Een boek vinden in de bibliotheek | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a library, one person asks where to find a book and gets help checking the shelf..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een boek vinden in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvor kan jeg finde denne bog?

Voo kan yai vennuh dennuh boow? Waar kan ik dit boek vinden?
B

Den burde stå på en af disse hylder.

Den boe-uh sdooh poh en èw tessuh hulluh. Het zou op een van deze planken moeten staan.
A

Hvilken hylde skal jeg se på først?

Velguhn hulluh skal yai see poh feust? Welke plank moet ik eerst bekijken?
B

Prøv den nederste hylde tæt på enden.

Preu den nee-uhstuh hulluh tèd poh ennuhn. Probeer de onderste plank bij het einde.
A

Jeg kan se omslaget nu.

Yai kan see omslee-uh noo. Ik kan de kaft nu zien.
B

Træk den forsigtigt ud, så de andre bøger bliver på plads.

Treg den fo-segduh oed, soh die andruh beu-uh blie-uh poh plass. Trek het er voorzichtig uit, zodat de andere boeken op hun plaats blijven.
A

Det er den rigtige bog.

Deh è den regduh boow. Dit is het juiste boek.
B

Du kan læse den ved det bord.

Doo kan lee-suh den vèd de boe. Je kunt het aan die tafel lezen.

Uitleg van de zinnen

  1. Hvor kan jeg finde denne bog?

    Waar kan ik dit boek vinden?

    Hvor
    waar
    kan jeg
    kan ik
    finde
    vinden
    denne
    dit
    bog
    boek
    Uitgebreide uitleg

    Hvor betekent hier “waar” en vraagt naar een plaats. Het staat vooraan omdat het de vraag opent. Voorbeeld: Hvor bor du? — “Waar woon je?” kan jeg betekent hier “kan ik”. kan is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord kunne voor onder andere “ik”; na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in het infinitief zonder at. In een gewone hoofdzin staat het onderwerp vaak vóór kan, maar in deze vraag staat het vraagwoord eerst en daarna kan jeg: Hvor kan jeg ...? Voorbeeld: Kan jeg komme ind? — “Kan ik binnenkomen?” finde betekent “vinden”. Het is de infinitief van finde en blijft na kan in deze vorm: kan finde. Voorbeeld: Jeg kan finde nøglen. — “Ik kan de sleutel vinden.” denne betekent hier “dit/deze” bij één gemeenschappelijk-geslacht zelfstandig naamwoord. Het is een aanwijzend woord; bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord gebruik je dette, en bij meervoud disse. De vorm denne draagt dus niet zelf de betekenis “boek”, maar wijst naar een enkelvoudig woord van het type dat in denne bog past. Voorbeeld: denne stol — “deze stoel”. bog betekent “boek”. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is bøger. In deze zin staat het na denne in de woordgroep denne bog, “dit boek”. Voorbeeld: Bogen er ny. — “Het boek is nieuw.” Samen vormen Hvor kan jeg finde denne bog? de vraag “Waar kan ik dit boek vinden?” Hvor vraagt naar de plaats; kan jeg finde drukt de mogelijkheid of het vermogen van de spreker uit; denne bog is wat de spreker wil vinden. De vaste volgorde is dus vraagwoord + modaal werkwoord + onderwerp + infinitief + zelfstandig naamwoordgroep.

  2. Den burde stå på en af disse hylder.

    Het zou op een van deze planken moeten staan.

    Den
    het
    burde
    zou moeten
    stå
    staan
    på
    op
    en af
    een van
    disse
    deze
    hylder
    planken
    Uitgebreide uitleg

