Terug aan het werk | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: After a break at work, two adults return to the desk and start the next task with a file..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Terug aan het werk oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Føler du dig klar til at arbejde igen?

feu-la doe daai klaa tel èd a-bai-duh ie-geen Voel je je klaar om weer aan het werk te gaan?
B

Jeg har det bedre nu.

jaj haa de bedra nuu Ik voel me nu beter.
A

Skal vi gå tilbage til skrivebordet?

sgel vie goo te-bè-le tel sgri-we-boa-de Zullen we teruggaan naar het bureau?
B

Pausen er slut, så lad os gå.

pèu-sen ea slood, soo lè os goo De pauze is voorbij, dus laten we gaan.
A

Jeg skal bruge filen til den næste opgave.

jaj sgel broe-we fie-len tel den nes-de oo-baa-we Ik heb het bestand nodig voor de volgende taak.
B

Den ligger på skrivebordet.

den leg-ga poo sgri-we-boa-de Het ligt op het bureau.
A

Jeg kan bedre koncentrere mig nu.

jaj kan bedra konsjan-teera maai nuu Ik kan me nu beter concentreren.
B

Så lad os starte med filen.

soo lè os sdaa-de me fie-len Dan beginnen we met het bestand.

Woord voor woord

Føler In «Føler du dig klar ...?» betekent «Føler» voel. Het is de vorm die hier wordt gebruikt om naar iemands gevoel of toestand te vragen. Een natuurlijk patroon is «Føler du dig ...?» wanneer je vraagt hoe iemand zich voelt.
du «du» betekent hier je of jij en verwijst naar de persoon aan wie A spreekt. Het staat in de vraag «Føler du dig klar ...?». Je gebruikt «du» om één gesprekspartner rechtstreeks aan te spreken.
dig «dig» verwijst hier naar de aangesproken persoon in de uitdrukking «Føler du dig klar ...?». Samen met «Føler» maakt het duidelijk dat het om diens eigen gevoel gaat. Dezelfde vorm kan in andere zinnen als «je» of «jou» naar de gesprekspartner verwijzen.
klar «klar» betekent hier klaar of gereed om weer te werken. In «dig klar til at arbejde» beschrijft het de toestand van de persoon. Een bruikbaar patroon is «klar til at» gevolgd door wat iemand klaar is om te doen.
til In «klar til at arbejde» betekent «til» hier om te, als onderdeel van de uitdrukking voor klaar zijn om iets te doen. Het staat vóór «at» en het werkwoord «arbejde». Gebruik dit patroon bij een activiteit waarvoor iemand klaar is.
at «at» markeert hier het werkwoord in «til at arbejde» en komt overeen met te in «om te werken». Het staat direct vóór «arbejde». Een veelgebruikt patroon is «til at» gevolgd door een werkwoord.
arbejde «arbejde» betekent hier werken in «til at arbejde igen». Het volgt op «at» en noemt de activiteit waarvoor iemand klaar is. Je kunt «at arbejde» gebruiken wanneer je werken als activiteit benoemt.
igen «igen» betekent hier weer of opnieuw: de persoon gaat opnieuw werken na de pauze. Het staat aan het einde van «arbejde igen». Gebruik «igen» wanneer een handeling of toestand terugkeert.
Jeg «Jeg» betekent ik en verwijst naar de spreker in «Jeg har det bedre nu». Het staat aan het begin van de zin en geeft aan wie de toestand beschrijft. Je gebruikt «Jeg» om jezelf als onderwerp te noemen.
har In «Jeg har det bedre nu» draagt «har» samen met «det bedre» de betekenis dat de spreker zich beter voelt. Letterlijk betekent «har» hebben, maar in deze vaste uitdrukking gaat het om iemands toestand. Een bruikbaar patroon is «Jeg har det ...» om te zeggen hoe het met je gaat.
det In «Jeg har det bedre nu» verwijst «det» niet naar een afzonderlijk voorwerp, maar maakt het deel uit van de uitdrukking voor hoe iemand zich voelt. Samen met «har det bedre» betekent de zin dat de spreker zich beter voelt. Je kunt «har det» gebruiken om een toestand of welbevinden te beschrijven.
bedre «bedre» betekent hier beter in «har det bedre». Het geeft aan dat de toestand nu verbeterd is ten opzichte van eerder. Een natuurlijk patroon is «have det bedre» wanneer iemand zegt dat het beter met hem of haar gaat.
nu «nu» betekent nu en plaatst de betere toestand op het huidige moment. In «Jeg har det bedre nu» staat het aan het einde van de zin. Gebruik «nu» om duidelijk te maken dat iets op dit moment geldt.
Skal «Skal» betekent hier zullen we in de vraag «Skal vi gå tilbage ...?». Het wordt gebruikt om samen een volgende handeling voor te stellen. Een bruikbaar patroon is «Skal vi ...?» wanneer je iemand uitnodigt om iets samen te doen.
vi «vi» betekent we en omvat de spreker en de aangesproken persoon in «Skal vi gå tilbage ...?». Het is de groep die samen naar het bureau zou gaan. Gebruik «vi» wanneer je jezelf samen met anderen bedoelt.
