Een rustige plek voor een korte pauze | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a hallway, two adults find a quiet bench and sit together for a short break..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een rustige plek voor een korte pauze oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvor kan vi holde pause?

Voo kan vie holuh pauzuh? Waar kunnen we pauze nemen?
B

Der er et roligt sted på gangen.

Daa air eh roolied stee-dh poh gangen. Er is een rustige plek in de gang.
A

Er der en bænk?

Air daa en beng? Staat daar een bank?
B

Der står en bænk ved væggen.

Daa stoh en beng vee-dh veggen. Er staat een bank bij de muur.
A

Jeg vil sidde og hvile.

Yai vil seh-dhuh oh wie-luh. Ik wil zitten en rusten.
B

Lad os sidde der sammen.

Leh os seh-dhuh daa sammen. Laten we daar samen zitten.
A

Dette sted føles roligt.

Deddah stee-dh feu-lus roolied. Deze plek voelt rustig aan.
B

Det er et godt sted til en kort pause.

Deh air eh goh-dh stee-dh tel en koat pauzuh. Dit is een goede plek voor een korte pauze.

Uitleg van de zinnen

  1. Hvor kan vi holde pause?

    Waar kunnen we pauze nemen?

    Hvor
    waar
    kan vi
    kunnen we
    holde pause
    pauze nemen
    Uitgebreide uitleg

    Hvor betekent hier “waar” en vraagt naar een plaats. Het is een vraagbijwoord. Vergelijk bijvoorbeeld Hvor er bogen? — “Waar is het boek?” kan vi betekent hier “kunnen we”. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) en drukt hier mogelijkheid of gelegenheid uit. vi is het persoonlijke voornaamwoord voor “wij/we” en is het onderwerp. In een vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Kan vi ...? — “Kunnen we ...?” Na een modaal werkwoord zoals kan staat in het Deens een infinitief zonder extra partikel: Kan vi vente? — “Kunnen we wachten?” holde pause is een vaste, herbruikbare combinatie voor “pauze nemen”. holde is de infinitief; de tegenwoordige vorm is holder. In deze combinatie betekent holde niet letterlijk alleen “houden”. pause is het zelfstandig naamwoord “pauze”. Een voorbeeld is Vi holder pause nu. — “We nemen nu pauze.” Samen vormt Hvor kan vi holde pause? de vraag “Waar kunnen we pauze nemen?” De volgorde is vraagwoord + persoonsvorm + onderwerp + infinitiefcombinatie: Hvor kan vi ...?.

  2. Der er et roligt sted på gangen.

    Er is een rustige plek in de gang.

    Der er
    er is
    roligt
    rustig
    sted
    plek
    på
    in/op
    gangen
    de gang
    Uitgebreide uitleg

    Der er is een vaste Deense bestaansconstructie met de betekenis ‘er is’. er is de tegenwoordige tijd van være (‘zijn’). De constructie introduceert hier het bestaan of de aanwezigheid van een plek; ze zegt niet wie de plek gebruikt. Voorbeeld: Der er en stol her. — ‘Er is hier een stoel.’ roligt betekent hier ‘rustig’ en beschrijft sted. De basisvorm is rolig; deze vorm krijgt de uitgang -t bij een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord, omdat sted onzijdig is: et sted. Vergelijk: en rolig gade (‘een rustige straat’) tegenover et roligt sted (‘een rustige plek’). Meervoud en bepaalde vorm gebruiken doorgaans rolige, bijvoorbeeld rolige steder (‘rustige plekken’). sted betekent ‘plek’ of ‘plaats’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et sted; het meervoud is steder. Voorbeeld: Vi fandt et godt sted. — ‘We vonden een goede plek.’ på is hier een voorzetsel voor een locatie. In combinatie met gangen wordt de locatie in het Nederlands natuurlijk weergegeven als ‘in de gang’. De precieze Nederlandse vertaling van på hangt van de ruimtelijke relatie af; in andere zinnen kan het bijvoorbeeld ook ‘op’ of ‘aan’ zijn. Voorbeeld: Bogen ligger på bordet. — ‘Het boek ligt op de tafel.’ gangen betekent ‘de gang’. De onbepaalde vorm is en gang; gangen is de bepaalde enkelvoudsvorm, gevormd met de uitgang -en. Voorbeeld: Vi mødes i gangen. — ‘We ontmoeten elkaar in de gang.’ Samen vormen deze delen: Der er (‘er is’) + et roligt sted (‘een rustige plek’) + på gangen (‘in de gang’). De volledige betekenis is dus: ‘Er is een rustige plek in de gang.’

