Een kleine vlek schoonmaken | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At a table, two adults clean a small stain with a sponge and a little soap..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Een kleine vlek schoonmaken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Der er en plet på bordet.

Dè èr en pleed po boorə. Er zit een vlek op de tafel.
B

Jeg kan se den ved koppen.

Jaj kan see den vee koppen. Ik zie hem bij de kop.
A

Har vi en ren svamp?

Haa vie en reen svamp? Hebben we een schone spons?
B

Svampen er ved vasken.

Svamben èr vee wasgən. De spons ligt bij de gootsteen.
A

Skal jeg bruge lidt sæbe?

Skèl jaj broeə lit sèbə? Zal ik wat zeep gebruiken?
B

Kom lidt sæbe på svampen.

Kom lit sèbə po svamben. Doe een beetje zeep op de spons.
A

Pletten er næsten væk.

Pleden èr nèstən weeg. De vlek is bijna weg.
B

Bordet ser rent ud.

Boorə sèèr reen oed. De tafel ziet er schoon uit.

Woord voor woord

Der In “Der er en plet på bordet.” introduceert “Der” dat er ergens iets aanwezig is: er is een vlek op de tafel. Een veelgebruikt patroon is “Der er ...” wanneer je zegt dat iets bestaat of aanwezig is. Gebruik het bijvoorbeeld wanneer je een klein probleem aanwijst.
er In “Der er en plet på bordet.” is “er” de werkwoordsvorm die samen met “Der” uitdrukt dat iets aanwezig is. Het hoort hier bij de vaste combinatie “Der er ...”. Gebruik die combinatie om iets te melden dat je ziet of ontdekt.
en “En” betekent hier “een” en staat voor het zelfstandig naamwoord in “en plet”. Het introduceert één nog niet eerder genoemde zaak. Gebruik “en” vóór een passend zelfstandig naamwoord, zoals in “en ren svamp”.
plet “Plet” betekent hier een vlek op een oppervlak. In “en plet på bordet” benoemt het precies het kleine probleem dat de gesprekspartners willen schoonmaken. Gebruik het met een oppervlak, bijvoorbeeld in het patroon “en plet på ...”.
“På” betekent hier “op” en geeft aan waar de vlek zich bevindt: “på bordet”. Het staat vóór een plaats of oppervlak. Gebruik “på” bijvoorbeeld om de locatie van iets op een tafel of ander oppervlak te noemen.
bordet “Bordet” betekent hier “de tafel” en verwijst naar een specifieke tafel. Het is de bepaalde vorm van “bord”. Gebruik “bordet” wanneer de gesprekspartners weten over welke tafel het gaat, zoals in “på bordet”.
Jeg “Jeg” betekent “ik” en is hier het onderwerp van “Jeg kan se den”. Het laat zien wie iets kan zien. Gebruik “Jeg” als onderwerp vóór een werkwoord, bijvoorbeeld in het patroon “Jeg kan ...”.
kan “Kan” betekent hier “kan” en drukt uit dat de spreker in staat is iets te zien. In “Jeg kan se den” staat het vóór het werkwoord “se”, zonder “at”. Gebruik “kan” met een werkwoord om een mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
se “Se” betekent hier “zien” en verwijst naar het waarnemen van de vlek. Na “kan” staat het in de vorm “kan se”. Gebruik het patroon “kan + se” wanneer iemand zegt dat die iets kan zien.
den “Den” verwijst hier terug naar de eerder genoemde vlek en betekent in het Nederlands “hem” of “het”. Het staat als object na “se” in “se den”. Gebruik “den” om naar een eerder genoemde zaak te verwijzen.
ved “Ved” betekent hier “bij” of “vlak bij” en geeft de plaats van de vlek ten opzichte van het kopje aan in “ved koppen”. Het staat vóór de plaats of het herkenningspunt. Gebruik “ved” om te zeggen dat iets zich bij een persoon of voorwerp bevindt.
koppen “Koppen” betekent hier “het kopje” en verwijst naar een specifiek kopje in “ved koppen”. Het is de bepaalde vorm van “kop”. Gebruik het na “ved” wanneer je de locatie bij dat kopje beschrijft.
Har “Har” betekent hier “hebben” in de vraag “Har vi en ren svamp?”. Het vraagt of er een schone spons beschikbaar is. In een ja-neevraag staat het vóór het onderwerp, zoals in “Har vi ...?”.
vi “Vi” betekent “wij” en is hier het onderwerp van de vraag “Har vi en ren svamp?”. De spreker vraagt naar iets dat de gesprekspartners samen hebben. Gebruik “vi” als onderwerp wanneer je naar jezelf en minstens één andere persoon verwijst.
ren “Ren” betekent hier “schoon” en beschrijft de spons in “en ren svamp”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik het patroon “en ren + zelfstandig naamwoord” om een schoon voorwerp te beschrijven.
svamp “Svamp” betekent hier “spons”, het voorwerp waarmee de vlek kan worden schoongemaakt. In “en ren svamp” gaat het om één spons die nog niet als specifiek is aangewezen. Gebruik het met schoonmaken of met de hoeveelheid die je nodig hebt.
Svampen “Svampen” betekent “de spons” en verwijst naar de specifieke spons waarnaar net gevraagd is. Het is de bepaalde vorm van “svamp” en is hier het onderwerp van “Svampen er ved vasken”. Gebruik deze vorm wanneer duidelijk is welke spons bedoeld wordt.
vasken “Vasken” betekent hier “de gootsteen” en verwijst naar een specifieke gootsteen. Het is de bepaalde vorm van “vask”. In “ved vasken” geeft het aan waar de spons zich bevindt. Gebruik “ved” met een plaats wanneer je zegt waar iets ligt of is.
Skal In “Skal jeg bruge lidt sæbe?” vraagt “Skal” of de spreker iets moet of zal doen: moet ik wat zeep gebruiken? Het staat vóór “jeg” in een vraag over een voorgenomen handeling. Gebruik het patroon “Skal jeg + werkwoord?” wanneer je om aanwijzing of toestemming vraagt.
bruge “Bruge” betekent “gebruiken” en benoemt hier de handeling met de zeep. Na “Skal” staat het in “Skal jeg bruge lidt sæbe?”. Gebruik het patroon “skal + bruge + voorwerp” wanneer je vraagt of iemand iets moet gebruiken.
lidt “Lidt” betekent hier “een beetje” en geeft een kleine hoeveelheid zeep aan in “lidt sæbe”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat de hoeveelheid beschrijft. Gebruik “lidt” bijvoorbeeld wanneer je maar een kleine hoeveelheid van een stof nodig hebt.
sæbe “Sæbe” betekent “zeep” en is hier het voorwerp dat gebruikt of op de spons gedaan wordt. In “lidt sæbe” gaat het om een kleine hoeveelheid zeep. Gebruik het na een hoeveelheidwoord zoals “lidt”.
Kom In “Kom lidt sæbe på svampen.” is “Kom” een opdracht om wat zeep op de spons te doen. De volledige uitdrukking gebruikt daarbij “lidt sæbe” als voorwerp en “på svampen” voor de plaats. Gebruik het patroon “Kom + voorwerp + på + oppervlak” bij een praktische instructie.
Pletten “Pletten” betekent “de vlek” en verwijst naar de eerder genoemde specifieke vlek. Het is de bepaalde vorm van “plet” en is hier het onderwerp van “Pletten er næsten væk”. Gebruik deze vorm wanneer je de toestand van die bekende vlek beschrijft.
næsten “Næsten” betekent “bijna” en geeft hier aan dat de vlek nog niet helemaal weg is. In “næsten væk” staat het vóór het woord dat de mate of toestand beschrijft. Gebruik “næsten” wanneer iets dicht bij een toestand of resultaat is, maar nog niet volledig.
væk “Væk” betekent hier “weg” of “verdwenen”. In de volledige uitdrukking “er næsten væk” beschrijft het dat de vlek bijna verdwenen is. Gebruik “er ... væk” om te zeggen dat iets niet meer aanwezig is of verwijderd is.
ser In “Bordet ser rent ud.” draagt “ser” bij aan de betekenis “ziet eruit” of “lijkt”. De volledige uitdrukking “ser rent ud” beschrijft hoe de tafel eruitziet. Gebruik het patroon “iets ser + beschrijving + ud” om een zichtbare indruk te geven.
rent “Rent” betekent hier “schoon” en beschrijft de toestand waarin de tafel eruitziet. Het is de vorm die in “ser rent ud” bij “bordet” wordt gebruikt. Gebruik de volledige combinatie om te zeggen dat iets er schoon uitziet.
ud In “ser rent ud” betekent “ud” niet los “uit”, maar maakt het samen met “ser” de uitdrukking voor “eruitzien”. Het staat na de beschrijving “rent”. Gebruik het patroon “ser + beschrijving + ud” wanneer je het uiterlijk of de indruk van iets beoordeelt.

