Een vermist notitieboek vinden | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a daily life setting, two adults look for a missing notebook and decide where to keep it in a backpack..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een vermist notitieboek vinden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Min notesbog er væk.

Men noots-boe èa wèèk. Mijn notitieboek is weg.
B

Den ligger måske på bordet.

Den leg-uh mosguh po boe-uh. Het ligt misschien op de tafel.
A

Jeg har allerede kigget der.

Yai haa al-ree-uh keg-uhd dèa. Ik heb daar al gekeken.
B

Se under din blå taske.

See on-uh dien bloo tesguh. Kijk onder je blauwe tas.
A

Jeg fandt den under tasken.

Yai fan den on-uh tesguhn. Ik heb het onder de tas gevonden.
B

Læg den i din rygsæk nu.

Lèg den ie dien rüü-sèk noe. Doe het nu in je rugzak.
A

Jeg vil have den i forlommen.

Yai vel hè-vuh den ie foa-lom-uhn. Ik bewaar het in het voorvak.
B

Brug hovedlommen, så den er nem at finde.

Broe hoo-uh-lom-uhn, soo den èa nem èd fen-uh. Gebruik het hoofdvak, zodat je het makkelijk kunt vinden.

Uitleg van de zinnen

  1. Min notesbog er væk.

    Mijn notitieboek is weg.

    Min
    mijn
    notesbog
    notitieboek
    er væk
    is weg
    Uitgebreide uitleg

    Min betekent hier “mijn” en geeft bezit door de spreker aan. Het is de bezittelijke vorm bij de eerste persoon enkelvoud. In het Deens staat het vóór het zelfstandig naamwoord: min notesbog = “mijn notitieboek”. Vergelijk bijvoorbeeld min bog = “mijn boek”. notesbog betekent “notitieboek”. Het is een zelfstandig naamwoord, gevormd uit note (“notitie”) en bog (“boek”). Het meervoud is notesbøger: to notesbøger = “twee notitieboeken”. er væk betekent “is weg”. er is de vorm van være (“zijn”) in de tegenwoordige tijd; deze vorm verandert niet voor enkelvoud en meervoud. væk geeft hier aan dat iets niet op zijn plaats is of niet aanwezig is. Bijvoorbeeld: Min bog er væk. = “Mijn boek is weg.” Samen vormen de delen Min notesbog er væk.: “Mijn notitieboek is weg.” Min notesbog is het onderwerp, en er væk zegt wat de toestand daarvan is. De zin stelt vast dat het notitieboek van de spreker niet aanwezig is; hij zegt niet waarom het weg is of waar het zich bevindt.

  2. Den ligger måske på bordet.

    Het ligt misschien op de tafel.

    Den
    het
    ligger
    ligt
    måske
    misschien
    på
    op
    bordet
    de tafel
    Uitgebreide uitleg

    Den is hier een enkelvoudig voornaamwoord voor iets met het gemeenschappelijke geslacht (een en-woord). Het betekent in deze zin “het” of “die/dat” als verwijzing naar een al bekende zaak; de concrete referent wordt door deze zin zelf niet benoemd. Vergelijk det, dat bij een onzijdig et-woord wordt gebruikt. Bijvoorbeeld: Bogen er her. Den ligger på bordet. — “Het boek is hier. Het ligt op de tafel.” ligger is de tegenwoordige tijd van ligge, “liggen” of “zich bevinden”. In deze context beschrijft het de locatie van de zaak, niet noodzakelijk een handeling waarbij iemand iets neerlegt. De volledige reeks is ligge – ligger – “liggen/zich bevinden”. Bijvoorbeeld: Nøglen ligger i tasken. — “De sleutel ligt in de tas.” måske betekent “misschien” en maakt de mededeling onzeker. Het verandert de tijd of de plaats niet: ligger måske betekent “ligt misschien”. Bijvoorbeeld: Hun kommer måske senere. — “Ze komt misschien later.” på is hier het voorzetsel “op”. Samen met een plaatsaanduiding geeft het aan waar iets zich bevindt. In på bordet staat het vóór de plaats; de betekenis is “op de tafel”. bordet betekent “de tafel”. De basisvorm is bord; de uitgang -et maakt hier de bepaalde enkelvoudsvorm: bord → bordet. Bord is een onzijdig et-woord, maar de vorm bordet drukt hier bepaaldheid uit, niet op zichzelf een aantal. De zin wordt opgebouwd als Den + ligger + måske + på bordet: een bekende zaak bevindt zich mogelijk op de tafel. Daarom betekent het geheel: “Het ligt misschien op de tafel.”

