Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Gemorst water opruimen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Der er vand på gulvet.
dea a van poo goel-vuhdh Er ligt water op de vloer.Vandet breder sig mod døren.
van-uhdh prea sai moo deu-uhn Het water verspreidt zich naar de deur.Den lille flaske gik i stykker.
den lelluh flasguh gee ie steuk-uh De kleine fles is gebroken.Jeg henter et tørt håndklæde.
yai hentuh eedh trockt hon-klee-dhuh Ik haal een droge handdoek.Kan du flytte tasken først?
ken doe fleuduh tèsguhn feuhst Kun je eerst de tas verplaatsen?Jeg lægger den på stolen.
yai leg-uh den poo stool-uhn Ik leg hem op de stoel.Så kan vi gøre gulvet rent.
soo ken vie geu-uh goel-vuhdh rèndh Dan kunnen we de vloer schoonmaken.Tasken holder sig tør der.
tèsguhn holluh sai teu-uh dea De tas blijft daar droog.Uitleg van de zinnen
Der er vand på gulvet.
Er ligt water op de vloer.
- Der er
- er is / er bevindt zich
- vand
- water
- på
- op
- gulvet
- de vloer
Uitgebreide uitleg
Der er is een Deense constructie om het bestaan of de aanwezigheid van iets aan te geven: “er is / er bevindt zich”. Het aanwezige naamwoord staat erna. Dit verschilt van det er, dat vaak “het is” betekent wanneer det naar iets verwijst of een toestand introduceert. Voorbeeld: Der er kaffe i koppen. — “Er zit koffie in het kopje.” vand betekent hier “water”. Het is een ontelbare stofnaam en staat daarom in deze zin zonder onbepaald lidwoord. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig; de bepaalde enkelvoudsvorm is vandet — “het water”. Voorbeeld: Vand er vigtigt. — “Water is belangrijk.” på is het voorzetsel voor “op” in deze plaatsaanduiding. Het verbindt de aanwezige zaak met het oppervlak of de plaats waarop die zich bevindt. Voorbeeld: Bogen ligger på bordet. — “Het boek ligt op de tafel.” gulvet betekent hier “de vloer”. De basisvorm is gulv (“vloer”); gulvet is de bepaalde enkelvoudsvorm. In het Deens staat het bepaalde lidwoord vaak als achtervoegsel aan het zelfstandig naamwoord: gulv → gulvet. Voorbeeld: Gulvet er vådt. — “De vloer is nat.” Samen geeft Der er vand på gulvet de betekenis: “Er ligt water op de vloer”, precies zoals in de vaste Nederlandse vertaling. Der er kondigt aan dat er iets aanwezig is, vand benoemt wat er aanwezig is, en på gulvet geeft de plaats aan.
Vandet breder sig mod døren.
Het water verspreidt zich naar de deur.
- Vandet
- het water
- breder sig
- verspreidt zich
- mod
- naar, in de richting van
- døren
- de deur
Uitgebreide uitleg
Vandet is de bepaalde vorm van vand (“water”): vand = water, vandet = het water. De uitgang -et markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm van dit onzijdige zelfstandig naamwoord. In deze zin verwijst het naar het water dat in de vaste vertaling wordt genoemd. breder sig komt van het wederkerende werkwoord brede sig, “zich verspreiden” of “zich uitbreiden”. breder is hier de tegenwoordige tijd; bij dit werkwoord verandert de vorm niet naar persoon of getal: jeg breder mig, det breder sig. Het wederkerende element past wel bij het onderwerp: sig verwijst hier naar vandet. Voorbeeld: Røgen breder sig i rummet. — “De rook verspreidt zich in de ruimte.” mod geeft een richting naar een doel aan: “naar” of “in de richting van”. Het beschrijft de richting, niet noodzakelijk het bereiken van het doel. Een bruikbaar contrast is fra = “van(af)”: mod døren = “naar de deur”, fra døren = “van de deur vandaan”. døren is de bepaalde vorm van dør (“deur”): dør = een deur, døren = de deur. De uitgang -en markeert hier het bepaalde enkelvoud van dit gemeenschappelijke-geslachtswoord. Het zelfstandig naamwoord staat na mod als het richtingsdoel. Samen betekent Vandet breder sig mod døren.: “Het water verspreidt zich naar de deur” of natuurlijker: “Het water stroomt/verspreidt zich in de richting van de deur.” De structuur is onderwerp + brede sig + richtingsaanduiding: het water is datgene wat zich verspreidt, en mod døren zegt welke kant op.
