Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een ladder lenen en veilig gebruiken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Må jeg låne din stige?
moo jaj loo-nuh dien stie-uh? Kan ik je ladder lenen?Ja, men pas godt på den.
jè, men pas god poo den. Natuurlijk, maar wees er alsjeblieft voorzichtig mee.Jeg skal nå en høj hylde.
jaj skel noo en hauj hulle. Ik moet bij een hoge plank komen.Jeg kan holde den fast for dig.
jaj ken hulle den fèsd fo daj. Ik kan hem voor je stilhouden.Det ville hjælpe meget.
dee velle jèl-puh mee-uh. Dat zou erg helpen.Stå ikke på det øverste trin.
sdoo eguh poo dee eu-vuhs-duh trien. Ga niet op de bovenste trede staan.Jeg bliver på et lavere trin.
jaj blie-uh poo èt lèe-vuh-ruh trien. Ik blijf op een lagere trede.Bring den tilbage, når du er færdig.
breng den te-lèe-juh, noo doe è-uh fè-uh-die. Breng hem terug als je klaar bent.Uitleg van de zinnen
Må jeg låne din stige?
Kan ik je ladder lenen?
- Må jeg
- mag ik
- låne
- lenen
- din
- je/jouw
- stige
- ladder
Uitgebreide uitleg
Må jeg betekent hier “mag ik?” en vormt een beleefde vraag om toestemming. Må is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord må; met een andere persoon kan de vorm bijvoorbeeld hetzelfde blijven: Du må vente = “Je mag/moet wachten”, afhankelijk van de context. Jeg betekent “ik” en is het onderwerp. In een Deense hoofdvraag staat het modale werkwoord hier vóór het onderwerp: Må jeg ...? låne betekent hier “lenen” in de zin van iets tijdelijk van iemand gebruiken en het later teruggeven. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief: Må jeg låne ...? = “Mag ik ... lenen?” Voor “uitlenen” wordt vaak låne ud gebruikt; dat is een andere richting van de handeling. din betekent “je/jouw” en verwijst hier naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. Deze vorm staat bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijk geslacht. Vergelijk dit bij een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord en dine bij meervoud: din bog, dit hus, dine bøger. stige betekent “ladder”. Het is hier een onbepaald enkelvoud: de vraag gaat over een ladder, zonder dat in de zin zelf een bepaald exemplaar met de vorm van een bepaald lidwoord wordt aangeduid. De bepaalde vorm is stigen = “de ladder”. Samen vormen de delen Må jeg + låne + din stige? de vraag: “Kan ik je ladder lenen?” In natuurlijk Nederlands wordt Må jeg ...? meestal weergegeven als “Mag ik ...?”, terwijl de vaste vertaling “Kan ik ...?” dezelfde bedoelde toestemming weergeeft.
Ja, men pas godt på den.
Natuurlijk, maar wees er alsjeblieft voorzichtig mee.
- Ja
- ja
- men
- maar
- pas godt på
- wees voorzichtig met; zorg goed voor
- den
- het; ermee
Uitgebreide uitleg
Ja is hier een bevestigend antwoord op het verzoek om de ladder te lenen: “ja” of “zeker”. De vaste vertaling geeft dit natuurlijk weer als “natuurlijk”, maar Ja zelf is geen aparte beleefdheidsmarkeerder. men betekent “maar” en verbindt de bevestiging met een aanvullende instructie. Het markeert hier een tegenstelling tussen instemmen en tegelijk voorzichtigheid vragen. pas godt på is een vaste Deense constructie met de betekenis “wees voorzichtig met” of “zorg goed voor”. pas is de gebiedende wijs van passe (“oppassen; zorgen voor”). De vorm pas is dus het werkwoord dat de instructie draagt. godt is hier een bijwoord dat de zorgvuldigheid versterkt, ongeveer “goed”. på hoort bij deze constructie; je vertaalt het geheel natuurlijker dan woord voor woord. Vergelijk bijvoorbeeld: Pas godt på barnet. — “Let goed op het kind.” den is een enkelvoudig persoonlijk voornaamwoord voor een-woordige zelfstandige naamwoorden (de Deense fælleskøn-vorm, tegenover bijvoorbeeld det voor onzijdig enkelvoud). In deze context verwijst het, zoals de vaste vertaling met “ermee” aangeeft, naar de eerder genoemde ladder: Deens stige is zo’n een-woordig zelfstandig naamwoord. Het voornaamwoord staat als object bij på in de constructie passe på den. Samen betekent Ja, men pas godt på den.: “Natuurlijk, maar wees er alsjeblieft voorzichtig mee.” De zin bevestigt eerst het lenen en geeft daarna de instructie om voorzichtig met de ladder om te gaan.
