Een korte pauze | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a workplace break room, two adults sit on a sofa, stretch, and plan to get coffee..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Een korte pauze oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg har brug for en kort pause.

jai haa broe fo en ko(d) pau-se Ik heb een korte pauze nodig.
B

Lad os sætte os i sofaen.

læd os se-duh os ee soo-fa-un Laten we op de bank gaan zitten.
A

Kan jeg få noget kaffe?

ken jai fo noo-uh ka-fe Kan ik wat koffie krijgen?
B

Der er kaffe i køkkenet.

dair ah ka-fe ee keu-gun-ud Er is koffie in de keuken.
A

Jeg henter noget, efter jeg har strakt mig lidt.

jai hen-duh noo-uh, ef-tuh jai haa sdragd mai led Ik haal wat nadat ik me een beetje heb uitgerekt.
B

Det hjælper at strække sig, når man er træt.

deh jel-puh ed sdreguh sai, noor man ah trehd Je uitrekken helpt als je moe bent.
A

Dette rum er stille.

deh-duh roem ah sdil-uh Deze ruimte is rustig.
B

Vi kan hvile her et stykke tid.

vee ken vee-luh heh ed sdööguh tee We kunnen hier een tijdje rusten.

Woord voor woord

Jeg Jeg betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van de zin. De vorm staat aan het begin van de zin; een gebruikelijk patroon is Jeg + werkwoord.
har Har betekent hier ‘heb’ in de uitdrukking Jeg har brug for en kort pause. Het vormt samen met brug for de manier om uit te drukken dat je iets nodig hebt.
brug for Brug for betekent hier ‘nodig hebben’. In deze vaste uitdrukking geeft brug het idee van behoefte aan en verbindt for die behoefte met wat nodig is. Een bruikbaar patroon is Jeg har brug for + iets.
en En betekent hier ‘een’ en staat voor het zelfstandig naamwoord en kort pause. Het patroon en + zelfstandig naamwoord gebruik je om iets onbepaalds te noemen.
kort Kort betekent hier ‘kort’ en beschrijft de duur van de pauze. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in en kort pause.
pause Pause betekent hier ‘pauze’, een korte onderbreking van het werk. In en kort pause wordt een concrete pauze genoemd; het woord kan ook na een ander bijvoeglijk naamwoord staan.
Lad Lad betekent hier ‘laten’ in het voorstel Lad os sætte os i sofaen. Het patroon Lad os + infinitief wordt gebruikt om samen iets voor te stellen.
os Os betekent hier ‘ons’ in Lad os sætte os i sofaen. Samen met Lad vormt os de uitnodiging om iets met elkaar te doen; het staat vóór de infinitief.
sætte Sætte betekent hier ‘gaan zitten’ in sætte os i sofaen. Os geeft aan dat de betrokken personen zelf gaan zitten. Een bruikbaar patroon is Lad os sætte os + plaats.
i I betekent hier ‘in’ of natuurlijk Nederlands ‘op’ in i sofaen. Het geeft de plaats aan waar iemand gaat zitten; hier hoort het bij sofaen.
sofaen Sofaen betekent hier ‘de sofa’. De uitgang -en maakt van sofa een bepaalde vorm. In i sofaen verwijst het naar een specifieke sofa waarop de sprekers gaan zitten.
Kan Kan betekent hier ‘kan’ of ‘mag’ aan het begin van de vraag Kan jeg få noget kaffe? Het patroon Kan jeg + werkwoord? wordt gebruikt om iets te vragen.
Få betekent hier ‘krijgen’ in Kan jeg få noget kaffe? Het staat na kan in de infinitief. Kan jeg få + iets is een bruikbaar patroon om te vragen of je iets kunt krijgen.
noget Noget betekent hier ‘wat’ in de vraag om wat koffie. Het staat vóór het niet-telbare zelfstandig naamwoord kaffe. Het patroon noget + stof of drank gebruik je om een onbepaalde hoeveelheid aan te duiden.
kaffe Kaffe betekent hier ‘koffie’. In noget kaffe verwijst het naar een onbepaalde hoeveelheid koffie. Het woord kan in een vraag of aanbod met noget worden gebruikt.
Der Der betekent hier niet ‘daar’, maar is onderdeel van de bestaanszin Der er kaffe i køkkenet. Het patroon Der er + iets geeft aan dat iets aanwezig is of bestaat.
er Er betekent hier ‘is’ of ‘zijn’ in Der er kaffe i køkkenet. Samen met Der vormt het de constructie om de aanwezigheid van iets te melden. Een bruikbaar patroon is Der er + zelfstandig naamwoord + plaats.
køkkenet Køkkenet betekent hier ‘de keuken’. De uitgang -et maakt de vorm bepaald. In i køkkenet verwijst het naar een specifieke keuken.
