Een vermist notitieboek vinden | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a daily life setting, two adults look for a missing notebook and decide where to keep it in a backpack..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Een vermist notitieboek vinden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Min notesbog er væk.

Men noots-boe èa wèèk. Mijn notitieboek is weg.
B

Den ligger måske på bordet.

Den leg-uh mosguh po boe-uh. Het ligt misschien op de tafel.
A

Jeg har allerede kigget der.

Yai haa al-ree-uh keg-uhd dèa. Ik heb daar al gekeken.
B

Se under din blå taske.

See on-uh dien bloo tesguh. Kijk onder je blauwe tas.
A

Jeg fandt den under tasken.

Yai fan den on-uh tesguhn. Ik heb het onder de tas gevonden.
B

Læg den i din rygsæk nu.

Lèg den ie dien rüü-sèk noe. Doe het nu in je rugzak.
A

Jeg vil have den i forlommen.

Yai vel hè-vuh den ie foa-lom-uhn. Ik bewaar het in het voorvak.
B

Brug hovedlommen, så den er nem at finde.

Broe hoo-uh-lom-uhn, soo den èa nem èd fen-uh. Gebruik het hoofdvak, zodat je het makkelijk kunt vinden.

Woord voor woord

Min “Min” betekent hier “mijn” en verwijst naar de notesbog van de spreker in “Min notesbog”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord; een nieuw voorbeeld is “Min taske” voor “mijn tas”.
notesbog “notesbog” betekent hier “notitieboek”. Het is het voorwerp dat in de dialoog kwijt is en later wordt teruggevonden. Je kunt het gebruiken in de woordgroep “Min notesbog” voor “mijn notitieboek”.
er “er” betekent hier “is” in de mededeling “Min notesbog er væk”. Het verbindt het onderwerp met de toestand “væk”; een nieuw voorbeeld is “Tasken er her” voor “De tas is hier”.
væk “væk” betekent hier “weg” of “vermist” in “er væk”. De vorm beschrijft dat de notesbog niet op haar normale plaats is. Je kunt “er væk” gebruiken wanneer iets verdwenen of niet aanwezig is.
Den “Den” verwijst hier naar de eerder genoemde notesbog in “Den ligger måske på bordet”. Het is dus “die” of “het” voor dit concrete voorwerp en voorkomt herhaling van “notesbog”. Je kunt “Den ligger ...” gebruiken om naar een eerder genoemd voorwerp te verwijzen.
ligger “ligger” betekent hier “ligt” of “bevindt zich” in “Den ligger måske på bordet”. De vorm wordt gebruikt om de plaats van de notesbog aan te geven. Een nieuw voorbeeld is “Bogen ligger på bordet” voor “Het boek ligt op tafel”.
måske “måske” betekent hier “misschien” en maakt de plaatsaanduiding onzeker: “Den ligger måske på bordet”. Het staat hier vóór het plaatsgedeelte “på bordet”. Je gebruikt “måske” wanneer je een mogelijkheid noemt zonder zekerheid.
“på” betekent hier “op” in “på bordet” en geeft aan waar de notesbog mogelijk ligt. Het staat vóór de plaats “bordet”. Een nieuw voorbeeld is “på stolen” voor “op de stoel”.
bordet “bordet” betekent hier “de tafel” in “på bordet”. De vorm verwijst naar een specifieke tafel die in de situatie bekend is. Je kunt “på bordet” gebruiken om te zeggen dat iets op de tafel ligt.
Jeg “Jeg” betekent hier “ik” en is de persoon die al heeft gekeken en de notesbog heeft gevonden. Het staat aan het begin van de zinnen “Jeg har allerede kigget der” en “Jeg fandt den”. Een nieuw voorbeeld is “Jeg ser tasken” voor “Ik zie de tas”.
har “har” betekent hier niet zelfstandig “hebben”, maar helpt in “Jeg har allerede kigget der” om te zeggen dat de spreker al heeft gekeken. Het staat vóór “kigget” in deze voltooide constructie. Een nieuw voorbeeld is “Jeg har fundet den” voor “Ik heb hem gevonden”.
allerede “allerede” betekent hier “al” of “reeds” in “Jeg har allerede kigget der”. Het benadrukt dat het kijken eerder al heeft plaatsgevonden. Je kunt “allerede” vóór het hoofdwerkwoord in dezelfde constructie plaatsen, zoals in het nieuwe voorbeeld “Jeg har allerede set den”.
kigget “kigget” betekent hier “gekeken” of “gecontroleerd” in “har allerede kigget”. Het verwijst naar het zoeken op de eerder genoemde plaats. Je kunt “kigge” gebruiken met een plaats, bijvoorbeeld in het nieuwe voorbeeld “Jeg har kigget under tasken” voor “Ik heb onder de tas gekeken”.
der “der” betekent hier “daar” in “Jeg har allerede kigget der”. Het verwijst terug naar de plaats die in de vorige zin is genoemd, namelijk op de tafel. Je kunt “kigge der” gebruiken wanneer de plaats al uit de context bekend is.
Se “Se” betekent hier “kijk” en is een directe opdracht in “Se under din blå taske”. Het vraagt de gesprekspartner om op een bepaalde plaats te kijken. Je kunt “Se under ...” gebruiken om iemand naar een plek te laten kijken.
