Zachter praten in de bibliotheek | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a library, one person politely asks another to lower their voice so people nearby can study..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Zachter praten in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Kan du tale lidt mere stille her?

Ken doe teele let meer sdiele hèr? Kun je hier iets zachter praten?
B

Jeg vidste ikke, at jeg talte så højt.

Jai weste eegə, ad jai telde soo hoit. Ik wist niet dat ik zo hard praatte.
A

Folk studerer ved bordet ved siden af.

Fol sduu-deerə wedh boordhə wedh sien au. Mensen studeren aan de tafel hiernaast.
B

Jeg vil tale lavere.

Jai wil teele lau-erə. Ik zal zachter praten.
A

Så kan alle bedre koncentrere sig.

Soo kan alle bedhrə konsentreerə sai. Dan kan iedereen zich beter concentreren.
B

Jeg kan sætte mig tættere på, så vi ikke behøver at tale højt.

Jai kan sedə mai tedərə poo, soo wee egə behèu-wə ad teele hoit. Ik kan dichterbij gaan zitten, zodat we niet hard hoeven te praten.
A

Så kan vi arbejde videre uden at forstyrre nogen.

Soo kan wee aah-bai-dhə wiee-dhərə oə-dhən ad fo-sdeu-rə noo-ən. Dan kunnen we verder werken zonder iemand te storen.
B

Fra nu af vil jeg tale lavere.

Fraa noe au wil jai teele lau-erə. Vanaf nu zal ik zachter praten.

Uitleg van de zinnen

  1. Kan du tale lidt mere stille her?

    Kun je hier iets zachter praten?

    Kan du
    kun je
    tale
    praten
    lidt
    een beetje
    mere
    meer
    stille
    zacht/stil
    her
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Kan du is hier de vraagconstructie “kun je …?”. kan is de tegenwoordige vorm van het Deense werkwoord kunne; de vorm blijft in het Deens ook bij andere personen gelijk, bijvoorbeeld jeg kan (“ik kan”). du is “je/jij” en is hier de aangesprokene. Na kan volgt het volgende werkwoord in de infinitief, zonder een equivalent van Nederlands te. tale betekent hier “praten” en is de infinitief. Voorbeeld: Kan du vente? — “Kun je wachten?” lidt betekent “een beetje”. Hier maakt het de gevraagde verandering klein; het drukt geen exact geteld aantal uit. mere betekent “meer”. Het verhoogt samen met stille de mate: mere stille betekent hier “zachter” of “stiller”. mere is dus niet zelf de eigenschap; stille beschrijft hoe er gepraat wordt. Voorbeeld: Tal mere stille. — “Praat zachter.” stille betekent hier “zacht/stil” in de beschrijving van de manier van praten. In deze combinatie werkt het als een bepaling bij tale; samen met mere vormt het de hogere graad mere stille. her betekent “hier” en verwijst naar de plaats die in de situatie bedoeld is. Het woord zegt niet zelfstandig welke precieze plek dat is. Samen betekent Kan du tale lidt mere stille her?: “Kun je hier iets zachter praten?” De vraagvolgorde is kan + du + infinitief tale; lidt mere stille vraagt om een kleine verhoging van de zachtheid of stilte van het praten, en her bepaalt de plaats. Deze vraag kan als verzoek worden gebruikt; de zin zelf legt niet vast waarom de spreker dat vraagt.

  2. Jeg vidste ikke, at jeg talte så højt.

    Ik wist niet dat ik zo hard praatte.

