Een tas klaarmaken | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: Before leaving, two adults check that a bag has the needed phone, keys, and water bottle..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een tas klaarmaken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Kan vi se, om min taske er klar?

Ken vie see, om mien tesguh è klaa? Kunnen we kijken of mijn tas klaar is?
B

Læg de vigtige ting på bordet først.

Laj die wegg-də teng poo boa-də feust. Leg de belangrijke dingen eerst op tafel.
A

Min telefon er i forlommen.

Mien telefoon è ie foa-lo-muh. Mijn telefoon zit in het voorvak.
B

Hvor lagde du dine nøgler?

Voa leg-də doe die-nuh neuluh? Waar heb je je sleutels gelegd?
A

De ligger ved siden af min telefon.

Die lè-guh vee sie-en è mien telefoon. Ze liggen naast mijn telefoon.
B

Har du også brug for din vandflaske?

Haa doe osuh broe foa dien wen-flesguh? Heb je ook je waterfles nodig?
A

Ja, den er allerede i hovedrummet.

Ja, den è al-lai-uh ie hoo-də-rom-uh. Ja, die zit al in het hoofdvak.
B

Så har du det, du skal bruge.

Soo haa doe dee, doe sgaa broe-uh. Dan heb je wat je nodig hebt.

Uitleg van de zinnen

  1. Kan vi se, om min taske er klar?

    Kunnen we kijken of mijn tas klaar is?

    Kan vi
    kunnen we
    se
    kijken
    om
    of
    min
    mijn
    taske
    tas
    er
    is
    klar
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Kan vi vormt hier de vraagconstructie “kunnen we …?”. kan is de tegenwoordige tijd van kunne en is een modaal werkwoord; daarna staat het volgende werkwoord zonder at. vi is het onderwerp “we”. Voorbeeld: Kan vi gå? = Kunnen we gaan? se betekent hier “kijken” of “zien”. Na een modaal werkwoord zoals kan blijft het de infinitief zonder at: Kan vi se? = Kunnen we kijken? om leidt hier een indirecte ja-neevraag in en betekent “of”. Het is dus niet het voorwaardelijke “als”; daarvoor wordt bijvoorbeeld hvis gebruikt. Voorbeeld: Jeg ved ikke, om hun kommer. = Ik weet niet of ze komt. min is een bezittelijk voornaamwoord voor één bezitter en een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtwoord. Het verwijst hier naar de bezitter “mijn” en past grammaticaal bij taske, niet bij het geslacht van de bezitter. De belangrijke vormen zijn min bij een en-woord, mit bij een et-woord en mine bij het meervoud: min bog, mit hus, mine bøger. taske betekent “tas”. Het is een enkelvoudig onbepaald zelfstandig naamwoord van het en-type: en taske. In de combinatie met min staat geen afzonderlijk lidwoord: min taske = mijn tas. De bepaalde vorm is tasken = de tas. er is de tegenwoordige tijd van være, “zijn”. De vorm er verandert in het Deens niet naar persoon of getal; hier wordt hij met “is” vertaald omdat min taske het enkelvoudige onderwerp is. Voorbeeld: De er hjemme. = Zij zijn thuis. klar betekent hier “klaar”. Het bijvoeglijk naamwoord heeft in het Deens onder meer de vormen klar bij een en-woord in het enkelvoud, klart bij een et-woord in het enkelvoud en klare bij meervoud of bepaalde vormen: tasken er klar, svaret er klart, tingene er klare. In deze zin is klar dus afgestemd op het en-woord taske. Voorbeeld: Maden er klar. = Het eten is klaar. Samen vormen Kan vi se en om de vraag “Kunnen we kijken of …?”. De ingebedde zin is min taske er klar: eerst staat het onderwerp “mijn tas”, daarna het werkwoord “is” en vervolgens het predicatieve bijvoeglijk naamwoord “klaar”. De volledige betekenis is daarom: “Kunnen we kijken of mijn tas klaar is?”