under “under” betekent hier “onder” in “under din blå taske” en “under tasken”. Het geeft de plaats aan waar de notesbog gezocht of gevonden wordt. Een nieuw voorbeeld is “under stolen” voor “onder de stoel”.
din “din” betekent hier “jouw” in “din blå taske”. Het geeft aan dat de tas van de aangesprokene is. Het staat vóór de woordgroep “blå taske”; een nieuw voorbeeld is “din rygsæk” voor “jouw rugzak”.
blå “blå” betekent hier “blauwe” in “din blå taske”. Het beschrijft de kleur van de tas en helpt om de juiste tas te herkennen. Je kunt “blå” vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken, zoals in het nieuwe voorbeeld “en blå rygsæk”.
taske “taske” betekent hier “tas” in “din blå taske”. Het is de tas waaronder de notesbog mogelijk ligt. Je kunt “taske” gebruiken in de woordgroep “en taske” of met een bezittelijk woord, zoals “din taske”.
fandt “fandt” betekent hier “vond” in “Jeg fandt den under tasken”. De vorm beschrijft het moment waarop de spreker de notesbog aantrof. Je kunt “Jeg fandt ...” gebruiken met het gevonden voorwerp en de plaats, bijvoorbeeld in het nieuwe voorbeeld “Jeg fandt nøglen på bordet”.
tasken “tasken” betekent hier “de tas” in “under tasken”. De vorm verwijst naar de specifieke tas die eerder als “din blå taske” is genoemd. Je kunt “under tasken” gebruiken om te zeggen dat iets zich onder die tas bevindt.
Læg “Læg” betekent hier “leg” of “plaats” in de opdracht “Læg den i din rygsæk nu”. Het vraagt de gesprekspartner om de notesbog ergens in te doen. Je kunt “Læg ... i ...” gebruiken voor het plaatsen van een voorwerp in iets.
i “i” betekent hier “in” in “i din rygsæk” en “i forlommen”. Het geeft aan waar de notesbog geplaatst of bewaard moet worden. Een nieuw voorbeeld is “i tasken” voor “in de tas”.
rygsæk “rygsæk” betekent hier “rugzak” in “din rygsæk”. Het is de plaats waarin de notesbog nu moet worden gelegd. Je kunt het gebruiken in de woordgroep “i en rygsæk” voor “in een rugzak”.
nu “nu” betekent hier “nu” in “Læg den i din rygsæk nu”. Het maakt duidelijk dat de opdracht meteen moet worden uitgevoerd. Je kunt “nu” aan het einde van een korte opdracht plaatsen.
vil “vil” drukt hier de bedoeling van de spreker uit in “Jeg vil have den i forlommen”: de spreker wil de notesbog in het voorvak bewaren. Het staat vóór “have” in de constructie “vil have ...”. Een nieuw voorbeeld is “Jeg vil have bogen her” voor “Ik wil het boek hier hebben”.
have “have” betekent hier “hebben” of “bewaren” in “Jeg vil have den i forlommen”. Samen met “vil” geeft het aan waar de spreker de notesbog wil houden. Je kunt de constructie “vil have den i ...” gebruiken om een gewenste bewaarplaats aan te geven.
forlommen “forlommen” betekent hier “het voorvak” in “i forlommen”. Het verwijst naar een specifiek vak aan de voorkant van een tas of rugzak. Je kunt “i forlommen” gebruiken om te zeggen dat iets in het voorvak wordt bewaard.
Brug “Brug” betekent hier “gebruik” in de opdracht “Brug hovedlommen”. De spreker geeft advies over welk vak voor de notesbog moet worden gebruikt. Je kunt “Brug ...” aan het begin van een directe instructie zetten.
hovedlommen “hovedlommen” betekent hier “het hoofdvak” in “Brug hovedlommen”. Het is het specifieke vak dat volgens de spreker handig is om de notesbog gemakkelijk terug te vinden. Je kunt “i hovedlommen” gebruiken om de plaats in de tas aan te geven.
“så” betekent hier “zodat” in “så den er nem at finde”. Het leidt het doel of gewenste gevolg van het advies in: de notesbog moet gemakkelijk te vinden zijn. Je kunt “så ...” gebruiken om uit te leggen waarom je iets doet.
nem “nem” betekent hier “gemakkelijk” in “nem at finde”. Het beschrijft dat het weinig moeite kost om de notesbog terug te vinden. De gebruikelijke constructie hier is “nem at” plus een werkwoord, zoals in het nieuwe voorbeeld “nem at bruge” voor “gemakkelijk te gebruiken”.
at “at” is hier het woord dat “finde” inleidt in “nem at finde”. Samen vormen ze de betekenis “gemakkelijk te vinden”; “at” geeft de infinitiefconstructie aan. Je kunt dezelfde structuur gebruiken in een nieuwe uitdrukking als “svær at åbne” voor “moeilijk te openen”.
finde “finde” betekent hier “vinden” in “nem at finde”. Het benoemt de handeling waarvoor de hoofdvakkeuze bedoeld is. Je kunt “at finde” gebruiken na een uitdrukking die moeilijkheid of gemak beschrijft, zoals in “nem at finde”.