Jeg skal nå en høj hylde.
Ik moet bij een hoge plank komen.
- Jeg skal
- ik moet
- nå
- bereiken
- høj
- hoog
- hylde
- plank
Uitgebreide uitleg
Jeg skal betekent hier ‘ik moet’. Jeg is de eerste persoon enkelvoud (‘ik’). skal is de tegenwoordige vorm van skulle; deze vorm verandert niet naar persoon of getal. Met een volgend werkwoord in de infinitief vormt het patroon Jeg skal + infinitief: ‘ik moet …’. Voorbeeld: Jeg skal læse. — ‘Ik moet lezen.’ nå betekent hier ‘bereiken’ of ‘ergens bij kunnen komen’. Na het modale werkwoord skal staat het in de infinitief. Voorbeeld: Hun når døren. — ‘Zij bereikt de deur.’ høj betekent ‘hoog’. Het is de grondvorm van het bijvoeglijk naamwoord en beschrijft hier hylde. hylde is een en-woord, daarom staat er in het onbepaalde enkelvoud en høj hylde. Bij een onzijdig enkelvoud is de vorm højt; in het meervoud en bij bepaalde vormen is de vorm høje. De vergelijking is høj — højere — højest: ‘hoog’ — ‘hoger’ — ‘hoogst’. hylde betekent ‘plank’ of ‘schap’. Het is een zelfstandig naamwoord met het onbepaalde lidwoord en: en hylde. De meervoudsvorm is hylder en de bepaalde enkelvoudsvorm is hylden. Hier gaat het om een hoge plank; en markeert een onbepaald enkelvoud, niet op zichzelf een specifiek aantal. Samen vormen Jeg skal nå en høj hylde. de betekenis ‘Ik moet bij een hoge plank komen.’ skal + nå drukt de noodzakelijkheid van het bereiken uit, en en høj hylde benoemt het doel.
Jeg kan holde den fast for dig.
Ik kan hem voor je stilhouden.
- Jeg kan
- ik kan
- holde
- vasthouden
- den
- hem
- fast
- stil/vast
- for dig
- voor jou
Uitgebreide uitleg
Jeg kan betekent hier dat de spreker iets kan doen: “ik kan”. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”). Na kan staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder at: Jeg kan holde = “ik kan vasthouden”. holde is de infinitief van holde en betekent hier “vasthouden”. In andere contexten kan het ook bijvoorbeeld “houden” of “bewaren” betekenen; fast maakt hier duidelijk dat het om stevig of stil vasthouden gaat. Een bruikbaar patroon is kan + infinitief: Hun kan løfte en kasse = “Zij kan een doos optillen.” den is hier het Deense objectpronomen voor één enkelvoudig common-gender-referent. De vorm den verandert in deze functie niet in een aparte mannelijke objectvorm. Het is niet het onderwerp: Jeg voert de handeling uit en den is wat wordt vastgehouden. De vaste vertaling geeft de bedoelde betekenis hier weer als “hem”; de precieze referent wordt niet verder benoemd. fast betekent hier “stil” of “vast”, bij het vasthouden zodat het bedoelde object niet beweegt. Samen met holde den vormt het de betekenis “hem stilhouden” of “hem stevig vasthouden”. fast kan in andere combinaties ook “vast” betekenen; hier hoort het bij de handeling holde ... fast. for dig betekent “voor jou”. dig is de objectvorm van du (“jij/jou”); na for staat hier dus dig, niet du. Vergelijk: Jeg gør det for dig = “Ik doe het voor jou.” Samen vormen de delen Jeg kan holde den fast for dig de betekenis: “Ik kan hem voor je stilhouden.” kan + infinitief drukt uit dat de spreker dit kan doen, den ... fast geeft aan wat stil wordt gehouden, en for dig geeft aan voor wie de handeling wordt verricht.
Det ville hjælpe meget.
Dat zou erg helpen.