    Den is hier een zelfstandig gebruikt persoonlijk voornaamwoord voor een enkelvoudig woord van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht. In de gegeven context verwijst het naar het bedoelde boek: “het”. De vorm den markeert niet op zichzelf dat het om een boek gaat; dat volgt hier uit de context. Als aanwijzend woord kan Deens ook denne gebruiken, maar dat is niet de functie van den in deze zin. burde is de verleden-tijdsvorm van bør. In deze zin verwijst die vorm niet naar een afgesloten gebeurtenis in het verleden, maar drukt hij een verwachting of passende conclusie uit: “zou moeten”. Een bruikbaar patroon is burde + infinitief, bijvoorbeeld: Hun burde komme snart. — “Zij zou binnenkort moeten komen.” stå is de infinitief van stå en betekent hier “staan”, in de ruimere zin “zich op een bepaalde plaats bevinden”. Na burde blijft het werkwoord in de infinitief. De zin zegt dus niet noodzakelijk dat het voorwerp letterlijk rechtop staat; de contextuele betekenis is dat het zich daar zou moeten bevinden. på betekent hier “op” en leidt de plaatsbepaling in. In combinatie met een oppervlak of een plank geeft het de locatie aan: Bogen står på bordet. — “Het boek staat op de tafel.” en af vormt het patroon “een van”. en is hier het lidwoord bij het enkelvoudige zelfstandige naamwoord hylde; het geeft niet zelfstandig een exact aantal aan. Het geheel en af selecteert één exemplaar uit een groep. disse betekent “deze” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Het wijst op een meervoudige groep die als nabij of relevant wordt aangewezen. De vorm is geschikt bij een meervoudig zelfstandig naamwoord, zoals hylder. hylder is het meervoud van hylde, “plank”. Het meervoud is zichtbaar in de uitgang -er. De vorm en hylde is enkelvoud; hylder is meervoud. In en af disse hylder betekent het: “een van deze planken”. Samen vormt på en af disse hylder de plaatsbepaling “op een van deze planken”. Den is het onderwerp waarover wordt gesproken, en burde stå geeft de verwachting weer dat dit onderwerp zich daar bevindt. De volledige betekenis is daarom: “Het zou op een van deze planken moeten staan.”

  3. Hvilken hylde skal jeg se på først?

    Welke plank moet ik eerst bekijken?

    Hvilken
    welke
    hylde
    plank
    skal jeg
    moet ik
    se på
    bekijken
    først
    eerst
    Uitgebreide uitleg

    Hvilken betekent hier ‘welke’ in een vraag naar één bepaalde optie. Het hoort bij het zelfstandig naamwoord hylde, dat een gemeenschappelijk geslacht heeft: en hylde → hvilken hylde. De meervoudsvorm is hvilke, bijvoorbeeld in Hvilke hylder? (‘Welke planken?’). hylde betekent ‘plank’, hier specifiek een plank in een kast of vergelijkbare opbergruimte. Het meervoud is hylder, zoals in de eerdere zin en af disse hylder (‘een van deze planken’). De vorm hylder is onbepaald meervoud; het bepaald meervoud is hylderne. skal jeg vormt hier een vraag naar wat de spreker moet doen: skal is de tegenwoordige vorm van skulle, en jeg betekent ‘ik’. In een vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Skal jeg ...? (‘Moet ik ...?’). skal kan in andere zinnen ook een toekomstige of afgesproken handeling aanduiden; hier geeft de vaste vertaling de bedoeling ‘moet ik’ aan. se på is een vaste werkwoordverbinding met de betekenis ‘bekijken’ of ‘naar iets kijken’. Het werkwoord se betekent ‘zien/kijken’, terwijl på deel uitmaakt van deze verbinding. Na skal staat het werkwoord in de infinitief: Skal jeg se på hylden? (‘Moet ik naar de plank kijken?’). Bijvoorbeeld: Jeg ser på kortet. — ‘Ik bekijk de kaart.’ først betekent ‘eerst’ en geeft de volgorde aan: deze handeling komt vóór andere mogelijke handelingen. Het is niet hetzelfde als før (‘voor’ in tijd of plaats), hoewel beide met volgorde te maken hebben. Bijvoorbeeld: Læs først instruktionen. — ‘Lees eerst de instructie.’ Samen vormt Hvilken hylde de vraag naar de keuze uit meerdere planken. skal jeg se på vraagt welke handeling de spreker moet uitvoeren, en først beperkt die handeling tot de eerste stap. De volledige betekenis is daarom: ‘Welke plank moet ik eerst bekijken?’