  3. Er der en bænk?

    Staat daar een bank?

    Er der
    is er? / staat er?
    bænk
    bank
    Uitgebreide uitleg

    Er der is hier de Deense constructie om het bestaan of de aanwezigheid van iets te vragen: “is er …?” In deze vraag verwijst der niet zelfstandig naar een bepaalde plaats; de constructie als geheel komt overeen met Nederlands “is er …?” of, afhankelijk van de context, “staat er …?”. bænk betekent hier “bank”, in de zin van een zitbank. Het is een zelfstandig naamwoord met het onbepaalde lidwoord en: en bænk = “een bank”. Een nuttige vormreeks is en bænk (enkelvoud, onbepaald), bænken (enkelvoud, bepaald) en bænke (meervoud, onbepaald). Voorbeeld: Der står en bænk ved væggen. = “Er staat een bank bij de muur.” Samen vormen Er der + en bænk de vraag Er der en bænk?: “Staat daar een bank?” In deze context wordt de Deense existentiële vraag natuurlijk weergegeven als een vraag naar de aanwezigheid van een bank.

  4. Der står en bænk ved væggen.

    Er staat een bank bij de muur.

    Der står
    er staat
    en bænk
    een bank
    ved
    bij
    væggen
    de muur
    Uitgebreide uitleg

    Der står betekent hier ‘er staat’ of ‘er bevindt zich’. Der is in deze constructie een onpersoonlijk plaatsingswoord: het verwijst niet noodzakelijk naar een specifieke plek of een eerder genoemd zelfstandig naamwoord. Står is de tegenwoordige tijd van stå (‘staan’). De Deense werkwoordsvorm verandert hier niet volgens persoon of getal. In een andere context kan stå ook letterlijk ‘staan’ betekenen. Voorbeeld: Der står en cykel i gangen. — ‘Er staat een fiets in de gang.’ En bænk betekent ‘een bank’, hier in de betekenis van een zitbank. Bænk is de onbepaalde enkelvoudsvorm; de bepaalde enkelvoudsvorm is bænken. Het lidwoord en markeert hier een onbepaald zelfstandig naamwoord, maar drukt op zichzelf geen exact aantal uit. Voorbeeld: En bænk står i parken. — ‘Er staat een bank in het park.’ Ved betekent ‘bij’ of ‘naast’ en geeft hier de plaatsrelatie aan: de bank bevindt zich bij de muur. Voorbeeld: Cyklen står ved døren. — ‘De fiets staat bij de deur.’ Væggen betekent ‘de muur’. De vorm is bepaald enkelvoud van væg (‘muur’): væg → væggen. Het achtervoegsel -en draagt hier de bepaaldheid; het is dus niet het woord en dat vóór het zelfstandig naamwoord staat. De woordgroep ved væggen betekent samen ‘bij de muur’. De constructie Der står en bænk introduceert vervolgens wat zich daar bevindt: ‘er staat een bank’. Samen geeft Der står en bænk ved væggen. de betekenis: ‘Er staat een bank bij de muur.’

  5. Jeg vil sidde og hvile.

    Ik wil zitten en rusten.

