Een kleine vlek schoonmaken | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At a table, two adults clean a small stain with a sponge and a little soap..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een kleine vlek schoonmaken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Der er en plet på bordet.

Dè èr en pleed po boorə. Er zit een vlek op de tafel.
B

Jeg kan se den ved koppen.

Jaj kan see den vee koppen. Ik zie hem bij de kop.
A

Har vi en ren svamp?

Haa vie en reen svamp? Hebben we een schone spons?
B

Svampen er ved vasken.

Svamben èr vee wasgən. De spons ligt bij de gootsteen.
A

Skal jeg bruge lidt sæbe?

Skèl jaj broeə lit sèbə? Zal ik wat zeep gebruiken?
B

Kom lidt sæbe på svampen.

Kom lit sèbə po svamben. Doe een beetje zeep op de spons.
A

Pletten er næsten væk.

Pleden èr nèstən weeg. De vlek is bijna weg.
B

Bordet ser rent ud.

Boorə sèèr reen oed. De tafel ziet er schoon uit.

Uitleg van de zinnen

  1. Der er en plet på bordet.

    Er zit een vlek op de tafel.

    Der er
    er is
    plet
    vlek
    på
    op
    bordet
    de tafel
    Uitgebreide uitleg

    Der er is de vaste Deense existentiële constructie voor “er is / er zijn”. Het introduceert iets dat aanwezig is; dit is niet dezelfde constructie als een gewone plaatsbeschrijving met “het is”. Voorbeeld: Der er en kop på bordet. — “Er staat een kop op tafel.” plet betekent hier “vlek”. Plet is de basisvorm van het zelfstandig naamwoord. In en plet staat het als enkelvoud en onbepaald; en markeert hier die vorm. Het meervoud is pletter. Voorbeeld: Jeg ser en plet. — “Ik zie een vlek.” på betekent hier “op” en geeft de plaatsrelatie aan: de vlek bevindt zich op een oppervlak. Voorbeeld: Bogen ligger på bordet. — “Het boek ligt op de tafel.” bordet betekent “de tafel”. De basisvorm is bord; bordet is de bepaalde enkelvoudsvorm. In het Deens wordt bepaaldheid vaak als een achtervoegsel aan het zelfstandig naamwoord toegevoegd: bord → bordet, in plaats van een los woord voor “de” ervoor. Samen betekent Der er en plet på bordet.: “Er zit een vlek op de tafel.” De constructie introduceert een vlek en plaatst die met på ten opzichte van de tafel.

  2. Jeg kan se den ved koppen.

    Ik zie hem bij de kop.

    Jeg kan
    ik kan
    se
    zien
    den
    hem
    ved
    bij
    koppen
    de kop
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan betekent hier dat de spreker iets kan zien: jeg is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud, en kan is de tegenwoordige vorm van kunne (‘kunnen’) bij onder andere jeg. Na een modaal werkwoord staat in het Deens de infinitief zonder at, zoals in kan se. Het Nederlandse ‘ik kan’ geeft de mogelijkheid of het vermogen weer; de concrete handeling wordt door se aangevuld. se is de infinitief van het werkwoord at se, ‘zien’. In deze zin staat het na kan, dus niet als een zelfstandige tegenwoordige vorm. Bijvoorbeeld: Jeg kan høre. — ‘Ik kan horen.’ den betekent hier ‘hem’, volgens de vaste vertaling. De vorm verwijst in deze zin dus naar de bedoelde persoon; de vorm zelf drukt niet op zichzelf diens biologische geslacht uit. In andere contexten wordt den ook gebruikt voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van gemeenschappelijk grammaticaal geslacht, tegenover det bij een onzijdig zelfstandig naamwoord. Welke vorm nodig is, hangt daar af van het grammaticale geslacht van het bedoelde zelfstandig naamwoord. ved is een voorzetsel met de betekenis ‘bij’, ‘naast’ of ‘in de buurt van’. Hier geeft het de plaats aan waar de bedoelde persoon zich bevindt ten opzichte van de kop. Bijvoorbeeld: Bogen er ved døren. — ‘Het boek is bij de deur.’ koppen is de bepaalde enkelvoudsvorm van kop, ‘kop’. De uitgang of vorm koppen maakt er ‘de kop’ van; het is niet een meervoudsvorm. In het Deens kan bepaaldheid vaak aan het einde van het zelfstandig naamwoord worden aangegeven. Vergelijk en kop — ‘een kop’ — met koppen — ‘de kop’. Samen vormen Jeg kan se den ved koppen de betekenis: ‘Ik kan hem zien bij de kop.’ Jeg kan geeft de mogelijkheid van de spreker aan, se benoemt wat mogelijk is, den is het gezichtsobject volgens de vaste vertaling, en ved koppen geeft de plaats aan waar hij zich bevindt.