    vidste
    wist
    ikke
    niet
    talte
    praatte
    så højt
    zo hard
    Uitgebreide uitleg

    vidste betekent hier ‘wist’. Het is de verleden tijd van vide (‘weten’). In het Deens verandert deze vorm niet met de persoon: jeg vidste en hun vidste gebruiken allebei vidste. ikke maakt de zin negatief: vidste ikke = ‘wist niet’. In het Deens staat ikke hier na de persoonsvorm vidste in de hoofdzin. talte betekent hier ‘praatte’. Het is de verleden tijd van tale (‘praten’ of ‘spreken’). De vorm markeert in het Deens geen persoon; jeg talte betekent dus ‘ik praatte’, terwijl vi talte ‘wij praatten’ betekent. så højt betekent hier ‘zo hard’ of ‘zo luid’. så geeft de graad aan. højt is de vorm van høj (‘hoog’) die hier als bijwoord bij talte wordt gebruikt; bij spreken betekent het ‘hard/luid’. Vergelijk: tale højt = ‘hard praten’ en tale stille = ‘zacht praten’. Samen vormt Jeg vidste ikke de hoofdzin ‘Ik wist niet’. Daarna introduceert at de inhoud waarvan de spreker zich niet bewust was: at jeg talte så højt = ‘dat ik zo hard praatte’. Zowel vidste als talte staan in de verleden tijd. De volledige betekenis is daarom: ‘Ik wist niet dat ik zo hard praatte.’

  3. Folk studerer ved bordet ved siden af.

    Mensen studeren aan de tafel hiernaast.

    Folk
    mensen
    studerer
    studeren
    bordet
    de tafel
    ved siden af
    hiernaast
    Uitgebreide uitleg

    Folk betekent hier “mensen” of “een groep mensen”. Het is een zelfstandig naamwoord voor mensen als groep; noem het niet de meervoudsvorm van een ander woord. In deze zin stuurt folk de meervoudige betekenis van de zin aan. Voorbeeld: Folk arbejder her. — “Mensen werken hier.” studerer is de tegenwoordige tijd van studere (“studeren”). Dezelfde tegenwoordige vorm wordt in het Deens bij verschillende personen en aantallen gebruikt; de vorm verandert hier dus niet door het meervoudige folk. Voorbeeld: De studerer dansk. — “Zij studeren Deens.” bordet betekent “de tafel”. Dit is de bepaalde vorm van het onzijdige zelfstandig naamwoord bord (“tafel”): et bord = “een tafel”, bordet = “de tafel”. De uitgang -et hoort bij het zelfstandig naamwoord, niet bij een bijvoeglijk naamwoord. Voorbeeld: Bogen ligger på bordet. — “Het boek ligt op de tafel.” ved siden af is een ruimtelijke uitdrukking met de betekenis “naast” of hier “hiernaast”. Ze geeft aan dat iets naast een oriëntatiepunt ligt of staat. Voorbeeld: De sidder ved siden af hinanden. — “Zij zitten naast elkaar.” De zin bouwt als volgt op: Folk is de groep die handelt, studerer zegt wat die groep doet, ved bordet geeft de plaats aan (“aan/bij de tafel”), en ved siden af specificeert welke tafel wordt bedoeld: de tafel hiernaast. Samen betekent de zin: “Mensen studeren aan de tafel hiernaast.”

  4. Jeg vil tale lavere.

    Ik zal zachter praten.

    Jeg vil
    ik zal
    tale
    praten
    lavere
    zachter
    Uitgebreide uitleg

    Jeg vil betekent hier “ik zal”: Jeg is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud (“ik”). vil is de tegenwoordige vorm van ville; met een eerste-persoonsonderwerp kan deze vorm een voornemen of toekomstige handeling uitdrukken. In deze zin gaat het om het voornemen om iets te doen. Voorbeeld: Jeg vil læse. — “Ik zal lezen / Ik wil lezen.” De vaste vertaling ondersteunt hier de toekomstige lezing. tale betekent “praten”. Dit is de infinitief, die na vil staat. Het patroon is Jeg vil + infinitief: “Ik zal/wil …”. Voorbeeld: Jeg vil arbejde. — “Ik zal werken.” arbejde is hier de infinitief na vil, net zoals tale dat is in de vaste zin. lavere betekent hier “zachter”, namelijk met een lager geluidsniveau. Het is de vergelijkende vorm van lav (“laag”): lav → lavere (“lager/zachter”). Als vergelijkende vorm drukt lavere een lagere graad uit, vaak ten opzichte van een contextueel referentiepunt. Hier gaat het om het geluidsniveau van het praten, niet om een fysiek lagere plaats. Voorbeeld: Tal lavere. — “Praat zachter.” Tal is hier de gebiedende wijs van tale; lavere behoudt dezelfde vergelijkende vorm. Samen vormen Jeg vil + tale + lavere de betekenis: “Ik zal zachter praten.” De spreker kondigt daarmee het voornemen aan om met een lager volume te praten. In de gegeven context sluit dat aan bij het feit dat anderen zich daarna beter kunnen concentreren.