    Jeg vil
    ik wil
    sidde
    zitten
    hvile
    rusten
    Uitgebreide uitleg

    Jeg vil betekent hier “ik wil”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud (“ik”); vil is de tegenwoordige vorm van ville, hier gebruikt om een wens of bedoeling uit te drukken. Na vil staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder een extra infinitiefmarker. Voorbeeld: Jeg vil læse. — “Ik wil lezen.” sidde betekent hier “zitten”. Dit is de infinitief na vil; de vorm blijft dus sidde en wordt niet vervoegd voor de persoon van Jeg. Voorbeeld: Jeg vil sidde her. — “Ik wil hier zitten.” hvile betekent hier “rusten”. Ook dit is een infinitief. Het staat na og (“en”) en is daardoor verbonden met sidde: dezelfde persoon wil beide handelingen verrichten. Voorbeeld: Jeg vil hvile. — “Ik wil rusten.” Samen vormen Jeg vil + sidde og hvile de betekenis: “Ik wil zitten en rusten.” Og verbindt de twee infinitieven; het onderwerp Jeg en vil gelden voor beide werkwoorden. De zin drukt een wens of bedoeling van de spreker uit.

  6. Lad os sidde der sammen.

    Laten we daar samen zitten.

    Lad os
    laten we
    sidde
    zitten
    der
    daar
    sammen
    samen
    Uitgebreide uitleg

    Lad os is een vaste manier om in het Deens een voorstel met “laten we” te formuleren. lad is de gebiedende wijs van lade (“laten”) en os betekent “ons”. Na deze constructie volgt doorgaans een infinitief: Lad os gå. = “Laten we gaan.” Dit is geen bewering dat er een bepaald aantal personen is; het verwijst grammaticaal naar de spreker samen met een of meer anderen. sidde betekent hier “zitten”. Het is de infinitief, passend na Lad os. Dezelfde vorm komt ook voor na andere Deense werkwoorden die een infinitief inleiden, bijvoorbeeld: Jeg vil sidde. = “Ik wil zitten.” In de vorige zin komt diezelfde vorm eveneens voor, maar daar na vil. der betekent hier “daar” en wijst naar een plaats die uit de situatie bekend is. Het woord verandert niet mee met persoon of getal. Voor een plaats dichtbij de spreker wordt vaak her (“hier”) gebruikt: Lad os sidde her. = “Laten we hier zitten.” sammen betekent “samen”: de handeling gebeurt gezamenlijk door de betrokken personen. Het is een bijwoord en krijgt hier geen persoons- of getalsuitgang. Een vergelijkbaar voorbeeld is Vi arbejder sammen. = “Wij werken samen.” Samen vormen de delen Lad os + infinitief sidde + plaatsaanduiding der + sammen: “Laten we daar samen zitten.” De zin is een voorstel van de spreker aan minstens één andere betrokkene om gezamenlijk op die plaats te zitten. De woordvolgorde maakt eerst het voorstel, daarna de handeling, de plaats en de gezamenlijke uitvoering duidelijk.

  7. Dette sted føles roligt.

    Deze plek voelt rustig aan.

    Dette
    dit
    sted
    plek
    føles
    voelt aan
    roligt
    rustig
    Uitgebreide uitleg

    Dette betekent hier “dit” en staat bij een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord. Het hoort bij sted, want et sted is onzijdig. Bij een enkelvoudig gemeenschappelijk woord staat bijvoorbeeld denne: denne bog = “dit boek”. sted betekent “plek” of “plaats”. Het is een zelfstandig naamwoord: et sted is enkelvoud en steder is meervoud. Hier gaat het om de plek die in de vaste vertaling met “deze plek” wordt aangeduid. føles betekent hier “voelt aan”. De basisvorm is føle (“voelen”); de gewone actieve tegenwoordige tijd is føler, terwijl føles de s-vorm is die hier beschrijft hoe iets aanvoelt of wordt ervaren. Voorbeeld: Det føles godt. = “Dat voelt goed aan.” roligt betekent hier “rustig”. Dit is de onzijdige vorm van het bijvoeglijk naamwoord rolig, omdat het bij het onzijdige sted hoort. Vergelijk rolig bij een gemeenschappelijk enkelvoudig woord en rolige in meervoud of in een bepaalde naamwoordgroep. Voorbeeld: Et roligt rum = “Een rustige kamer.” Samen vormen de woorden de structuur Dette sted føles roligt: “Deze plek voelt rustig aan.” Dette en sted duiden de plek aan, føles beschrijft hoe die plek wordt ervaren en roligt geeft die ervaren eigenschap weer in de vorm die bij sted past.