  3. Har vi en ren svamp?

    Hebben we een schone spons?

    Har vi
    hebben we
    ren
    schoon
    svamp
    spons
    Uitgebreide uitleg

    Har vi betekent hier “hebben we?”. har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”), en vi betekent “we”. In een Deense ja/nee-vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Har vi ...? Vergelijk als herbruikbaar patroon: Har vi tid? — “Hebben we tijd?” ren betekent hier “schoon”. Het bijvoeglijk naamwoord staat hier in de vorm voor een onbepaald enkelvoudig en-woord, omdat svamp een en-woord is. De vormen zijn ren bij een en-woord, rent bij een et-woord en rene in het meervoud en bij een bepaalde bijvoeglijke naamwoordgroep. Bijvoorbeeld: en ren svamp — “een schone spons” en rene svampe — “schone sponzen”. Voor een bepaalde groep staat er bovendien een bepaald element, bijvoorbeeld de rene svampe — “de schone sponzen”. svamp betekent “spons”. Het is een en-woord: en svamp. In de bepaalde vorm krijgt het zelfstandig naamwoord de uitgang -en: svampen — “de spons”. Hier staat de onbepaalde vorm, omdat er naar een niet nader bepaalde spons wordt gevraagd. Samen vormt Har vi en ren svamp? een ja/nee-vraag: “Hebben we een schone spons?” Het patroon Har vi en/et + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord? is bruikbaar om te vragen of iets beschikbaar is, bijvoorbeeld Har vi en ren kop? — “Hebben we een schone kop?”

  4. Svampen er ved vasken.

    De spons ligt bij de gootsteen.

    Svampen
    de spons
    er
    is
    ved
    bij
    vasken
    de gootsteen
    Uitgebreide uitleg

    Svampen is de bepaalde enkelvoudsvorm van svamp (“spons”): en svamp = “een spons”, svampen = “de spons”. Het achtervoegsel -en markeert hier bepaaldheid bij een en-woord; het drukt niet op zichzelf meervoud uit. Voorbeeld: Jeg finder en svamp. — “Ik vind een spons.” er is de tegenwoordige vorm van at være (“zijn”) bij onder andere jeg, du, han, hun en den/det; de vorm verandert hier niet per persoon. In deze zin koppelt er het onderwerp aan een plaatsaanduiding. Het Nederlandse “ligt” in de vaste vertaling geeft de natuurlijke betekenis van zich op die plek bevinden weer; het Deense werkwoord is hier letterlijk er (“is”). ved is een voorzetsel voor een plaats dichtbij of bij een referentiepunt: “bij” of “naast”, afhankelijk van de context. In ved vasken leidt het de plaatsbepaling in. Voorbeeld: Koppen er ved bordet. — “De kop staat bij de tafel.” vasken is de bepaalde enkelvoudsvorm van vask (“gootsteen”): en vask = “een gootsteen”, vasken = “de gootsteen”. Net als bij svampen markeert -en hier bepaaldheid van een en-woord. Het zelfstandig naamwoord is een ander woord dan svamp; de overeenkomst in uitgang komt door de Deense bepaalde vorm. Samen bestaat de zin uit onderwerp + vorm van “zijn” + plaatsbepaling: Svampen er ved vasken. betekent “De spons ligt bij de gootsteen.” De zin zegt dat de spons zich bij de gootsteen bevindt; ved maakt de relatie “bij” en vasken verwijst naar een bepaalde gootsteen. Dit is een gewone, neutrale manier om een locatie te beschrijven.

  5. Skal jeg bruge lidt sæbe?

    Zal ik wat zeep gebruiken?

