Een boek lenen in een rustige bibliotheek | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a library, a visitor asks to borrow a book, where to return it, and where to read before leaving..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een boek lenen in een rustige bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Dette bibliotek er meget stille.

Dè-de bieblio-TEG èèr MEE-ehd STIL-eh. Deze bibliotheek is erg stil.
B

Vi taler lavt, så folk kan studere.

Wie TEE-ler lau-d, soo folk ken stoe-DEE-er. We praten zacht zodat mensen kunnen studeren.
A

Jeg vil låne denne bog.

Yai vel LOO-neh DEN-eh boow. Ik wil dit boek lenen.
B

Jeg kan låne den til dig ved skranken.

Yai ken LOO-neh den tel dai vee SKRANG-ken. Ik kan het boek bij de balie voor je uitlenen.
A

Hvor skal jeg aflevere den?

Vohr skèl yai af-lee-vee-uh den? Waar moet ik het terugbrengen?
B

Aflever den ved skranken, når du er færdig.

Af-lee-vee-uh den vee SKRANG-ken, nohr doe èèr FÈR-die. Breng het terug naar de balie als je klaar bent.
A

Pladsen ved vinduet ser behagelig ud.

PLÈS-n vee VEN-oo-uh sair be-HÈ-eh-lie oo. De plek bij het raam ziet er comfortabel uit.
B

Du kan sidde der og læse, før du går.

Doe ken SÈ-eh dair oh LÈE-seh, feur doe goor. Je kunt daar zitten en lezen voordat je weggaat.

Uitleg van de zinnen

  1. Dette bibliotek er meget stille.

    Deze bibliotheek is erg stil.

    Dette
    deze
    bibliotek
    bibliotheek
    er
    is
    meget
    erg
    stille
    stil
    Uitgebreide uitleg

    Dette betekent hier “deze” en staat vóór het onzijdige enkelvoudige zelfstandig naamwoord bibliotek. In het Deens gebruikt men bij een onzijdig enkelvoud dette; bij een gemeenschappelijk-geslachtswoord staat bijvoorbeeld denne: Denne bog er interessant. — “Dit boek is interessant.” bibliotek betekent “bibliotheek”. Het is een onzijdig woord, herkenbaar aan het lidwoord et: et bibliotek. De bepaalde vorm is biblioteket — “de bibliotheek”; in deze zin staat de onbepaalde vorm na het aanwijzende woord dette, dat de referent al bepaalt. er is de tegenwoordige tijd van være — “zijn”. De vorm er blijft in deze constructie hetzelfde bij verschillende onderwerpen: Bogen er ny. — “Het boek is nieuw.” meget betekent hier “erg/zeer” en versterkt het bijvoeglijk naamwoord dat erop volgt. stille betekent “stil”. Het beschrijft hier de bibliotheek; de context bevestigt die rustige omgeving met zacht praten en studeren. Samen vormen meget stille de betekenis “erg stil”. De zin wordt zo opgebouwd: Dette bibliotek — “deze bibliotheek”, er — “is”, en meget stille — “erg stil”. Als geheel betekent Dette bibliotek er meget stille.: “Deze bibliotheek is erg stil.”

  2. Vi taler lavt, så folk kan studere.

    We praten zacht zodat mensen kunnen studeren.

    Vi
    wij
    taler
    praten
    lavt
    zachtjes
    så
    zodat
    folk
    mensen
    kan
    kunnen
    studere
    studeren
    Uitgebreide uitleg