Den lille flaske gik i stykker.
De kleine fles is gebroken.
- Den
- de
- lille
- kleine
- flaske
- fles
- gik … i stykker
- ging kapot
Uitgebreide uitleg
Den staat hier vóór een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord en markeert een bepaalde, enkelvoudige naamwoordgroep van het gemeenschappelijk geslacht. In deze zin verwijst het naar flaske: den lille flaske = “de kleine fles”. Als zelfstandig voornaamwoord kan den ook “die/het” betekenen, maar dat is hier niet de functie. lille betekent hier “kleine”. De vorm hoort bij lille in het enkelvoud; in het meervoud staat de vorm små, bijvoorbeeld små flasker = “kleine flessen”. In den lille flaske staat lille in de bepaalde naamwoordgroep. flaske is het zelfstandig naamwoord “fles”. De gegeven vorm is onbepaald enkelvoud; met een onbepaald lidwoord krijg je en flaske = “een fles”. Het meervoud is flasker = “flessen”. Door den lille ervoor wordt de hele groep bepaald: “de kleine fles”. gik ... i stykker is de uitdrukking “kapotgaan” of “breken”. gik is de verleden tijd van gå (“gaan”), maar in deze uitdrukking betekent het niet letterlijk dat de fles ergens naartoe ging. De vaste patronen zijn går i stykker in de tegenwoordige tijd en gik i stykker in de verleden tijd. Bijvoorbeeld: Glasset gik i stykker. — “Het glas brak.” Samen vormen de delen den lille flaske + gik i stykker: “De kleine fles is gebroken.” De Deense verleden tijd gik wordt in de Nederlandse vertaling hier natuurlijk weergegeven met “is gebroken”; de zin beschrijft dat de fles kapotging.
Jeg henter et tørt håndklæde.
Ik haal een droge handdoek.
- Jeg
- ik
- henter
- haal op
- tørt
- droog
- håndklæde
- handdoek
Uitgebreide uitleg
Jeg betekent hier “ik” en is de Deense persoonlijke vorm voor de eerste persoon enkelvoud. De vorm verandert niet naargelang het geslacht van de spreker. Voor een meervoudige spreker gebruikt het Deens vi (“wij”). henter is de tegenwoordige tijd van hente, met hier de betekenis “halen”. Het kan ook “ophalen” of “gaan halen” betekenen, afhankelijk van de context. De uitgangsvorm is hente; in de tegenwoordige tijd blijft deze vorm bij verschillende personen gelijk: jeg henter (“ik haal”) en de henter (“zij halen”). tørt is de onzijdige enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord tør (“droog”). Het bijvoeglijk naamwoord past zich hier aan håndklæde aan, omdat håndklæde een onzijdig zelfstandig naamwoord is. Vergelijk: en tør klud (“een droge doek”), maar et tørt håndklæde (“een droge handdoek”). In het meervoud is de vorm tørre, bijvoorbeeld tørre håndklæder (“droge handdoeken”). håndklæde betekent “handdoek”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et håndklæde. De bepaalde vorm is håndklædet (“de handdoek”) en het meervoud is håndklæder (“handdoeken”). Samen vormen de delen Jeg henter (“ik haal”) en et tørt håndklæde (“een droge handdoek”) de volledige betekenis: “Ik haal een droge handdoek.” De onbepaalde vorm et introduceert hier een handdoek zonder die als eerder geïdentificeerd te presenteren; hij drukt op zichzelf geen expliciet aantal uit.
Kan du flytte tasken først?