  8. Det er et godt sted til en kort pause.

    Dit is een goede plek voor een korte pauze.

    Det er
    dit is
    godt
    goed
    sted
    plek
    til
    voor
    kort
    kort
    pause
    pauze
    Uitgebreide uitleg

    Det er vormt hier de mededeling “dit is”. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). Det is het onderwerp in deze constructie; de vaste vertaling maakt duidelijk dat het hier als “dit” wordt opgevat. In een andere context kan det ook naar een eerder genoemd onzijdig onderwerp verwijzen. godt betekent hier “goed” en is de onzijdige enkelvoudsvorm van god. Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan sted aan: en god ..., et godt ..., gode ... bij meervoud of bepaalde naamwoordgroepen. Het is dus godt dat deze vorm draagt, niet sted. sted betekent “plek” of “plaats”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et sted; het meervoud is steder en de bepaalde vorm is stedet. De combinatie et godt sted betekent hier “een goede plek”. Et markeert een onbepaalde enkelvoudige naamwoordgroep; het stelt op zichzelf geen concrete telwaarde vast. til verbindt hier de plek met het doel ervan: “voor”. Een bruikbaar patroon is et sted til ... (“een plek voor ...”). kort betekent hier “kort” en beschrijft pause. Omdat pause een gemeenschappelijk geslacht heeft (en pause), blijft de enkelvoudsvorm kort ongewijzigd; bij een onzijdig zelfstandig naamwoord zou men kort schrijven en in het meervoud korte. Het woord zegt hier dat de pauze weinig tijd inneemt. pause betekent “pauze”. Het is een gemeenschappelijk geslacht: en pause; het meervoud is pauser en de bepaalde vorm pausen. In en kort pause staat het als onbepaald enkelvoud na en. Samen vormen Det er + et godt sted de bewering “Dit is een goede plek”. til en kort pause specificeert het doel van die plek: ze is geschikt voor een korte pauze. De volledige betekenis is daarom: “Dit is een goede plek voor een korte pauze.”

Grammatica

Lad os + infinitiv

Lad os holde pause sammen.

Leh os holuh pauzuh sammen.

Laten we samen pauze houden.

Lad os gevolgd door een infinitief betekent ‘laten we ...’ en drukt een voorstel uit.

Adjektiv i intetkøn: rolig → roligt, god → godt

Dette føles godt.

Deddah feu-lus goh-dh.

Dit voelt goed aan.

Bij een onzijdig woord of na føles krijgt het bijvoeglijk naamwoord vaak -t: godt.

Deens woordenschat

bænk zelfstandig naamwoord
beng bank; zitbank
Geslacht
common
der bijwoord
daa daar; er
er werkwoord
air zijn
gang zelfstandig naamwoord
gang gang gangen
Geslacht
common
holde pause uitdrukking
holuh pauzuh pauze houden
hvor bijwoord
voo waar
pause zelfstandig naamwoord
pauzuh pauze
Geslacht
common
på voorzetsel
poh op; aan
rolig bijvoeglijk naamwoord
roolie rustig roligt
Geslacht
neuter
sted zelfstandig naamwoord
stee-dh plek
Geslacht
neuter
stå werkwoord
stoh staan står
vi voornaamwoord
vie wij

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Waar kunnen we pauze nemen?

Antwoord tonenHvor kan vi holde pause?

Staat daar een bank?

Antwoord tonenEr der en bænk?

Er staat een bank bij de muur.

Antwoord tonenDer står en bænk ved væggen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

waar

Antwoord tonenhvor

plek

Antwoord tonensted

pauze

Antwoord tonenpause

gang

Antwoord tonengangen