    Skal jeg
    zal ik
    bruge
    gebruiken
    lidt
    wat; een beetje
    sæbe
    zeep
    Uitgebreide uitleg

    Skal jeg betekent hier “zal ik …?”. skal is de tegenwoordige vorm van skulle en drukt in deze vraag een voorstel of vraag naar wat passend is uit; jeg is de eerste persoon enkelvoud (“ik”). Na skal staat het werkwoord in de infinitief, zonder at. Voorbeeld: Skal jeg vente? — “Zal ik wachten?” bruge betekent hier “gebruiken”. Dit is de infinitief; na een modaal werkwoord zoals skal blijft die vorm onveranderd. De vorm bruger is de tegenwoordige tijd in een gewone mededeling, bijvoorbeeld: Jeg bruger sæbe. — “Ik gebruik zeep.” lidt geeft hier een kleine, niet nader bepaalde hoeveelheid aan: “wat” of “een beetje”. Het staat vóór sæbe, een stofnaam die hier niet als afzonderlijk telbare eenheden wordt opgevat. lidt is zelf geen vervoegde vorm. Vergelijk in een voorbeeld: Brug lidt vand. — “Gebruik wat water.” sæbe betekent “zeep”. Het is hier een zelfstandig naamwoord voor de substantie die men wil gebruiken. Het Deense woord heeft het gemeenschappelijke grammaticale geslacht: en sæbe, en in bepaalde vorm sæben (“de zeep”). In deze zin staat de onbepaalde vorm zonder lidwoord, omdat het om een niet-afgebakende hoeveelheid zeep gaat. Samen vormen de delen Skal jeg + bruge + lidt sæbe de vraag: “Zal ik wat zeep gebruiken?” De context maakt duidelijk dat het om zeep voor de spons bij de gootsteen gaat, maar die informatie staat niet als afzonderlijke bepaling in deze zin.

  6. Kom lidt sæbe på svampen.

    Doe een beetje zeep op de spons.

    Kom
    doe / breng aan
    lidt
    een beetje
    sæbe
    zeep
    på
    op
    svampen
    de spons
    Uitgebreide uitleg

    Kom is hier de gebiedende wijs van komme (“komen”), maar in de vaste combinatie komme ... på betekent het “iets op iets aanbrengen” of “ergens op doen”. Het is dus een instructie aan de aangesprokene. De tegenwoordige tijd is kommer; de infinitief is komme. Voorbeeld: Kom lidt olie på brødet. — “Doe een beetje olie op het brood.” Lidt betekent hier “een beetje” en geeft een kleine, niet nader bepaalde hoeveelheid aan. Het woord verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. Het is niet hetzelfde als een exact telwoord. Voorbeeld: Jeg vil have lidt vand. — “Ik wil een beetje water.” Sæbe betekent “zeep”. Dit is hier een stofnaam zonder bepaald lidwoord: de zin zegt niet dat het om één stuk zeep gaat, maar om een kleine hoeveelheid van de stof. Het woord kan in andere contexten ook naar zeep als product verwijzen. På betekent hier “op” en geeft het oppervlak of de doelplek van het aanbrengen aan. In deze instructie hoort het samen met kom bij het patroon kom X på Y: “doe of breng X aan op Y”. Voorbeeld: Kom creme på hånden. — “Doe crème op de hand.” Svampen betekent “de spons”. De vorm bestaat uit svamp (“spons”) met het bepaaldheidsachtervoegsel -en; svamp is dus de onbepaalde vorm en svampen de bepaalde enkelvoudsvorm. Voorbeeld: Jeg tager svampen. — “Ik pak de spons.” Samen vormen de delen de instructie Kom lidt sæbe på svampen.: breng een kleine hoeveelheid zeep aan op de spons. De gebiedende wijs geeft de handeling, lidt sæbe de aangebrachte stof en på svampen de plek waarop die stof moet komen. De formulering is direct en praktisch, passend bij een concrete instructie.

  7. Pletten er næsten væk.

    De vlek is bijna weg.