«gå» betekent hier gaan in «Skal vi gå tilbage til skrivebordet?». Het noemt de voorgestelde beweging naar een andere plaats. Je kunt «gå» combineren met een richtingsaanduiding, zoals «gå tilbage til ...».
tilbage «tilbage» betekent terug en geeft aan dat de beweging teruggaat naar de eerdere werkplek. In «gå tilbage til skrivebordet» staat het tussen «gå» en «til». Gebruik het om terugkeer naar een plaats of eerdere situatie aan te geven.
skrivebordet «skrivebordet» betekent hier het bureau, de plaats waar de twee personen verder werken. Het staat na «til» in «til skrivebordet». Een bruikbaar patroon is «gå tilbage til» gevolgd door de bestemming.
Pausen «Pausen» betekent hier de pauze in «Pausen er slut». Het verwijst naar de werkpauze die nu beëindigd is. Gebruik dit woord wanneer je over de genoemde pauze als geheel spreekt.
er «er» betekent hier is in «Pausen er slut». Het verbindt «Pausen» met de toestand «slut». Een veelgebruikt patroon is «er» gevolgd door een beschrijving van een toestand.
slut «slut» betekent hier voorbij of afgelopen in «Pausen er slut». Het zegt dat de pauze beëindigd is. Je kunt «er slut» gebruiken om aan te geven dat een periode of activiteit voorbij is.
«så» betekent in «så lad os gå» dus, terwijl de hoofdlettervorm «Så» in «Så lad os starte ...» dan of dus betekent. In beide zinnen verbindt het een gevolg of volgende stap met wat eerder is gezegd. Gebruik «så» om een gevolg of overgang naar de volgende handeling aan te geven.
lad os «lad os» betekent hier laten we en vormt samen met het volgende werkwoord een voorstel om iets gezamenlijk te doen: «lad os gå» en «lad os starte». «lad» draagt het voorstel aan en «os» verwijst naar de groep inclusief de spreker. Een bruikbaar patroon is «lad os» plus een werkwoord, bijvoorbeeld «lad os gå».
bruge In «Jeg skal bruge filen» betekent «bruge» samen met «skal» dat de spreker het bestand nodig heeft. Het werkwoord «bruge» heeft op zichzelf de betekenis gebruiken, maar in deze constructie gaat het om iets nodig hebben voor een doel. Gebruik «skal bruge» gevolgd door het benodigde voorwerp.
filen «filen» betekent hier het bestand in «Jeg skal bruge filen» en «lad os starte med filen». Het verwijst naar het concrete bestand waarmee de volgende taak wordt gedaan. Een bruikbaar patroon is «starte med» gevolgd door wat je als eerste behandelt.
den «Den» verwijst in «Den ligger på skrivebordet» terug naar «filen». Het voorkomt dat het bestand opnieuw genoemd moet worden. Gebruik «den» om naar een eerder genoemd enkelvoudig voorwerp of onderwerp terug te verwijzen.
næste «næste» betekent hier volgende in «den næste opgave». Het specificeert de taak die na de pauze wordt aangepakt. Een natuurlijk patroon is «den næste» gevolgd door wat daarna komt.
opgave «opgave» betekent taak in «den næste opgave». Het is het werk dat de twee personen vervolgens gaan doen. Je kunt «opgave» gebruiken voor een concrete taak die iemand moet uitvoeren.
ligger «ligger» betekent hier ligt of bevindt zich in «Den ligger på skrivebordet». Het beschrijft waar het bestand zich op dat moment bevindt. Gebruik «ligger» met een plaatsbepaling om de locatie van een voorwerp te zeggen.
«på» betekent hier op in «på skrivebordet» en geeft de plaats van het bestand aan. Het staat vóór de plaats «skrivebordet». Gebruik «på» wanneer iets zich op een oppervlak of op een bepaalde plek bevindt.
kan «kan» betekent hier kan in «Jeg kan bedre koncentrere mig nu». Het drukt uit dat de spreker nu beter in staat is om zich te concentreren. Een bruikbaar patroon is «kan» gevolgd door een werkwoord.
koncentrere «koncentrere» betekent hier concentreren in «koncentrere mig». Samen met «mig» beschrijft het dat de spreker zijn of haar aandacht op het werk kan richten. Gebruik «koncentrere» in deze constructie wanneer je zegt waarop je je aandacht richt.
mig «mig» verwijst in «koncentrere mig» naar de spreker zelf. Samen met «koncentrere» vormt het de uitdrukking zich concentreren. Gebruik «mig» wanneer de spreker zichzelf als degene bedoelt op wie de handeling terugwerkt.
starte «starte» betekent hier starten of beginnen in «lad os starte med filen». Het noemt de eerste handeling na de pauze. Een bruikbaar patroon is «starte med» gevolgd door het onderwerp waarmee je begint.
med «med» betekent hier met in «starte med filen» en geeft aan waarmee de handeling begint. Het staat vóór «filen». Gebruik «starte med» om het eerste onderdeel of voorwerp van een activiteit te noemen.

