Terug aan het werk | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: After a break at work, two adults return to the desk and start the next task with a file..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Terug aan het werk oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Føler du dig klar til at arbejde igen?

feu-la doe daai klaa tel èd a-bai-duh ie-geen Voel je je klaar om weer aan het werk te gaan?
B

Jeg har det bedre nu.

jaj haa de bedra nuu Ik voel me nu beter.
A

Skal vi gå tilbage til skrivebordet?

sgel vie goo te-bè-le tel sgri-we-boa-de Zullen we teruggaan naar het bureau?
B

Pausen er slut, så lad os gå.

pèu-sen ea slood, soo lè os goo De pauze is voorbij, dus laten we gaan.
A

Jeg skal bruge filen til den næste opgave.

jaj sgel broe-we fie-len tel den nes-de oo-baa-we Ik heb het bestand nodig voor de volgende taak.
B

Den ligger på skrivebordet.

den leg-ga poo sgri-we-boa-de Het ligt op het bureau.
A

Jeg kan bedre koncentrere mig nu.

jaj kan bedra konsjan-teera maai nuu Ik kan me nu beter concentreren.
B

Så lad os starte med filen.

soo lè os sdaa-de me fie-len Dan beginnen we met het bestand.

Uitleg van de zinnen

  1. Føler du dig klar til at arbejde igen?

    Voel je je klaar om weer aan het werk te gaan?

    Føler du dig
    voel je je
    klar
    klaar
    arbejde
    werken
    igen
    weer
    Uitgebreide uitleg

    Føler du dig betekent hier “voel je je”. Føler is de tegenwoordige tijd van føle (“voelen”); de basisvorm is dus føle. du is het onderwerp (“je”) en dig is de wederkerende vorm (“je”), zodat de combinatie aangeeft hoe de aangesprokene zich voelt. Voorbeeld: Jeg føler mig bedre. — “Ik voel me beter.” klar betekent hier “klaar”. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft na føler ... dig de toestand van de aangesprokene. Klar is de enkelvoudige vorm voor het gemeenschappelijke grammaticale geslacht; het Deense du markeert hier geen grammaticaal geslacht. In andere omstandigheden kan het bijvoeglijk naamwoord wel een andere vorm hebben, bijvoorbeeld klart bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord en klare bij een meervoud. Voorbeeld: Hun er klar. — “Zij is klaar.” arbejde betekent hier “werken”. Samen met at vormt het de infinitief at arbejde, “werken”. In de constructie klar til at ... staat deze infinitief na til: klar til at arbejde betekent “klaar om te werken”. arbejde kan ook als zelfstandig naamwoord voorkomen, maar hier is het een werkwoordelijke infinitief. igen betekent “weer” of “opnieuw”. Het geeft aan dat het werken opnieuw plaatsvindt; het zegt op zichzelf niet wanneer dat eerder gebeurde. Voorbeeld: Vi ses igen. — “We zien elkaar weer.” Samen vormt Føler du dig klar til at arbejde igen? de vraag “Voel je je klaar om weer aan het werk te gaan?” De vraag begint met de persoonsvorm Føler, gevolgd door het onderwerp du en het wederkerende dig. Daarna beschrijft klar de gevoelde toestand; til at arbejde noemt de activiteit waarvoor iemand klaar is, en igen maakt duidelijk dat die activiteit opnieuw plaatsvindt. De vorm is een directe, alledaagse vraag.

  2. Jeg har det bedre nu.

    Ik voel me nu beter.

    Jeg
    ik
    har det
    zich voelen
    bedre
    beter
    nu
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm die je gebruikt als de spreker zichzelf als onderwerp noemt. Voorbeeld: Jeg arbejder. — “Ik werk.” har det is een vaste Deense constructie voor hoe iemand zich voelt of in welke toestand iemand verkeert. har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”), maar in deze combinatie betekent have det niet letterlijk bezit hebben. Vergelijk Jeg har det godt. — “Ik voel me goed.” en Jeg har det dårligt. — “Ik voel me slecht.” bedre is de vergrotende trap van god/godt: “beter”. In har det bedre wordt een verbetering van de toestand uitgedrukt, zonder dat de zin zegt waardoor die verbetering komt. Voorbeeld: Hun har det bedre i dag. — “Zij voelt zich vandaag beter.” nu betekent “nu” en plaatst de beschreven toestand in het huidige moment. Voorbeeld: Jeg arbejder nu. — “Ik werk nu.” Samen vormen de delen Jeg + har det bedre + nu de betekenis: “Ik voel me nu beter.” De Deense zin zegt dus dat de spreker zich op dit moment in een betere toestand voelt dan eerder of dan een eerdere toestand; de vergelijking zelf noemt niet waarmee die toestand precies wordt vergeleken.