  2. Læg de vigtige ting på bordet først.

    Leg de belangrijke dingen eerst op tafel.

    Læg
    leg neer; plaats
    de
    de
    vigtige
    belangrijke
    ting
    dingen
    på
    op
    bordet
    de tafel
    først
    eerst
    Uitgebreide uitleg

    Læg is hier de gebiedende wijs van lægge (“neerleggen”, “plaatsen”). Bij dit werkwoord valt in de gebiedende wijs de uitgang van het infinitief weg: lægge → læg. Vergelijk ligge (“liggen”): Læg bogen på bordet is een opdracht om de handeling uit te voeren, terwijl Bogen ligger på bordet een toestand beschrijft. de is hier het bepalende woord in de vigtige ting: “de belangrijke dingen”. In deze zin is het niet het persoonlijke voornaamwoord “zij”. vigtige is de meervouds- en bepaalde vorm van vigtig (“belangrijk”). De vorm past bij ting in deze meervoudige naamwoordgroep. Vergelijk en vigtig ting (“een belangrijk ding”) met de vigtige ting (“de belangrijke dingen”). ting betekent hier “dingen”. Het enkelvoud en het onbepaalde meervoud hebben dezelfde vorm: en ting (“een ding”), flere ting (“meerdere dingen”). De bepaalde vormen zijn tingen (“het ding”) en tingene (“de dingen”). på betekent hier “op” en geeft de plaats aan waar iets neergelegd moet worden. Het verschilt van i (“in”): på bordet betekent “op de tafel”, terwijl i tasken “in de tas” betekent. bordet is de bepaalde enkelvoudsvorm van bord (“tafel”): et bord → bordet. De uitgang -et markeert hier bepaaldheid, dus “de tafel” in plaats van “een tafel”. først betekent “eerst” en geeft aan dat deze handeling vóór een andere, niet nader genoemde handeling of stap komt. Het legt niet vast wat die volgende handeling is. Samen vormt Læg de vigtige ting på bordet først een bevel: leg de belangrijke dingen eerst op tafel. Læg geeft de opdracht, de vigtige ting is wat verplaatst moet worden, på bordet is de plaats waar het terecht moet komen en først geeft de volgorde aan. De natuurlijke Nederlandse vertaling is: “Leg de belangrijke dingen eerst op tafel.”

  3. Min telefon er i forlommen.

    Mijn telefoon zit in het voorvak.

    Min
    mijn
    telefon
    telefoon
    er i
    zit in
    forlommen
    het voorvak
    Uitgebreide uitleg

    Min betekent hier “mijn” en staat bij telefon. Het is een bezittelijk voornaamwoord dat het bezit uitdrukt. In het Deens past de vorm zich aan het zelfstandig naamwoord aan: min wordt gebruikt bij een en-woord, mit bij een et-woord en mine bij meervoud. Voorbeeld: min bog = “mijn boek”, maar mit hus = “mijn huis”. telefon betekent hier “telefoon”. De basisvorm is telefon; het is een en-woord. De bepaalde enkelvoudsvorm is telefonen (“de telefoon”) en het meervoud is telefoner (“telefoons”). In deze zin staat de onbepaalde vorm na min, omdat het bezit al met min wordt aangeduid. er i geeft aan dat iets zich op een bepaalde plaats bevindt: letterlijk “is in”, hier natuurlijk vertaald als “zit in”. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”); de vorm blijft in het Deens gelijk voor verschillende personen en aantallen. i is het voorzetsel “in”. Voorbeeld: Bogen er i tasken. = “Het boek zit in de tas.” forlommen betekent “het voorvak”. De basisvorm is forlomme (“voorvak”); forlommen is de bepaalde enkelvoudsvorm, met de betekenis “het voorvak” of “het specifieke voorvak”. Het woord is opgebouwd uit for- (“voor-”) en lomme (“zak/vak”), maar de vorm die in de zin staat is één zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Nøglen er i forlommen. = “De sleutel zit in het voorvak.” Samen vormen de delen Min telefon (“mijn telefoon”), er i (“zit in”) en forlommen (“het voorvak”). De hele zin betekent dus: “Mijn telefoon zit in het voorvak.”