  3. Jeg har allerede kigget der.

    Ik heb daar al gekeken.

    Jeg har
    ik heb
    allerede
    al
    kigget
    gekeken
    der
    daar
    Uitgebreide uitleg

    Jeg har vormt hier het begin van de Deense voltooide tijd: jeg betekent “ik” en har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”). Samen met een voltooid deelwoord beschrijft deze constructie iets dat al gebeurd is. Voorbeeld: Jeg har spist. — “Ik heb gegeten.” allerede betekent “al” en staat hier vóór het werkwoordelijke deel kigget. Het maakt duidelijk dat het kijken op het bedoelde moment reeds heeft plaatsgevonden. Voorbeeld: Hun har allerede ringet. — “Zij heeft al gebeld.” kigget is het voltooid deelwoord van kigge, “kijken”. De vorm kigge is de basisvorm; in de voltooide tijd staat na har het deelwoord kigget. Voorbeeld: Vi har kigget på filmen. — “Wij hebben naar de film gekeken.” der betekent hier “daar” en verwijst naar een plaats. Het is een plaatsbijwoord en krijgt in deze zin geen persoons- of geslachtsvorm. Voorbeeld: Jeg bor der. — “Ik woon daar.” Samen vormen de delen Jeg har + allerede + kigget + der de betekenis: “Ik heb daar al gekeken.” De vaste zin zegt dat de spreker al op die plaats heeft gekeken; der benoemt de plaats zonder die hier verder te specificeren.

  4. Se under din blå taske.

    Kijk onder je blauwe tas.

    Se
    kijk
    under
    onder
    din
    je/jouw
    blå
    blauw
    taske
    tas
    Uitgebreide uitleg

    Se staat hier aan het begin als bevelsvorm van at se («kijken»): “Kijk”. In het Deens valt het onderwerp du in de gebiedende wijs meestal weg. Vergelijk: Se her! = “Kijk hier!” De vorm se is dus niet een vervoegde verleden tijd. under betekent hier “onder” en leidt de plaatsbepaling in. Het kan ook in andere contexten een andere ruimtelijke relatie uitdrukken, maar in deze zin gaat het om de plek onder iets. Voorbeeld: Bogen ligger under stolen. = “Het boek ligt onder de stoel.” din taske betekent “jouw tas”. din is de bezittelijke vorm voor de tweede persoon enkelvoud bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het en-woordtype, zoals en taske. Andere vormen zijn dit bij een et-woord in het enkelvoud en dine in het meervoud. Het woord din drukt bezit uit; het stelt op zichzelf geen aantal vast. blå betekent hier “blauwe” en beschrijft taske. De vorm blå is in deze constructie gelijk aan de basisvorm “blauw”; het Deens gebruikt bij dit bijvoeglijk naamwoord niet een aparte vorm voor het en-woord-enkelvoud in deze positie. Vergelijk als voorbeeld: en blå taske = “een blauwe tas” en et blåt hus = “een blauw huis”; bij et krijgt blå dus de vorm blåt. taske betekent “tas”. Dit is een enkelvoudig en-woord: en taske; de bepaalde vorm is tasken (“de tas”) en het meervoud is tasker (“tassen”). In de gegeven zin staat taske na din, zodat de woordgroep din blå taske “jouw blauwe tas” betekent. Samen vormt Se de oproep “Kijk”, en under din blå taske geeft aan waar gekeken moet worden: “onder jouw blauwe tas”. De volledige zin betekent daarom: “Kijk onder je blauwe tas.”

  5. Jeg fandt den under tasken.

    Ik heb het onder de tas gevonden.

