Even pauzeren | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a quiet break area, two adults choose a chair, get water, and rest for a short break..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Even pauzeren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg føler mig træt.

jaj fööluh maj trèdh. Ik voel me moe.
B

Lad os tage en kort pause.

lè os tee uhn kort pauzuh. Laten we een korte pauze nemen.
A

Er denne stol ledig?

èr denuh stool lee-thi? Is deze stoel vrij?
B

Du kan sidde her.

doe ken see-thuh hèr. Je kunt hier zitten.
A

Jeg har taget en lille snack med til pausen.

jaj haa tee uhn leeluh snèk mè tel pauzuhn. Ik heb een kleine snack meegenomen voor de pauze.
B

Jeg henter noget vand.

jaj hennuh noo-th ven. Ik haal wat water.
A

Der er stille her.

dèr ah stelluh hèr. Het is hier stil.
B

Så kan vi hvile os her lidt.

soo ken wie wieluh os hèr lèdh. Dan kunnen we hier even rusten.

Uitleg van de zinnen

  1. Jeg føler mig træt.

    Ik voel me moe.

    Jeg
    ik
    føler
    voel
    mig
    me
    træt
    moe
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud; vergelijk in een eigen voorbeeld: Jeg er klar. — “Ik ben klaar.” føler is de tegenwoordige tijd van føle (“voelen”). In deze zin gaat het niet om iets aanraken, maar om een lichamelijke of innerlijke toestand ervaren. De vorm føler past bij jeg in de tegenwoordige tijd. Voorbeeld: Jeg føler glæde. — “Ik voel vreugde.” mig betekent hier “me” en verwijst terug naar dezelfde persoon als jeg. Samen met føler vormt het de wederkerende combinatie føler mig: “me voelen”. De vorm mig is de objectsvorm van de eerste persoon enkelvoud; het is niet dezelfde vorm als het onderwerp jeg. træt betekent “moe”. Het is hier een bijvoeglijk naamwoord dat de toestand van de spreker beschrijft. De vorm staat na føler mig als predicatieve beschrijving. In het Deens heeft het bijvoeglijk naamwoord in deze zin de enkelvoudsvorm træt; bij een meervoudig onderwerp is de vorm bijvoorbeeld trætte. Voorbeeld: Hun føler sig træt. — “Zij voelt zich moe.” Samen vormen de delen Jeg føler mig træt. de betekenis “Ik voel me moe.” De structuur is: onderwerp + vorm van føle + wederkerend voornaamwoord + bijvoeglijk naamwoord. mig maakt duidelijk dat de ervaren toestand op de spreker zelf betrekking heeft.

  2. Lad os tage en kort pause.

    Laten we een korte pauze nemen.

    Lad os
    laten we
    tage
    nemen
    kort
    kort
    pause
    pauze
    Uitgebreide uitleg

    Lad os is een vaste manier om een voorstel te doen: “laten we …”. Lad is hier de gebiedende wijs van lade (“laten”), en os betekent “ons”. In deze constructie volgt daarna een werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Lad os gå. — “Laten we gaan.” tage betekent hier “nemen”. Dit is de infinitief van tage; na Lad os blijft het werkwoord in deze vorm staan. In andere contexten kan tage bijvoorbeeld ook “pakken” of “meenemen” betekenen, maar hier gaat het om het nemen van een pauze. Voorbeeld: Jeg vil tage en bus. — “Ik wil een bus nemen.” kort beschrijft pause en betekent hier “kort”, dus met weinig duur. Dit is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord. De vergrotende trap is kortere (“korter”) en de overtreffende trap kortest (“kortst”). Voorbeeld: Vi har en kort samtale. — “Wij hebben een kort gesprek.” pause is een zelfstandig naamwoord en betekent “pauze”. Het is een woord van het gemeenschappelijk geslacht: en pause; het meervoud is pauser (“pauzes”). In deze zin staat het in het onbepaalde enkelvoud. Het lidwoord en markeert hier die vorm, maar drukt op zichzelf geen numerieke telling uit. Samen vormen Lad os + de infinitief tage + en kort pause de betekenis: “Laten we een korte pauze nemen.”