    Pletten
    de vlek
    er
    is
    næsten
    bijna
    væk
    weg
    Uitgebreide uitleg

    Pletten betekent hier “de vlek”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van plet (“vlek”): en plet = een vlek, pletten = de vlek. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid, niet meervoud. er is de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”) in deze zin. De vorm blijft hetzelfde bij verschillende personen: jeg er = ik ben, du er = jij bent, den er = die/het is. næsten betekent “bijna” en geeft aan dat iets een toestand bijna heeft bereikt. Bijvoorbeeld: Det er næsten færdigt. = “Het is bijna klaar.” væk betekent hier “weg”, in de zin dat de vlek niet langer aanwezig is. Het is geen werkwoordsvorm; samen met er beschrijft het de toestand: er væk = “is weg”. Samen vormen de delen Pletten er næsten væk.: “De vlek is bijna weg.” Pletten is het onderwerp, er verbindt het onderwerp met de toestand væk, en næsten verzacht die toestand: de vlek is nog niet helemaal verdwenen, maar wel bijna.

  8. Bordet ser rent ud.

    De tafel ziet er schoon uit.

    Bordet
    de tafel
    ser … ud
    eruitzien
    rent
    schoon
    Uitgebreide uitleg

    Bordet betekent hier “de tafel”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van bord (“tafel”): et bord = “een tafel”, bordet = “de tafel”. Het woord bord is een onzijdig zelfstandig naamwoord; het achtervoegsel -et markeert hier bepaaldheid én enkelvoud. ser hoort bij het werkwoord se (“zien”) en is de tegenwoordige tijd. In de vaste combinatie ser ... ud beschrijft het niet letterlijk alleen kijken, maar hoe iets eruitziet: “eruitzien”. Een herbruikbaar patroon is X ser + bijvoeglijk naamwoord + ud: Huset ser stort ud. = “Het huis ziet er groot uit.” ud betekent letterlijk “uit”. Samen met ser vormt het hier de constructie ser ... ud; het bijvoeglijk naamwoord staat tussen beide delen. De combinatie geeft dus een uiterlijke indruk, niet noodzakelijk een blijvende eigenschap. rent betekent hier “schoon”. Het is de onzijdige enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord ren, omdat het hoort bij het onzijdige bord. Vergelijk: en ren stol = “een schone stoel”, maar et rent bord = “een schone tafel”. In het meervoud en bij bepaald enkelvoud staat doorgaans rene, bijvoorbeeld rene borde = “schone tafels” en den rene stol = “de schone stoel”. Samen vormen de delen Bordet ser rent ud.: “De tafel ziet er schoon uit.” Bordet is het onderwerp, ser ... ud is de constructie “eruitzien”, en rent beschrijft de indruk die de tafel maakt. De woordvolgorde is daarom letterlijk ongeveer: “De tafel ziet schoon uit.”

Grammatica

Har + subjekt + ...?

Har vi sæbe?

Haa vie sèbə?

Hebben we zeep?

In een ja/nee-vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Har vi ...?

Kom + ...

Kom ved vasken!

Kom vee wasgən!

Kom bij de gootsteen!

De gebiedende wijs gebruikt de werkwoordsvorm zonder onderwerp: Kom ...

Deens woordenschat

bord zelfstandig naamwoord
boor tafel bordet
Geslacht
neuter

Bordet ser rent ud.

kop zelfstandig naamwoord
kob kop koppen
Geslacht
common

Jeg kan se den ved koppen.

lille bijvoeglijk naamwoord
lelə klein
Geslacht
common

En lille plet på bordet.

næsten bijwoord
nèstən bijna

Pletten er næsten væk.

plet zelfstandig naamwoord
pleed vlek pletten
Geslacht
common

Pletten er næsten væk.

på voorzetsel
po op

Der er en plet på bordet.

ren bijvoeglijk naamwoord
reen schoon rent
Geslacht
neuter

Bordet ser rent ud.

svamp zelfstandig naamwoord
svamp spons svampen
Geslacht
common

Kom lidt sæbe på svampen.

sæbe zelfstandig naamwoord
sèbə zeep
Geslacht
common

Skal jeg bruge lidt sæbe?

vask zelfstandig naamwoord
wasg gootsteen vasken
Geslacht
common

Svampen er ved vasken.

ved voorzetsel
vee bij

Svampen er ved vasken.

væk bijwoord
weeg weg

Pletten er næsten væk.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Er zit een vlek op de tafel.

Antwoord tonenDer er en plet på bordet.

Ik zie hem bij de kop.

Antwoord tonenJeg kan se den ved koppen.

Hebben we een schone spons?

Antwoord tonenHar vi en ren svamp?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

spons

Antwoord tonensvampen

gootsteen

Antwoord tonenvasken

vlek

Antwoord tonenpletten

klein

Antwoord tonenlille