  4. Hvor lagde du dine nøgler?

    Waar heb je je sleutels gelegd?

    Hvor
    waar
    lagde
    legde
    du
    je
    dine
    je
    nøgler
    sleutels
    Uitgebreide uitleg

    Hvor betekent hier ‘waar’ en vraagt naar een plaats. Het staat aan het begin van deze vraag. Vergelijk hvor in een korte vraag als Hvor er telefonen? — ‘Waar is de telefoon?’ lagde is de verleden tijd van lægge, ‘leggen’ of ‘plaatsen’. De vorm beschrijft hier een handeling in het verleden: de sleutels ergens neerleggen. De basisreeks is lægge – lagde – lagt (‘leggen’ – ‘legde’ – ‘gelegd’). Lægge is transitief: er wordt iets ergens geplaatst. Dat verschilt van ligge (‘liggen’), dat een toestand of plaats beschrijft, zoals in de volgende zin: De ligger ved siden af min telefon. — ‘Ze liggen naast mijn telefoon.’ du is het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon: ‘je/jij’. Het is hier het onderwerp van de vraag en degene die de sleutels heeft neergelegd. dine betekent ‘je’ als bezittelijk woord vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord. Het verwijst hier naar de aangesproken persoon en past zich aan het meervoud van nøgler aan. In het Deens contrasteert din met een enkelvoudig zelfstandig naamwoord en dine met een meervoudig zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld din nøgle (‘je sleutel’) tegenover dine nøgler (‘je sleutels’). nøgler betekent ‘sleutels’. Het is het meervoud van nøgle (‘sleutel’). Het meervoud is hier onbepaald: nøgler betekent ‘sleutels’, terwijl nøglerne ‘de sleutels’ betekent. Samen vormt Hvor lagde du dine nøgler? de vraag ‘Waar heb je je sleutels gelegd?’ Hvor vraagt naar de plaats, lagde plaatst de handeling in het verleden, du is de handelende persoon, en dine nøgler is wat die persoon heeft neergelegd. De context lokaliseert ze vervolgens naast de telefoon.

  5. De ligger ved siden af min telefon.

    Ze liggen naast mijn telefoon.

    De
    ze
    ligger
    liggen
    ved siden af
    naast
    min
    mijn
    telefon
    telefoon
    Uitgebreide uitleg

    De betekent hier “ze” en is de meervoudige persoonlijke vorm voor personen of dingen. De precieze referenten worden in deze zin niet benoemd; de vorm zegt alleen dat het om meerdere entiteiten gaat. Vergelijk als leerpatroon: de ligger ... betekent “ze liggen ...”, terwijl den ligger ... in het Deens “hij/zij/het ligt ...” betekent. ligger is de tegenwoordige tijd van ligge, “liggen”. Het werkwoord beschrijft hier de positie van meerdere dingen; de meervoudsvorm de bepaalt niet dat het werkwoord een aparte meervoudsuitgang krijgt: de ligger is de gewone combinatie. Voor één ding gebruik je bijvoorbeeld den ligger of det ligger, afhankelijk van het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Bogen ligger på bordet. — “Het boek ligt op de tafel.” ved siden af is een vaste voorzetseluitdrukking met de betekenis “naast”. Het benoemt een positie aan de zijkant van iets. Een bruikbaar patroon is X ligger ved siden af Y — “X ligt naast Y”. Voorbeeld: Nøglerne ligger ved siden af døren. — “De sleutels liggen naast de deur.” min betekent hier “mijn” en hoort bij het enkelvoudige zelfstandig naamwoord telefon. In het Deens hangt de vorm van het bezittelijk woord af van getal en grammaticaal geslacht van het bezeten zelfstandig naamwoord: min bij een enkelvoudig en-woord, mit bij een enkelvoudig et-woord en mine bij het meervoud. Het is dus de vorm van min die hier de bezitsrelatie uitdrukt; het betekent niet op zichzelf “één”. Voorbeeld: min bog, “mijn boek”, maar mit hus, “mijn huis”. telefon betekent “telefoon”. Het is hier een enkelvoudig zelfstandig naamwoord; de combinatie min telefon betekent “mijn telefoon”. Het meervoud is telefoner, zoals in mine telefoner — “mijn telefoons”. Samen vormen de delen De ligger (“ze liggen”), ved siden af (“naast”) en min telefon (“mijn telefoon”) de volledige betekenis: “Ze liggen naast mijn telefoon.” De zin beschrijft dus de locatie van meerdere dingen ten opzichte van de telefoon.