  3. Er denne stol ledig?

    Is deze stoel vrij?

    Er denne
    Is this …?
    stol
    stoel
    ledig
    vrij
    Uitgebreide uitleg

    Er denne vormt hier het begin van een ja-neevraag: er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”), en denne betekent “deze” bij één dichtbij aangeduid zelfstandig naamwoord. Het patroon is Er denne …? — “Is deze …?” Voor een meervoudsvorm gebruik je bijvoorbeeld Er disse …? (“Zijn deze …?”). stol betekent hier “stoel”. Het is een zelfstandig naamwoord; de bepaalde vorm is stolen (“de stoel”) en het meervoud is stole (“stoelen”). In deze zin staat stol na denne, omdat het om één aangewezen stoel gaat. ledig betekent hier “vrij” in de betekenis “beschikbaar, niet bezet”. Het is het bijvoeglijk naamwoord dat iets over de stoel zegt. In het Deens staat het na het onderwerp in deze zin: stolen er ledig betekent “de stoel is vrij”. Bij een onzijdig enkelvoud verschijnt de vorm ledigt, en bij meervoud ledige, bijvoorbeeld Sæderne er ledige — “De zitplaatsen zijn vrij.” Samen vormen de delen Er denne stol ledig? de vraag “Is deze stoel vrij?” De vraag gaat dus na of de aangewezen stoel beschikbaar is. De formulering is een gewone, neutrale vraag.

  4. Du kan sidde her.

    Je kunt hier zitten.

    Du
    je / jij
    kan
    kunt / kan
    sidde
    zitten
    her
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Du betekent hier “je/jij” en is het onderwerp van de zin. Het is de tweede persoon enkelvoud. In het Deens blijft du dezelfde vorm als onderwerp, ongeacht het geslacht van de aangesprokene. kan is de vorm van het modale werkwoord kunne in de tegenwoordige tijd. Het drukt hier mogelijkheid of toestemming uit: “kunt”. In een gewone hoofdzin staat het modale werkwoord vóór het daaropvolgende werkwoord. Voorbeelden: Jeg kan komme — “Ik kan komen”; Du kan vente — “Je kunt wachten”. sidde betekent “zitten”. Dit is de infinitiefvorm die na kan staat. Na een Deens modaal werkwoord volgt het volgende werkwoord doorgaans in de infinitief, zonder een apart infinitiefwoord. De vorm sidde beschrijft hier de handeling of toestand van zitten; hij is niet vervoegd voor du. her betekent “hier” en geeft de plaats aan. Het verwijst in deze zin naar de plaats waar de aangesprokene kan zitten, zonder dat de zin die plaats verder benoemt. Samen vormen de delen Du kan sidde her de betekenis “Je kunt hier zitten.” Du is degene die zit, kan geeft de mogelijkheid of toestemming aan, sidde benoemt de handeling en her geeft de plaats aan. De zin is een korte, natuurlijke mededeling of uitnodiging over waar iemand mag of kan zitten.

  5. Jeg har taget en lille snack med til pausen.

    Ik heb een kleine snack meegenomen voor de pauze.

    Jeg har
    ik heb
    taget
    genomen
    lille
    kleine
    snack
    snack
    med til
    mee naar / voor
    pausen
    de pauze
    Uitgebreide uitleg