  4. Prøv den nederste hylde tæt på enden.

    Probeer de onderste plank bij het einde.

    Prøv
    probeer
    den
    de
    nederste
    onderste
    hylde
    plank
    tæt på
    dicht bij
    enden
    einde
    Uitgebreide uitleg

    Prøv is de gebiedende wijs van prøve (“proberen”). De vorm richt de aansporing rechtstreeks tot één of meer aangesproken personen; het onderwerp wordt in het Deens meestal niet apart genoemd. Bijvoorbeeld: Prøv igen. — “Probeer het opnieuw.” den is hier het bepaald lidwoord voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijk geslacht: den nederste hylde = “de onderste plank”. In een bepaalde naamwoordgroep met een bijvoeglijk naamwoord staat dit lidwoord vóór het bijvoeglijk naamwoord. nederste betekent hier “onderste” en is de bepaalde vorm van de overtreffende trap van nederst (“onderaan gelegen, laagst”). De vorm hoort bij hylde in de bepaalde naamwoordgroep; nederste is niet de vorm van het zelfstandig naamwoord. Vergelijk: den øverste hylde — “de bovenste plank”. hylde betekent “plank”, hier een plank in een kast of vergelijkbare opbergruimte. Het is een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijk geslacht; het bepaalde enkelvoud is hylden (“de plank”). tæt på is een vaste combinatie met de betekenis “dicht bij” of “vlak bij”. Ze geeft hier de plaats aan die bij de onderste plank wordt genoemd. Bijvoorbeeld: Bogen ligger tæt på døren. — “Het boek ligt dicht bij de deur.” enden betekent “het einde”. Dit is de bepaalde enkelvoudsvorm van ende: en ende → enden. In tæt på enden verwijst het naar een bepaald einde dat in de situatie herkenbaar is; de zin specificeert niet verder welk fysiek einde dat is. Samen vormt den nederste hylde de bepaalde naamwoordgroep “de onderste plank”. tæt på enden bepaalt de plaats daarvan: “dicht bij het einde”. De gebiedende wijs Prøv maakt er de aansporing van: “Probeer de onderste plank dicht bij het einde.”

  5. Jeg kan se omslaget nu.

    Ik kan de kaft nu zien.

    Jeg kan
    ik kan
    se
    zien
    omslaget
    de kaft
    nu
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan betekent hier ‘ik kan’ en bestaat uit het persoonlijk voornaamwoord jeg (‘ik’) plus kan, de tegenwoordige vorm van kunne. Kan drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. Na een modaal werkwoord zoals kan staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder at. se is de infinitief ‘zien’. De combinatie kan se betekent dus ‘kan zien’. Voorbeeld: Jeg kan se huset. — ‘Ik kan het huis zien.’ omslaget betekent in deze zin ‘de kaft’. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van omslag; het bepaalde achtervoegsel -et hoort bij het onzijdige woord et omslag. Omslag kan in andere contexten ook een omslag of omhulsel aanduiden, maar de vaste vertaling en de context maken hier ‘kaft’ de bedoelde betekenis. Voorbeeld: Omslaget er blåt. — ‘De kaft is blauw.’ nu betekent ‘nu’ en geeft aan dat het zien op het huidige moment plaatsvindt. Het verandert niet mee met persoon of getal. Samen vormen de delen Jeg kan se omslaget nu. de betekenis: ‘Ik kan de kaft nu zien.’ De volgorde is onderwerp + modaal werkwoord + infinitief + bepaald lijdend voorwerp + tijdsbepaling. Dit is een herbruikbaar patroon: Jeg kan se [iets] nu. — ‘Ik kan [iets] nu zien.’

  6. Træk den forsigtigt ud, så de andre bøger bliver på plads.

    Trek het er voorzichtig uit, zodat de andere boeken op hun plaats blijven.