    Vi betekent hier “wij”: de spreker rekent zichzelf samen met minstens één andere persoon tot de groep. Het is de eerste persoon meervoud; het verandert niet naar geslacht. Vergelijk jeg (“ik”) voor één spreker. taler is de tegenwoordige tijd van tale (“praten”): jeg taler = “ik praat”, vi taler = “wij praten”. In het Deens heeft deze werkwoordsvorm in de tegenwoordige tijd geen aparte uitgang voor persoon of getal. lavt betekent hier “zachtjes” of “op gedempte toon”. Het beschrijft hoe het praten gebeurt en functioneert dus als bijwoord. Het verwante bijvoeglijke naamwoord is lav (“laag”); lavt kan de vorm zijn die bij een onzijdig woord hoort en wordt ook als bijwoord gebruikt. In deze zin gaat het niet om een lage fysieke plaats. så verbindt de hoofdzin met het doel ervan en betekent hier “zodat”. Het geeft aan waarvoor of met welk beoogd effect er zacht wordt gepraat. Een bruikbaar patroon is: X ..., så Y ... = “X ..., zodat Y ...”. folk betekent “mensen” en is een zelfstandig naamwoord voor mensen als groep. Het is hier meervoudig van betekenis, maar heeft geen zichtbaar meervoudsachtervoegsel. Het kan bijvoorbeeld ook in Mange folk kommer voorkomen: “Veel mensen komen.” kan is de tegenwoordige tijd van het modale werkwoord kunne (“kunnen”). De vorm kan blijft bij verschillende personen hetzelfde: jeg kan, vi kan en de kan. Het drukt hier de mogelijkheid of het vermogen van folk uit. Na een modaal werkwoord staat in het Deens doorgaans een infinitief zonder at. studere is die infinitief en betekent “studeren”. Na kan verschijnt dus kan studere, niet kan at studere. Dezelfde combinatie kan met een ander onderwerp worden gebruikt, bijvoorbeeld Jeg kan studere: “Ik kan studeren.” Samen vormen Vi taler lavt de hoofdzin “Wij praten zachtjes”. så folk kan studere voegt het doel toe: “zodat mensen kunnen studeren”. De volledige betekenis is daarom: “We praten zacht zodat mensen kunnen studeren.”

  3. Jeg vil låne denne bog.

    Ik wil dit boek lenen.

    Jeg vil
    ik wil
    låne
    lenen
    denne
    dit
    bog
    boek
    Uitgebreide uitleg

    Jeg vil: Dit is de Deense combinatie voor “ik wil” in deze zin. vil is de tegenwoordige vorm van ville. Na een modaal werkwoord zoals vil volgt een infinitief zonder het aparte infinitiefteken at: Jeg vil læse betekent “Ik wil lezen”. Hier drukt de combinatie de bedoeling van de spreker uit; låne benoemt de daaropvolgende handeling. låne: Hier betekent dit werkwoord “lenen”: iets van iemand of een instelling meenemen met de bedoeling het later terug te geven. De vorm is de infinitief, omdat hij na vil staat. Afhankelijk van de context kan låne ook met “uitlenen” worden vertaald, maar de vaste vertaling maakt hier “lenen” duidelijk. Voorbeeld: Jeg vil låne en bog. — “Ik wil een boek lenen.” denne: Dit aanwijzende woord betekent hier “dit” en hoort bij één enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het en-type. bog is zo’n en-woord; daarom staat hier denne en niet dette. In denne bog bepaalt het aanwijzende woord de naamwoordgroep, zodat er geen afzonderlijk lidwoord staat. Voorbeeld: denne stol — “deze stoel”. bog: Dit zelfstandig naamwoord betekent “boek”. bog is de basisvorm; het onbepaalde enkelvoud in een volledige naamwoordgroep is en bog, het bepaalde enkelvoud is bogen (“het boek”) en het meervoud is bøger (“boeken”). Na denne verschijnt de vorm bog zonder het lidwoord en: denne bog betekent “dit boek”. Samen vormen Jeg vil + låne + denne bog de zin Jeg vil låne denne bog.: “Ik wil dit boek lenen.” De spreker wil zelf lenen, en denne bog is het boek dat de spreker wil lenen.

  4. Jeg kan låne den til dig ved skranken.

    Ik kan het boek bij de balie voor je uitlenen.