    Jeg har betekent hier “ik heb” en vormt samen met het volgende werkwoord de voltooide tijd. har is de tegenwoordige vorm van have bij jeg; het is hier een hulpwerkwoord, niet het hoofdwerkwoord “bezitten”. Een vergelijkbaar patroon is Jeg har læst — “Ik heb gelezen.” taget is de voltooid deelwoordsvorm van tage (“nemen”). De vormen zijn tage — tog — taget: infinitief, verleden tijd en voltooid deelwoord. In deze zin betekent taget ... med niet alleen “genomen”, maar “meegenomen”; med draagt samen met het werkwoord die betekenis. Een bruikbaar voorbeeld is Jeg har taget en bog med — “Ik heb een boek meegenomen.” lille betekent hier “kleine” en beschrijft snack. Het is de vorm bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zowel na en als na et: en lille snack en et lille .... In het meervoud is de vorm små, zoals in små snacks — “kleine snacks”. snack is hier het zelfstandig naamwoord “snack”. Het kan in het Deens als leenwoord worden gebruikt; in deze zin staat het in het enkelvoud na en in en lille snack. med til vormt hier geen enkel voorzetsel. med is in tage ... med een partikel dat aangeeft dat iets wordt meegenomen; til is het voorzetsel dat de bestemming of gelegenheid aanduidt. Het herbruikbare patroon is tage [iets] med til [gelegenheid] = “iets meenemen naar/voor [gelegenheid]”. Een voorbeeld is Hun tager kaffe med til mødet — “Zij neemt koffie mee naar de vergadering.” pausen betekent “de pauze”. De onbepaalde vorm is en pause; de bepaalde enkelvoudsvorm krijgt hier de uitgang -n: pausen. In til pausen gaat het om de pauze als concrete gelegenheid waarvoor de snack is meegenomen. Samen vormen de delen: Jeg har + taget geeft “ik heb meegenomen”, en lille snack is wat is meegenomen, en med til pausen geeft aan dat dit voor de pauze wordt meegenomen. De volledige betekenis is: “Ik heb een kleine snack meegenomen voor de pauze.”

  6. Jeg henter noget vand.

    Ik haal wat water.

    Jeg
    ik
    henter
    haal op
    noget
    wat
    vand
    water
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: de eerste persoon enkelvoud, dus de spreker verwijst naar zichzelf. Deze vorm verandert niet naar grammaticaal geslacht. Ter vergelijking: du betekent “jij” en verwijst naar de aangesprokene. henter is de tegenwoordige tijd van hente (“halen”, “ophalen” of “gaan halen”). In deze zin gaat het om water halen. De vorm henter draagt hier de tegenwoordige tijd; het onderwerp is Jeg. Voorbeeld: Jeg henter kaffen. — “Ik haal de koffie.” noget betekent hier “wat” of “een beetje”. Voor een niet-telbare hoeveelheid staat het bij een stof of materiaal, zoals water. In een andere context kan noget ook “iets” betekenen, maar hier bepaalt vand de betekenis als een onbepaalde hoeveelheid water. vand betekent “water”. Het is een zelfstandig naamwoord voor een stof; de zin noemt geen afgebakende of precies bepaalde hoeveelheid. De bepaalde vorm is vandet (“het water”), terwijl vand hier de onbepaalde vorm is. Samen vormen de delen Jeg henter (“ik haal”), noget vand (“wat water”) en zo de volledige betekenis: “Ik haal wat water.” De zin beschrijft een handeling die de spreker uitvoert; de tegenwoordige tijd kan in het Deens ook een handeling rond het huidige moment aanduiden.

  7. Der er stille her.

    Het is hier stil.

    Der er
    er is
    stille
    stil
    her
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Der er vormt hier een vaste Deense existentiële/aanwijzende constructie: letterlijk ongeveer “daar is”, maar in deze zin geeft ze de toestand weer die in het Nederlands natuurlijk met “het is” wordt vertaald. Er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”); der is hier een onpersoonlijk plaatsingswoord en verwijst niet zelfstandig naar een concreet ding. De constructie der er kan ook bestaan of aanwezigheid uitdrukken, bijvoorbeeld: Der er kaffe på bordet. — “Er staat koffie op tafel.” stille betekent hier “stil” of “rustig”. Het beschrijft de toestand die met der er wordt uitgedrukt. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord stille; in deze uitdrukking is er geen afzonderlijke Nederlandse-achtige verbuiging zichtbaar. Vergelijk als zelfstandig predicatief gebruik: Her er stille. — “Hier is het stil.” Als bijvoeglijke bepaling staat hetzelfde woord bijvoorbeeld in et stille rum — “een stille kamer”. her betekent “hier” en geeft de plaats aan. Het is een bijwoord en verandert niet naar getal of geslacht. Een bruikbaar contrast is her tegenover der: Kom her. — “Kom hier.”, tegenover Der er stille. — “Het is stil.” In de eerste zin wijst her de plaats direct aan; in de tweede maakt der er deel uit van de constructie die een toestand of aanwezigheid introduceert. Samen vormen de delen Der er stille + her: er wordt een stille toestand op de genoemde plaats vastgesteld. De volledige betekenis is daarom: “Het is hier stil.”