  6. Har du også brug for din vandflaske?

    Heb je ook je waterfles nodig?

    Har du
    heb je
    også
    ook
    brug for
    nodig / behoefte aan
    din
    je/jouw
    vandflaske
    waterfles
    Uitgebreide uitleg

    Har du vormt hier een ja-neevraag: har is de tegenwoordige tijd van have, en du betekent “je”. In deze Deense vraag staat het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp: Har du ...? betekent “Heb je ...?”. Herbruikbaar patroon: Har du tid? — “Heb je tijd?” også betekent hier “ook”. Het voegt de bedoelde overeenkomst of extra mogelijkheid toe aan de vraag. De precieze nadruk hangt van de context af; in deze vaste vertaling hoort het bij “ook nodig hebben”. brug for betekent hier “nodig” of “behoefte aan”. Met het werkwoord have vormt het de vaste verbinding have brug for + iets, met de betekenis “iets nodig hebben”. Het woord brug kan in andere combinaties ook “gebruik” betekenen, maar die betekenis geldt hier niet. Voorbeeld: Jeg har brug for hjælp. — “Ik heb hulp nodig.” din betekent “je/jouw” en drukt bezit uit. Hier verwijst het, volgens de vaste vertaling, naar de waterfles van de aangesprokene. din staat bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het Deense gemeenschappelijke geslacht, zoals vandflaske; bij een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord staat dit, en bij meervoud staat dine. Voorbeelden: din telefon — “je telefoon”; dit hus — “je huis”; dine bøger — “je boeken”. vandflaske is een samenstelling van vand (“water”) en flaske (“fles”). Het is één zelfstandig naamwoord en noemt hier het voorwerp waarvoor de aangesprokene mogelijk behoefte heeft. Samen vormen de delen de vraag Har du også brug for din vandflaske?: “Heb je ook je waterfles nodig?” Har du maakt er een vraag over de aangesprokene van, også voegt “ook” toe, en brug for din vandflaske benoemt datgene waaraan mogelijk behoefte is.

  7. Ja, den er allerede i hovedrummet.

    Ja, die zit al in het hoofdvak.

    Ja
    ja
    den er
    die is
    allerede
    al
    hovedrummet
    het hoofdvak
    Uitgebreide uitleg

    Ja bevestigt de voorafgaande vraag. Het is een zelfstandig bevestigend antwoord en staat aan het begin van de zin. den er bestaat hier uit een aanwijzend/derde-persoons voornaamwoord en de tegenwoordige vorm van være (“zijn”). Den verwijst in deze context naar de waterfles uit de vorige zin; de Nederlandse vertaling maakt die verwijzing expliciet als “die”. Den is de vorm voor een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord; het voornaamwoord zelf draagt hier dus geen meervoud aan. Er is de tegenwoordige tijd van være. Voorbeeld: Den er her. — “Die is hier.” allerede betekent “al” en geeft aan dat de genoemde toestand op dit moment al geldt. Het staat vóór de plaatsbepaling. Voorbeeld: Hun er allerede hjemme. — “Zij is al thuis.” hovedrummet betekent hier “het hoofdvak”. Het is de bepaalde vorm van hovedrum: hovedrum = “hoofdvak”, hovedrummet = “het hoofdvak”. De uitgang -et hoort bij dit onzijdige zelfstandig naamwoord en markeert hier de bepaaldheid; hij is niet een aparte vertaling voor “het”. In de zin staat het na i, de plaatsaanduiding: i hovedrummet = “in het hoofdvak”. Samen betekent den er allerede i hovedrummet: “die zit al in het hoofdvak”. De Deense zin gebruikt letterlijk het werkwoord “zijn” voor de locatie; de Nederlandse vertaling gebruikt natuurlijk “zitten” voor een voorwerp. De volledige uitspraak is dus: “Ja, die zit al in het hoofdvak.”