Grammatica

skal bruge + substantiv

Jeg skal bruge filen.

jaj sgel broe-we fie-len

Ik heb het bestand nodig.

In het Deens betekent skal bruge ‘nodig hebben’. De constructie gebruikt skal + bruge, niet een apart werkwoord voor ‘nodig hebben’.

Lad os + infinitiv

Lad os gå tilbage.

lè os goo te-bè-le

Laten we teruggaan.

Lad os + infinitief drukt een voorstel uit, vergelijkbaar met ‘laten we’ in het Nederlands.

Deens woordenschat

arbejde werkwoord
a-bai-duh werken
dig voornaamwoord
daai je, jou
føler werkwoord
feu-la voelen
gå tilbage uitdrukking
goo te-bè-le teruggaan
har det bedre uitdrukking
haa de bedra zich beter voelen
igen bijwoord
ie-geen weer, opnieuw
klar bijvoeglijk naamwoord
klaa klaar
nu bijwoord
nuu nu
pausen zelfstandig naamwoord
pèu-sen de pauze
skrivebordet zelfstandig naamwoord
sgri-we-boa-de het bureau, de schrijftafel
slut bijvoeglijk naamwoord
slood voorbij, afgelopen
voegwoord
soo dus, dan

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik voel me nu beter.

Antwoord tonenJeg har det bedre nu.

Zullen we teruggaan naar het bureau?

Antwoord tonenSkal vi gå tilbage til skrivebordet?

Het ligt op het bureau.

Antwoord tonenDen ligger på skrivebordet.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

werken

Antwoord tonenarbejde

klaar

Antwoord tonenklar

het bureau, de schrijftafel

Antwoord tonenskrivebordet

voelen

Antwoord tonenføler