  8. Så kan vi hvile os her lidt.

    Dan kunnen we hier even rusten.

    Så
    dan
    kan vi
    kunnen we
    hvile
    rusten
    os
    ons / onszelf
    her
    hier
    lidt
    even; een beetje
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan” en sluit aan bij de voorafgaande situatie. Het kan ook “dus” betekenen, maar in deze zin geeft het vooral een volgende stap of gevolg aan. kan vi gebruikt kan, de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”), met vi (“we/wij”) als onderwerp. Na een modaal werkwoord zoals kan staat het volgende werkwoord in de infinitief: kan hvile = “kunnen rusten”. hvile is de infinitief “rusten”. Het beschrijft hier de activiteit die mogelijk is; de zin zegt niet dat het rusten al begonnen is. Voorbeeld: Jeg vil hvile. = “Ik wil rusten.” os betekent hier “onszelf” en verwijst grammaticaal terug naar het onderwerp vi: de deelnemers aan “we” rusten zelf. Samen vormen hvile os de wederkerende uitdrukking “onszelf rusten” / natuurlijker in het Nederlands: “rusten”. Het is dus niet nodig om os als een los Nederlands object met een aparte handeling te vertalen. her betekent “hier” en bepaalt de plaats van het rusten. Voorbeeld: Vi bliver her. = “We blijven hier.” lidt verzacht of beperkt de duur of omvang: in deze zin betekent het “even” of “een beetje”. Met het werkwoord hvile gaat het natuurlijk om een korte tijd: “even rusten”. Samen betekent Så kan vi hvile os her lidt.: “Dan kunnen we hier even rusten.” Så verbindt de uitspraak met de situatie, kan vi drukt de mogelijkheid uit, hvile os benoemt de activiteit, her de plaats en lidt de korte of beperkte duur. De formulering is geschikt voor een gewone, neutrale conversatie.

Grammatica

lad os + infinitiv

Lad os sidde her.

lè os see-thuh hèr.

Laten we hier zitten.

Na lad os komt het werkwoord in de infinitief zonder te.

føle + reflexief voornaamwoord + bijvoeglijk naamwoord

Jeg føler mig træt.

jaj fööluh maj trèdh.

Ik voel me moe.

Het reflexieve voornaamwoord mig hoort bij jeg en staat vóór het bijvoeglijk naamwoord.

Deens woordenschat

denne bepaler
denuh deze
føler werkwoord
fööluh voel
jeg voornaamwoord
jaj ik
kort bijvoeglijk naamwoord
kort kort
lad os uitdrukking
lè os laten we
ledig bijvoeglijk naamwoord
lee-thi vrij
mig voornaamwoord
maj mij
pause zelfstandig naamwoord
pauzuh pauze
sidde werkwoord
see-thuh zitten
stol zelfstandig naamwoord
stool stoel
tage werkwoord
tee nemen
træt bijvoeglijk naamwoord
trèdh moe

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik voel me moe.

Antwoord tonenJeg føler mig træt.

Laten we een korte pauze nemen.

Antwoord tonenLad os tage en kort pause.

Is deze stoel vrij?

Antwoord tonenEr denne stol ledig?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

deze

Antwoord tonendenne

kort

Antwoord tonenkort

nemen

Antwoord tonentage

pauze

Antwoord tonenpause