  8. Så har du det, du skal bruge.

    Dan heb je wat je nodig hebt.

    Så
    dan
    har
    hebben
    det
    datgene / het
    skal bruge
    nodig hebben
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier dan. Het sluit aan op de voorafgaande situatie en leidt de gevolgtrekking in deze zin in. In andere zinnen kan så ook bijvoorbeeld zo betekenen; hier past dan bij de vaste vertaling. har is de tegenwoordige vorm van have (“hebben”). Deze vorm verandert in het Deens niet met de persoon: jeg har, du har en de har. Hier vormt har samen met du de betekenis “je hebt”. det is een onzijdig enkelvoudig voornaamwoord. In det, du skal bruge verwijst het naar datgene wat door de daaropvolgende bijzin wordt omschreven. De vaste vertaling geeft dat weer met wat; het concrete voorwerp wordt niet afzonderlijk genoemd. skal bruge bestaat uit skal, de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord skulle, en bruge, de infinitief van bruge (“gebruiken”). In du skal bruge betekent deze combinatie hier “nodig hebben”. De combinatie kan buiten deze zin ook letterlijker “moeten gebruiken” of “zullen gebruiken” betekenen; de bedoelde betekenis hier blijkt uit de vaste vertaling en de context. Samen vormen de delen Så har du det en du skal bruge. De hoofdzin staat voorop; de bijzin na de komma specificeert wat det is. De hele zin betekent: Dan heb je wat je nodig hebt.

Grammatica

have brug for + substantiv

have brug for vandflaske

heevuh broe foa wen-flesguh

een waterfles nodig hebben

De vaste Deense uitdrukking have brug for betekent ‘nodig hebben’. Het zelfstandig naamwoord volgt direct na for.

skal bruge + substantiv

skal bruge vandflaske

sgaa broe wen-flesguh

een waterfles nodig hebben

Na skal staat het werkwoord in de infinitief: skal bruge. De uitdrukking betekent hier ‘nodig hebben’.

Deens woordenschat

bord zelfstandig naamwoord
boa tafel bordet
Geslacht
neuter
forlomme zelfstandig naamwoord
foa-lo-muh voorvak forlommen
Geslacht
common
Meervoud
forlommer
først bijwoord
feust eerst
hvor bijwoord
voa waar
klar bijvoeglijk naamwoord
klaa klaar
lagde werkwoord
leg-də legde
lægge werkwoord
lè-guh leggen Læg
se werkwoord
see kijken
taske zelfstandig naamwoord
tesguh tas
Geslacht
common
Meervoud
tasker
telefon zelfstandig naamwoord
telefoon telefoon
Geslacht
common
Meervoud
telefoner
ting zelfstandig naamwoord
teng dingen
Meervoud
ting
vigtig bijvoeglijk naamwoord
wegg belangrijk vigtige

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn telefoon zit in het voorvak.

Antwoord tonenMin telefon er i forlommen.

Waar heb je je sleutels gelegd?

Antwoord tonenHvor lagde du dine nøgler?

Ja, die zit al in het hoofdvak.

Antwoord tonenJa, den er allerede i hovedrummet.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

tafel

Antwoord tonenbordet

tas

Antwoord tonentaske

eerst

Antwoord tonenførst

belangrijk

Antwoord tonenvigtige