Een ladder lenen en veilig gebruiken | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared space, two adults borrow a ladder to reach a high shelf and talk about using it safely..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Een ladder lenen en veilig gebruiken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Må jeg låne din stige?

moo jaj loo-nuh dien stie-uh? Kan ik je ladder lenen?
B

Ja, men pas godt på den.

jè, men pas god poo den. Natuurlijk, maar wees er alsjeblieft voorzichtig mee.
A

Jeg skal nå en høj hylde.

jaj skel noo en hauj hulle. Ik moet bij een hoge plank komen.
B

Jeg kan holde den fast for dig.

jaj ken hulle den fèsd fo daj. Ik kan hem voor je stilhouden.
A

Det ville hjælpe meget.

dee velle jèl-puh mee-uh. Dat zou erg helpen.
B

Stå ikke på det øverste trin.

sdoo eguh poo dee eu-vuhs-duh trien. Ga niet op de bovenste trede staan.
A

Jeg bliver på et lavere trin.

jaj blie-uh poo èt lèe-vuh-ruh trien. Ik blijf op een lagere trede.
B

Bring den tilbage, når du er færdig.

breng den te-lèe-juh, noo doe è-uh fè-uh-die. Breng hem terug als je klaar bent.

Woord voor woord

In “Må jeg låne din stige?” betekent “Må” dat de spreker toestemming vraagt: mag ik? Het staat vóór het onderwerp en wordt gevolgd door een infinitief, zoals in “Må jeg låne ...?”. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je iemand beleefd vraagt of iets toegestaan is.
jeg “jeg” betekent “ik” en is hier het onderwerp van de vraag. In “Må jeg låne ...?” staat het na het werkwoord “Må”. Gebruik “jeg” als je jezelf als handelende persoon noemt.
låne “låne” betekent hier iets tijdelijk van iemand gebruiken: lenen. Het is de infinitief na “Må” in “Må jeg låne din stige?”. Een bruikbaar patroon is “låne” plus het voorwerp, zoals in “låne en stige”.
din “din” betekent “jouw” en geeft aan dat de ladder van de aangesprokene is. In “din stige” staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik het patroon “din” plus een zelfstandig naamwoord om bezit aan te geven.
stige “stige” betekent “ladder”; in de dialoog gaat het om de ladder die iemand wil lenen. Het staat in “din stige” na het bezittelijke woord “din”. Je gebruikt “stige” wanneer je een ladder als hulpmiddel om hoger te komen benoemt.
Ja “Ja” betekent hier “ja” of “zeker” als antwoord op een verzoek. In “Ja, men pas godt på den” geeft het eerst toestemming, waarna een waarschuwing volgt. Je gebruikt “Ja” om positief op een vraag of verzoek te reageren.
men “men” betekent “maar” en verbindt toestemming met een beperking in “Ja, men pas godt på den.” Het introduceert dus de waarschuwing die op het eerste antwoord volgt. Gebruik “men” om twee inhoudelijk tegengestelde of beperkende delen te verbinden.
pas “pas” is hier een aansporing om voorzichtig te zijn, in de uitdrukking “pas godt på den”. Samen met “godt på den” maakt het duidelijk dat de ladder zorgvuldig behandeld moet worden. Je gebruikt deze aansporing wanneer je iemand vraagt goed voor iets of iemand te zorgen.
godt “godt” betekent hier “goed” in de uitdrukking “pas godt på den” en versterkt de manier waarop iemand voorzichtig moet zijn. Het hoort bij de vaste combinatie “pas godt på”. Je kunt dit patroon gebruiken wanneer je iemand vraagt iets zorgvuldig te behandelen.
“på” is hier onderdeel van de vaste uitdrukking “pas godt på”, die in deze zin betekent dat je ergens goed voor moet zorgen. De betekenis “voorzichtig met de ladder omgaan” komt dus uit de hele uitdrukking, niet uit “på” alleen. Gebruik “pas på” met het voorwerp waarvoor iemand moet oppassen.
den “den” betekent hier “hem” of “het” en verwijst naar “stige”, de ladder. In “pas godt på den” is het de zaak waarvoor iemand voorzichtig moet zijn. Je kunt het patroon “pas på den” gebruiken wanneer het bedoelde voorwerp al bekend is.
skal “skal” betekent hier “moet” of “is van plan te” en drukt in “Jeg skal nå en høj hylde” een noodzakelijke handeling uit. Het staat vóór de infinitief “nå”. Gebruik het patroon “skal” plus een infinitief om te zeggen wat iemand moet doen.
“nå” betekent hier “bereiken”: de spreker wil een hoge plank bereiken. Het staat na “skal” in “Jeg skal nå en høj hylde”. Je gebruikt “nå” met het doel of voorwerp dat iemand wil bereiken.
en “en” betekent hier “een” en leidt het zelfstandig naamwoord “hylde” in “en høj hylde” in. Het hoort bij deze onbepaalde enkelvoudige woordgroep. Gebruik “en” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je één niet nader bepaalde zaak noemt.
høj “høj” betekent “hoog” en beschrijft in “en høj hylde” de plank die de spreker wil bereiken. Het staat vóór “hylde” binnen de woordgroep. Gebruik het patroon “en høj” plus een zelfstandig naamwoord om een hoge zaak te beschrijven.