    Jeg kan
    ik kan
    låne
    uitlenen
    den
    het boek
    til dig
    voor jou
    ved skranken
    bij de balie
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan betekent hier “ik kan” en vormt samen met een werkwoord een patroon voor mogelijkheid of vermogen: Jeg kan + werkwoord. kan is de tegenwoordige vorm van kunne en verandert niet mee met de persoon: jeg kan, du kan, de kan. Voorbeeld: Jeg kan komme i morgen. — “Ik kan morgen komen.” låne betekent hier “uitlenen”: de spreker kan het boek aan iemand anders geven om te gebruiken. Het Deense låne kan, afhankelijk van de constructie en context, ook “lenen” betekenen. Hier ondersteunt til dig de betekenis “aan jou uitlenen”. Voorbeeld: Kan du låne mig din pen? — “Kun je me je pen lenen?” den verwijst hier naar het boek; die concrete verwijzing wordt ondersteund door de vertaling en de vorige zin. den is een persoonlijk voornaamwoord voor een enkelvoudig woord van het gemeenschappelijk geslacht, zoals bog. In deze zin is den het voorwerp van låne, niet het onderwerp. Voorbeeld: Jeg læser bogen. Jeg låner den. — “Ik lees het boek. Ik leen het.” til dig betekent hier “voor jou” of “aan jou”. dig is de objectsvorm van du: du gebruik je als onderwerp, terwijl dig onder andere na een voorzetsel staat. Voorbeeld: Jeg giver bogen til dig. — “Ik geef het boek aan jou.” ved skranken betekent “bij de balie”. ved geeft hier de plaats aan waar de handeling plaatsvindt. skranken is de bepaalde vorm van skranke, “balie”; -en markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm. Voorbeeld: Vi mødes ved skranken. — “We spreken af bij de balie.” Samen betekent Jeg kan låne den til dig ved skranken.: “Ik kan het boek bij de balie voor je uitlenen.” De opbouw is Jeg kan + låne voor de mogelijkheid, gevolgd door den voor het boek, til dig voor de ontvanger en ved skranken voor de plaats. De zin is een directe, neutrale manier om deze mogelijkheid bij een balie aan te geven.

  5. Hvor skal jeg aflevere den?

    Waar moet ik het terugbrengen?

    Hvor
    waar
    skal jeg
    moet ik
    aflevere
    terugbrengen
    den
    het
    Uitgebreide uitleg

    Hvor betekent hier “waar” en vraagt naar een plaats. Het staat aan het begin van de vraag. Vergelijk bijvoorbeeld Hvor er bogen? — “Waar is het boek?”; hvor vraagt naar de locatie, niet naar een persoon. skal jeg vormt hier het vraagpatroon “moet ik …?”. skal is de tegenwoordige vorm van skulle; met jeg betekent het in deze zin een verplichting of vereiste handeling. De woordvolgorde in de vraag is vraagwoord + werkwoord + onderwerp: Hvor skal jeg ...? Bijvoorbeeld: Hvornår skal jeg komme? — “Wanneer moet ik komen?” aflevere is de infinitief “terugbrengen” of “inleveren”. Na skal staat deze infinitief zonder extra infinitiefmarkeerder. In deze zin gaat het om iets terugbrengen naar de plek waar het moet worden ingeleverd. Bijvoorbeeld: Jeg skal aflevere bogen. — “Ik moet het boek terugbrengen.” den is hier het enkelvoudige objectpronomen voor een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijk geslacht. In de gegeven context verwijst het naar het boek: de vertaling noemt expliciet “het boek”, en den neemt dat eerder genoemde voorwerp over. Het pronomen zelf markeert hier dus geen meervoud; voor een meervoudig voorwerp zou Deens doorgaans dem gebruiken. Bijvoorbeeld: Jeg har bogen. Jeg afleverer den. — “Ik heb het boek. Ik breng het terug.” Samen vormen de delen Hvor skal jeg aflevere den?: “Waar moet ik het terugbrengen?” Het vraagwoord vraagt naar de plaats, skal jeg naar de vereiste handeling, aflevere benoemt het terugbrengen en den verwijst naar het boek.

