleefd wilt klinken.
giver giver betekent hier “geef” in de combinatie “giver det hele tilbage”, die in deze zin de geplande teruggave van alle spullen uitdrukt. De vorm staat in “Jeg giver det hele tilbage, før jeg går.”. Je gebruikt het patroon “giver + voorwerp + tilbage” wanneer je iets aan de eigenaar teruggeeft.
hele hele betekent hier “hele” en draagt in “det hele” bij aan de betekenis “alles” of “het geheel”. De volledige uitdrukking “det hele” verwijst naar alle geleende spullen samen. Je gebruikt hele in zo’n woordgroep wanneer je de volledigheid van iets wilt benadrukken.
før før betekent hier “voordat” en introduceert de tijd waarop de teruggave moet plaatsvinden: “før jeg går”. Het verbindt de hoofdhandeling met een gebeurtenis die later in de tijd komt. Je gebruikt het patroon “før + persoon + werkwoord” om te zeggen dat iets eerder gebeurt dan een andere handeling.
går går betekent hier “ga” of “vertrek” in “før jeg går”. De vorm is de tegenwoordige vorm van gå en beschrijft het vertrek van de spreker. Je gebruikt “før jeg går” wanneer je zegt dat iets moet gebeuren voordat je weggaat.
fint fint betekent hier “goed”, “prima” of “in orde” in “Det er fint for mig.”. De spreker laat daarmee weten dat de voorgestelde afspraak voor hem of haar acceptabel is. Je gebruikt het patroon “Det er fint for mig” om aan te geven dat je met een voorstel of regeling akkoord bent.
for for betekent hier “voor” in “fint for mig” en geeft aan vanuit wiens perspectief iets goed of aanvaardbaar is. De volledige zin “Det er fint for mig.” betekent dat de afspraak voor de spreker in orde is. Je gebruikt “for + persoon” om aan te geven voor wie iets geldt of acceptabel is.

Grammatica

din/min + zelfstandig naamwoord

Din telefonoplader ligger i min taske.

Dien tefoo-no-plee-dhuh lè-uh iee mien tes-kuh.

Jouw telefoonoplader ligt in mijn tas.

Bezittelijke woorden staan vóór het zelfstandig naamwoord: din bij ‘jouw’ en min bij ‘mijn’.

Læg + object + tilbage

Læg etuiet tilbage.

Lee eh-too-ee-uth te-bee-luh.

Leg het etui terug.

Een Deens bevel begint met de werkwoordsvorm zonder onderwerp; terug wordt uitgedrukt met tilbage.

Deens woordenschat

den voornaamwoord
dèn hij
Geslacht
common
din bepaler
dien jouw
er werkwoord
air is
i voorzetsel
iee in
inderlommen zelfstandig naamwoord
èn-nuh-lom-mun het binnenvak
Geslacht
common
jeg voornaamwoord
jai ik
ligger werkwoord
lè-uh ligt
låne werkwoord
loone lenen
min bepaler
mien mijn
voorzetsel
poh op
taske zelfstandig naamwoord
tes-kuh tas
Geslacht
common
telefonoplader zelfstandig naamwoord
tefoo-no-plee-dhuh telefoonoplader
Geslacht
common

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mag ik je telefoonoplader lenen?

Antwoord tonenMå jeg låne din telefonoplader?

Zit de kabel erbij?

Antwoord tonenEr kablet med?

De kabel zit in het kleine etui.

Antwoord tonenKablet ligger i det lille etui.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

lenen

Antwoord tonenlåne

het binnenvak

Antwoord toneninderlommen

ligt

Antwoord tonenligger

tas

Antwoord tonentaske