- Det
- dat
- ville
- zou
- hjælpe
- helpen
- meget
- erg
Uitgebreide uitleg
Det betekent hier ‘dat’ als onpersoonlijk onderwerp: het verwijst niet naar een specifiek genoemd zelfstandig naamwoord, maar naar de niet nader genoemde situatie of handeling waarover wordt gesproken. In het Deens kan det ook als aanwijzend woord bij een zelfstandig naamwoord voorkomen; dat is hier niet de functie. ville is de verleden tijd van vil en vormt hier samen met een infinitief een voorwaardelijke of hypothetische betekenis: ‘zou …’. Na ville staat de infinitief zonder extra uitgang: ville hjælpe = ‘zou helpen’. Een bruikbaar patroon is Det ville + infinitief, bijvoorbeeld Det ville glæde mig. = ‘Dat zou me blij maken.’ hjælpe is de infinitief van hjælper (‘helpt’) en hjalp (‘hielp’). In deze zin benoemt het de mogelijke handeling ‘helpen’; de vorm verandert niet omdat hij na ville staat. meget versterkt hier het werkwoord en betekent ‘erg’ of ‘veel’ in de zin van de mate waarin de hulp nuttig zou zijn. Het is dus geen zelfstandig naamwoord en beschrijft hier niet een hoeveelheid afzonderlijke dingen. Samen vormen Det ville hjælpe meget de betekenis ‘Dat zou erg helpen.’ De zin gebruikt Det als onpersoonlijk onderwerp, ville hjælpe voor ‘zou helpen’ en meget om de mate van het helpen te versterken.
Stå ikke på det øverste trin.
Ga niet op de bovenste trede staan.
- Stå
- sta / gaan staan
- ikke
- niet
- det
- het onzijdige bepaalde lidwoord
- øverste
- bovenste
- trin
- trede
Uitgebreide uitleg
Stå betekent hier “staan” en is de gebiedende wijs van stå. Samen met ikke vormt het een negatieve instructie: Stå ikke ... betekent “sta niet ...” of, zoals in de vaste vertaling, “ga niet ... staan”. Voorbeeld: Stå her. — “Sta hier.” ikke betekent “niet”. Het maakt hier de gebiedende wijs negatief. Voorbeeld: Gå ikke der. — “Ga daar niet heen.” det is hier het onzijdige bepaalde lidwoord vóór een adjectief in een bepaalde naamwoordgroep. Het geeft geen expliciet aantal aan. In det øverste trin correspondeert het met het onzijdige trin. øverste betekent “bovenste”. Het is de bepaalde vorm van de superlatief øverst; in een naamwoordgroep vóór een zelfstandig naamwoord krijgt die vorm de uitgang -e, zoals in det øverste trin. øverst kan ook als bijwoord worden gebruikt met de betekenis “bovenaan”. Voorbeeld: Hun bor på den øverste etage. — “Zij woont op de bovenste verdieping.” trin betekent hier “trede”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et trin — “een trede”, trinnet — “de trede”. In det øverste trin blijft het zelfstandig naamwoord in de vorm trin, omdat de bepaaldheid bij een voorafgaand adjectief door det en de bepaalde adjectiefvorm wordt uitgedrukt. Voorbeeld: Jeg står på et trin. — “Ik sta op een trede.” De volledige structuur is Stå ikke + på + det øverste trin. på betekent hier “op”, en det øverste trin betekent “de bovenste trede”. Samen betekent de zin: “Ga niet op de bovenste trede staan.”
Jeg bliver på et lavere trin.
Ik blijf op een lagere trede.
