Een rustige studieplek vinden | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a library, one person asks whether a table is free and chooses a quiet place to study..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Een rustige studieplek vinden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Er dette bord ledigt?

È deh-de boor lee-eth? Is deze tafel vrij?
B

Ingen sidder her.

Èngen see-der hèr. Niemand zit hier.
A

Jeg har brug for et roligt sted at sidde.

Yai haa broe foor ehn rooliet stee-eth te sit-teh. Ik heb een rustige plek nodig om te zitten.
B

Dette bord står væk fra døren.

Deh-de boor stoor wehk fo deuhn. Deze tafel staat weg van de deur.
A

Så er dette et godt sted at studere.

Soo è deh-de ehn goot stee-eth te stoedee-reh. Dan is dit een goede plek om te studeren.
B

Tal venligst lavt, mens du studerer.

Taal feenluks lauwt, mens doe stoedee-rehr. Praat alsjeblieft zacht terwijl je studeert.
A

Ja, jeg skal nok tale lavt.

Yaa, yai skal nok taal lauwt. Natuurlijk, ik zal zacht praten.
B

Det hjælper andre mennesker med at studere.

Deh yèlper andreh menesker mee te stoedee-reh. Dat helpt andere mensen om te studeren.

Woord voor woord

Er “Er” betekent hier “is” in de vraag “Er dette bord ledigt?”. Het is de vorm van “være” en staat vooraan om een ja-neevraag te vormen. Gebruik “Er ...?” om naar een toestand of beschikbaarheid te vragen.
dette “dette” betekent “dit/deze” en verwijst in “Er dette bord ledigt?” naar de tafel waarnaar men wijst. Het is de vorm die hier bij het onzijdige “bord” past; de bijbehorende basisvorm is “denne”. Gebruik “dette” vóór een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je iets specifieks aanwijst.
bord “bord” betekent “tafel” in “dette bord”. Het verwijst hier naar het meubel waaraan iemand kan zitten of werken. Gebruik “bord” om naar een tafel te verwijzen, bijvoorbeeld in een bibliotheek of eetruimte.
ledigt “ledigt” betekent hier “vrij” of niet bezet: de vraag gaat over de beschikbaarheid van “dette bord”. Het is de vorm van “ledig” die bij het onzijdige “bord” past. Gebruik “Er ... ledigt?” om te vragen of een plaats of voorwerp beschikbaar is.
Ingen “Ingen” betekent “niemand” en is in “Ingen sidder her” de persoon die niet zit. Het staat vooraan als onderwerp van de mededeling. Gebruik “Ingen” vóór een werkwoord om te zeggen dat geen enkele persoon iets doet.
sidder “sidder” betekent hier “zit” in de zin dat niemand op deze plek zit. Het is de vorm van “sidde” in “Ingen sidder her”. Gebruik het met een plaatsaanduiding, zoals in “sidder her”.
her “her” betekent “hier” en verwijst in “Ingen sidder her” naar de plek bij de tafel. Het staat na “sidder” en geeft de plaats van de handeling aan. Gebruik “her” om naar de huidige plaats te verwijzen.
Jeg “Jeg” betekent “ik” en verwijst naar de persoon die zegt dat die een rustige plek nodig heeft. De hoofdletter komt hier doordat het woord aan het begin van de zin staat; midden in een zin verschijnt dezelfde vorm als “jeg”. Gebruik “Jeg har ...” om over je eigen behoefte of situatie te spreken.
har “har” betekent “heb” in “Jeg har brug for ...”. In die combinatie geeft het aan dat de spreker iets nodig heeft; “har” is de vorm van “have”. Gebruik “har brug for” vóór datgene wat je nodig hebt.
brug “brug” staat hier niet op zichzelf voor “gebruik”, maar in de vaste combinatie “har brug for”. Samen met “har” en “for” drukt die combinatie uit dat iemand iets nodig heeft. Gebruik “har brug for” vóór een persoon, zaak of activiteit die nodig is.
for “for” voltooit in “brug for” de uitdrukking die “nodig hebben” betekent. Het verbindt “brug” met datgene wat nodig is, zoals “et roligt sted at sidde”. Gebruik “brug for” samen met “har” wanneer je een behoefte uitdrukt.
et “et” is het onbepaalde lidwoord bij “roligt sted” en betekent hier “een”. Het introduceert één niet nader bepaalde rustige plek. Gebruik “et” vóór een onzijdig zelfstandig naamwoord, zoals in “et roligt sted”.
roligt “roligt” betekent “rustig” en beschrijft “sted” in “et roligt sted”. Het is de vorm van “rolig” die hier bij het onzijdige zelfstandig naamwoord past. Gebruik het om in een bibliotheek een plek met weinig verstoring te beschrijven.
sted “sted” betekent “plek” in “et roligt sted at sidde”. De daaropvolgende infinitief maakt duidelijk waarvoor de plek dient: zitten. Gebruik “sted” voor een plaats en combineer het hier met “at” plus een activiteit.
at “at” markeert in “at sidde” het werkwoord in de infinitief en correspondeert hier met “om te”. Het verbindt de plek met de activiteit die men daar wil doen. Gebruik “at” vóór een infinitief om doel of functie uit te drukken, zoals in “et roligt sted at studere”.
sidde “sidde” betekent “zitten” en staat in “at sidde” na de infinitiefmarker “at”. Het is de infinitiefvorm; de persoonsvorm in “Ingen sidder her” is “sidder”. Gebruik “at sidde” na een zelfstandig naamwoord zoals “sted” om aan te geven wat men daar kan doen.
står “står” betekent hier “staat” in de betekenis dat de tafel zich op een bepaalde plek bevindt. Het is de vorm van “stå” in “Dette bord står væk fra døren”. Gebruik “står” om de positie van een voorwerp te beschrijven, vaak met een plaatsaanduiding.