    Træk … ud
    eruit trekken
    den
    het
    forsigtigt
    voorzichtig
    så
    zodat
    de andre
    de andere
    bøger
    boeken
    bliver
    blijven
    på plads
    op zijn plaats
    Uitgebreide uitleg

    Træk en ud vormen hier samen het scheidbare werkwoord trække ... ud (“eruit trekken”). Træk is de gebiedende wijs van trække; bij dit werkwoord is de imperatief træk, niet de infinitief trække. Het partikel ud geeft de richting naar buiten aan. Het voorwerp kan tussen werkwoord en partikel staan, zoals in Træk den ... ud. Voorbeeld: Træk skuffen ud. — “Trek de lade eruit.” den is hier een enkelvoudig voornaamwoord voor een voorwerp van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht, met in de vaste vertaling de betekenis “het”. De precieze referent wordt in deze zin niet expliciet benoemd; de vorm zelf geeft vooral de grammaticale klasse en de objectfunctie aan. Het verschilt van het meervoudige objectvoornaamwoord dem. Voorbeeld: Tag den. — “Pak het.” forsigtigt is een bijwoord en beschrijft hoe het trekken gebeurt: voorzichtig. Het bijvoeglijke naamwoord is forsigtig; forsigtigt is de bijwoordelijke vorm. Voorbeeld: Åbn døren forsigtigt. — “Open de deur voorzichtig.” så leidt hier de bijzin in met de betekenis “zodat”. De bijzin noemt wat door de opdracht behouden moet blijven. Voorbeeld: Tal langsomt, så alle kan forstå dig. — “Praat langzaam, zodat iedereen je kan begrijpen.” de andre betekent “de andere”. de staat bij de bepaalde meervoudige groep, en andre is de meervoudsvorm van anden (“ander”). In deze zin wordt die groep verder bepaald door bøger. Voorbeeld: De andre elever venter. — “De andere leerlingen wachten.” bøger is het meervoud van bog (“boek”). Het noemt hier meerdere boeken; de andre maakt de groep bepaald. Voorbeeld: Jeg læser to bøger. — “Ik lees twee boeken.” bliver is de tegenwoordige tijd van blive. Hier betekent het “blijven”, niet “worden”: de boeken blijven op hun plaats. Voorbeeld: Hun bliver hjemme. — “Zij blijft thuis.” på plads is een vaste uitdrukking voor “op zijn plaats” of, bij een meervoudige groep, “op hun plaats”. Samen met bliver beschrijft de uitdrukking een toestand die behouden blijft. Samen betekent Træk den forsigtigt ud: “Trek het er voorzichtig uit.” så de andre bøger bliver på plads betekent: “zodat de andere boeken op hun plaats blijven.” De volledige zin is: “Trek het er voorzichtig uit, zodat de andere boeken op hun plaats blijven.”

  7. Det er den rigtige bog.

    Dit is het juiste boek.

    Det er
    Dit is
    den
    de/het
    rigtige
    juiste
    bog
    boek
    Uitgebreide uitleg

    Det er betekent hier “Dit is”. er is de vorm van at være (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. det is hier het onzijdige aanwijzende/voornaamwoordelijke element in de identificerende formulering; de zin zegt niet zelfstandig welk eerder genoemd voorwerp het precies aanduidt. den hoort hier bij een enkelvoudig gemeenschappelijk geslacht, een zogenoemd een-woord. In den rigtige bog helpt den, samen met de vorm van het bijvoeglijk naamwoord, om de bepaalde betekenis “het/de ...” te vormen. Het is dus niet simpelweg het Nederlandse lidwoord de of het, en bog staat hier niet in de bepaalde vorm: de bepaalde vorm van bog zonder dit patroon is bogen. rigtige betekent hier “juiste” of “passende”. Het is de bepaalde vorm van rigtig (“juist”): en rigtig bog betekent “een juist boek”, tegenover den rigtige bog — “het juiste boek”. De uitgang -e hoort bij rigtig, niet bij bog. bog betekent “boek”. Het is een enkelvoudig een-woord: en bog; de bepaalde vorm is bogen (“het boek”) en het meervoud is bøger (“boeken”). In deze zin staat juist de onbepaalde vorm bog binnen de constructie den rigtige bog. Samen vormen Det er en den rigtige bog de betekenis: “Dit is het juiste boek.” De eerste woordgroep identificeert wat bedoeld wordt; de tweede benoemt dat als het juiste of passende boek.