hylde “hylde” betekent “plank” of “schap”; in de dialoog gaat het om een hoge plank. Het staat in de woordgroep “en høj hylde”. Je gebruikt “hylde” voor een vlak waarop je spullen neerzet, bijvoorbeeld in een kast.
kan “kan” betekent hier “kan” in de betekenis dat iemand in staat is iets te doen: “Jeg kan holde den fast for dig.” Het staat vóór de infinitief “holde”. Gebruik het patroon “kan” plus een infinitief om een mogelijkheid of vaardigheid uit te drukken.
holde “holde” betekent hier iets vasthouden, in “holde den fast” de ladder stevig vasthouden. Het is de infinitief na “kan”. Een bruikbaar patroon is “holde” plus een voorwerp plus “fast” wanneer je iets stabiel wilt houden.
fast “fast” betekent hier “stevig” of “stabiel” en beschrijft hoe de ladder wordt vastgehouden in “holde den fast”. Het maakt duidelijk dat de ladder niet mag bewegen. Gebruik het patroon “holde noget fast” om aan te geven dat iets stevig wordt vastgehouden.
for “for” betekent hier “voor” en geeft in “for dig” aan voor wie de handeling wordt gedaan. De spreker houdt de ladder vast ten behoeve van de ander. Gebruik het patroon “iets doen for” plus een persoon.
dig “dig” betekent “jou” en verwijst naar de persoon voor wie de ladder wordt vastgehouden in “for dig”. Na “for” staat deze vorm voor de aangesproken persoon. Je gebruikt “for dig” wanneer iets speciaal voor de ander wordt gedaan.
Det “Det” betekent hier “dat” en verwijst naar het aanbod om de ladder vast te houden. In “Det ville hjælpe meget” is dat aanbod het onderwerp van de beoordeling. Je gebruikt “Det” om naar een eerder genoemde handeling of situatie te verwijzen.
ville “ville” betekent hier “zou” en maakt van “Det ville hjælpe meget” een voorwaardelijke of veronderstelde beoordeling. Het staat vóór de infinitief “hjælpe”; “ville” is de verleden vorm van “vil”. Je gebruikt “ville” bijvoorbeeld om te zeggen dat iets in een bepaalde situatie zou helpen.
hjælpe “hjælpe” betekent “helpen” en beschrijft in “Det ville hjælpe meget” het nut van de aangeboden hulp. Het staat als infinitief na “ville”. Gebruik het patroon “hjælpe” plus een persoon of situatie wanneer je zegt dat iets ondersteuning biedt.
meget “meget” betekent hier “veel” of “erg” en versterkt in “hjælpe meget” hoeveel de hulp zou helpen. Het staat na het werkwoord. Je gebruikt “meget” om de mate van een handeling of effect aan te geven.
Stå “Stå” is hier een bevel: blijf of sta niet op de bovenste trede. In “Stå ikke på det øverste trin” staat het aan het begin van de zin en wordt het gevolgd door “ikke”. Je gebruikt deze vorm om iemand direct een instructie over staan te geven.
ikke “ikke” betekent “niet” en maakt van “Stå på det øverste trin” de negatieve instructie “Stå ikke på det øverste trin”. Het staat direct na het bevel “Stå”. Gebruik het patroon “werkwoord + ikke” om een handeling te verbieden.
øverste “øverste” betekent “bovenste” of “hoogst gelegen” en beschrijft in “det øverste trin” welke trede bedoeld wordt. Het staat vóór “trin” in de bepaalde woordgroep. Je gebruikt het patroon “det øverste” plus een zelfstandig naamwoord voor het bovenste onderdeel van iets.
trin “trin” betekent “trede”; in de dialoog gaat het om een trede van de ladder. Het staat in “det øverste trin” en ook in “et lavere trin”. Je gebruikt “trin” voor een afzonderlijke trede waarop iemand kan staan.
bliver “bliver” betekent hier “blijf” of “blijf staan” in “Jeg bliver på et lavere trin”. Het is de tegenwoordige vorm van “blive” en wordt hier gebruikt voor op dezelfde plaats blijven. Een bruikbaar patroon is “bliver på” plus een plaats of oppervlak.
lavere “lavere” betekent “lager” en beschrijft in “et lavere trin” een trede die niet zo hoog is als de bovenste trede. Het staat vóór “trin”. Gebruik het patroon “et lavere” plus een zelfstandig naamwoord om een lager gelegen optie aan te duiden.
Bring “Bring” is een bevel om de ladder terug te brengen in “Bring den tilbage”. Het is de bevelsvorm van “bringe” en staat vóór het voornaamwoord “den”. Gebruik het patroon “Bring” plus een voorwerp en “tilbage” wanneer je iemand vraagt iets terug te brengen.
tilbage “tilbage” betekent “terug” en geeft in “Bring den tilbage” aan dat de ladder naar de eerdere persoon of plaats moet worden gebracht. Het hoort bij de hele handeling van terugbrengen. Je gebruikt het na een werkwoord van bewegen of brengen om een terugkeer aan te geven.
når “når” betekent “wanneer” en leidt in “når du er færdig” de tijd aan waarop de ladder moet worden teruggebracht. Het verbindt de hoofdzin met de voorwaarde in de tijd. Gebruik het patroon “når” plus een volledige bijzin om te zeggen wanneer iets gebeurt.
færdig “færdig” betekent hier “klaar” of “af” in “du er færdig”. Het beschrijft dat de activiteit van de aangesprokene voltooid is. Je gebruikt het patroon “være færdig” wanneer iemand klaar is met een taak of activiteit.