væk “væk” betekent hier “weg” als onderdeel van “væk fra døren”: de tafel staat op afstand van de deur. De combinatie “væk fra” geeft aan waarvan iets verwijderd is. Gebruik “væk fra” met een plaats of referentiepunt.
fra “fra” betekent hier “van” in “væk fra døren” en noemt het referentiepunt van de afstand. Het vormt samen met “væk” de uitdrukking voor “weg van”. Gebruik “fra” in deze combinatie vóór de plaats of het voorwerp waarvan iets weg is.
døren “døren” betekent “de deur” en verwijst naar de specifieke deur in “væk fra døren”. Het is de bepaalde vorm van “dør”. Gebruik “væk fra døren” om afstand tot een specifieke deur te beschrijven.
“Så” betekent hier “dan” en trekt een conclusie uit de vorige informatie over de tafel. In “Så er dette et godt sted at studere” staat het vooraan, waarna “er” vóór “dette” staat. Gebruik “Så” aan het begin om een gevolg of conclusie in te leiden.
godt “godt” betekent “goed” in “et godt sted at studere”. Het is de vorm van “god” die hier bij het onzijdige “sted” past. Gebruik “godt” om een onzijdige plek of zaak positief te beoordelen.
studere “studere” betekent “studeren” in “at studere”. Het staat daar als infinitief na “at” en beschrijft het doel van de plek. Gebruik “at studere” wanneer je studeren als activiteit of doel noemt.
Tal “Tal” betekent hier “praat” en is in “Tal venligst lavt” een directe aansporing. Het is de gebiedende vorm van “tale”. Gebruik “Tal” om iemand rechtstreeks te vragen of op te dragen te spreken.
venligst “venligst” betekent “alsjeblieft” en verzacht de aansporing “Tal ... lavt”. Het laat zien dat de spreker een beleefd verzoek doet, hier aan iemand in de bibliotheek. Gebruik “venligst” bij een verzoek samen met de gevraagde handeling.
lavt “lavt” betekent hier “zacht”, dus met een laag stemvolume, in “Tal venligst lavt”. Het is de bijwoordelijke vorm van “lav” en komt ook terug in “tale lavt”. Gebruik “tale lavt” wanneer je iemand vraagt niet hard te praten.
mens “mens” betekent “terwijl” en leidt in “mens du studerer” de activiteit in die gelijktijdig plaatsvindt. Het staat vóór een bijzin met “du” en “studerer”. Gebruik “mens” om twee gelijktijdige handelingen of situaties te verbinden.
du “du” betekent “je” en verwijst naar de persoon die studeert in “mens du studerer”. Het staat daar vóór de persoonsvorm “studerer”. Gebruik “du” als je één persoon rechtstreeks aanspreekt.
studerer “studerer” betekent “studeert” in “mens du studerer”. Het is de vorm van “studere” die bij “du” staat en beschrijft de activiteit die tegelijk met iets anders plaatsvindt. Gebruik “du studerer” om over iemands studieactiviteit te spreken.
Ja “Ja” betekent “ja” en bevestigt hier dat de spreker het verzoek aanvaardt. Het staat vooraan in “Ja, jeg skal nok tale lavt” als kort antwoord vóór de toezegging. Gebruik “Ja” om in te stemmen of een bevestigend antwoord te geven.
skal “skal” draagt in “jeg skal nok tale lavt” bij aan de toezegging dat de spreker zacht zal praten. Het is de vorm van “skulle” en staat vóór de infinitief “tale”. Samen met “nok” vormt het hier een geruststellende belofte. Gebruik “skal” vóór een infinitief voor een voornemen of toezegging.
nok “nok” betekent hier ongeveer “wel” in de geruststellende combinatie “skal nok tale lavt”. Het maakt “Ja, jeg skal nok tale lavt” bevestigender: de spreker zegt dat hij het zal doen. Gebruik “skal nok” vóór een infinitief om iemand gerust te stellen over wat je zult doen.
tale “tale” betekent “praten” in “tale lavt”. Het is de infinitief na “skal” in “jeg skal nok tale lavt”. Gebruik “tale lavt” om over spreken met een laag volume te praten.
Det “Det” betekent hier “dat” of “het” en verwijst naar het zacht praten dat net is afgesproken. In “Det hjælper andre mennesker med at studere” is het het onderwerp van “hjælper”. Gebruik “Det” aan het begin om naar een eerder genoemde handeling of situatie te verwijzen.
hjælper “hjælper” betekent “helpt” in “Det hjælper andre mennesker med at studere”. Het is de vorm van “hjælpe” en staat hier bij de constructie waarin “andre mennesker” hulp krijgt bij een activiteit. Gebruik het met een persoon die geholpen wordt en noem daarna met “med” de activiteit.
andre “andre” betekent “andere” en beschrijft “mennesker” in “andre mennesker”. Het is de vorm van “anden” die hier bij een meervoudige groep past. Gebruik “andre” vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer je andere personen of zaken bedoelt.
mennesker “mennesker” betekent “mensen” in “andre mennesker”. Het is het meervoud van “menneske” en verwijst hier naar de andere bibliotheekgebruikers. Gebruik “mennesker” om naar personen als groep te verwijzen.
med “med” betekent hier “met” en maakt in “hjælper andre mennesker med at studere” deel uit van de constructie die aangeeft bij welke activiteit iemand hulp krijgt. Het staat vóór “at studere”. Gebruik deze constructie wanneer je zegt dat je iemand helpt met een bepaalde activiteit; behoud de persoon vóór “med” en de activiteit erna.