Grammatica

Har + subjekt + ...?

Har vi sæbe?

Haa vie sèbə?

Hebben we zeep?

In een ja/nee-vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Har vi ...?

Kom + ...

Kom ved vasken!

Kom vee wasgən!

Kom bij de gootsteen!

De gebiedende wijs gebruikt de werkwoordsvorm zonder onderwerp: Kom ...

Deens woordenschat

bord zelfstandig naamwoord
boor tafel bordet
Geslacht
neuter

Bordet ser rent ud.

kop zelfstandig naamwoord
kob kop koppen
Geslacht
common

Jeg kan se den ved koppen.

lille bijvoeglijk naamwoord
lelə klein
Geslacht
common

En lille plet på bordet.

næsten bijwoord
nèstən bijna

Pletten er næsten væk.

plet zelfstandig naamwoord
pleed vlek pletten
Geslacht
common

Pletten er næsten væk.

voorzetsel
po op

Der er en plet på bordet.

ren bijvoeglijk naamwoord
reen schoon rent
Geslacht
neuter

Bordet ser rent ud.

svamp zelfstandig naamwoord
svamp spons svampen
Geslacht
common

Kom lidt sæbe på svampen.

sæbe zelfstandig naamwoord
sèbə zeep
Geslacht
common

Skal jeg bruge lidt sæbe?

vask zelfstandig naamwoord
wasg gootsteen vasken
Geslacht
common

Svampen er ved vasken.

ved voorzetsel
vee bij

Svampen er ved vasken.

væk bijwoord
weeg weg

Pletten er næsten væk.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Er zit een vlek op de tafel.

Antwoord tonenDer er en plet på bordet.

Ik zie hem bij de kop.

Antwoord tonenJeg kan se den ved koppen.

Hebben we een schone spons?

Antwoord tonenHar vi en ren svamp?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

spons

Antwoord tonensvampen

gootsteen

Antwoord tonenvasken

vlek

Antwoord tonenpletten

klein

Antwoord tonenlille