  5. Så kan alle bedre koncentrere sig.

    Dan kan iedereen zich beter concentreren.

    Så
    dan
    kan
    kunnen
    alle
    iedereen
    bedre
    beter
    koncentrere sig
    zich concentreren
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan” en verbindt deze zin met een gevolg of resultaat. Als herbruikbaar patroon staat het vaak aan het begin: Så kan ... = “Dan kan ...”. kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”). Het is een modaal werkwoord: na kan volgt een infinitief zonder at, dus kan koncentrere, niet kan at koncentrere. Het onderwerp kan daarna komen, zoals in Så kan alle .... alle betekent hier “iedereen” en is het onderwerp van de zin. Het kan ook “allemaal” of “alle” betekenen wanneer het naar meerdere duidelijk bepaalde personen of zaken verwijst; de vertaling maakt in deze zin de betekenis “iedereen” duidelijk. bedre is de vergrotende trap van godt in bijwoordelijk gebruik: godt → bedre → bedst (“goed” → “beter” → “best”). Hier beschrijft bedre de manier waarop iedereen zich kan concentreren: beter dan eerder of dan onder de vorige omstandigheden. Het is dus niet de vergrotende trap van het zelfstandige naamwoord in de zin; het is een bijwoord bij koncentrere sig. koncentrere sig is de infinitief van de reflexieve uitdrukking “zich concentreren”. koncentrere betekent “concentreren”; sig verwijst reflexief naar het onderwerp. In het Deens blijft sig bij een derde persoon hetzelfde voor enkelvoud en meervoud. Vergelijk voor andere personen: jeg koncentrerer mig = “ik concentreer me” en du koncentrerer dig = “jij concentreert je”. De volledige structuur is Så + kan + onderwerp + bijwoord + infinitief: Så kan alle bedre koncentrere sig. Letterlijk opgebouwd betekent dit: “Dan kunnen iedereen beter zich concentreren”; natuurlijk Nederlands is: “Dan kan iedereen zich beter concentreren.”

  6. Jeg kan sætte mig tættere på, så vi ikke behøver at tale højt.

    Ik kan dichterbij gaan zitten, zodat we niet hard hoeven te praten.