Grammatica

Bepaalde vorm met achtervoegsel: -et en -en

Den ligger under bordet.

Den leg-uh on-uh boe-uh.

Het ligt onder de tafel.

In het Deens wordt het bepaalde lidwoord vaak aan het zelfstandig naamwoord vastgemaakt: bord → bordet.

Deens woordenschat

allerede bijwoord
al-ree-uh al
blå bijvoeglijk naamwoord
bloo blauw
bordet zelfstandig naamwoord
boe-uh de tafel
Geslacht
common
den voornaamwoord
den het
kigget werkwoord
keg-uhd gekeken
ligger werkwoord
leg-uh ligt
min bepaler
men mijn
måske bijwoord
mosguh misschien
notesbog zelfstandig naamwoord
noots-boe notitieboek
Geslacht
common
se werkwoord
see kijken
under voorzetsel
on-uh onder
væk bijvoeglijk naamwoord
wèèk weg

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn notitieboek is weg.

Antwoord tonenMin notesbog er væk.

Het ligt misschien op de tafel.

Antwoord tonenDen ligger måske på bordet.

Ik heb daar al gekeken.

Antwoord tonenJeg har allerede kigget der.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

al

Antwoord tonenallerede

misschien

Antwoord tonenmåske

gekeken

Antwoord tonenkigget

de tafel

Antwoord tonenbordet