  8. Du kan læse den ved det bord.

    Je kunt het aan die tafel lezen.

    Du kan
    je kunt
    læse
    lezen
    den
    het (boek)
    ved
    bij, aan
    det
    dat, die
    bord
    tafel
    Uitgebreide uitleg

    Du kan betekent hier “je kunt”. du is de tweede persoon enkelvoud. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) en drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder een extra infinitiefmarkeerder: Du kan læse = “Je kunt lezen”. læse betekent “lezen”. Dit is de infinitief; dezelfde vorm kan in het Deens ook na andere modale werkwoorden staan. Voorbeeld: Jeg kan læse bogen. — “Ik kan het boek lezen.” den betekent in deze zin “het” en verwijst, volgens de voorafgaande context en de vertaling, naar het boek. Het is hier een zelfstandig gebruikt voornaamwoord met een bepaald, enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtig referent; het neemt dus niet zelf de vorm van het werkwoord over. In een andere context kan den ook naar een ander passend enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtig zelfstandig naamwoord verwijzen. ved betekent hier “bij” of “aan” en geeft de plaats aan. De vaste combinatie ved + plaats lokaliseert iets bij die plaats. Voorbeeld: Hun sidder ved bordet. — “Zij zit aan de tafel.” det betekent hier “dat” en staat vóór bord als aanwijzend woord. Het aanwijzende onderscheid hangt samen met het onzijdige geslacht van bord; det is dus niet hetzelfde als het eerder genoemde voornaamwoord den. Voorbeeld: Det hus er stort. — “Dat huis is groot.” bord betekent “tafel”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et bord = “een tafel”, det bord = “die/dat tafel”. In ved det bord vormt het met det de plaatsbepaling “aan die tafel”. De zin wordt zo opgebouwd: Du kan (“je kunt”) + læse (“lezen”) + den (“het”, het boek) + ved det bord (“aan die tafel”). Samen betekent Du kan læse den ved det bord.: “Je kunt het aan die tafel lezen.”

Grammatica

hvilken + zelfstandig naamwoord

Hvilken bog?

Velguhn boow?

Welk boek?

In het Deens staat hvilken vóór het zelfstandig naamwoord. Let op: het Nederlandse welk krijgt hier de vorm hvilken.

denne + zelfstandig naamwoord

denne bog

Dennuh boow

dit boek

Denne staat vóór het zelfstandig naamwoord en betekent ‘deze/dit’. Het woord verandert niet mee met het geslacht van bog.

Deens woordenschat

bog zelfstandig naamwoord
boow boek
Geslacht
common

denne bog

denne bepaler
dennuh deze
Geslacht
common

denne bog

finde werkwoord
vennuh vinden

Hvor kan jeg finde denne bog?

først bijwoord
feust eerst

skal jeg se på først

hvilken bepaler
velguhn welke
Geslacht
common

Hvilken hylde skal jeg se på først?

hvor bijwoord
voo waar

Hvor kan jeg finde denne bog?

hylde zelfstandig naamwoord
hulluh plank hylder
Geslacht
common

disse hylder

nederste bijvoeglijk naamwoord
nee-uhstuh onderste

den nederste hylde

prøv werkwoord
preu probeer

Prøv den nederste hylde tæt på enden.

se werkwoord
see kijken of zien

skal jeg se på først

stå werkwoord
sdooh staan

Den burde stå på en af disse hylder.

tæt på uitdrukking
tèd poh dicht bij

tæt på enden

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Waar kan ik dit boek vinden?

Antwoord tonenHvor kan jeg finde denne bog?

Ik kan de kaft nu zien.

Antwoord tonenJeg kan se omslaget nu.

Dit is het juiste boek.

Antwoord tonenDet er den rigtige bog.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

deze

Antwoord tonendenne

plank

Antwoord tonenhylder

eerst

Antwoord tonenførst

waar

Antwoord tonenhvor