    Jeg kan
    ik kan
    sætte mig
    gaan zitten
    tættere på
    dichterbij
    så
    zodat
    vi ikke behøver at
    wij hoeven niet te
    tale
    praten
    højt
    luid
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan: jeg betekent “ik”. kan is de tegenwoordige vorm van kunne en drukt hier uit dat de spreker iets kan doen. Na kan volgt een infinitief zonder at: Jeg kan læse = “Ik kan lezen”. sætte mig: sætte betekent hier “zetten” in de wederkerende constructie sætte sig, dus “gaan zitten”. mig is de vorm van het wederkerend voornaamwoord bij jeg; samen verwijzen ze naar dezelfde persoon. Vergelijk de beweging sætte sig (“gaan zitten”) met de toestand sidde (“zitten”). Hier staat sætte als infinitief na kan. tættere på: tættere is de vergrotende trap van tæt: tæt – tættere – tættest = “dichtbij – dichterbij – het dichtstbij”. på hoort hier bij de uitdrukking voor een positie dichterbij. De vergrotende trap vergelijkt die positie met een contextueel referentiepunt. så: Dit verbindingswoord leidt hier de deelzin in die het beoogde gevolg uitdrukt en past daarom bij “zodat”. vi ikke behøver at: vi betekent “wij” en ikke maakt de deelzin negatief. behøver is de tegenwoordige vorm van behøve (“nodig hebben”, in deze constructie “hoeven”). vi behøver ikke at ... betekent “wij hoeven niet te ...”. Na deze constructie volgt at plus een infinitief. Hier betekent de combinatie dat hard praten niet nodig is, niet dat het onmogelijk is. tale: tale betekent “praten” en staat als infinitief na at: at tale = “praten”. Een herbruikbaar patroon is behøver ikke at + infinitief, bijvoorbeeld: Vi behøver ikke at vente. = “We hoeven niet te wachten.” Dit is een nieuw voorbeeld. højt: In tale højt betekent højt “luid”. Het is de adverbiale vorm van høj (“hoog”) en beschrijft hier hoe iemand praat, niet de hoogte van een voorwerp. Hun taler højt. = “Zij praat luid.” Dit is een nieuw voorbeeld. Samen vormt de zin het patroon Jeg kan + infinitief, så + vi ikke behøver at + infinitief + bijwoord: “Ik kan dichterbij gaan zitten, zodat wij niet luid hoeven te praten.” De zin verbindt de handeling van dichterbij gaan zitten met het gevolg dat luid praten niet nodig is. In een andere zin kan hetzelfde patroon bijvoorbeeld worden gebruikt met Jeg kan åbne vinduet, så vi ikke behøver at gå udenfor. = “Ik kan het raam openen, zodat we niet naar buiten hoeven te gaan.” Dit is een nieuw voorbeeld.

  7. Så kan vi arbejde videre uden at forstyrre nogen.

    Dan kunnen we verder werken zonder iemand te storen.

    Så
    dan
    kan vi
    kunnen we
    arbejde
    werken
    videre
    verder
    uden at
    zonder te
    forstyrre
    storen
    nogen
    iemand
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan” en markeert de volgende stap of het gevolg. Het kan in andere contexten ook “dus” betekenen; de vaste vertaling ondersteunt hier de betekenis “dan”. kan vi bestaat uit het modale werkwoord kan en het onderwerp vi. kan is de tegenwoordige vorm van kunne en drukt hier mogelijkheid uit: “we kunnen”. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder at. De volgorde kan vi is kenmerkend voor een hoofdzin die met Så begint: het werkwoord staat vóór het onderwerp. arbejde is de infinitief van “werken”. In combinatie met kan blijft het onvervoegd: vi kan arbejde betekent “we kunnen werken”. Voorbeeld: Vi kan arbejde videre. — “We kunnen verder werken.” videre betekent hier “verder” of “door”. arbejde videre is een herbruikbare combinatie voor “verder werken” en geeft aan dat de activiteit doorgaat. uden at is de constructie “zonder te”. Na uden at volgt een infinitief. Het is belangrijk dat at hier bij de constructie hoort; na het modale kan eerder in de zin staat juist geen at. forstyrre is de infinitief “storen” of “lastigvallen”. In uden at forstyrre beschrijft het werkwoord de handeling die wordt vermeden tijdens het verder werken. Voorbeeld: Han gik uden at sige noget. — “Hij ging weg zonder iets te zeggen.” nogen is hier het onbepaalde voornaamwoord “iemand”; het is het object van forstyrre. Het verwijst naar een niet nader bepaalde persoon, zonder te zeggen wie dat is. Vergelijk ingen voor “niemand”: Jeg så nogen. — “Ik zag iemand.” De zin bouwt zo op: Så (“dan”) + kan vi (“kunnen we”) + arbejde videre (“verder werken”) + uden at forstyrre nogen (“zonder iemand te storen”). Samen betekent de vaste uiting: “Dan kunnen we verder werken zonder iemand te storen.”

  8. Fra nu af vil jeg tale lavere.

    Vanaf nu zal ik zachter praten.