  6. Aflever den ved skranken, når du er færdig.

    Breng het terug naar de balie als je klaar bent.

    Aflever
    breng terug; lever in
    den
    het
    skranken
    balie
    færdig
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Aflever is de gebiedende wijs van aflevere (“inleveren; afleveren”). De infinitief is aflevere en de stam is aflever-. In deze zin betekent het, samen met het voorwerp, “breng terug” of “lever in”. De gebiedende wijs heeft hier geen zichtbaar onderwerp: de aangesprokene is de bedoelde uitvoerder. Voorbeeld: Aflever bogen. — “Lever het boek in.” den is hier een Deens persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp: “het”. De vertaling en de voorafgaande zin ondersteunen dat het om hetzelfde niet nader genoemde voorwerp gaat. Den is de vorm voor een enkelvoudig woord van het fælleskøn; dat zegt hier iets over de grammaticale vorm van het voorwerp, niet over een persoon. In Aflever den staat het voornaamwoord na de gebiedende wijs, zoals een kort herbruikbaar bevelspatroon. skranken betekent “de balie”. Het is de bepaalde vorm van skranke (“balie”): en skranke → skranken. De combinatie ved skranken betekent “bij/aan de balie”; ved geeft hier de plaats aan. Voorbeeld: Vi mødes ved skranken. — “We spreken af bij de balie.” færdig betekent hier “klaar” of “af”. In du er færdig staat het als naamwoordelijk deel bij er (“bent”): letterlijk “jij bent klaar”. De bijzin når du er færdig betekent “als/wanneer je klaar bent”. Færdig is hier geen werkwoord; het beschrijft de toestand van du. Voorbeeld: Jeg er færdig. — “Ik ben klaar.” De zin bouwt zo op: Aflever den = “breng het terug/lever het in”, ved skranken = “bij de balie”, en når du er færdig = “als je klaar bent”. Samen betekent de vaste uiting: “Breng het terug naar de balie als je klaar bent.”

  7. Pladsen ved vinduet ser behagelig ud.

    De plek bij het raam ziet er comfortabel uit.

    Pladsen
    de plek
    vinduet
    het raam
    ser … ud
    er ... uitzien
    behagelig
    comfortabel, aangenaam
    Uitgebreide uitleg

    Pladsen betekent hier “de plek” en is de bepaalde vorm van het Deense zelfstandig naamwoord plads (“plek, plaats”): en plads → pladsen. De uitgang -en markeert bij dit gemeenschappelijke geslacht bepaald enkelvoud. Het is dus de bepaaldheid die naar een specifieke plek verwijst; -en is geen telwoord. Het meervoud is pladser, met bepaalde vorm pladserne. vinduet betekent “het raam” en is de bepaalde vorm van vindue (“raam”): et vindue → vinduet. Bij een onbepaald raam staat et vindue; bij een specifiek raam staat vinduet. In ved vinduet betekent ved “bij” en geeft de woordgroep de plaatsrelatie “bij het raam” aan. ser ... ud is een Deense constructie voor hoe iets eruitziet of overkomt. ser is de tegenwoordige tijd van se (“zien”); ud is een partikel (“uit”). In deze constructie staan de twee delen uit elkaar, met het bijvoeglijk naamwoord ertussen. Het onderwerp is hier Pladsen, maar de tegenwoordige vorm ser verandert in het Deens niet naar persoon of getal. Een bruikbaar patroon is noget ser [adjectief] ud — “iets ziet er [adjectief] uit”. Voorbeeld: Huset ser gammelt ud. — “Het huis ziet er oud uit.” behagelig betekent hier “comfortabel” of “aangenaam”. Het beschrijft de plek als prettig om te gebruiken of te ervaren. Dit is de gewone vorm; een vergelijking kan bijvoorbeeld mere behagelig (“comfortabeler”) zijn. Voorbeeld: Stolen er behagelig. — “De stoel is comfortabel.” Samen bestaat de zin uit Pladsen (“de plek”), de plaatsbepaling ved vinduet (“bij het raam”) en de constructie ser behagelig ud (“ziet er comfortabel uit”). De volledige betekenis is: “De plek bij het raam ziet er comfortabel uit.”