  3. Skal vi gå tilbage til skrivebordet?

    Zullen we teruggaan naar het bureau?

    Skal vi
    zullen we
    gå
    gaan
    tilbage
    terug
    skrivebordet
    het bureau
    Uitgebreide uitleg

    Skal vi betekent hier een voorstel in vraagvorm: “zullen we …?” Skal is de tegenwoordige vorm van skulle; met vi en een daaropvolgend werkwoord kan het een voorstel of plan uitdrukken. Het is dus niet alleen een letterlijke vraag naar verplichting. Voorbeeld: Skal vi spise? — “Zullen we eten?” gå betekent “gaan”. Na het modale werkwoord skal staat het volgende werkwoord in de infinitief: skal gå, “zullen gaan”. De vorm gå verandert hier niet mee met vi. Voorbeeld: Vi skal arbejde. — “Wij zullen werken.” tilbage betekent “terug” en geeft aan dat de beweging naar een eerdere plaats of toestand gaat. Het is een bijwoord en staat hier na gå: gå tilbage, “teruggaan”. Voorbeeld: Hun går tilbage. — “Zij gaat terug.” skrivebordet betekent hier “het bureau”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van skrivebord, “bureau”: skrivebord → skrivebordet. De uitgang -et markeert bij dit onzijdige zelfstandig naamwoord de bepaalde vorm. In til skrivebordet is het bureau de bestemming; til betekent hier “naar”. Voorbeeld: Jeg går til skrivebordet. — “Ik ga naar het bureau.” Samen vormen Skal vi gå tilbage til skrivebordet? de vraag “Zullen we teruggaan naar het bureau?” Skal vi maakt er een voorstel van, gå tilbage beschrijft het teruggaan, en til skrivebordet noemt de bestemming. De context ondersteunt hier de lezing van teruggaan na de pauze.

  4. Pausen er slut, så lad os gå.

    De pauze is voorbij, dus laten we gaan.

    Pausen
    de pauze
    slut
    voorbij; afgelopen
    så
    dus
    lad os gå
    laten we gaan
    Uitgebreide uitleg

    Pausen is de bepaalde enkelvoudsvorm van pause (een pauze): en pause → pausen. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid, niet meervoud. Voorbeeld: Pausen er kort. — “De pauze is kort.” slut betekent hier “voorbij” of “afgelopen”. In er slut staat het als het beschrijvende deel na er en zegt het dat iets geëindigd is. Het is in deze uitdrukking niet het zelfstandig naamwoord “einde”. Voorbeeld: Mødet er slut. — “De vergadering is afgelopen.” så verbindt de twee delen met een gevolg: “dus”. Het verwijst hier naar de conclusie die volgt op het feit dat de pauze voorbij is. lad os gå is een vaste, herbruikbare manier om een voorstel te doen: “laten we gaan”. lad is de gebiedende wijs van lade (“laten”) en os betekent “ons”; daarna staat gå in de infinitief (“gaan”). Het patroon is lad os + infinitief, bijvoorbeeld: Lad os spise. — “Laten we eten.” Samen betekent Pausen er slut, så lad os gå.: “De pauze is voorbij, dus laten we gaan.” De eerste mededeling geeft de aanleiding; så leidt het voorstel in, en lad os gå formuleert dat voorstel als “laten we gaan”.

  5. Jeg skal bruge filen til den næste opgave.

    Ik heb het bestand nodig voor de volgende taak.