    Fra nu af
    vanaf nu
    vil jeg
    zal ik
    tale
    praten
    lavere
    zachter
    Uitgebreide uitleg

    Fra nu af is een vaste tijdsbepaling met de betekenis ‘vanaf dit moment’ of ‘voortaan’. Het gaat om het beginpunt van de aangekondigde handeling. Voorbeeld: Fra nu af arbejder jeg hjemme. — ‘Vanaf nu werk ik thuis.’ vil jeg bestaat uit het hulpwerkwoord vil en het onderwerp jeg (‘ik’). Hier drukt vil een voornemen of toekomstige handeling uit: ‘zal’. Omdat Fra nu af vooraan staat, komt in deze hoofdzin het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp: patroon tijdsbepaling + werkwoord + onderwerp. Na vil staat het volgende werkwoord in de infinitief zonder at. Voorbeeld: I morgen vil jeg hvile. — ‘Morgen zal ik rusten.’ tale betekent hier ‘praten’ of ‘spreken’. Het is de infinitief na vil; de vorm verandert dus niet voor de persoon in deze constructie. Voorbeeld: Jeg vil tale med hende. — ‘Ik wil met haar praten.’ lavere is de vergrotende trap van lav en betekent hier ‘zachter’ of letterlijker ‘lager’, namelijk met een lagere stemsterkte. In de uitdrukking tale lavt betekent lavt ‘zachtjes/laag’; lavere maakt daarvan ‘zachter/zachter dan daarvoor’. De vergrotende trap kan ook worden gebruikt zonder dat het vergelijkingspunt expliciet wordt genoemd. Voorbeeld: Han taler lavere nu. — ‘Hij praat nu zachter.’ De vorm lavere is hier de vorm van het bijvoeglijke bijwoord bij de manier van praten; het is niet de verbuiging van tale. Samen geeft Fra nu af vil jeg tale lavere de betekenis: ‘Vanaf nu zal ik zachter praten.’ De tijdsbepaling bepaalt wanneer het voornemen ingaat, vil jeg vormt de toekomstige of intentionele hoofdzin, tale benoemt de handeling en lavere beschrijft hoe die handeling wordt uitgevoerd.

Grammatica

ved siden af + bestemt substantiv

ved siden af bordet

wedh sien au boordhə

naast de tafel

Het zelfstandig naamwoord krijgt in het Deens vaak een bepaald achtervoegsel: bord → bordet.

høj → højt als bijwoord

tale højt

teele hoit

hardop praten

Na een werkwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord høj de bijwoordsvorm højt.

Deens woordenschat

bord zelfstandig naamwoord
boor tafel bordet

Folk studerer ved bordet ved siden af.

folk zelfstandig naamwoord
fol mensen

Folk studerer ved bordet ved siden af.

her bijwoord
hèr hier

Kan du tale lidt mere stille her?

høj bijvoeglijk naamwoord
hoi hard højt

Jeg vidste ikke, at jeg talte så højt.

ikke bijwoord
eegə niet

Jeg vidste ikke, at jeg talte så højt.

lidt bijwoord
let een beetje

Kan du tale lidt mere stille her?

mere bijwoord
meer meer

Kan du tale lidt mere stille her?

stille bijwoord
sdiele zachtjes

Kan du tale lidt mere stille her?

studere werkwoord
sduu-deerə studeren studerer

Folk studerer ved bordet ved siden af.

tale werkwoord
teele praten

Kan du tale lidt mere stille her?

ved voorzetsel
wedh bij

Folk studerer ved bordet ved siden af.

vide werkwoord
wiee-dhə weten vidste

Jeg vidste ikke, at jeg talte så højt.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik zal zachter praten.

Antwoord tonenJeg vil tale lavere.

Dan kan iedereen zich beter concentreren.

Antwoord tonenSå kan alle bedre koncentrere sig.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

praten

Antwoord tonentale

mensen

Antwoord tonenfolk

hard

Antwoord tonenhøjt

weten

Antwoord tonenvidste