Kun je eerst de tas verplaatsen?
- Kan du
- Kun je ...?
- flytte
- verplaatsen
- tasken
- de tas
- først
- eerst
Uitgebreide uitleg
Kan du vormt hier een vraag naar de mogelijkheid of bereidheid van de aangesprokene: “kun je ...?”. kan is de vorm van kunne voor onder andere jeg, du en han/hun; du is het onderwerp “je/jij”. In een Deense vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp. Na kan volgt het andere werkwoord in de infinitief, zonder extra infinitiefmarkeerder. Voorbeeld: Kan du åbne vinduet? — “Kun je het raam openen?” flytte betekent hier “verplaatsen”. Het is de infinitief die na kan staat. Dezelfde vorm kan afhankelijk van de context ook “verhuizen” betekenen, maar in deze zin gaat het volgens de vaste vertaling om een tas van plaats veranderen. Voorbeeld: Jeg flytter stolen. — “Ik verplaats de stoel.” tasken betekent “de tas”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van tas: en tas = “een tas”, tasken = “de tas”. De uitgang -en markeert hier de bepaalde vorm; het is niet het werkwoord dat de handeling uitvoert. Voorbeeld: Tasken står på bordet. — “De tas staat op de tafel.” først betekent hier “eerst” en geeft aan dat het verplaatsen vóór een andere, niet nader genoemde handeling of stap moet gebeuren. Het staat in deze zin na het object tasken, maar hoort qua betekenis bij de volgorde van de handeling. Voorbeeld: Spis først. — “Eet eerst.” Samen ontstaat de vraag Kan du flytte tasken først?: “Kun je de tas eerst verplaatsen?” De volgorde is: vraag naar mogelijkheid of bereidheid (Kan du), de handeling (flytte), het bepaalde object (tasken) en de tijds-/volgordemarkering (først).
Jeg lægger den på stolen.
Ik leg hem op de stoel.
- Jeg
- ik
- lægger
- leg neer
- den
- hem
- på
- op
- stolen
- de stoel
Uitgebreide uitleg
Jeg betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de onderwerpsvorm; bijvoorbeeld Jeg læser. betekent “Ik lees.” lægger betekent hier “leg neer” of “plaats”. De basisvorm is lægge; lægger is de tegenwoordige tijd. Deze vorm wordt gebruikt voor het neerleggen of plaatsen van iets. Voorbeeld: Jeg lægger bogen på bordet. — “Ik leg het boek op tafel.” den is hier het voornaamwoord voor het eerder genoemde voorwerp: in de voorafgaande zin is dat tasken (“de tas”). De vaste vertaling maakt dit expliciet als “hem”; het verwijst dus niet zelfstandig naar de stoel. Het voornaamwoord staat vóór de plaatsbepaling. på betekent “op” en geeft hier de plaats aan waar iets wordt neergelegd. Het vormt samen met de daaropvolgende woordgroep på stolen, “op de stoel”. stolen betekent “de stoel”. De basisvorm is stol; stolen is de bepaalde enkelvoudsvorm, letterlijk de vorm met de betekenis “de stoel”. In het Deens wordt bepaaldheid vaak aan het zelfstandig naamwoord gehecht: stol — “stoel”, stolen — “de stoel”. Samen vormt Jeg lægger den på stolen de betekenis: “Ik leg hem op de stoel.” Jeg is degene die handelt, lægger beschrijft het plaatsen, den is het eerder genoemde voorwerp, en på stolen geeft de bestemming of plaats aan. De tegenwoordige tijd staat hier in een concrete instructie- of handelingssituatie voor de handeling die wordt uitgevoerd.
Så kan vi gøre gulvet rent.
Dan kunnen we de vloer schoonmaken.