henter Henter betekent hier ‘halen’ of ‘ophalen’ in Jeg henter noget. Het gaat om iets gaan halen, in deze context koffie. Het patroon henter + voorwerp benoemt wat iemand gaat halen.
efter Efter betekent hier ‘nadat’ en leidt de bijzin efter jeg har strakt mig lidt in. Het kan een gebeurtenis in de tijd verbinden met een andere gebeurtenis. Een bruikbaar patroon is efter + bijzin.
strakt Strakt betekent hier ‘uitgerekt’ in har strakt mig. Het is de vorm van strække die in deze constructie na har staat. Samen met mig beschrijft het dat de spreker zichzelf heeft uitgerekt.
mig Mig betekent hier ‘mezelf’ of ‘mij’ in har strakt mig. Het verwijst naar dezelfde persoon als Jeg en hoort bij de handeling strakt. Het patroon strække mig beschrijft jezelf uitrekken.
lidt Lidt betekent hier ‘een beetje’ en geeft aan dat het uitrekken maar in kleine mate gebeurt. Het staat na strakt in strakt mig lidt. Het patroon werkwoord + lidt beperkt de hoeveelheid of intensiteit.
Det Det betekent hier ‘het’ in Det hjælper at strække sig en verwijst naar de activiteit die volgt. Het patroon Det hjælper at + infinitief zegt dat iets helpt.
hjælper Hjælper betekent hier ‘helpt’ in Det hjælper at strække sig. Het is de vorm van hjælpe in deze zin en beschrijft dat de activiteit nuttig is. Het patroon Det hjælper at + infinitief geeft een behulpzame handeling aan.
at At betekent hier ‘om te’ en leidt de infinitief strække aan. Samen met strække sig maakt het de activiteit die volgens de zin helpt. Het patroon at + infinitief wordt gebruikt om een handeling te benoemen.
strække Strække betekent hier ‘strekken’ in strække sig. Het staat na at en vormt samen met sig de uitdrukking voor jezelf uitrekken. Een bruikbaar patroon is at strække sig.
sig Sig betekent hier ‘zichzelf’ in strække sig. Het maakt duidelijk dat de handeling op de persoon zelf gericht is. In deze zin verwijst sig naar de algemene persoon die met man wordt bedoeld.
når Når betekent hier ‘wanneer’ of ‘als’ en leidt de bijzin når man er træt in. Het verbindt de werking van uitrekken met de situatie waarin iemand moe is. Een bruikbaar patroon is når + bijzin.
man Man betekent hier ‘je’ of ‘men’ in når man er træt. Het verwijst niet naar één specifieke persoon, maar naar mensen in het algemeen. Het patroon man + werkwoord wordt gebruikt voor algemene uitspraken.
træt Træt betekent hier ‘moe’ in er træt. Het beschrijft de toestand van de persoon die met man wordt bedoeld. Het vaste patroon er træt betekent ‘moe zijn’.
Dette Dette betekent hier ‘dit’ of ‘deze’ in Dette rum. Het staat vóór rum en wijst naar de ruimte waarin de sprekers zijn. Het patroon Dette + zelfstandig naamwoord verwijst naar iets specifieks dichtbij de spreker.
rum Rum betekent hier ‘ruimte’ of ‘kamer’ in Dette rum. Het benoemt de plek die volgens de zin stil is. Samen met Dette vormt het de verwijzing naar deze specifieke ruimte.
stille Stille betekent hier ‘stil’ in Dette rum er stille. Het beschrijft de toestand van de ruimte. Het patroon er stille geeft aan dat een plaats of omgeving rustig klinkt.
Vi Vi betekent hier ‘wij’ en is het onderwerp van Vi kan hvile her et stykke tid. Het verwijst naar de twee sprekers samen. Een bruikbaar patroon is Vi kan + infinitief.
hvile Hvile betekent hier ‘rusten’ in Vi kan hvile her et stykke tid. Het staat na kan als infinitief. Het patroon kan + hvile drukt uit dat iemand de mogelijkheid heeft om te rusten.
her Her betekent hier ‘hier’ en geeft de plaats van het rusten aan. Het staat in hvile her en verwijst naar de ruimte waar de sprekers zich bevinden. Het kan samen met een werkwoord de plaats van een handeling aangeven.
et Et betekent hier ‘een’ vóór stykke. Het is het onbepaalde lidwoord bij dit zelfstandig naamwoord. In de volledige uitdrukking et stykke tid helpt het een korte of onbepaalde tijdsduur aan te geven.
stykke Stykke betekent hier letterlijk ‘stuk’, maar in de volledige uitdrukking et stykke tid betekent het geheel ‘een tijdje’. De uitdrukking et stykke tid is een bruikbaar patroon om een beperkte tijdsduur aan te geven.
tid Tid betekent hier ‘tijd’ in et stykke tid. Samen met et stykke vormt het de uitdrukking ‘een tijdje’, niet een letterlijk stuk tijd. Het patroon et stykke tid kan na een werkwoord staan om de duur aan te geven.