Grammatica

pas godt på + substantiv

Pas godt på din stige.

pas god poo dien stie-uh

Let goed op je ladder.

Pas godt på is een vaste uitdrukking voor ‘goed oppassen op’ en wordt als geheel gebruikt.

Deens woordenschat

den voornaamwoord
den hem; die

Ja, men pas godt på den.

din bepaler
dien jouw

Må jeg låne din stige?

holde werkwoord
hulle vasthouden

Jeg kan holde den fast for dig.

hylde zelfstandig naamwoord
hulle plank
Geslacht
common

Jeg skal nå en høj hylde.

høj bijvoeglijk naamwoord
hauj hoog

Jeg skal nå en høj hylde.

ja tussenwerpsel
ja

Ja, men pas godt på den.

jeg voornaamwoord
jaj ik

Må jeg låne din stige?

låne werkwoord
loo-nuh lenen

Må jeg låne din stige?

men voegwoord
men maar

Ja, men pas godt på den.

werkwoord
noo bereiken

Jeg skal nå en høj hylde.

pas godt på uitdrukking
pas god poo goed oppassen op

Ja, men pas godt på den.

stige zelfstandig naamwoord
stie-uh ladder
Geslacht
common

Må jeg låne din stige?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kan ik je ladder lenen?

Antwoord tonenMå jeg låne din stige?

Natuurlijk, maar wees er alsjeblieft voorzichtig mee.

Antwoord tonenJa, men pas godt på den.

Ik moet bij een hoge plank komen.

Antwoord tonenJeg skal nå en høj hylde.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

lenen

Antwoord tonenlåne

ladder

Antwoord tonenstige

plank

Antwoord tonenhylde

vasthouden

Antwoord tonenholde