Grammatica

mens + bijzin

Mens andre mennesker taler.

Mens andre menesker taal-er.

Terwijl andere mensen praten.

‘mens’ leidt een bijzin in die gelijktijdigheid uitdrukt: twee handelingen gebeuren tegelijkertijd.

har brug for + zelfstandig naamwoord

har brug for dette bord.

Haa broe foor deh-de boor.

deze tafel nodig hebben.

De vaste uitdrukking ‘har brug for’ betekent ‘nodig hebben’ en wordt gevolgd door datgene wat nodig is.

Deens woordenschat

bord zelfstandig naamwoord
boor tafel
Geslacht
neuter

Er dette bord ledigt?

dette bepaler
deh-deh deze
Geslacht
neuter

Er dette bord ledigt?

har brug for uitdrukking
haa broe foor nodig hebben

Jeg har brug for et roligt sted at sidde.

her bijwoord
hèr hier

Ingen sidder her.

ingen voornaamwoord
èngen niemand

Ingen sidder her.

ledigt bijvoeglijk naamwoord
lee-eth vrij
Geslacht
neuter

Er dette bord ledigt?

roligt bijvoeglijk naamwoord
rooliet rustig
Geslacht
neuter

Jeg har brug for et roligt sted at sidde.

sidde werkwoord
sit-teh zitten

Jeg har brug for et roligt sted at sidde.

sidder werkwoord
see-der zit

Ingen sidder her.

sted zelfstandig naamwoord
stee-eth plek
Geslacht
neuter

Jeg har brug for et roligt sted at sidde.

står werkwoord
stoor staat

Dette bord står væk fra døren.

væk bijwoord
wehk weg

Dette bord står væk fra døren.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is deze tafel vrij?

Antwoord tonenEr dette bord ledigt?

Niemand zit hier.

Antwoord tonenIngen sidder her.

Deze tafel staat weg van de deur.

Antwoord tonenDette bord står væk fra døren.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

plek

Antwoord tonensted

niemand

Antwoord toneningen

tafel

Antwoord tonenbord

deze

Antwoord tonendette