- Jeg
- ik
- bliver
- blijf
- på
- op
- lavere
- lagere
- trin
- trede
Uitgebreide uitleg
Jeg betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm voor de spreker; bij een andere persoon verandert het pronomen, bijvoorbeeld du voor “jij”. bliver is de tegenwoordige tijd van blive. In deze zin betekent het “blijf”: de spreker blijft op een trede. blive kan in andere contexten ook “worden” betekenen, maar bliver på drukt hier, in combinatie met de vaste vertaling, blijven op een plaats uit. Voorbeeld: Jeg bliver her. — “Ik blijf hier.” på betekent hier “op” en geeft de plaats aan waarop iemand blijft. Het vormt samen met de plaatsbepaling på et lavere trin een patroon dat je ook met andere plaatsen kunt gebruiken, bijvoorbeeld på gulvet — “op de vloer”. lavere is de vergrotende trap van lav (“laag”): lav → lavere (“lager”). De vergelijking is hier niet volledig uitgesproken; er wordt bedoeld dat deze trede lager is dan een relevante andere trede. De uitgang -ere hoort bij het bijvoeglijk naamwoord lavere, niet bij het zelfstandig naamwoord trin. Voorbeeld: Dette bord er lavere. — “Deze tafel is lager.” trin betekent hier “trede”. Het is een onzijdig Deens zelfstandig naamwoord. In et lavere trin staat et omdat het om een onzijdig zelfstandig naamwoord in de onbepaalde vorm gaat; et lavere trin betekent “een lagere trede”. Het meervoud is trin — dezelfde geschreven vorm, maar met meervoudige betekenis in een passende context. Voorbeeld: Et trin er vådt. — “Een trede is nat.” Samen betekent Jeg bliver på et lavere trin.: “Ik blijf op een lagere trede.” De volgorde is: onderwerp Jeg, werkwoord bliver, plaatsaanduiding på, en vervolgens de bepaling et lavere trin. De zin beschrijft dat de spreker op een lagere trede blijft.
Bring den tilbage, når du er færdig.
Breng hem terug als je klaar bent.
- Bring
- breng
- den
- hem
- tilbage
- terug
- når du
- als je
- er færdig
- klaar bent
Uitgebreide uitleg
Bring is de gebiedende wijs van bringe (“brengen”). De vorm spreekt de aangesprokene rechtstreeks aan en heeft geen apart onderwerp nodig: Bring den ... betekent “Breng hem ...”. In een mededelende zin is de tegenwoordige tijd bijvoorbeeld du bringer (“je brengt”). den is hier het Deense voornaamwoordelijk object met de betekenis “hem”, zoals de vaste vertaling aangeeft. De vorm staat als zelfstandig voornaamwoord vóór tilbage; het is dus niet nodig om een zelfstandig naamwoord te herhalen. Den kan als enkelvoudig voornaamwoord naar een woord van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht verwijzen. Uit deze vorm alleen volgt niet dat de referent een man of een persoon is. tilbage betekent “terug”. Het geeft hier de richting of terugkeer aan: iets wordt teruggebracht naar een eerdere of relevante plaats. Het is een bijwoord en verandert niet mee met den. når du vormt het begin van een tijdsbepaling: når betekent “wanneer/als” en du betekent “je”. Het patroon når + zin introduceert het moment waarop iets gebeurt. Bijvoorbeeld: Ring når du er klar. — “Bel als je klaar bent.” er færdig betekent hier “klaar bent”. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”); færdig is het bijvoeglijk naamwoord “klaar/af”. In du er færdig staat færdig in de vorm die bij deze constructie hoort. Bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord bijvoorbeeld de vorm færdigt, zoals in det er færdigt (“het is af”). De vorm færdig hier bewijst dus niet dat du een bepaald grammaticaal geslacht heeft. Samen bestaat de zin uit de gebiedende hoofdzin Bring den tilbage (“Breng hem terug”) en de tijdsbepaling når du er færdig (“als je klaar bent”). De volledige betekenis is: “Breng hem terug als je klaar bent.”
Grammatica
pas godt på + substantiv
Pas godt på din stige.
pas god poo dien stie-uhLet goed op je ladder.
Pas godt på is een vaste uitdrukking voor ‘goed oppassen op’ en wordt als geheel gebruikt.
Deens woordenschat
Ja, men pas godt på den.
Må jeg låne din stige?
Jeg kan holde den fast for dig.
- Geslacht
- common
Jeg skal nå en høj hylde.
Jeg skal nå en høj hylde.
Ja, men pas godt på den.
Må jeg låne din stige?
Må jeg låne din stige?
Ja, men pas godt på den.
Jeg skal nå en høj hylde.
Ja, men pas godt på den.
- Geslacht
- common
Må jeg låne din stige?
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Kan ik je ladder lenen?
Antwoord tonen
Må jeg låne din stige?Natuurlijk, maar wees er alsjeblieft voorzichtig mee.
Antwoord tonen
Ja, men pas godt på den.Ik moet bij een hoge plank komen.
Antwoord tonen
Jeg skal nå en høj hylde.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
lenen
Antwoord tonen
låneladder
Antwoord tonen
stigeplank
Antwoord tonen
hyldevasthouden