  8. Du kan sidde der og læse, før du går.

    Je kunt daar zitten en lezen voordat je weggaat.

    Du kan
    je kunt
    sidde
    zitten
    der
    daar
    læse
    lezen
    før
    voordat
    går
    gaat
    Uitgebreide uitleg

    Du kan betekent hier dat de aangesprokene de mogelijkheid of toestemming heeft om iets te doen. kan is de tegenwoordige vorm van kunne; het modale werkwoord staat vóór het volgende werkwoord, dat in de infinitief staat: Du kan læse = “Je kunt lezen”. Het voornaamwoord Du is de tweede persoon enkelvoud: “je/jij”. sidde betekent hier “zitten”. Dit is de infinitief, na kan; er staat dus geen persoonsuitgang op dit werkwoord. Een bruikbaar patroon is kan + infinitief, bijvoorbeeld: Du kan vente. — “Je kunt wachten.” der betekent “daar” en wijst hier op een plaats. Samen met sidde geeft het aan waar het zitten plaatsvindt: “daar zitten”. læse betekent “lezen”. Ook dit is een infinitief na het modale werkwoord kan. In sidde og læse verbindt og twee handelingen van dezelfde persoon: zitten en lezen. Voorbeeld: Hun kan sidde og tegne. — “Zij kan zitten tekenen.” før betekent “voordat” en leidt een bijzin in die de tijdsrelatie aangeeft. Het patroon før + bijzin is herbruikbaar: før du spiser = “voordat je eet”. går betekent hier “gaat” of, in deze context, “weggaat”. De vorm går is de tegenwoordige tijd van gå (“gaan”). In het Deens blijft de tegenwoordige tijd ook vaak staan in een tijdsbijzin over de toekomst: før du går betekent letterlijk “voordat je gaat”, ook wanneer het gaan later plaatsvindt. du is hier opnieuw het onderwerp van deze bijzin. De hoofdzin is Du kan sidde der og læse: “Je kunt daar zitten en lezen.” Daarna specificeert før du går wanneer dat kan: “voordat je weggaat”. Samen betekent de volledige zin: “Je kunt daar zitten en lezen voordat je weggaat.”

Grammatica

Bepaald zelfstandig naamwoord met achtervoegsel

Pladsen ved vinduet

PLÈS-n vee VEN-oo-uh

De plek bij het raam

In het Deens staat het bepaalde lidwoord vaak als uitgang achter het zelfstandig naamwoord: pladsen en vinduet.

Bijwoord na het werkwoord

Vi taler lavt

Wie TEE-ler lau-d

We praten zacht

Lavt is hier een bijwoord en beschrijft hoe iemand praat; het krijgt de onzijdige -t-vorm.

Deens woordenschat

bibliotek zelfstandig naamwoord
bieblio-TEG bibliotheek
Geslacht
neuter
Dette bepaler
dè-de dit
Geslacht
neuter
folk zelfstandig naamwoord
folk mensen
Jeg voornaamwoord
yai ik
lavt bijwoord
lau-d zacht
låne werkwoord
LOO-neh lenen
meget bijwoord
MEE-ehd erg
stille bijvoeglijk naamwoord
STIL-eh stil
studere werkwoord
stoe-DEE-er studeren
så voegwoord
soo zodat
taler werkwoord
TEE-ler praten
Vi voornaamwoord
wie we

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze bibliotheek is erg stil.

Antwoord tonenDette bibliotek er meget stille.

Ik wil dit boek lenen.

Antwoord tonenJeg vil låne denne bog.

Waar moet ik het terugbrengen?

Antwoord tonenHvor skal jeg aflevere den?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

praten

Antwoord tonentaler

zacht

Antwoord tonenlavt

bibliotheek

Antwoord tonenbibliotek

mensen

Antwoord tonenfolk