- Så
- dan
- kan vi
- we kunnen
- gulvet
- de vloer
- gøre … rent
- schoonmaken
Uitgebreide uitleg
Så betekent hier dan: het verbindt deze handeling met wat eraan voorafgaat. Het kan in andere contexten ook zo betekenen, maar die betekenis past hier niet bij de vaste vertaling. kan vi betekent kunnen we. Kan is de tegenwoordige tijd van kunne (kunnen) en drukt hier mogelijkheid uit. Vi is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon meervoud: wij/we. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief zonder at: kan vi gøre = kunnen we schoonmaken. Gulvet betekent de vloer. De basisvorm is gulv (vloer); de uitgang -et maakt hier de bepaalde enkelvoudsvorm: gulvet = de vloer. De vorm verwijst in deze zin naar het voorwerp dat schoongemaakt kan worden. gøre rent is een vaste combinatie met de betekenis schoonmaken. Gøre is de infinitief van gøre en betekent buiten deze combinatie onder andere doen of maken; rent betekent hier schoon. In deze zin staat het voorwerp tussen de twee delen: gøre gulvet rent. Voorbeeld: Jeg gør rent. = Ik maak schoon. Samen vormen de delen Så kan vi gøre gulvet rent. de betekenis: Dan kunnen we de vloer schoonmaken. De volgorde is dan + kunnen we + de vloer + schoonmaken; de combinatie gøre ... rent omsluit daarbij het voorwerp gulvet.
Tasken holder sig tør der.
De tas blijft daar droog.
- Tasken
- de tas
- holder sig
- blijft
- tør
- droog
- der
- daar
Uitgebreide uitleg
Tasken betekent hier “de tas”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van taske (“tas”): en taske → tasken. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid, niet een afzonderlijk woord voor “de”. holder sig komt van holde sig. holder is de tegenwoordige tijd van holde (“houden”); met sig vormt het hier de constructie “zich houden/blijven”. sig is het wederkerende voornaamwoord bij een derde persoon. In deze zin beschrijft de constructie dat de tas in dezelfde toestand blijft, niet dat iemand de tas vasthoudt. tør betekent hier “droog”. Het is het bijvoeglijke naamwoord bij tasken en beschrijft de toestand waarin de tas blijft. De basisvorm is tør; in het Deens is de onbepaalde enkelvoudsvorm bij een gemeenschappelijk-geslachtwoord bijvoorbeeld en tør taske, terwijl een onzijdig woord tørt kan hebben en meervoud of bepaalde vormen vaak tørre hebben. Voorbeeld: Håndklædet er tørt. — “De handdoek is droog.” der betekent hier “daar” en geeft de plaats aan. Het is een plaatsbijwoord; het verwijst dus naar een plaats die in de situatie als bekend geldt, zonder dat de zin zelf die plaats nader benoemt. Het nabije her betekent daarentegen “hier”. Samen vormen de delen: Tasken (“de tas”) + holder sig tør (“blijft droog”) + der (“daar”). De volledige betekenis is: “De tas blijft daar droog.”
Grammatica
gik i stykker
Flasken gik i stykker.
flasguhn gee ie steuk-uhDe fles ging kapot.
gik i stykker is een vaste uitdrukking; vertaal dit niet woord voor woord als ‘ging in stukken’.
Deens woordenschat
Vandet breder sig mod døren.
- Geslacht
- common
Vandet breder sig mod døren.
- Geslacht
- common
Den lille flaske gik i stykker.
Kan du flytte tasken først?
Den lille flaske gik i stykker.
- Geslacht
- neuter
Der er vand på gulvet.
Jeg henter et tørt håndklæde.
- Geslacht
- neuter
Jeg henter et tørt håndklæde.
Den lille flaske gik i stykker.
Vandet breder sig mod døren.
- Geslacht
- neuter
Jeg henter et tørt håndklæde.
- Geslacht
- neuter
Der er vand på gulvet.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Er ligt water op de vloer.
Antwoord tonen
Der er vand på gulvet.Het water verspreidt zich naar de deur.
Antwoord tonen
Vandet breder sig mod døren.De kleine fles is gebroken.
Antwoord tonen
Den lille flaske gik i stykker.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
de deur
Antwoord tonen
dørenfles
Antwoord tonen
flaskewater
Antwoord tonen
vandhaal