    Jeg
    ik
    fandt
    vond
    den
    het
    under
    onder
    tasken
    de tas
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is het onderwerp: de spreker voert de handeling uit. Het is de eerste persoon enkelvoud. Voorbeeld: Jeg ser bilen. — “Ik zie de auto.” fandt betekent hier “vond”. Dit is de verleden tijd van finde (“vinden”): finde → fandt. Deze verleden-tijdsvorm verandert in het Deens niet mee met persoon of aantal. De vaste vertaling gebruikt in het Nederlands voltooid tegenwoordige tijd (“heb gevonden”), maar de Deense vorm zelf is een verleden-tijdsvorm. Voorbeeld: Jeg fandt nøglen. — “Ik vond de sleutel.” den is hier het lijdend voorwerp en wordt volgens de vaste vertaling weergegeven als “het”. Als Deens voornaamwoord is den de enkelvoudige vorm die bij een-woorden hoort; det is de overeenkomstige vorm bij onzijdige woorden. De Nederlandse keuze voor “het” bepaalt niet welke Deense vorm het antecedent heeft. Voorbeeld: Jeg fandt den. — “Ik vond het.” under betekent “onder” en geeft de plaats aan. Het kan vóór een plaatsbepaling staan: under bordet betekent “onder de tafel”. Voorbeeld: Katten er under stolen. — “De kat is onder de stoel.” tasken betekent hier “de tas”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van taske (“tas”): taske → tasken. Het achtervoegsel -en maakt het zelfstandig naamwoord bepaald; het is dus niet een apart woord voor “de”. Voorbeeld: Tasken står under bordet. — “De tas staat onder de tafel.” Samen vormen Jeg fandt den under tasken de betekenis: “Ik heb het onder de tas gevonden.” Het Deens gebruikt daarvoor een verleden-tijdsvorm (fandt), gevolgd door het voorwerp (den) en de plaatsbepaling (under tasken).

  6. Læg den i din rygsæk nu.

    Doe het nu in je rugzak.

    Læg
    leg / plaats
    den
    het
    i
    in
    din
    je
    rygsæk
    rugzak
    nu
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Læg is de gebiedende wijs van lægge, ‘leggen/plaatsen’. De vorm geeft hier een opdracht aan één of meer aangesproken personen; het onderwerp wordt in de gebiedende wijs niet uitgesproken. Vergelijk ligge ‘liggen’: Læg bogen her. — ‘Leg het boek hier.’ den betekent hier ‘het’ en is een zelfstandig persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp. In het Deens verwijst den naar een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord; de concrete zaak waarnaar het verwijst wordt door deze zin en de vertaling niet nader benoemd. Het is niet hetzelfde als het lidwoord in een woordgroep, zoals den store taske — ‘de grote tas’. i betekent ‘in’ en leidt hier de plaats aan waar iets terechtkomt. Læg koppen i skabet. — ‘Zet de kop in de kast.’ din is het bezittelijk voornaamwoord voor ‘jouw/je’ bij één enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijk geslacht. Het congrueert dus met rygsæk, niet met de bezitter: din rygsæk. Bij een onzijdig enkelvoud staat dit, en bij het meervoud dine, bijvoorbeeld dit hus — ‘je huis’ en dine bøger — ‘je boeken’. rygsæk betekent ‘rugzak’. Het is een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijk geslacht: en rygsæk, met de bepaalde vorm rygsækken — ‘de rugzak’. In deze zin is het de plaats waar het bedoelde voorwerp in gelegd moet worden. nu betekent ‘nu’ en bepaalt het tijdstip van de opdracht. Het hoort alleen bij de tijdsbepaling; de opdracht is dus om het voorwerp op dit moment in de rugzak te leggen. Samen vormen Læg den de opdracht ‘leg het’, i din rygsæk de plaatsbepaling ‘in je rugzak’, en nu de tijdsbepaling ‘nu’. De volledige betekenis is daarom: ‘Doe het nu in je rugzak.’

  7. Jeg vil have den i forlommen.

    Ik bewaar het in het voorvak.

    Jeg vil
    ik wil
    have
    hebben; bewaren
    den
    het
    i
    in
    forlommen
    het voorvak
    Uitgebreide uitleg

    Jeg vil betekent hier “ik wil”. vil is de tegenwoordige vorm van ville en drukt in deze zin een wens of voornemen uit: Jeg vil ... = “Ik wil ...”. In een vraag kan dezelfde vorm een aanbod of verzoek inleiden, maar hier is het een mededeling. have betekent als zelfstandig werkwoord meestal “hebben”. In have den i ... krijgt het samen met de plaatsbepaling de concrete betekenis “het ergens houden/bewaren”: Jeg vil have den i tasken. = “Ik wil het in de tas bewaren.” Het is dus niet nodig om have hier los als alleen “hebben” te vertalen. den is een enkelvoudig Deens voornaamwoord voor een niet-persoonlijk referent van het gemeenschappelijk grammaticaal geslacht; hier is de Nederlandse weergave “het”. De precieze zaak waarnaar het verwijst, wordt door deze zin zelf niet benoemd. den staat hier als lijdend voorwerp bij have. i is het voorzetsel “in” en introduceert hier de plaats waar iets wordt gehouden. Hetzelfde patroon is bruikbaar met andere plaatsen, bijvoorbeeld i tasken = “in de tas”. forlommen betekent “het voorvak”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van forlomme (“voorvak”): forlomme → forlommen. Het eerste deel for- geeft hier de positie aan de voorkant aan; het woord verwijst naar een vak, niet naar een algemene tas. Een vergelijkbare vorm in de context is hovedlommen, “het hoofdvak”. Samen vormen de delen: Jeg vil + have den + i forlommen. De zin betekent daardoor: “Ik wil het in het voorvak bewaren.” De volgende plaatsbepaling specificeert waar het voorwerp moet worden gehouden; de zin zegt niet dat het voorwerp daar al ligt.