    Jeg
    ik
    skal bruge
    nodig hebben
    filen
    het bestand
    til
    voor
    den
    de/het
    næste
    volgende
    opgave
    taak
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm die de spreker voor zichzelf gebruikt; bij een andere persoon verandert het pronomen, bijvoorbeeld du = “jij”. skal bruge vormt hier de vaste, zeer bruikbare manier om “nodig hebben” uit te drukken. skal is de tegenwoordige vorm van skulle en staat vóór het infinitief bruge; letterlijk heeft de combinatie een modale structuur, maar in deze zin betekent zij dat de spreker het bestand nodig heeft. Vergelijk: Jeg skal bruge en blyant. = “Ik heb een potlood nodig.” filen betekent hier “het bestand”. De basisvorm is fil, en de uitgang -en maakt er de bepaalde vorm van: filen = “het bestand/de file”. De vorm en fil betekent “een bestand”. Het woord fil is een en-woord; daarom krijgt de bepaalde vorm -en. til betekent hier “voor” en geeft het doel of de bestemming van iets aan. In til den næste opgave verbindt het de benodigde file met de taak waarvoor die nodig is. Een ander veelvoorkomend gebruik is bestemming, bijvoorbeeld Jeg går til skolen. = “Ik ga naar school.” den is hier geen zelfstandig verwijzend voornaamwoord, maar hoort bij de bepaalde naamwoordgroep den næste opgave: “de volgende taak”. Voor een en-woord staat den vóór een bijvoeglijk naamwoord; bij een et-woord staat in die positie det. næste betekent “volgende” en beschrijft opgave. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord die hier vóór het zelfstandig naamwoord staat. Het woord blijft in deze constructie hetzelfde bij enkelvoud en meervoud: den næste opgave = “de volgende taak”, de næste opgaver = “de volgende taken”. opgave betekent “taak” of “opdracht”. De basisvorm is het en-woord opgave; en opgave betekent “een taak” en opgaven “de taak”. In den næste opgave staat het zelfstandig naamwoord zelf in de onbepaalde vorm, omdat den samen met het bijvoeglijk naamwoord de bepaaldheid uitdrukt. Samen vormen Jeg skal bruge filen en til den næste opgave de betekenis: “Ik heb het bestand nodig voor de volgende taak.” Jeg is de gebruiker van het bestand, filen is wat nodig is, en til den næste opgave geeft aan waarvoor het nodig is.

  6. Den ligger på skrivebordet.

    Het ligt op het bureau.

    Den
    het
    ligger
    ligt
    på
    op
    skrivebordet
    het bureau
    Uitgebreide uitleg

    Den betekent hier “het” en verwijst in deze context naar filen uit de vorige zin. Het is een enkelvoudig voornaamwoord voor een woord van het fælleskøn (gemeenschappelijk geslacht). Bij een enkelvoudig woord van het onzijdige geslacht staat doorgaans det; voor meervoud staat de. Het voornaamwoord draagt hier dus de verwijzing naar het bestand, niet de plaatsbepaling. ligger is de tegenwoordige tijd van ligge (“liggen”). In deze zin beschrijft het vooral waar iets zich bevindt: het bestand bevindt zich op het bureau. De tegenwoordige vorm ligger blijft bij deze persoon en dit enkelvoud hetzelfde; de vorm drukt hier geen verleden tijd uit. Bijvoorbeeld: Bogen ligger her. — “Het boek ligt hier.” på betekent hier “op” en introduceert de plaats waar iets zich bevindt. Het kan in andere contexten ook een andere relatie uitdrukken, maar hier gaat het om de positie ten opzichte van het bureau. skrivebordet betekent “het bureau”. Het is opgebouwd uit skrivebord (“bureau”) en de bepaalde enkelvoudsuitgang -et: skrivebordet is dus “het bureau”, niet zomaar “een bureau”. De uitgang hoort bij het zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: Bogen ligger på bordet. — “Het boek ligt op de tafel.” Samen vormen de delen Den ligger (“het ligt”), på (“op”) en skrivebordet (“het bureau”) de betekenis: “Het ligt op het bureau.” De zin zegt waar het eerder genoemde bestand zich bevindt; ligger presenteert dat als een huidige locatie.

  7. Jeg kan bedre koncentrere mig nu.

    Ik kan me nu beter concentreren.