Grammatica

at have brug for + noget

Jeg har brug for en pause.

jai haa broe fo en pau-se

Ik heb een pauze nodig.

De vaste Deense uitdrukking is have brug for. In de tegenwoordige tijd wordt have vervoegd als har.

at sætte sig

Jeg sætter mig på sofaen.

jai se-duh mai po soo-fa-un

Ik ga op de bank zitten.

sætte sig betekent letterlijk ‘zich neerzetten’. Het wederkerende voornaamwoord verandert mee: mig bij jeg.

Deens woordenschat

brug for uitdrukking
broe fo nodig hebben

Jeg har brug for en kort pause.

efter voegwoord
ef-tuh nadat; na

efter jeg har strakt mig lidt

werkwoord
fo krijgen

Kan jeg få noget kaffe?

hente werkwoord
hen-duh halen henter

Jeg henter noget.

kort bijvoeglijk naamwoord
ko(d) kort

en kort pause

køkken zelfstandig naamwoord
keu-gun keuken køkkenet
Geslacht
neuter

i køkkenet

lidt bijwoord
led een beetje

strakt mig lidt

noget voornaamwoord
noo-uh iets; wat

noget kaffe

pause zelfstandig naamwoord
pau-se pauze
Geslacht
common

en kort pause

sofa zelfstandig naamwoord
soo-fa bank; sofa sofaen
Geslacht
common

i sofaen

strække sig uitdrukking
sdreguh sai zich uitrekken

har strakt mig lidt

sætte sig uitdrukking
se-duh sai gaan zitten

Lad os sætte os i sofaen.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Laten we op de bank gaan zitten.

Antwoord tonenLad os sætte os i sofaen.

Kan ik wat koffie krijgen?

Antwoord tonenKan jeg få noget kaffe?

Er is koffie in de keuken.

Antwoord tonenDer er kaffe i køkkenet.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

keuken

Antwoord tonenkøkkenet

halen

Antwoord tonenhenter

iets; wat

Antwoord tonennoget

pauze

Antwoord tonenpause