  8. Brug hovedlommen, så den er nem at finde.

    Gebruik het hoofdvak, zodat je het makkelijk kunt vinden.

    Brug
    gebruik
    hovedlommen
    het hoofdvak
    så
    zodat
    den
    het
    er
    is
    nem
    makkelijk
    at finde
    vinden
    Uitgebreide uitleg

    Brug is de gebiedende wijs van bruge (“gebruiken”). De vorm geeft hier een aansporing aan de aangesprokene; de persoon wordt in het Deens meestal niet apart uitgedrukt. Bijvoorbeeld: Brug døren. — “Gebruik de deur.” hovedlommen betekent hier “het hoofdvak”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van hovedlomme (“hoofdvak”): en hovedlomme → hovedlommen. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid, niet een aparte vertaling als “de” die los van het woord staat. så verbindt hier de aansporing met het beoogde gevolg: “zodat”. Het leidt dus het deel in waarin wordt beschreven welk resultaat het gebruik van het hoofdvak heeft. Bijvoorbeeld: Sæt den her, så den er nem at se. — “Leg het hier, zodat het makkelijk te zien is.” den is een enkelvoudig voornaamwoord van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht. In deze zin staat het als onderwerp van er; de vaste vertaling geeft dit weer met “het”. De vorm zelf benoemt geen persoon en verandert niet naar een meervoudige vorm: den staat tegenover bijvoorbeeld de voor meervoud. er is de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”). Dezelfde vorm wordt gebruikt bij verschillende enkelvoudige en meervoudige onderwerpen; hij draagt hier dus geen zichtbare persoonsuitgang. den er betekent “het is”. nem betekent “makkelijk” of “gemakkelijk”. Het is hier een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord na er. In het Deens staat het bijvoeglijk naamwoord na een vorm van “zijn” doorgaans in de basisvorm wanneer het onderwerp met den wordt aangeduid; de vorm nem zelf heeft hier geen aparte geslachtsuitgang. at finde is de infinitief “vinden”. at markeert hier de infinitief, zoals in at bruge (“gebruiken”). In nem at finde betekent de combinatie letterlijk dat iets gemakkelijk te vinden is: het genoemde onderwerp van er wordt ook begrepen als wat men vindt. Bijvoorbeeld: Bogen er nem at finde. — “Het boek is makkelijk te vinden.” Samen vormen de delen de aansporing Brug hovedlommen (“Gebruik het hoofdvak”), gevolgd door het gevolg så den er nem at finde (“zodat het makkelijk te vinden is”). De volledige betekenis is daarom: “Gebruik het hoofdvak, zodat je het makkelijk kunt vinden.”

Grammatica

Bepaalde vorm met achtervoegsel: -et en -en

Den ligger under bordet.

Den leg-uh on-uh boe-uh.

Het ligt onder de tafel.

In het Deens wordt het bepaalde lidwoord vaak aan het zelfstandig naamwoord vastgemaakt: bord → bordet.

Deens woordenschat

allerede bijwoord
al-ree-uh al
blå bijvoeglijk naamwoord
bloo blauw
bordet zelfstandig naamwoord
boe-uh de tafel
Geslacht
common
den voornaamwoord
den het
kigget werkwoord
keg-uhd gekeken
ligger werkwoord
leg-uh ligt
min bepaler
men mijn
måske bijwoord
mosguh misschien
notesbog zelfstandig naamwoord
noots-boe notitieboek
Geslacht
common
se werkwoord
see kijken
under voorzetsel
on-uh onder
væk bijvoeglijk naamwoord
wèèk weg

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn notitieboek is weg.

Antwoord tonenMin notesbog er væk.

Het ligt misschien op de tafel.

Antwoord tonenDen ligger måske på bordet.

Ik heb daar al gekeken.

Antwoord tonenJeg har allerede kigget der.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

al

Antwoord tonenallerede

misschien

Antwoord tonenmåske

gekeken

Antwoord tonenkigget

de tafel

Antwoord tonenbordet