    Jeg kan
    ik kan
    bedre
    beter
    koncentrere mig
    me concentreren
    nu
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan betekent hier dat de spreker in staat is iets te doen. Jeg is de eerste persoon enkelvoud: “ik”. kan is de tegenwoordige vorm van kunne, “kunnen”. Het hulpwerkwoord staat vóór het andere werkwoord: Jeg kan koncentrere mig = “Ik kan me concentreren”. bedre betekent hier “beter” en vergelijkt de huidige mogelijkheid met een eerdere of andere situatie. Het is de vergrotende trap van god (“goed”): god – bedre – bedst (“goed” – “beter” – “best”). In deze zin vergelijkt bedre niet noodzakelijk twee expliciet genoemde personen of dingen; het zegt dat de spreker zich beter kan concentreren dan eerder of onder andere omstandigheden. koncentrere mig betekent “me concentreren”. koncentrere is de infinitief na kan; mig is het wederkerende voornaamwoord dat bij de eerste persoon enkelvoud hoort. De combinatie is dus een wederkerende constructie: Jeg koncentrerer mig = “Ik concentreer me”. Bij een ander onderwerp verandert het voornaamwoord, bijvoorbeeld Hun koncentrerer sig = “Zij concentreert zich”. nu betekent “nu” en plaatst de situatie in het huidige moment. Het staat in deze zin na bedre, maar de betekenis ervan hoort bij de hele bewering: de spreker kan zich op dit moment beter concentreren. Samen vormen de delen Jeg kan + bedre + koncentrere mig + nu de betekenis: “Ik kan me nu beter concentreren.” De zin zegt dat de spreker op dit moment een verbeterde mogelijkheid tot concentratie heeft.

  8. Så lad os starte med filen.

    Dan beginnen we met het bestand.

    Så
    dan
    lad os
    laten we
    starte
    beginnen
    med
    met
    filen
    het bestand
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan” en sluit aan op de vorige mededeling. Het kan in andere contexten ook “zo” betekenen, maar in deze zin geeft het een gevolg of overgang aan. lad os is een vaste aansporingsconstructie: “laten we …”. lad is de gebiedende wijs van lade (“laten”), en os is het persoonlijke voornaamwoord voor “ons”. Na deze constructie volgt doorgaans een werkwoord in de infinitief. Bijvoorbeeld: Lad os vente. — “Laten we wachten.” starte is de infinitief van starte, “beginnen” of “starten”. De infinitief staat hier na lad os. De vorm starter is bijvoorbeeld de tegenwoordige tijd: Vi starter nu. — “We beginnen nu.” med betekent “met”. Het leidt hier datgene in waarmee men begint. In andere combinaties kan het ook een andere relatie uitdrukken, maar hier hoort het bij “beginnen met iets”. filen betekent hier “het bestand”. Het zelfstandig naamwoord is fil, “bestand”; filen is de bepaalde enkelvoudsvorm, dus “het bestand”. De uitgang -en markeert bij dit woord de bepaalde vorm. Een onbepaalde vorm is en fil — “een bestand”. Samen vormen de delen Så lad os starte med filen de betekenis “Dan beginnen we met het bestand.” lad os maakt hiervan een gezamenlijke aansporing om met het bestand te beginnen.

Grammatica

skal bruge + substantiv

Jeg skal bruge filen.

jaj sgel broe-we fie-len

Ik heb het bestand nodig.

In het Deens betekent skal bruge ‘nodig hebben’. De constructie gebruikt skal + bruge, niet een apart werkwoord voor ‘nodig hebben’.

Lad os + infinitiv

Lad os gå tilbage.

lè os goo te-bè-le

Laten we teruggaan.

Lad os + infinitief drukt een voorstel uit, vergelijkbaar met ‘laten we’ in het Nederlands.

Deens woordenschat

arbejde werkwoord
a-bai-duh werken
dig voornaamwoord
daai je, jou
føler werkwoord
feu-la voelen
gå tilbage uitdrukking
goo te-bè-le teruggaan
har det bedre uitdrukking
haa de bedra zich beter voelen
igen bijwoord
ie-geen weer, opnieuw
klar bijvoeglijk naamwoord
klaa klaar
nu bijwoord
nuu nu
pausen zelfstandig naamwoord
pèu-sen de pauze
skrivebordet zelfstandig naamwoord
sgri-we-boa-de het bureau, de schrijftafel
slut bijvoeglijk naamwoord
slood voorbij, afgelopen
så voegwoord
soo dus, dan

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik voel me nu beter.

Antwoord tonenJeg har det bedre nu.

Zullen we teruggaan naar het bureau?

Antwoord tonenSkal vi gå tilbage til skrivebordet?

Het ligt op het bureau.

Antwoord tonenDen ligger på skrivebordet.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

werken

Antwoord tonenarbejde

klaar

Antwoord tonenklar

het bureau, de schrijftafel

Antwoord tonenskrivebordet

voelen

Antwoord tonenføler